GEVLUCHT! (DEEL 1)
Amie Barrodale sprak in Seoul met vluchtelingen uit Noord-Korea. Dit is het eerste deel van een drieluik waarin die vluchtelingen hun verhaal vertellen. Vandaag vertelt Amie hoe ze in contact kwam met die vluchtelingen en vertelt Hak Cheol Kim onder andere over de gruwelijke gevolgen van hongersnood. Lees en huiver, en wees blij dat je niet in Noord-Korea woont.
Amie: Toen we onlangs in Noord-Korea waren, leerde ik Hak Cheol Kim kennen. In een kerk, met negen verdiepingen voor Noord-Koreaanse vluchtelingen in Seoul, had ik een gesprek met hem. De naam van de kerk ken ik niet; de priester zei dat ik het gewoon de Kerk van Seoul moest noemen. Het zag er net zo uit als een kerk in Texas. De parochianen waren netjes in pak; de kids droegen gebleekte jeans en sportkledij. Op de zevende verdieping was een familie aan het eten in een enorme keuken, achter de volgende deur probeerden vier dames een klas hyperactieve kinderen te kalmeren.
Maar ik was op weg naar de negende verdieping, naar een klaslokaal identiek aan die in een doorsnee middelbare school, waar Eerwaarde Kwang Il-park in leer gebonden gezangboeken ronddeelde aan een groep nerveuze vluchtelingen. Ik nam achteraan plaats, een tienermeisje veerde overeind, liep naar een kast vooraan in de kamer en keerde weer met een boek in het Engels. Het was gekopieerd op groen papier en ingebonden met een plastic kaft. Op een podium, voor twee schoolborden gaf Eerwaarde Kwang Il-park het teken om te beginnen. Links van hem begon een oude Koreaanse vrouw van een jaar of zestig op een keyboard te spelen. Hijzelf begon in een microfoon te zingen. De anderen kwamen binnen, en mijn hart brak. Daarna riep de eerwaarde mij naar voren, samen met mijn tolk. In wat het meest belachelijke moment van mijn leven moet geweest zijn, liet ik een kopie zien van Vice en stelde mezelf voor. Ik zei dat ik graag wilde spreken met iemand die mij iets wilde vertellen.
HAK CHEOL KIM
"De mensenrechtenzaken in Noord-Korea zijn heel dringend en de situatie is heel slecht. Ongeveer drie miljoen mensen stierven ten gevolge van hongersnood tussen 1993 en 1998. Het begon in 1993 want dat was het jaar dat Kim Il-sung stierf. Na zijn dood verviel de maatschappij in totale chaos en de hoge officieren gaven geen moer om het welzijn van normale mensen, omdat ze te druk bezig waren hun eigen vel te redden.
Ik verhongerde tijdens die jaren. Na tien of meer dagen zonder eten begin je al je energie te verliezen. Je verliest de energie om te stappen. Wanneer ik wel de kracht had om over straat te lopen zag ik iemand voor mij in elkaar zakken. Hij had de fut niet meer om recht te staan. Hij bleef gewoon op straat liggen omdat zijn maag zo goed als leeg was. Ik kon hem niet helpen want mijn maag was ook leeg en dus ben ik hem gewoon voorbij gelopen. Die persoon is toen gestorven en je moet weten dat ik veel mensen op straat heb zien liggen.
In deze periode liepen veel jonge mensen in Noord-Korea van huis weg omdat er geen eten was. Ze liepen weg en woonden samen met andere jonge mensen. Die jongeren werden koseibi genoemd, wat “de kinderen die in het rond fladderen als zwaluwen” betekent. Ze stalen of bedelden en zo leefden ze van dag tot dag. Het is heel erg koud in Noord-Korea en als vijf van hen in het station gingen slapen, werden er maar drie wakker. Ze stierven door het koude weer. Er lagen zoveel lijken bij de treinstations dat de overheid een organisatie opstartte om ze weg te ruimen.
De organisatie heette Openbare Dienst 918. Koseibis stierven elke dag bij bosjes, dus probeerde Openbare Dienst 918 hun lichamen te begraven in de bergen nabij. Tijdens de winter is de grond bevroren, dus geraak je niet diep genoeg om de lichamen te begraven. Ze groeven gewoon ondiepe graven, legden er de lichamen in en bedekten ze met een laagje aarde.
Toen ik op de middelbare school was, zat een vriend van mijn op een rijstveld en daarachter lag de berg die ze gebruikten als begraafplaats. Er was niet genoeg steen om grafstenen te maken, dus hadden de graven witte naamplaten in de plaats. De hele berg was bedekt met van die witte, houten stokjes. Naarmate de grond ontdooide in de lente en de zomer kwamen de lichamen tevoorschijn die niet diep genoeg waren begraven. Er heerste een enorme stank. De geraamtes waren geen probleem want die stinken niet, maar sommige lichamen waren nog niet volledig ontbonden en er zat nog vlees op de beenderen. Dat stinkt geweldig.
Mijn vader werd opgesloten in de politieke gevangenis en mijn moeder werkte in de stad om wat geld te verdienen om mijn broer en ik te onderhouden, dus werden we alleen thuis gelaten met één kom maïs waar we het vijf dagen mee moesten doen. Ik at één korrel maïs om het uur. Om te overleven heeft het volk van Noord-Korea ongeveer 15 miljoen ton rijst nodig per jaar. Sinds de jaren 60 bedraagt de rijstproductie slechts acht miljoen ton. Vroeger was er hulp van de Sovjetunie en Oost-Duitsland, maar nu krijgt Noord-Korea geen hulp meer, zelfs niet van zijn bondgenoten.
De enige manier om de zaken te verbeteren is om de wereld op de hoogte te brengen van de afschuwelijke levenssituatie vandaag in Noord-Korea. Wat de VS op dit ogenblik aan het doen zijn heeft een grote invloed op Noord-Korea. Ze verbieden economische transacties tussen Noord-Korea en andere landen.
Dit is tot op zekere hoogte de oorzaak van de hongersnood in Noord-Korea, maar de hoofdoorzaak voor het lijden van de Noord-Koreanen is dat de regering van Kim Jong-il weigert om zich openlijk op te stellen omdat ze zoveel mensen hebben vermoord om tot hun huidige machtsposities te komen. Ze kunnen zich niet openlijk opstellen omdat ze anders een militair proces zouden krijgen . De meest vluchtelingen in Zuid-Korea of andere landen sturen geld naar hun families in Noord-Korea want zelfs als je in Zuid-Korea geen geld hebt, kun je nog leven. Maar als je geen geld hebt in Noord-Korea zal je sterven. Het leven is raar…Meer heb ik vandaag niet te zeggen."
VERTELD AAN AMIE BARRODALE

Reageer