Woah gast, zitten we op dit moment in een computer?

By Ben Makuch


Illustratie door Julian Garcia
 
Twee jaar geleden was Rich Terrile te gast in Through the Wormhole, een programma op Science Channel over de mysteries van het leven en het universum.
Hij was uitgenodigd om te komen praten over de the- orie dat het leven dat wij denken te hebben misschien wel één grote, supergeavanceerde metafysische versie van The Sims is.

Op zich heeft iedere blowende middelbare scholier met The Matrix op dvd hier weleens aan gedacht, maar Rich is een gevierde wetenschapper, directeur van het Center for Evolutionary Computation and Automated Design in het NASA Jet Propulsion Laboratory en momenteel bezig met een vooralsnog titelloos boek over dit onderwerp. Dus je kunt deze gast best wel serieus nemen.

De essentie van Rich zijn theorie is dat een ‘programmeur’ uit de toekomst onze realiteit heeft ontworpen om een simulatie te maken van hoe hij denkt dat zijn geschiedenis eruit moet zien. Waarschijnlijk omdat-ie zich een keer een middagje verveelde.

Volgens de wet van Moore, die stelt dat de mogelijkhe- den van computers ongeveer per twee jaar verdubbelen, gaat dit theoretisch allemaal mogelijk zijn in de toekomst. Vroeg of laat zullen we in een wereld leven waarin het simuleren van een paar miljard mensen net zo makkelijk is als een potje Ruzzle. En dan laat je ze ook nog eens geloven dat ze zelfbewuste wezens zijn die hun eigen lot in handen hebben.

Deze hypothese (waarvan er al eeuwenlang talloze versies bestaan) is het trippende idee van het moment voor filosofen, en mensen als Nick Bostrom, directeur van het Future of Humanity Institute van de universiteit van Oxford, nemen deze gedachte daadwerkelijk serieus.

Tot voor kort waren er nog maar weinig onderzoekers geïnteresseerd in dit hele simulatie-idee. Wat niet wil zeggen dat Rich de eerste wetenschapper is die voorspelt dat we ooit realistische simulaties van andere mensen zullen kunnen maken (in 1999 schreef bijvoorbeeld Ray Kurzweil er al het boek The Age of Spiritual Machines over), maar hij is wel een van de eerste mensen die beweert dat we misschien nu al in een simulatie leven. Rich gaat zelfs een stap verder door te proberen zijn theorieën natuurkundig te bewijzen, verwijzend naar dingen als de observeerbare pixelvorming van de allerkleinste materie en de opvallende overeenkomsten tussen kwantummechanica, de wiskundige wetten die ons universum beheersen en het ontwerpen van de werelden in computerspelletjes.

Denk dus de volgende keer als je iets duurs kapot laat vallen of een gruwelijk blauwtje loopt even aan het intergalactische dikke Koreaanse jongetje dat jou misschien op dat moment zit te besturen en “FFFFFUUUUCK!!” schreeuwt (in het Koreaans). Dat werkt waarschijnlijk best wel troostend.

VICE: Wanneer vermoedde je voor het eerst dat onze realiteit weleens een computersimulatie zou kunnen zijn?
Rich Terrile: Tenzij je gelooft dat het bewustzijn iets supermagisch is, moet je wel aannemen dat het op een bepaald moment ook gesimuleerd kan worden door een computer. En ik geloof niet dat het bewustzijn magisch is; ik denk dat ons brein gewoon vreselijk goed doorontwikkeld is. Met andere woorden: op een gegeven moment moet je het gewoon kunnen namaken. Er zijn twee manieren waarop men in de toekomst een kunstbrein zal kunnen maken. De eerste is door normale hersenen deeltje voor deeltje na te maken, maar veel simpeler is het volgens mij om zelf net zo lang door te ontwikkelen tot je iets hebt dat een bewustzijn heeft. Het zou best kunnen dat we in de komende tien tot dertig jaar al een kunstmatig bewustzijn in onze machines bouwen.

Zal die ontwikkeling zo snel gaan?
De snelste NASA-computers zijn op dit moment al ongeveer twee keer sneller dan het menselijk brein. Als je een simpele berekening maakt met de wet van Moore ontdek je dat dit soort supercomputers ergens in de komende tien jaar in staat zullen zijn om een volledig menselijk leven van tachtig jaar, dus inclusief alle gedachtes die in die tijd door een mensenhoofd schieten, in de tijdspanne van een maand uit te kunnen voeren.

Deprimerend.
Hou je even vast: in dertig jaar verwachten we dat een Playstation, en er komt ongeveer elke zes, zeven jaar een Playstation uit, dus dit zou dan de Playstation 7 zijn, zo’n 10.000 mensenlevens kan simuleren in real time, of een volledig mensenleven in een uur. Hoeveel Playstations zijn er wereldwijd? Zeker meer dan honderd miljoen. Dus denk aan honderd miljoen Playstations die allemaal 10.000 mensenlevens besturen. Dat betekent, conceptueel gezien, dat je tegen die tijd meer mensen in Playstations zou hebben kunnen leven dan dat er vandaag de dag echte mensen op aarde wonen.

Er is dus een kans dat we op dit moment in een supergeavanceerd videospelletje op de Playstation van een of andere dikke nerd met weinig vrienden leven?
Precies. De veronderstelling hier is dat je met geen mogelijkheid kunt weten of het nu niet dertig jaar in de toekomst is en je een simulatie bent. Laat me even een stapje teruggaan. Als wetenschappers gieten we natuurkundige processen in wiskundige modellen, of vergelijken we processen met elkaar. Het universum gedraagt zich op een zeer eigenaardige manier, want je kunt alles helemaal verklaren vanuit de wiskunde. Zoals Einstein zei: “Het meest onbegrijpelijke aan het universum is dat het volledig te begrijpen is.” Terwijl het universum op zich niet zo simpel zou hoeven zijn. Het hoeft helemaal niet zo makkelijk te zijn dat ik het in principe met een paar pagina’s aan vergelijkingen kan samenvatten tot iets dat genoeg informatie bevat om het volledig te simuleren.

Een ander interessant ding is dat de echte wereld zich precies hetzelfde gedraagt als de wereld in Grand Theft Auto IV. In dat spel kun je de stad Liberty City tot in detail verkennen. Ik heb uitgerekend hoe groot die stad is en het blijkt dat die een miljoen keer groter is dan mijn Playstation 3. Je ziet exact datgene van Liberty City wat je op dat moment moet zien, en dat maakt het mogelijk om zo’n hele stad tot in de details in een console te persen. Het universum gedraagt zich op precies dezelfde manier. In de kwantummechanica hebben deeltjes geen definitieve betekenis totdat ze geobserveerd worden. Talloze theoretici hebben zeeën van tijd besteed aan het proberen uit te vogelen hoe dit te verklaren is. Een van de verklaringen is dat we in een simulatie leven waarin we alleen zien wat we moeten zien op het moment dat we het moeten zien.

Dat zou verklaren waarom er rapporten bestaan van wetenschappers die pixels hebben gezien in de allerkleinste deeltjes in microscopische foto’s.
Precies. Het universum is ook ‘gepixeld’, in tijd, ruimte, volume en energie. Er bestaat een fundamenteel deeltje dat je niet meer kunt delen tot iets kleiners, wat betekent dat het universum gemaakt is van een eindig aantal van deze deeltjes. Dit betekent ook dat er een eindig nummer aan dingen is die het universum allemaal kan zijn; het is niet eindig, dus het is berekenbaar. En als het zich alleen op een bepaalde manier gedraagt op het moment dat het geobserveerd wordt, dan is de vraag: is het geen simulatie? En dan is er nog de wiskundige parallel. Als twee dingen wiskundig gezien gelijk zijn, dan zijn ze hetzelfde. En wiskundig gezien is het universum gelijk aan een simulatie van het universum.

Speelt u weleens computerspelletjes?
Zeker, ik heb zelfs ook een tijdje The Sims gespeeld. Maar deze theorie was het resultaat van een combinatie van verschillende dingen. Ik ben wetenschapper in de planetologie, dus ik denk een hoop na over de toekomst van technologie en waar het ons zal brengen. Ik doe ook een hoop werk in allerlei evolutionaire berekeningen en kunstmatige intelligentie, waarbij ik me bezighoud met de eigenschappen van bewustzijn. En ik denk ook na over religie, of datgene wat je over het universum gelooft als je atheïst bent, want dat betekent dat je wel moet geloven in een alternatief scheppingsverhaal, dat losstaat van een schepper. Nou hebben we een aardig goeie: de Big Bang. Maar je moet ook nadenken over puur technisch ontworpen alternatieven en of er niet toch een schepper in ons huidige universum zou kunnen bestaan. En als dat al zo is, wat zijn dan de vereisten van zo’n schepper? Nadat ik hier over na had gedacht realiseerde ik me dat een schepper van een universum in staat is om natuurkundige wetten te veranderen en een universum precies kan boetseren tot een universum zoals het onze, oftewel precies wat ik kan doen in een computersimulatie. In feite zou ik dat waarschijnlijk binnenkort met zelfbewuste wezens kunnen doen.

Wezens waarmee je kunt communiceren?
Misschien wel, of misschien laat ik ze gewoon hun gang gaan. Ze zullen in ieder geval een heel kort leven hebben. Misschien dat ik de natuurkundige wetten kan veranderen. Dan laat ik ze in zowel een hele gastvrije wereld als een niet-gastvrije wereld leven. Ik zou het zo kunnen ontwerpen dat ze helemaal alleen zijn—wat misschien ook geldt voor hoe wij zijn ontworpen, wat weer zou verklaren waarom er geen aliens zijn.

U lijkt vrede te hebben met dit concept. Toen ik voor het eerst over uw theorie hoorde was ik behoorlijk van slag, naast het feit dat ik uiteraard ook erg geïntrigeerd was.
Ik word er erg door geïnspireerd en ik zal je vertellen waarom: het duidt erop dat we op het punt staan een universum te kunnen creëren—een simulatie. Wat betekent dat het dus ook zou kunnen dat we al in een simulatie leven en dat die simulatie ook weer een simulatie is. En de door ons gesimuleerde wezens kunnen straks ook weer simulaties creëren. Wat ik er intrigerend aan vind is dat als er een schepper is, en als wij ooit in de toekomst een schepper kunnen zijn, dat dit betekent dat wij zelf de schepper van onze wereld hier zijn. Wij zijn dan dus zowel God als de dienaren van God en dan hebben wij dit allemaal gemaakt. Wat ik inspirerend vind is dat zelfs als we in een simulatie zitten, of in een simulatie met meerdere simulatielagen, dat er toch ergens op die lijn iets uit de oersoep is ontsnapt dat uiteindelijk ons is geworden en daarna dus ook weer simulaties van ons zijn geworden. Als je daarbij nadenkt, dat is toch vet!

Comments