©2016 VICE Media LLC

    The VICE Channels

      Ik werd er op de middelbare school van verdacht een schietpartij te beramen

      Door Gina Tron

      januari 10, 2013

      Gina tijdens haar middelbare schooltijd

      Amerika wordt de laatste jaren regelmatig opgeschrikt door nieuws over schietpartijen op scholen en universiteiten. Die berichten roepen bij mij niet alleen verdriet op: ze doen me ook denken aan mijn tienerjaren, toen de mensen om me heen dachten dat ik tot dezelfde gruweldaad in staat was.

      Ik groeide op in Barre, een armoedig dorpje in Vermont dat vol staat met half gesloopte huizen en verlaten winkels. Het was een broedplaats voor junks, kindersterfte en vreemde figuren. Maar ik was zelfs hier te vreemd. Als kind was ik al behoorlijk excentriek en wilde ik weleens uitbarsten in hyperactieve buien. Ook had ik een donker gevoel voor humor en hield ik van vreemde outfits. Ik probeerde al deze neigingen te beperken om op school niet te veel op te vallen, maar het mocht niet baten; het was alsof de rest kon ruiken dat ik niet helemaal goed was. Ik werd jarenlang genadeloos gepest, zelfs door mijn 'beste vrienden'. Zij waren ook bijna niet te peilen: het ene moment waren ze aardig, om me vervolgens plotseling fysiek en zelfs bijna seksueel geweld aan te doen. Wat voor kleren ik droeg, wat ik at en met wie ik praatte werd allemaal voor me bepaald; het enige verschil met Mean Girls was dat ze hun eigen impopulariteit compenseerden door nog gemener te zijn. We waren waarschijnlijk alleen vrienden bij gebrek aan beter.

      In de zomer van 1997, voordat ik naar de tweede klas ging, concludeerde ik dat ik nooit in mijn omgeving zou gaan passen, ongeacht wat ik deed, en besefte ik dat ik klaar was met de ongezonde relatie die ik had met mijn zogenaamde vrienden. Ik was nog steeds verlegen en teruggetrokken, dus rebelleerde ik via m'n kleding; te veel make-up op m'n ogen, hondenriemen, beledigende t-shirts, het hele plaatje. Dit gedrag was niet gericht tegen m'n ouders (het maakte hen niet uit wat voor kleren ik droeg), maar tegen m'n vrienden en de rest van de school. Ik dacht dat ik beter mijn vreemde kant kon laten zien dan dat ik wanhopig zou blijven proberen om erbij te horen.

      Er waren op mijn school nog geen goths, waardoor ik nog meer opviel; van het hele dorp zag ik er het vreemdst uit. Mijn klasgenoten vonden mijn stijl even walgelijk als fascinerend, en het gepest nam toe, zoals verwacht. Naast het feit dat ik constant werd geslagen en uitgescholden, kreeg ik ook minstens een keer per maand een doodswens voor mijn kiezen. In plaats van er iets aan te doen, maakten de leraren zelf ook opmerkingen over mijn uiterlijk, waarschijnlijk om indruk te maken op de populaire kinderen, van wie de ouders geliefd waren in het dorp.

      Mijn andere manier van rebelleren was mijn boekje met grafieken, rijmpjes en korte verhaaltjes. Toen ik 15 was, waren het al 23 pagina's vol met frustraties en onzin. Ik liet mijn vrienden er ook in lezen. Mensen die ik haatte werden in het boekje door mij vermoord. Ik gaf ze codenamen en ik beschreef hun dood in cartoonesk detail. De meesten werden vermoord door een discobal in Elks Club, de plaatselijke discotheek:

      "Nuffiunda nam rustig het mes uit haar zak en sneed het touw door.
      De mensen eronder, daar was geen hoop meer voor.
      De discobal zwaaide onhandig en in een aantal seconden, misschien slechts vier,
      hing hij niet langer boven het feestvertier.
      Een harde klap dreunde door de zaal,
      en voor een aantal was vannacht hun laatste avondmaal.

      Langzaam maar zeker hield ik me liever bezig met schrijven over mijn eigen wereldje dan dat ik nog probeerde om indruk te maken op mijn vrienden en vijanden. Door deze houding werden ik en een ander meisje uit de groep gegooid. We werden echte Einzelgängers en stonden onderaan de sociale ladder. De meisjes die we eerst onze vrienden noemden waren nu onze grootste pestkoppen. Ze brachten roddels de wereld in over dat we seks met elkaar hadden en dat ik een heleboel jongens had geneukt—de standaard puberroddels dus.

      Gina poseert voor een foto die op dat moment waarschijnlijk wel ergens op sloeg

      Op 1 mei, elf dagen na de schietpartij op Columbine, nam mijn leven een drastische wending.

      De dag verliep in eerste instantie zoals altijd. Mijn mede-loner en ik zaten voor de school te wachten op onze lift naar huis. De auto van onze grootste kwelgeest stond voor ons geparkeerd. Mijn vriendin stopte een briefje achter de ruitenwisser vol woorden als "dik" en "hoer".

      Er waren op z'n minst tien mensen die haar met het briefje bezig hadden gezien. Natuurlijk werd de politie gebeld en de schooldirectie wilde met me praten. Maar ze waren niet geïnteresseerd in het briefje: ze wilden mijn 'plan des doods' zien. Blijkbaar hadden mijn oude vrienden als reactie op het briefje de directeur verteld dat mijn verhaaltje over Elks Club een moordplan was voor het eindfeest, dat niet geheel toevallig ook in Elks Club plaats zou gaan vinden. (Alles in dit dorp gebeurde daar.) De school had ook gehoord dat ik bommen zou maken. Daar komt nog bij dat iedereen wist dat ik aan wapens kon komen, maar dat is sowieso niet moeilijk in een jagersdorpje. Ik had geen geweren in huis, wist niet hoe ik een bom moest maken en had sowieso geen interesse voor wapens.

      Binnen een paar dagen was de roddel over mijn gestoorde plan wijdverspreid, en haalde het zelfs de voorpagina's van de lokale kranten. Omdat ik minderjarig was stond mijn naam er niet in maar schreven ze over me als 'het meisje dat een moordverhaal schreef'.

      Uit de Barre-Montpelier Times Argus, 7 mei, 1999:

      "[Directeur William] Sullivan zei dat er niets illegaals was aan het briefje, maar dat de roddels er wel door veroorzaakt zijn, samen met de openbaring van een kort verhaal van vermoedelijk een andere student. Sullivan zei dat er geen kruis met een zwarte regenjas in het gras voor de school gestoken was, geen bom gevonden was in de popcornmachine en dat er geen bewijs was voor een geplande wraak van de Bosnische scholieren vanwege de aanval van de NAVO op Joegoslavië. Hier voegde hij aan toe dat het gerucht dat er een bom zou worden geplaatst op het eindfeest van zaterdag ook nadrukkelijk aanwezig was."

      Nog diezelfde dag begon een lokale televisiezender haar journaal met beelden van mijn school en Elks Club, en daarnaast beelden van kinderen die Columbine uitrennen met hun handen boven hun hoofd. "Het eindfeest van zaterdag," begon de nieuwslezer, "een avond van plezier voor jongeren, zal worden bewaakt door politie. Door geruchten over de dreiging van een schietpartij is de directie gespannen. Kristin Kelly weet meer over de donkere gloed die over deze avond hangt."

      Niemand probeerde contact met mij, de 'donkere gloed' zelf, op te nemen. In plaats daarvan interviewden ze willekeurige studenten die op het schoolplein aan het roken waren. De meeste journalisten werden verteld dat de hele situatie slechts was gebaseerd op geruchten, ook al was het een dorpse mediahype. De meeste scholieren wisten dat het waarschijnlijk de grootste onzin was, maar ze wisten ook dat het in stand houden van deze roddels kon uitlopen in een vakantie als de school wegens een dreiging gesloten zou worden.

      Iedereen in het kleine dorp wist dat de verhalen over mij gingen, en er waren zelfs een paar mensen die daadwerkelijk dachten dat ik een moordende idioot was geworden. Zelfs mijn ouders, die een paar dorpen verderop werkten, kregen van hun collega's te horen hoe gestoord ik was. Niemand deed ook meer z'n best om te verbloemen hoe erg ze me haatten of hoe bang ze voor me waren. Als ik door de gangen op school liep voelde ik me als Mozes die de Rode Zee uiteenspleet, druk gevulde restaurants vielen stil als ik binnenkwam, klasgenoten die bang waren dat ze op mijn fictieve doodslijst stonden spijbelden. Mijn huis werd bekogeld met eieren en ik kreeg patat en frisdrank over me heen als ik probeerde de schoolkantine in te komen.

      Ik bracht veel tijd door met het schoolbestuur, die me verhoorden over mijn 'moordcomplotboek'. Ik heb alle mogelijke manieren gehoord waarop je iemand kunt vragen of die moordplannen heeft. Natuurlijk wilden ze m'n boekje lezen, maar omdat ik als schrijver te ijdel was (het was nog niet af) en te bang was om als gevaarlijke gek te worden bestempeld liet ik dit niet toe. Dit leidde tot een hoop spanning, vooral omdat de hysterische nasleep van Columbine nog in volle gang was, en ik zeker wist dat mijn verhaal verontrustend genoeg was om me ervoor op te sluiten.

      Mijn ouders steunden me en namen vrij van hun werk om met de schoolleiding te praten, ook al waren ze totaal uitgeput door het hele gedoe. Hun sociale positie binnen de gemeenschap was ook beschadigd. Ik wilde terugvechten, maar mijn ouders konden dat financieel en emotioneel niet meer opbrengen. Ze hadden al 1.000 dollar uitgegeven aan een advocaat, die ik alleen even aan de telefoon had gesproken. Hij vertelde me dat ik de school mijn boekje moest geven; dat ik mijn onschuld kon bewijzen door te laten zien dat ik niks te verbergen had.

      Ik volgde zijn advies op en gaf het boek aan de onderdirecteur, die het samen met de schooltherapeut doorlas. Ze vonden het verrassend genoeg allebei totaal niet dreigend overkomen, en zeiden dat ik de 'echte versie' moest geven.

      Ondanks mijn medewerking werd ik verbannen van het schoolfeest. Ze vertelden me dat ik waarschijnlijk zou worden neergeschoten als ik m'n gezicht zou laten zien: opgejutte ouders hadden de school blijkbaar laten weten dat ze me op de parkeerplaats van Elks Club op zouden wachten met geweren.

      Er werd mij verteld dat ik emotionele problemen had en dat ik twee keer per week op bezoek moest bij de schooltherapeut. Maar ik haatte hem; hij was een neerbuigende vleier, en toen ik hem vertelde dat ik het getreiter zat was zei hij dat pesten normaal is; de pesters willen gewoon stoom afblazen. Hij zei ook dat mensen waarschijnlijk echt niet zo de pik op me hebben als ik dacht. Toen ik zijn kantoor uitliep noemden twee mensen me recht voor z'n neus een psychopaat.

      M'n ouders stuurden me uiteindelijk naar een psychiater in een naburig dorpje, maar dit was niet echt een verbetering. Zij wilde helemaal niks horen over mijn ervaringen en het enige dat ze te zeggen had over de hele situatie was dat ze erover op het nieuws had gehoord. Ze struinde altijd een beetje door haar kamer wanneer ik er was, en het enige waar ze over wilde praten was het feit dat ik duidelijk depressief was. Ze schreef me Luvox voor, wat hetzelfde medicijn is dat Eric Harris gebruikte toen hij wapens aan het verzamelen was voor de schietpartij op Columbine. Ik vertelde haar dat ik niet dacht dat ik depressief was, maar dat ik van nature juist een optimistisch persoon was. Kijkend naar mijn zwarte nagellak verzekerde ze me dat het een depressie was.

      Ik reageerde slecht op Luvox; ik kon er niet van slapen. Wanneer ik wel kon slapen, hallucineerde ik vijf minuten lang als ik wakker werd. Toen gaven ze me Prozac, wat ik vervolgens weer inwisselde voor Zoloft, aangezien de reacties hetzelfde waren. Ik denk nu nog steeds niet dat ik depressief was. Ik zou best een soort angstaandoening kunnen hebben gehad, maar de medicijnen maakten het in elk geval alleen maar erger. Ik piekerde overal over, en had minder controle over mezelf.

      Uit mijn dagboek, geschreven op 17 oktober 1999:

      "Ik ben vandaag van school gevlucht. Ik heb geen flauw idee wat er gebeurd is. Ik werd duizelig en het voelde alsof ik moest kotsen. Ik ging in m'n auto zitten en begon te rijden maar moest stoppen om over te geven. Toen ben ik terug naar school gegaan en was ik opeens vergeten dat dit gebeurd was. Ik heb het idee dat ik niet normaal meer kan nadenken."

      Het probleem was dat mijn leven heel intens was geworden, en dat ik hier echt met niemand over kon praten. Ik was er zeker van dat iedereen het heerlijk vond om over me en niet met me te praten. Ik raakte steeds meer geïsoleerd. Mijn laatste schooljaar begon en ik kwam sommige lessen niet in omdat de docenten of leerlingen bang voor me waren. Dat waren zo ongeveer alle lessen. Vooral de docente maatschappijleer walgde van me: ik mocht haar les volgen maar ze weigerde met me te praten. Ze had aan een aantal van mijn klasgenoten en docenten verteld dat ik nergens in de maatschappij terecht kon, dat ik hier nooit zou functioneren en dat ik waarschijnlijk al dood zou zijn voordat ik kon gaan studeren. Vroeger noemde ze me nog 'begaafd', maar nu was ik een monster. Ik stopte met haar vak en schreef me in voor een ander.

      Uit mijn dagboek, geschreven op 3 november:

      "Ik ben zo boos. Vandaag heeft een docent aan mijn ouders verteld dat sommige leraren kwaadspreken over mij. Toen ik had geprobeerd om me voor zijn vak in te schrijven vertelden ze hem dat hij niet wist waar hij aan begon en dat ik geestelijk gestoord was. De leraren zijn geen haar beter dan de leerlingen. Deze docent luisterde gelukkig niet naar ze. Hij zei dat ik de beste leerling van de klas was, wat op zich logisch was, aangezien niemand anders zich ervoor interesseerde. Ik wil dit jaar gewoon doorkomen zonder gezeik, maar ik wil ook wraak nemen."

      M'n ouders zeiden dat ik van school mocht, maar dat wilde ik niet. Dat zou voelen als een schuldbekentenis. Ook voelde ik me vreemd genoeg nog verbonden met de school en met de mensen met wie ik opgroeide; ik wilde niet helemaal opnieuw beginnen. Daarbij: waarom zou ik opnieuw beginnen terwijl ik ook met mijn nieuwe reputatie van potentieel moordlustige maniak kan spelen? Het was op een krankzinnige manier bevrijdend; ik kon doen wat ik wilde, er was niks meer wat ik kon doen om een nog slechter imago te krijgen.

      En dus begon ik me steeds vreemder te kleden en raarder te gedragen. Ik had het idee dat het verhogen van de inzet de enige oplossing was met de kaarten die ik uitgedeeld had gekregen. Ik wilde een overdreven en gemenere versie van mezelf worden. Ik was het zat om steeds maar te proberen de schade te beperken, dus ik dacht dat ik ze dan net zo goed zou kunnen geven wat ze wilden. Alles wat ik deed veroorzaakte een schandaal; ik hoefde me alleen maar te laten zien op schoolactiviteiten en mensen waren zichtbaar geschokt. Ik was een keer 'n kwartiertje aanwezig op een formeel dansfeest, gekleed in 'n zilveren minirokje, en dat zorgde weer voor wekenlange roddels. Ik voelde me een beroemdheid. Op een ouderavond werd er zelfs overwogen om mij te verbieden op buitenschoolse activiteiten aanwezig te zijn.

      Ik zocht de grenzen op van wat ik kon maken en ging van het negeren van mensen door op het afscheuren van posters als een poging tot intimidatie. Soms achtervolgde ik weleens mensen, en ze renden altijd weg. Dat was grappig. Als jullie een psychopaat willen dan kunnen jullie die krijgen ook. Dat was mijn manier van denken, en het werd een soort spel voor me.

      Ik begon steeds haatdragender te worden en me emotioneel slecht te voelen. Ik droomde dat Columbine-schutter Dylen Klebold me opbelde, en ook over een dodelijke onweersbui in de gymzaal.

      Uit mijn dagboek, geschreven op 19 november:

      "Vannacht had ik weer een droom over mensen die doodgingen door de bliksem, maar het was nu op school in plaats van op het eindfeest. Ik hoorde mensen schreeuwen toen ze doodgingen, maar er was ook een vreselijk lawaai dat klonk als de raptors in Jurassic Park."

      Ik kon me in geen enkel personage in films of op tv meer inleven, omdat ik ervan uitging dat ze me allemaal zouden verafschuwen wanneer ze me tegen zouden komen. Ik begon me te identificeren met andere schoolschutters: niet omdat ik mensen wilde vermoorden, maar omdat ik dacht dat hun levens de enige levens waren die ik met het mijne kon vergelijken. Ik voelde me als Carrie, van de film. Voordat ze iedereen op het feest had vermoord, had ze het idee dat de hele menigte haar uitlachte. Maar er waren eigenlijk maar een paar mensen die haar pestten, en de anderen vonden dat ook vreselijk. Haar hele wereld en manier van kijken waren verstoord, net zoals die van mij. Ik was getransformeerd van een gemartelde in een soort martelaar, en begon ook echt gek te worden. Ik had zelfs "Ik ben god" op m'n afstudeerhoed geschreven.

      Ik begon me pas geaccepteerd te voelen toen ik begon met studeren (ik denk dat meer 'vreemde' mensen dit wel herkennen). De meeste mensen die ik vroeger kende vinden het nu moeilijk om met me te praten over dit hele gebeuren. Ik begon er laatst over tegen een aantal oud-klasgenoten en het was vreselijk. "Dat weet ik niet meer," zei een meisje, om na een paar biertjes toe te geven dat ze het allemaal nog wist. "Hoe kan iemand nou zoiets vergeten?", zei ze. "Ik wilde je gewoon niet kwetsen."

      Dit vreselijke jaar van mijn leven voelde alsof ik emotioneel gezien ergens terecht was gekomen waar geen ontsnappen aan mogelijk was. Zoals een junk zich aanpast aan de drugs, was ik verslaafd geraakt aan aandacht en ik had daar nu te veel van nodig om me normaal te voelen. En ik koesterde een diep verlangen naar wraak. Geen schietpartijachtige vorm van wraak, maar ik had de drang om iets te bewijzen, ik wist alleen niet wat en aan wie.

      Ik had door deze ervaring een tipje van de sluier gekregen van het beruchte imago dat iemand krijgt wanneer zij iets slechts doen, en nog beangstigender: ik had misschien zelfs een idee gekregen van wat de echte schutters motiveerde. Wanneer je vastzit in een wanhopige routine, klinkt de rol van superschurk verleidelijk, vreemd genoeg.

      Thema's: schietpartij, misdaad, bommelding, dagboek, moord, middelbare school, tieners, Gina Tron, high school shooting, school

      Comments

      Top Stories