©2014 VICE Media LLC

    The VICE Channels

      De kermis: een blinddoek voor de wanhopige mens

      May 15, 2013
       
      Ik zit op de schouders van mijn vader. In mijn mond zitten twee rozijnen, maar ik droom van een suikerspin. Ik wil hopeloos gevangen zitten in een web van zoetigheid. Met een wijsvinger reik ik naar de top van het reuzenrad, maar papa is niet lang genoeg. Mama staat twintig meter verderop. Ze gooit stoffen ballen naar opgestapelde blikken. Mijn zus is haar publiek. Het publiek mag de laatste bal gooien. Ze faalt en daarom koopt mijn moeder nog drie extra ballen. Falen is lucratief, want uiteindelijk overhandigt de ballenverkoper haar een pluchen pandabeer. De neus van de pandabeer zit los en zijn ogen zitten vast met dubbelzijdig plakband; desalniettemin oogt mijn zus overdreven verheugd met haar nieuwe knuffel. Ze poseert voor mijn vader en zijn fotocamera. Een valse glimlach en haar armen in de lucht. Klik. Een geluidloze oerkreet en zuslief wijst naar een onzichtbare spierbal op haar rechterarm. Klik. Mijn ouders zijn trots op haar en ik… ik krijg het pakje seksueel getinte speelkaarten dat mijn vader zojuist won met muntenschuiven. Een zesjarige opzadelen met ludieke pornografie, het was heel normaal in de jaren tachtig, maar sinds die bewuste dag ben ik nooit meer op een kermis geweest.
       
      Vorige week zat ik in het reuzenrad met een suikerspin. Alleen. Tweeëndertig jaar. Ik keek uit op een gedeelte van de stad waar ik helemaal niet op uit wilde kijken. Verroeste balustrades, balkonnetjes vol vergeten huisvuil en ik telde 234 schotelantennes. Het zijn de neuspiercings van de flats en rijtjeshuizen. Ook de suikerspin, mijn eerste suikerspin ooit, viel nogal tegen, alsof iemand een wollen coltrui in goedkope limonadesiroop had gedoopt. Eenmaal weer beneden zag ik een vorm van treurige alledaagsheid die mij droevig stemde. Er liepen namelijk geen gezinnen rond: ik zag alleen maar alleenstaande ouders met Happy Meal-kinderen en alleenstaande kinderlozen. Ik zag volwassen mannen die van het leven verloren, maar zich een winnaar voelden op de kermis. Alles wat je niet bent, kun je zijn op de kermis. Het is opzienbarend om te zien hoe mensen aan de vicieuze cirkel proberen te ontsnappen door in attracties te stappen die heel snel en heel vaak rondjes draaien. De kermis is niet langer een paradijs voor kinderen met kleurrijke pleisters en dito haarbandjes, nee, het is een blinddoek voor de wanhopige mens. Een te kleine pleister op een te grote wond.
       
      Ik ga nooit meer naar de kermis, want alleen op een kermis zie je zo duidelijk dat het leven een spookhuis is.

      Comments