Buig voor de meester

By Sylla Saint-Guily

Foto's door Hugo Denis-Queinec

In deze outfit geeft Jean-Pierre Girard les en etaleert hij zijn afgetrainde lichaam.
 
Shit. Ik ben al 25 minuten lang onophoudelijk met mijn vingers over deze metalen vleespen aan het wrijven, maar hij komt nog steeds niet in beweging. Ik volg alle tips op die mijn metaalbuigleraar Jean-Pierre Girard me meegegeven heeft: ik draag groen, ik streel de vleespen teder maar vastberaden en ik focus al mijn mentale energie op dat het gaat buigen. Maar hoe hard ik het ook probeer, dit stuk metaal blijft hardnekkig vastklampen aan natuurwetten. Gisteren volgde ik nog een seminar bij Jean-Pierre, en ik begin spijt te krijgen van de 230 euro die ik hem heb betaald om me te helpen mijn psychokinetische krachten te ontwikkelen. Jean- Pierre houdt deze maandelijkse seminars al sinds 1974.
 
Hij beschikt naar eigen zeggen over buitenzintuiglijke krachten, die hem in staat stellen om met alleen zijn geesteskracht fysieke materie op spectaculaire wijze te beïnvloeden. In de praktijk komt dat vooral neer op het buigen van staven en lepels, maar in zijn autobiografie Agir Sur La Matiere schreef hij dat psychokinese ook sterk genoeg kan zijn om vanaf de grond kruisraket- ten in de lucht te ontmantelen of een hartritmestoornis bij iemand anders te veroorzaken. Volgens Jean-Pierre manifesteerden zijn krachten zich voor het eerst toen hij op zijn zevende tijdens het paddenstoelenplukken geraakt werd door de bliksem. Hij claimt ook dat de CIA hem in 1979 gekidnapt heeft, toen ze nog aan het experi- menteren waren om te zien hoe paranormale fenomenen zouden kunnen helpen bij hun spionageactiviteiten. Jean-Pierre stelt dat iedereen zijn bovennatuurlijke krachten kan ontwikkelen. Of in elk geval genoeg mensen om in zijn levensonderhoud te voorzien, dankzij de pittige prijs die er aan zo’n cursus verbonden is.
 
In juli volgde ik een seminar bij Jean-Pierre, die gehouden werd in de kelder van een studio van een magnetiseur. Onder de andere cursisten bevonden zich de nodige magiefanaten en paranormale nerds, een paar metalliefhebbers en een hoop yuppen die eruitzagen als galeriehouders. De sessie begon stipt om tien uur ’s ochtends, en Jean-Pierre wachtte ons op in een strak rood mouwloos shirtje dat zijn biceps tentoonstelde—best indrukwekkend, gezien het feit dat de man al zeventig is. Hij zag er meer uit als een sportschoolmedewerker die je een sapmachine probeert aan te smeren dan als een paranormaal begaafd medium. Dat maakt het wat makkelijker om je hem voor te stellen op het hoogtepunt van zijn roem: in de jaren ’70, toen hij zijn kunstje regelmatig op televisie vertoonde.
 

Dit is het psychokinetische starterspakket, bestaande uit een metalen staafje, een psiwiel en Jean-Pierre’s autobiografie.
 
Wetenschappers en goochelaars waren er als de kippen bij om de meeste van de zelfbenoemde psychokinetici van die tijd (en dat waren er een hoop) te ontmaskeren, maar niemand heeft precies uit kunnen vogelen hoe Jean-Pierre al die lepels op livetelevisie wist te buigen. Totdat iemand door zijn act heen prikt moeten we maar aannemen dat hij bovennatuurlijke krachten zou kunnen hebben. De eerste dag van zijn seminar begon met een presentatie die diende als introductie tot de functies van het brein. Daarnaast ging de introductie dieper in op Jean-Pierre’s kleurrijke privéleven, waarbij een deel gewijd was aan zijn verschillende romantische escapades. Zo legde hij tijdens de PowerPoint-diapresentatie alles uit over de werking van de verschillende hersenhelften en over waarom hij zo dol is op Japanse meisjes. Toen hij zijn tijd bij de CIA aansneed, viel hij hard uit: “Die klootzakken hebben me elf jaar lang als pion ingezet.” Goed, Jean-Pierre, dacht ik. Goed. Het praktijkgedeelte begon rond half twaalf, toen Jean- Pierre metalen staafjes uitdeelde aan de vijftien studenten en zei dat we de stokjes nu maar moesten buigen met onze geest. Gelukkig gaf hij een paar tips: stel je de staaf voor als een dier, wrijf zachtjes met je wijs- en middelvinger over de plek die je wilt buigen en focus je rechter hersenhelft door je linker neusgat dicht te drukken. Maar tien lange minuten later was er in geen van de staven enige beweging gekomen. Jean-Pierre gaf ons mee om heel sterk aan de kleur groen te denken, wat blijkbaar de kracht heeft om “moleculen door elkaar te husselen” en, zodoende, materie te beïnvloeden.
 

Jean-Pierre gaf ons ’s ochtends les in neurologie, waardoor iedereen zich direct verveelde.
 
Hoe hard ik me ook concentreerde om kinetische energie uit mijn hersenen te laten schieten, mijn staaf bleef ongebogen. De rest van de klas ging het gelukkig niet veel beter af, hoewel sommige studenten ook niet heel erg hun best leken te doen. Bruno, een 25-jarige vechtsportexpert met een sikje, bracht de ochtend bijvoorbeeld door met het sms’en van zijn vriendin. Zijn onverschilligheid werd Jean-Pierre op een zeker moment te veel, toen hij schreeuwde dat Bruno maar moest opsodemieteren als hij
geen interesse had in hoe zijn eigen brein werkt. Daar was ik het natuurlijk roerend mee eens. Geen enkele student kreeg de eerste oefening voor elkaar, dus gingen we over op een andere oefening die schijnbaar wat eenvoudiger zou zijn. De klas kreeg een psi- wiel—een op een naaldje geprikt stukje opgevouwen folie—dat we moesten laten draaien. We plaatsten onze handen boven het wieltje en probeerden energie in onze handpalmen te krijgen. Ik sloot mijn linkerneusgat en dacht aan de groenste dingen die ik me voor kon stellen—een versgemaaid grasveldje, wiet, de golvende heuvels van Ierland—terwijl ik het wieltje onder mijn hand hield. Het resultaat mocht er wezen: na vijf minuten van intense concentratie begon mijn wieltje te draaien. Ik was door het dolle heen, tot ik merkte dat er een briesje door het open raam binnenkwam. Dat weerhield me er niet van om op te scheppen tegen Jean-Pierre, die antwoordde: “Niet slecht. Kom, we gaan eten.” Na de lunch voegde zich een nieuwe student bij de groep. Jonathan wreef op een wat suggestieve manier over zijn staaf, wat ons allemaal te veel afleidde om nog enige vorm van mentale energie uit te kunnen stralen. Na een half uur van onophoudelijk psychokinetisch strelen viel hij plotseling in slaap. Tien minuten later waren diverse andere studenten ook ingedut; blijkbaar is het heel vermoeiend om onophoudelijk te proberen materie te buigen met je geesteskracht. Dat, of het is extreem saai.
 

Jean-Pierre demonstreert zijn superkrachten.
 
Jonathan werd een tijdje later eindelijk wakker, en ik raakte met hem in gesprek. Hij vertelde dat hij een grafisch ontwerper was van 26, noemde zichzelf vervolgens een ‘radiokineticist’ en legde me daarna uit hoe de wisselwerking tussen zijn geest en materie in elkaar zit. Vervolgens verzandde hij in een lange speech over iets met psychodeeltjes die oorspronkelijk uit de sterren komen en onzichtbare moleculen in onze lichamen. Net als Jean-Pierre gelooft Jonathan dat iedereen zijn zesde zintuig kan ontwikkelen. Jonathan wist het alleen nog een stap verder te trekken: “...en ook je zevende zintuig, waar we nog niets van afweten.”
 
Rond vieren was ik nog steeds aan het proberen om een metalen staaf te buigen door er intens naar te fronsen. Ik had ook zin om te kotsen na zo lang aan de kleur groen gedacht te hebben. Andere studenten begonnen ook ontmoedigd te raken. Sommigen speelden spelletjes op hun telefoons, anderen hadden ervoor gekozen om de metalen staven met hun handen te buigen. Om de stemming er weer een beetje in te krijgen, haalde Jean-Pierre nog wat verhalen op van zijn tijd bij de CIA. “Ik heb ooit wat raketten aan Saddam Husseins stiefbroer verkocht,” zei hij. “Ik kende de Husseins vrij goed.” Dat leek hem nauwelijks te deren, vooral omdat hij ervan overtuigd was dat als de Husseins ervoor zouden kiezen om de bommen te lanceren, hij ze met uitsluitend de kracht van zijn geest onschadelijk zou kunnen maken. De tweede en laatste dag van de seminar was minder veelbewogen. We probeerden nog een paar praktische telepathische experimenten, zoals in groepjes van twee voorspellen welke symbolen er zouden verschijnen op een mystiek dobbelsteentje. Ik kreeg het voor elkaar om mijn partner te laten inzien dat hij een serie zou krijgen van een kruis, een zon en een moeilijk thuis te brengen droedeltje. Dat was het hoogtepunt van de sessie. Van de hele sessie. Van deze hele seminar. Het was een bijzonder moment.
 

Jonathan had even een pauze nodig.
 
Voordat we vertrokken wilde Jean-Pierre ons nog even laten zien hoe je nou echt een metalen staafje buigt. Hij dook een ach- terkamertje in om zich voor te bereiden, en toen hij terugkwam staarde hij naar een staafje in zijn vingers en brabbelde hij voor zich uit. Na vier of vijf minuten—de eerste vier of vijf minuten van de seminar waarin hij eindelijk de onverdeelde aandacht van de hele klas had—begon de staaf ineens doormidden te buigen. De klas barstte uit in applaus; dit zien was veel leuker dan het zelf proberen.
 

Uw verslaggever probeert te midden van weelderig groen met zijn geesteskracht een metalen stokje te buigen.
 
Voordat hij afscheid van ons nam drukte Jean-Pierre ons op het hart om twee maanden lang alle oefeningen die we hadden geleerd elke dag te blijven doen. We vertrokken met een goed humeur, ervan overtuigd dat de wereld van metalen staven en folie binnen de kortste keren gebogen aan onze voeten zou liggen. En hier zit ik nu, gekleed in het groen, in de eetkamer van een oud Parijs’ appartement intensief te staren naar een metalen vleespen van mijn grootouders, en mijn oogspieren te verrekken. Ik heb de aantekeningen van de cursus erbij, maar de staaf wil nog altijd niet doen wat ik zeg. Sluit linkerneusgat, lees ik. J.P. houdt van Aziatische vrouwtjes. Misschien is dat zijn truc? Een Oosters geheim? Waarschijnlijk niet. Jean-Pierre heeft duidelijk een bijzonder talent, maar dat talent ligt misschien meer in het vertellen van mooie verhalen dan in de psychokinese. Maar ik blijf sowieso oefenen met deze vleespen. Want zou het niet fantastisch zijn als hij gewoon gelijk blijkt te hebben? Totdat iemand het tegendeel bewijst, kan dit een fenomeen zijn dat we gewoon nog niet begrijpen.

Comments