©2014 VICE Media LLC

    The VICE Channels

      Ik werd er op de middelbare school van verdacht een schietpartij te beramen (deel 1 van 2)

      January 10, 2013

      Door Gina Tron

      Gina tijdens haar middelbare schooltijd.
       
      De schietpartij in Connecticut is alweer door veel mensen vergeten, en verstoten van de voorpagina’s door andere vreselijke gebeurtenissen. Het nieuws riep bij mij niet alleen verdriet op: het deed me ook denken aan mijn tienerjaren, toen de mensen om me heen dachten dat ik tot dezelfde gruweldaad in staat was.
       
      Ik groeide op in Barre, een armoedig dorpje in Vermont dat vol staat met half gesloopte huizen en verlaten winkels. Het was een broedplaats voor junks, kindersterfte en vreemde figuren. Maar ik was zelfs hier te vreemd. Als kind was ik al behoorlijk excentriek en wilde ik weleens uitbarsten in hyperactieve buien. Ook had ik een donker gevoel voor humor en hield ik van vreemde outfits. Ik probeerde al deze neigingen te beperken om op school niet te veel op te vallen, maar het mocht niet baten; het was alsof de rest kon ruiken dat ik niet helemaal goed was. Ik werd jarenlang genadeloos gepest, zelfs door mijn ‘beste vrienden’. Zij waren ook bijna niet te peilen: het ene moment waren ze aardig, om me vervolgens plotseling fysiek en zelfs bijna seksueel geweld aan te doen. Wat voor kleren ik droeg, wat ik at en met wie ik praatte werd allemaal voor me bepaald; het enige verschil met Mean Girls was dat ze hun eigen impopulariteit compenseerden door nog gemener te zijn. We waren waarschijnlijk alleen vrienden bij gebrek aan beter.
       
      In de zomer van 1997, voordat ik naar de tweede klas ging, concludeerde ik dat ik nooit in mijn omgeving zou gaan passen, ongeacht wat ik deed, en besefte ik dat ik klaar was met de ongezonde relatie die ik had met mijn zogenaamde vrienden. Ik was nog steeds verlegen en teruggetrokken, dus rebelleerde ik via m’n kleding; te veel make-up op m’n ogen, hondenriemen, beledigende t-shirts, het hele plaatje. Dit gedrag was niet gericht tegen m’n ouders (het maakte hen niet uit wat voor kleren ik droeg), maar tegen m’n vrienden en de rest van de school. Ik dacht dat ik beter mijn vreemde kant kon laten zien dan dat ik wanhopig zou blijven proberen om erbij te horen.
       
      Er waren op mijn school nog geen goths, waardoor ik nog meer opviel; van het hele dorp zag ik er het vreemdst uit. Mijn klasgenoten vonden mijn stijl even walgelijk als fascinerend, en het gepest nam toe, zoals verwacht. Naast het feit dat ik constant werd geslagen en uitgescholden, kreeg ik ook minstens een keer per maand een doodswens voor mijn kiezen. In plaats van er iets aan te doen, maakten de leraren zelf ook opmerkingen over mijn uiterlijk, waarschijnlijk om indruk te maken op de populaire kinderen, van wie de ouders geliefd waren in het dorp.
       
      Mijn andere manier van rebelleren was mijn boekje met grafieken, rijmpjes en korte verhaaltjes. Toen ik 15 was, waren het al 23 pagina’s vol met frustraties en onzin. Ik liet mijn vrienden er ook in lezen. Mensen die ik haatte werden in het boekje door mij vermoord. Ik gaf ze codenamen en ik beschreef hun dood in cartoonesk detail. De meesten werden vermoord door een discobal in Elks Club, de plaatselijke discotheek:
       
      “Nuffiunda nam rustig het mes uit haar zak en sneed het touw door.
      De mensen eronder, daar was geen hoop meer voor.
      De discobal zwaaide onhandig en in een aantal seconden, misschien slechts vier,
      hing hij niet langer boven het feestvertier.
      Een harde klap dreunde door de zaal,
      en voor een aantal was vannacht hun laatste avondmaal.”
       
      Langzaam maar zeker hield ik me liever bezig met schrijven over mijn eigen wereldje dan dat ik nog probeerde om indruk te maken op mijn vrienden en vijanden. Door deze houding werden ik en een ander meisje uit de groep gegooid. We werden echte Einzelgängers en stonden onderaan de sociale ladder. De meisjes die we eerst onze vrienden noemden waren nu onze grootste pestkoppen. Ze brachten roddels de wereld in over dat we seks met elkaar hadden en dat ik een heleboel jongens had geneukt—de standaard puberroddels dus. 
       
      Gina poseert voor een foto die op dat moment waarschijnlijk wel ergens op sloeg.
       
      Op 1 mei, elf dagen na de schietpartij op Columbine, nam mijn leven een drastische wending.
      De dag verliep in eerste instantie zoals altijd. Mijn mede-loner en ik zaten voor de school te wachten op onze lift naar huis. De auto van onze grootste kwelgeest stond voor ons geparkeerd. Mijn vriendin stopte een briefje achter de ruitenwisser vol woorden als “dik” en “hoer”.
       
      Er waren op z’n minst tien mensen die haar met het briefje bezig hadden gezien. Natuurlijk werd de politie gebeld en de schooldirectie wilde met me praten. Maar ze waren niet geïnteresseerd in het briefje: ze wilden mijn ‘plan des doods’ zien. Blijkbaar hadden mijn oude vrienden als reactie op het briefje de directeur verteld dat mijn verhaaltje over Elks Club een moordplan was voor het eindfeest, dat niet geheel toevallig ook in Elks Club plaats zou gaan vinden. (Alles in dit dorp gebeurde daar.) De school had ook gehoord dat ik bommen zou maken. Daar komt nog bij dat iedereen wist dat ik aan wapens kon komen, maar dat is sowieso niet moeilijk in een jagersdorpje. Ik had geen geweren in huis, wist niet hoe ik een bom moest maken en had sowieso geen interesse voor wapens.
       
      Binnen een paar dagen was de roddel over mijn gestoorde plan wijdverspreid, en haalde het zelfs de voorpagina’s van de lokale kranten. Omdat ik minderjarig was stond mijn naam er niet in maar schreven ze over me als ‘het meisje dat een moordverhaal schreef’.
       
      Uit de Barre-Montpelier Times Argus, 7 mei, 1999:
       
      “[Directeur William] Sullivan zei dat er niets illegaals was aan het briefje, maar dat de roddels er wel door veroorzaakt zijn, samen met de openbaring van een kort verhaal van vermoedelijk een andere student. Sullivan zei dat er geen kruis met een zwarte regenjas in het gras voor de school gestoken was, geen bom gevonden was in de popcornmachine en dat er geen bewijs was voor een geplande wraak van de Bosnische scholieren vanwege de aanval van de NAVO op Joegoslavië. Hier voegde hij aan toe dat het gerucht dat er een bom zou worden geplaatst op het eindfeest van zaterdag ook nadrukkelijk aanwezig was.”
       
      Nog diezelfde dag begon een lokale televisiezender haar journaal met beelden van mijn school en Elks Club, en daarnaast beelden van kinderen die Columbine uitrennen met hun handen boven hun hoofd. “Het eindfeest van zaterdag,” begon de nieuwslezer, “een avond van plezier voor jongeren, zal worden bewaakt door politie. Door geruchten over de dreiging van een schietpartij is de directie gespannen. Kristin Kelly weet meer over de donkere gloed die over deze avond hangt.”
       
      Niemand probeerde contact met mij, de ‘donkere gloed’ zelf, op te nemen. In plaats daarvan interviewden ze willekeurige studenten die op het schoolplein aan het roken waren. De meeste journalisten werden verteld dat de hele situatie slechts was gebaseerd op geruchten, ook al was het een dorpse mediahype. De meeste scholieren wisten dat het waarschijnlijk de grootste onzin was, maar ze wisten ook dat het in stand houden van deze roddels kon uitlopen in een vakantie als de school wegens een dreiging gesloten zou worden.
       
      Iedereen in het kleine dorp wist dat de verhalen over mij gingen, en er waren zelfs een paar mensen die daadwerkelijk dachten dat ik een moordende idioot was geworden. Zelfs mijn ouders, die een paar dorpen verderop werkten, kregen van hun collega’s te horen hoe gestoord ik was. Niemand deed ook meer z’n best om te verbloemen hoe erg ze me haatten of hoe bang ze voor me waren. Als ik door de gangen op school liep voelde ik me als Mozes die de Rode Zee uiteenspleet, druk gevulde restaurants vielen stil als ik binnenkwam, klasgenoten die bang waren dat ze op mijn fictieve doodslijst stonden spijbelden. Mijn huis werd bekogeld met eieren en ik kreeg patat en frisdrank over me heen als ik probeerde de schoolkantine in te komen.
       
      Ik bracht veel tijd door met het schoolbestuur, die me verhoorden over mijn ‘moordcomplotboek’. Ik heb alle mogelijke manieren gehoord waarop je iemand kunt vragen of die moordplannen heeft. Natuurlijk wilden ze m’n boekje lezen, maar omdat ik als schrijver te ijdel was (het was nog niet af) en te bang was om als gevaarlijke gek te worden bestempeld liet ik dit niet toe. Dit leidde tot een hoop spanning, vooral omdat de hysterische nasleep van Columbine nog in volle gang was, en ik zeker wist dat mijn verhaal verontrustend genoeg was om me ervoor op te sluiten.
       
       
      Mijn ouders steunden me en namen vrij van hun werk om met de schoolleiding te praten, ook al waren ze totaal uitgeput door het hele gedoe. Hun sociale positie binnen de gemeenschap was ook beschadigd. Ik wilde terugvechten, maar mijn ouders konden dat financieel en emotioneel niet meer opbrengen. Ze hadden al 1.000 dollar uitgegeven aan een advocaat, die ik alleen even aan de telefoon had gesproken. Hij vertelde me dat ik de school mijn boekje moest geven; dat ik mijn onschuld kon bewijzen door te laten zien dat ik niks te verbergen had.
       
      Ik volgde zijn advies op en gaf het boek aan de onderdirecteur, die het samen met de schooltherapeut doorlas. Ze vonden het verrassend genoeg allebei totaal niet dreigend overkomen, en zeiden dat ik de ‘echte versie’ moest geven.
       
      Ondanks mijn medewerking werd ik verbannen van het schoolfeest. Ze vertelden me dat ik waarschijnlijk zou worden neergeschoten als ik m’n gezicht zou laten zien: opgejutte ouders hadden de school blijkbaar laten weten dat ze me op de parkeerplaats van Elks Club op zouden wachten met geweren.
       
      Deel 2 van Gina’s verhaal kun je hier lezen. Gina Tron schrijft voor Ladygunn Magazine, is creatief directeur van het Williamsburg Fashion Weekend en hoofdredacteur van het bijbehorende magazine. Ze tekent graag morbide stripverhalen en heeft een aantal van haar korte verhalen gepubliceerd. Ze is momenteel een nieuw boek aan het afronden.
       

      Comments