Een paar vrienden van me zijn een busbedrijf begonnen in Congo

By Thomas Bertrand, Photos: Arthur Draber, Yassin Ciyow and L.G. Roldan

De eerste twee bussen van Amani Express.
 
In augustus 2010 reisde ik met drie vrienden naar Rwanda om verslag te doen van de presidentsverkiezingen. We zijn daar een maand gebleven, waarna ik weer terugging naar Europa. Maar mijn vrienden Yassin, Arthur en Louis-Guillaume gingen de grens over naar de Democratische Republiek Congo, waar ze besloten hun eigen busbedrijf te beginnen. Dat werd Amani Express (‘Vrede Express’).
Congo is supercorrupt en de wegen zijn nauwelijks verhard; niet echt ingrediënten voor het opzetten van een succesvol vervoersbedrijf. Maar dat weerhield mijn vrienden er niet van om een bedrijf op te zetten in Butembo, Noord-Kivu, en het nog winst te laten maken ook.
 
Ik vond het erg indrukwekkend, dus toen mijn vrienden weer even in Parijs waren stelde ik ze wat vragen over hun zaken.
 
De eerste passagiers van Amani Express.

 

VICE: Wat heeft jullie op het idee gebracht om een eigen bedrijf te beginnen in Congo?Yassin: Onwetendheid, vooral. We hadden geen besef van alle factoren waar andere buitenlandse investeerders op afknapten. Sommige onderzoeken zeggen dat Congo het op zes na corruptste land in Afrika is, om ons ervan te weerhouden om hier geld in te investeren. We waren een beetje naïef, maar dat is uiteindelijk wel waarom we het zo ver hebben geschopt.
LG: We waren erg onder de indruk van het land toen we de grens overgingen. We wilden graag in een vijandig gebied settelen en een buitengewoon avontuur beleven.
 
Hebben jullie huidskleuren weleens problemen opgeleverd?
Yassin:
Mijn vader is Somalisch, dus ik dacht dat er daarom wel een link zou zijn tussen de Congolezen en wij, maar ik realiseerde me al snel dat wij voor hen gewoon alledrie blank zijn. Mensen noemden ons muzungu, dat ‘witte man’ of ‘rijke man’ betekent. We dachten dat de autoriteiten in de regio ons uiteindelijk wel serieus zouden nemen omdat we een eigen bedrijf hadden, maar dat was ook niet zo. Het bedrijf heeft nog steeds last van corruptie vanwege onze huidskleur, maar onze relatie met het lokale volk is veranderd; ze zien ons nu wel als leden van hun gemeenschap.
LG: Het is moeilijk om je persoonlijkheid in het begin te laten zien en meteen verder te gaan dan huidskleur. Ook al maken overheden er soms misbruik van, sommige mensen willen ons nog weleens op een voetstuk plaatsen. Ze zijn heel respectvol, heel bewonderend. Het is erg raar.
Yassin, Arthur en het team van Amani Express.

 

Heb je veel problemen gehad met de lokale autoriteit?
LG:
[lacht] Ze zijn denk ik de grootste oorzaak van onze problemen.
Yassin: Ze vinden het gedoe. En bedenk wel: dat kan een pistool tegen je hoofd betekenen. Dat is zeker gedoe. Al meerdere keren verschenen er ’s ochtends soldaten op ons erf, die door de lokale immigratiechef naar ons waren gestuurd. Die chef kennen we onderhand erg goed. Waarschijnlijk dacht hij, dit was een slechte maand, ik heb geld nodig, waarom stuur ik niet wat gewapende mannen naar de emigranten om wat geld van ze af te troggelen?
 
Wauw, dat is kut.
LG:
Het is ongelofelijk. De politievertegenwoordiger komt altijd naar ons toe om ons ervan te overtuigen dat hij ons in de gevangenis kan gooien of ons het land uit kan zetten.
Yassin: We hebben vaak te maken met dat soort situaties, maar om ze niet met onze zaken te laten knoeien hebben we geen andere keuze dan om een stabiele ‘vriendschap’ met de immigratiechef te onderhouden. Dat wil zeggen dat we een maandelijks corruptiebudget hebben van $ 40 tot $ 2.000.
Yassin, LG en een vriend van de lokale politie.

 

Heeft de politieke situatie in het land gevolgen voor jullie bedrijf?
Yassin:
We proberen nog steeds te bepalen in hoeverre de oorlog een effect heeft op onze zaken. We hebben bijvoorbeeld veel problemen bij de grenzen, vanwege alle verschillende gewapende milities die daar vechten om territorium en hun eigen belastingen opleggen. Dat heeft natuurlijk wel invloed op ons bedrijf, omdat de belastingen aan de grens blijven veranderen en we geen stabiele boekhouding kunnen krijgen.
Butembo, de straat waar het agentschap is gevestigd.

 

Heeft het ooit op persoonlijk vlak invloed gehad?
LG: 
Op een ochtend werden we wakker gemaakt door het geluid van geweerschoten. We kregen een sms van een Congolese vriend: “Blijf thuis. Er wordt overal geschoten.” Er was een botsing tussen de Mai-Mai—rebellen uit de jungle die bijna nooit nuchter zijn—en troepen van de AFDRC (het Congolese leger) vlakbij het vliegveld, een paar kilometer van ons huis vandaan. Diezelfde dag moesten Yassin en ik naar Kampala in Oeganda, via de weg waar de gevechten hadden plaatsgevonden. We zagen veel dode lichamen op de grond naast ons liggen: vier Mai-Mai-lichamen, waarvan twee met hun ingewanden eruitgesneden.
Yassin: Het was verschrikkelijk. En het was bizar om te zien hoe onverschillig iedereen erover leek te zijn, vooral de kinderen. Het leek alsof ze een alledaagse gebeurtenis zagen.
Lichamen van de dode Mai-Mai-rebellen.

 

En hoe zit het met jullie werknemers? Zijn daar weleens problemen mee?
De eerste manager die we aannamen voor ons bedrijf was een vriend die we hier hadden ontmoet. Hij hielp ons inburgeren en handelde als een echte link tussen ons en de lokale bevolking. Maar na acht maanden probeerde hij ons het land uit te schoppen zodat hij alle bezittingen van het bedrijf kon overnemen. Maar ons bedrijf is nu in goede handen. Onze huidige manager is een briljante man en we weten dat we hem kunnen vertrouwen.
 
.
Een paar van de werknemers in Butembo

 

Zou je zeggen dat jullie goed zijn aangepast aan de Congolese levensstijl?
LG:
Het was een ingrijpende verandering. We hebben geen stromend water of elektriciteit. Overbodig om te zeggen misschien, maar we hebben hier niet dezelfde mate van comfort als in Europa. Toch: op een bepaalde manier is het leven hier niet zo verschillend. Onze gewoontes zijn hetzelfde. De Congolese levensstijl is wel wat langzamer; de gehele structuur van de maatschappij is gebaseerd op het idee dat je niets kunt voorspellen. Maar daar raak je na een tijdje ook wel aan gewend.
 
 

Comments