Reizen
De Mungiki, de Taliban en ik

Taliban-lid Caleb Yare vertelde hoe de Luos verrast werden door de gewapende Mungiki-leden die Mathare binnenvielen na de verkiezingen van 2007. Ze vochten terug met kapmessen en stenen, en af en toe gooiden ze een betonblok van het dak af om de aanvallers tegen te houden.
George Kamande rolde zijn mouwen omhoog om z’n littekens te laten zien. “Je legt een eed af. Ik maak een snee in mijn arm en jij in de jouwe—zo mengen we het bloed. Ik drink uit jouw wond en jij drinkt uit mijn wond. Dan zijn we verbonden en kun je je nooit overgeven aan de vijand,” legde hij uit.
Dit is het ritueel dat gangsters in Kenia ondergaan voordat ze erop uittrekken voor een missie. De meeste littekens vind je dan ook in Mwiki, een buurt in het district Kasani in Nairobi. De wijk is obsceen arm en zo link dat mensen met een beetje verstand er niet in hun eentje rondlopen. Op een ziedend hete middag had ik hier een afspraak met de leden van de Mungiki: de meest beruchte en gewelddadige sekte/politieke beweging van Kenia, en wellicht de grootste bende maffiosi ter wereld.
Ik zat op een krukje in een stinkende zwijnenstal toen ik kennis maakte met Kamande, een schoenpoetser die ‘s nachts een centje bijverdient door allerlei dubieuze klusjes te doen voor de Mungiki. Hij schaamde zich niet voor zijn bijbaan. “We zijn gewoon huurmoordenaars,” zei hij toen ik vroeg wat voor opdrachten hij eigenlijk deed. Dat was precies het soort halfware antwoord dat ik had verwacht.
De Mungiki (wat letterlijk ‘menigte’ of ‘massa’ betekent) ontstond in de jaren ‘80 op het Keniaanse platteland als een religieuze beweging van de Kikuyu-stam in de Grote Slenk. Ze waren fel antikoloniaal en verlangden naar een terugkeer van de traditionele normen en waarden van de Kikuyu-stam. De beweging breidde zich uit naar Nairobi, maar ondertussen trok het steeds meer armlastige jonge mannen aan die geen eigen land hadden en op zoek waren naar een beetje extra geld en respect.
Gangsters in Nairobi verdienen meestal de kost door illegaal elektriciteit af te tappen, winkeleigenaren en taxichauffeurs af te persen en natuurlijk met het beroven en vermoorden van mensen die hun pad kruisen. Maar de leden van de Mungiki schroeven het gangsterniveau nog een tandje op. Ze zijn onbetrouwbaar, hypocriet en soms zelf psychotisch—zelfs naar de maatstaven van hun medecriminelen. Als je een relletje wilt beginnen, van plan bent om stemgerechtigden te intimideren tijdens verkiezingen of misdaden tegen de mensheid wilt plegen, moet je bij deze jongens zijn. Hun prestaties in het verleden liegen er niet om en ze hebben hun reputatie te danken aan overheidsmanipulatie, het drinken van bloed en het onthoofden van hun vijanden.
Kamande maakte deel uit van een groep die bij de verkiezingen van 2002 ingehuurd werd om de tegenstanders van oud-parlementariër Njehu Gatabaki in het district Kangema van de provincie Murang’a aan te vallen. Hij vertelde me hoe ze, gewapend met knuppels en kapmessen, de huizen binnenvielen van Gatabaki’s tegenstanders en kiezers hun paspoorten aftroggelden.
Toen ik hem vroeg of er niemand tegenstribbelde, moest Kamande lachen. “We sloegen er flink op los. Als je ziet hoe je vader, je broer of je man wordt afgeranseld als een hond, zeg je geen nee.”
Gatabaki verloor alsnog, maar de Mungiki bleven een belangrijke rol spelen in de Keniaanse politiek door kiezersintimidatie en vergeldingsacties. Bij de laatste verkiezingen in 2007 ging het er buitengewoon gruwelijk aan toe. De zittende president Mwai Kibaki werd tot winnaar uitgeroepen na een verkiezingsdag die gezorgd had voor diepe etnische verdeeldheid. Hij werd beëdigd tijdens een supergeheime nachtelijke ceremonie. Ondertussen verklaarde de oppositiekandidaat zichzelf ook tot winnaar met als argument dat de verkiezingsuitslag niet rechtsgeldig was omdat de rechtbanken in de macht waren van Kibaki.
Dat zorgde voor spanningen tussen stammen en politieke partijen, die al snel escaleerden. In heel Kenia—wat toch meestal gezien wordt als de meest Westerse plek in Oost-Afrika—vonden wrede moordpartijen plaats tijdens uitbraken van etnisch geweld. De Mungiki deden natuurlijk ook mee en toen in februari de gemoederen weer bedaard waren, waren meer dan 1.000 mensen dood. Vier jaar later liggen die wonden nog steeds open.
In de wijk Ngomongo in Kasarani vind je een café genaamd de Pentagon Pub waar een portret aan de muur hangt van Odinga. Kasarani is eigenlijk het territorium van de Kikuyu-stam (waar Kibaki deel van uitmaakt), maar dit specifieke district wordt beheerst door de Luo-stam, waar Odinga toebehoort. Zij vinden de Mungiki immorele barbaren. Ik volgde een groep gespierde jongemannen naar binnen. Op het moment dat we het café inliepen bleven alle klanten even bewegingloos staan. Daarna begroetten ze de jongens aan mijn zijde en gingen ze er zo snel mogelijk vandoor. Ik ging wat drinken met de Taliban van Ngomonogo en iedereen hier was bang voor ze.
Reageer