Klassieker: "Dit kan een kind van drie toch ook?"

door Sander Roks

Kunst, en vooral beeldende kunst, is nogal eens een onderwerp van discussie. “Dit kan een kind van drie toch ook?”, hoorde ik een plompige vrouwelijke museumbezoekster met geblondeerde stekels ooit zeggen tegen een groepje al even stekelige vriendinnen. Ik ging naar het pas heropende Stedelijk om te kijken of de theorie van deze vrouw klopt, samen met de driejarige Puk en een pak pastelkrijt.

 
 
Puk begon met een werk van Ellsworth Kelly, een kunstenaar van de minimalistische school die groot fan is van de abstracte kunstvorm ‘color field painting’. Karakteristiek hierbij is het gebruik van grote kleurvelden, “waarbij de kleuren bevrijd zijn van hun objectieve context en zelf het onderwerp worden”.
 
 
Model voor de tekening staat het schilderij Blue, Green, Red I, geschilderd in 1964 en 1965 met olieverf op doek. “Drie kleuren, dat is mooi,” vindt Puk. Op de vraag of hij dit graag op zijn kamer wil hebben hangen zegt hij zonder te aarzelen ja. Dan komt er een museummedewerker naar ons toe om vertellen dat “als je goed kijkt, er nog veel meer andere kleuren vrijkomen”. Als antwoord veegt Puk met zijn handen over zijn tekening, zodat de kleuren goed in elkaar overlopen.
 
 
Na het uitvegen van de kleuren was de replica helemaal af.
 
 
Het volgende schilderij dat ik hem wilde laten dupliceren was deze, maar dat ging niet gebeuren wegens een gevalletje “echt niet mooi”.
 
 
Veel liever wilde hij deze doen. Een werk van fotograaf Wolfgang Tillmans uit 1995 met de titel Police Helicopter. Wolfgang Tillmans staat volgens websites als galeries.nl bekend als “fotografisch vertolker van een hedendaags levensgevoel, waarin mode en lifestyle, maar ook sociale betrokkenheid kernbegrippen zijn”.
 
 
Puk is vooral gefascineerd door “de zaklampen die daar in de lucht vliegen”. Het is volgens hem “wel eng dat het ’s nachts is, maar wel mooi”. De strepen dwars over het papier zijn de zaklampen. In de hoek van het papier, en ook voor een deel op de grond, wordt daarna verder gegaan met het tekenen van letters. “De E en de N zitten erin.” 
 
 
Beren op de weg. “Ik kan het echt niet goed zien als er steeds mensen voor lopen.”
 
 
Onder commentaar als “huppetee, rood” en “huppetee, zwart” wordt de nacht vrij hardhandig aan de tekening toegevoegd.
 
 
De huizen op de foto bouwt hij er vervolgens naast met krijtjes.
 
 
Net als bij de vorige tekening werd de finishing touch toegevoegd door het geheel met mouw en handen flink uit te vegen, met dit als het uiteindelijke resultaat.
 
 
Hierna trad er een genadeloze painter’s block op, waardoor Puk totaal geen zin meer had om te tekenen. Hij rende weg en sleepte daarbij zijn met pastelkrijt bedekte handen langs de hagelwitte muren van het Stedelijk Museum. De bewakers, die toch al niet blij waren met de ondergekleurde vloer (“Jongens, dit is parket!”), begrepen dat kinderen verrassend uit de hoek konden komen, maar vroegen me toch om mijn naam, adres en telefoonnummer. “U hoort het nog wel.”
 
 
Na dit afgehandeld te hebben en Puk zijn handen had gewassen wilde ik een foto maken van Puks pastelkrijtvegen op de muur. Terwijl ik gehurkt zat om de vlekken te fotograferen kwam er een vrouw naast me staan. “Ach ja, kijk nou, dat zijn natuurlijk ook golven, die horen bij die grote golf erboven. Mooi hoor. En zo subtiel. Freek, kom eens kijken, hier loop je voorbij als je niet oplet.” Even voor de duidelijkheid: ik verzin dit niet. Het Stedelijk had er een kunstwerk bij, gemaakt door een driejarig kind.
 
 
Puk bij zijn zojuist gemaakte werk Subtle waves on white background, 2012, pastelkrijt op wit stucwerk, Stedelijk Museum Amsterdam. "Ik vond het heel leuk vandaag, maar moet ik nu naar de gevangenis?"
 
 

Reageer