In Athene worden immigranten tegenwoordig doodgestoken op straat

door Matthaios Tsimitakis



“Ik verzoek jullie dringend om een einde te maken aan het racisme. Wij zijn gastarbeiders en dus ook mensen. We willen rechtvaardigheid,” roept Javed Aslam, de Pakistaanse voorzitter van de Griekse gastarbeidersbond. Hij heeft het tegen een menigte van ongeveer 5.000 mensen, die met z’n allen naar het parlementsgebouw op het Syntagmaplein in Athene zijn gekomen. Hier protesteren ze tegen het fascisme en het toenemende dodelijke geweld tegen immigranten.   

De demonstratie vindt een paar dagen na de moord op Shehzad Luqman plaats. Shehzad was een 27-jarige Pakistaanse gastarbeider die is doodgestoken door een 29-jarige brandweerman en zijn 24-jarige werkloze handlanger: beiden Grieks en waarschijnlijk lid van de Gouden Dageraad. In de ochtend van 17 januari fietste Shehzad naar het huis van zijn werkgever in Petralona om een vrachtwagen in te laden. De twee daders, die zeggen dat ze ruzie met Shehzad kregen omdat hij in de weg stond, stapten van hun motor af en staken hem in z’n borst, waardoor hij kort daarna overleed.

Meestal wordt geweld tegen immigranten niet gemeld, maar in dit geval hebben een aantal getuigen het nummerbord van de motor doorgegeven aan de politie. Toen de aanvallers later werden gearresteerd, had een van hen het bebloede mes nog in z’n zak zitten. 
 

Een antifascistische demonstratie bij de Griekse ambassade in Londen.

De dood van Shehzad bleek de druppel te zijn. Op de antifascistische demonstratie hielden een aantal demonstranten foto’s van hem in de lucht, en ze trokken daarmee de slachtoffers van racistisch geweld uit de anonimiteit. De pers, die voorheen de slachtoffers beschreef als naamloze illegale immigranten, lieten dit keer zijn naam vallen en vertelden zijn verhaal: ze vertelden over zijn besluit om naar Griekenland te komen, over zijn werk en dat hij geld stuurde naar zijn zussen in Pakistan.

De demonstratie vormde een van de weinige gevallen waar zowel Grieken als niet-Grieken zij aan zij liepen. En er vonden wereldwijd, van Chicago tot Parijs en van New York tot Londen, soortgelijke demonstraties plaats, uit solidariteit. Shehzad was waarschijnlijk de eerste gastarbeider om wie in Griekenland werd gerouwd door meer dan alleen zijn sociale kring.

Maar niet alle Grieken kijken er zo tegenaan. Ondanks het feit dat mensenrechtenorganisaties en de VN expliciet stelden dat het typisch een geval was van racistisch geweld, wilden de Griekse politie en de officier van justitie dit motief niet erkennen. Amnesty International reageerde hierop met een persverklaring waarin ze stelden dat de aanval duidelijk het falen van de Griekse autoriteiten liet zien.

De UNHCR (de vluchtelingenafdeling van de VN) zegt dat de hoeveelheid racistisch geweld angstaanjagend snel is toegenomen tijdens de crisis. Maar de Griekse regering wil nog steeds geen maatregelen nemen. Het is maanden geleden dat de mensenrechtenorganisaties de Griekse overheid waarschuwden dat het racistische geweld toeneemt. De misdaden zijn dodelijker geworden en vinden nu ook plaats in het openbaar, zoals op pleinen en in het openbaar vervoer. Ze worden meestal uitgevoerd door groepen in het zwart geklede mannen die hun gezicht bedekken. 
 

Ahmeds steekwonden.

Ahmed, een Irakese immigrant uit Tikrit, is in Metaxourgio op eenzelfde manier aangevallen als Shehzad. Ik sprak hem in Triporto, een bar in Metaxourgio waar een groep buurtbewoners vaak samenkomt om de sociale structuur in de buurt goed te houden. Het is een van de weinige plaatsen waar immigranten en Grieken samenkomen om hun huisvestingsproblemen te bespreken. Er is eens per week ook de mogelijkheid om er samen te koken, ze zitten bij een antifascistische beweging en ze zijn solidair met de minderbedeelden.

Ahmed vertelt me zijn verhaal in gebrekkig Grieks. “Het was tien voor twaalf op een zondagnacht in Keramikos. Ik was met wat vrienden uitgegaan en liep een beetje aangeschoten naar huis. Vier gemaskerde mannen stopten naast me met hun motor. Eentje vroeg me om een sigaret en een ander vroeg me of ik uit Bangladesh kwam. Ik zei dat ik Irakees was en voelde plotseling een druk op mijn rechterarm en m’n rug. Ik viel op de grond. Mijn arm, rug en nek voelden opeens warm aan.” Ahmed had niet door dat hij acht keer was gestoken, totdat hij het bloed over straat zag lopen.

Terwijl hij gewond op straat lag, belde Ahmed een vriend die in de buurt woonde. De politie kwam een kwartier later. Gelukkig was Ahmed niet dodelijk gewond geraakt, dus mocht hij na twee weken het ziekenhuis uit. Er was geen twijfel over dat er een racistisch motief was en dat Ahmed het slachtoffer was van het toenemende racisme in Athene. Toen hij in het ziekenhuis lag, vertelde Ahmed niks aan z’n broer in Irak over wat er gebeurd was, omdat hij niet wilde dat z’n familie zich zorgen zou maken.
 


“Iedere week moeten we geld zien te vinden om de lichamen van Pakistaanse gastarbeiders terug te sturen naar hun families in Pakistan. Dit kan soms wel 2.500 euro kosten,” zegt Javed. Zonder steun van hun thuisland of van de Griekse staat, is het moeilijk voor de gemeenschappen van de onderbetaalde, onverzekerde gastarbeiders om hun landgenoten een waardige begrafenis te geven.

Ahmed heeft het gevoel dat hij niks waard is in Griekenland. Hij is een schaduw die door de straten van de hoofdstad struint, op zoek naar metaal in prullenbakken of vuilnisbelten om te verkopen als schroot. Hij heeft een oud verlaten pand gekraakt, waar geen water of elektriciteit is. De herdenking van Shehzad door de arbeiders in de antifascistische demonstratie afgelopen zaterdag zou een mogelijkheid kunnen zijn voor Ahmed om uit de goot van de Griekse maatschappij te klimmen. De demonstranten droegen allemaal een sticker met de tekst “Ik zal niet bang zijn”. Javed zegt: “We weten dat als we niet vechten, er geen rechtvaardigheid zal zijn. We zullen dus wel moeten.”

 

Reageer