Ik stelde Herman van Veen alle vragen over Alfred Jodocus Kwak die ik ooit nog wilde stellen

By Sander Roks

Alfred Jodocus Kwak is de mooiste kinderserie die ik ken. Nog steeds kijk ik soms een fragment terug op YouTube om mezelf eraan te herinneren hoe mooi het eigenlijk wel niet is. Het is anders dan alle andere series die ik vroeger keek: er zit een doorlopende verhaallijn in waardoor je de personages echt leert kennen en er komen meer emoties in voor dan alleen boos, blij of ‘Semafoor lacht Dommel uit’. Dat er veel maatschappelijke problemen in verwerkt zaten, daar kwam ik eigenlijk pas op de middelbare school achter toen ik uit verveling een videoband opzette. Sindsdien kwamen er iedere keer dat ik aan de serie herinnerd werd nieuwe vragen in me op over Alfred, de andere personages en de serie als geheel. Omdat er de laatste jaren geen vragen meer bijgekomen zijn, leek dit me een goed moment om alle vragen die ik in mijn hoofd verzameld had voor te leggen aan Herman van Veen, de bedenker van de serie.

VICE: Waarom koos u ervoor om maatschappelijke kwesties en relatief zware onderwerpen in de serie te verwerken?
Herman van Veen: Sinds mijn zeventiende ben ik vrijwilliger voor Unicef. In die hoedanigheid heb ik mee mogen werken aan de invulling van het Kinderrechtenverdrag. Ik geloof dat als kinderrechten worden nageleefd, wij op een aanzienlijk vrediger wereld zouden wonen. Mede daarom wilde ik ooit onderwijzer worden, maar ik werd muzikant. Met Alfred J. Kwak kon ik het een en ander combineren. In elk avontuur van Alfred verborg ik een les gerelateerd aan kinderrechten.

In de serie komen ook onderwerpen voor als de ontwikkelingen van een nieuwe, schone brandstof waardoor benzine niet meer nodig is. Denkt u niet dat sommige onderwerpen te lastig zijn voor jonge kijkers?
Nee, ik denk het niet. En de serie is juist voor alle leeftijden. Voor volwassenen biedt het vaak een handvat om met kinderen over grote-mensenonderwerpen te kunnen praten.

Waar kwam het idee voor de serie vandaan?
Dat kwam voornamelijk uit mijn tuin, ik heb het geluk een grote te hebben. Het leven in de natuur is vrij van nonsens, alles probeert te overleven. Verbluffend praktisch vind ik dat. Ik vertaalde wat daar gebeurde en vulde het aan met wat ik zelf beleefde.

Is Alfred dan geïnspireerd op eenden die in uw tuin zaten?
Deels. Ik reed ooit onbesuisd door een bocht en heb toen een eend overreden. Heel verdrietig vond ik dat. Een paar dagen later zat ik thuis aan de telefoon en zag ondertussen hoe een moedereend met zeven kuikentjes door onze tuin waggelde. Zou mijn dode eend hun vader zijn, dacht ik. Ik heb toen een afterlife bedacht voor mijn slachtoffer, want ik vond dat ik dat aan hem verschuldigd was. In die andere wereld heb ik hem daarom laten adopteren door Henk de Mol.

Is er een reden dat Henk een mol is?
Dat heeft te maken met mijn fascinatie voor wortels. Zie je een boom, dan zie je maar de helft. Onder de aarde zit vaak nog meer dan erboven. Zelfs in de woestijn is het onder het zand een drukte van jewelste. Mollen leven ook onder de grond en kijken daarom als het ware met hun oren. Dat doe ik als muzikant ook.

U lijkt dus veel op Henk?
Nee, het meest op Alfred. Henk is een combinatie van mijn vader en zijn broer, Henk de kapper. Dat zijn mannen van aanpak, vakbondsmensen, harde werkers. Daar heb ik een zwak voor.

Dolf is de slechterik van het verhaal, maar je krijgt wel te zien dat zijn moeder vroeg gestorven is en dat hij door zijn vader, een alcoholist, genegeerd wordt. Waarom vond u het nodig om de ultieme slechterik van het verhaal toch iets sympathieks mee te geven?
Dolf is vooral een slachtoffer, hij is machtsziek met de nadruk op ziek. Hij zou naar een goede dokter moeten, want hij is niet anders dan een verslaafde. Hij heeft hulp nodig maar wil dat niet geloven.

In een aflevering komt Dolf erachter dat hij in een tekenfilm zit. Ik weet nog dat ik dat erg raar vond. Was daar een reden voor?
In hele drukke tijden heb ik soms het gevoeld dat ik er niet meer ben, dat ik alleen maar handel. Het doet me dan goed tot stilstand te komen voor een scheerspiegel die laat ziet dat er iets moet gebeuren. Dat heb ik ook bij Dolf gedaan, hij kreeg een soort spiegel voor.

Alfred, Winnie en Ollie

Wat ik ook verwarrend vond was dat Ollie de Ooievaar halverwege de serie van geslacht veranderde. Eerst wordt Ollie aangeduid als vrouw en daarna als man. Waarom was dat?
Ook die dingen gebeuren, er wordt heel wat af verbouwd in de wereld. Ik vond het een leuk idee, juist bij de ooievaar, de babybezorger. Ollie heeft wellicht een keuze willen hebben, want als je altijd maar jongetjes en meisjes bezorgt wil je zo af en toe misschien wel de een of de ander zijn. Hij vliegt nu door het leven als man, maar misschien wordt hij ooit weer een vrouw.

Later wordt Ollie de eerste democratisch gekozen president van Groot-Waterland. Was hij daarom de perfecte kandidaat, omdat hij wist hoe het is om man én vrouw te zijn?
Ollie’s wegen zijn ondoorgrondelijk. Hij heeft letterlijk met iedereen te maken en was voor velen de eerste die ze zagen. Hij was voor de meeste bewoners degene die ze het meest vertrouwden.

Het is ongebruikelijk voor een kinderserie om een lange, doorlopende verhaallijn te hebben. Waarom wilde u dit anders doen bij Alfred J. Kwak?
Omdat het in het echte leven niet anders is. Alfred is begin jaren zeventig geboren en groeide op met mijn kinderen, hij werd ook ouder. Inmiddels is hij al tegen de veertig.

In die veertig jaar is de serie onder andere in het Chinees, Arabisch en Hebreeuws vertaald. Zijn er in die versies dingen aangepast? Sommige maatschappelijke kwesties waren typisch Nederlands of West-Europees.
Dat is voor mij moeilijk te beoordelen. Ik spreek alleen Russisch als ik dronken ben en wat ik dan begrijp is niet representatief. Dat geldt ook voor mijn Hebreeuws. Chinees eet ik alleen. Misschien heet Dolf daar Mao, maar er is geen beginnen aan om dat uit te zoeken. Ik heb vooral vertrouwen dat het goed is gegaan en heb nog geen klachten gekregen.

Over de aflevering 'De Boerenganzen', waarin witte ganzen zwarte eenden onderdrukten, was wel wat ophef. Soms wordt die aflevering weggelaten op videobanden of dvd’s omdat Wannes de Gans racistische opmerkingen maakt over zwarte eenden. Wat vindt u daarvan?
Die aflevering wilde ik vooral in Zuid-Afrika uitgezonden krijgen. En dat is gelukt. Vooral dankzij meneer Van der Merwe, destijds directeur bij de televisie. Hij heeft zijn positie op het spel gezet om het voor elkaar te krijgen. Dat blijft hem erkentelijk.

In welke taal klinkt ‘Ik ben vandaag zo vrolijk’ het mooist, vindt u?
In het Frans, vind ik.  

Uit het lied ‘Spetter Pieter Pater’ heb ik de zin 'Ga maar vast naar huis, hij komt een druppel later' nooit echt goed begrepen. Was het omdat Alfred een beetje klungelig is en altijd te laat kwam of omdat hij 'lekker in het water' zat en er niet uit wilde komen?
Ik geloof heilig in het effect van een druppel op een gloeiende plaat, als die druppel in iemands grijze hersenmassa door weet te dringen. Wat Alfred dus eigenlijk zingt is ‘ik kom een klein, maar een heel  belangrijk momentje later’. Elke oceaan is tenslotte ooit als druppel begonnen.

 

Comments