©2014 VICE Media LLC

    The VICE Channels

      Jelle opende een kroeg, en haalde daarmee zijn hele leven overhoop

      February 19, 2013

      Door Haroon Ali


      Foto's door Milan Boonstra

      Laatst zat Jelle bij een vriend op de bank een film te kijken, toen er buiten een auto abrupt stopte en er snel daarna twee autodeuren werden dichtgeslagen. “Ik zit dan recht overeind. Dat zijn ze, denk ik dan.” Negen maanden nadat Jelle (31) werd bedreigd, in elkaar geslagen en verjaagd door zijn huisbazen, voelt hij zich nog altijd niet veilig. Dat Jelle een half jaar heeft ondergedoken in een klein dorp en nu een anoniem nomadenbestaan leidt in de grote stad—op acht verschillende slaapadres- sen—heeft niet veel geholpen. “Ik kijk nog steeds over mijn schouder, maak moeilijk oogcontact en heb weinig behoefte aan nieuwe mensen om me heen. Vroeger was ik hypersociaal, maar die Jelle is weg.”

      Het begon drie jaar geleden als een jongensdroom. Jelle kon samen met twee vrienden een eigen kroeg openen. Zij zouden investeren en Jelle zou de kroeg runnen. Het contact was al gelegd met de eigenaren van een pand, waar al een leegstaande bar in zat. Maar toen trokken de twee vrienden zich terug. Geen tijd, geen geld. De eigenaren van het pand, Richard en Marco, vroegen Jelle of hij het niet in zijn eentje wilde doen. Hij hoefde geen borg te betalen, en kreeg de eerste maand huur kwijtgescholden. Ook de brouwerij en drankleverancier lapten wat bij, waardoor Jelle de kroeg kon opknappen. Richard en Marco zouden coulant zijn met de huur. “Ik vertrouwde ze, die keuze had ik vanaf het begin gemaakt.”

      Jelle is een vriendelijke jongen, geen kroegtijger met een grote bek. Hij is kalm en welbespraakt. Tijdens de twee interviews die ik met hem doe, blijft hij glimlachen, hoe triest zijn verhaal soms ook is. Zijn felblauwe ogen stralen goedheid uit, maar naïef is hij niet. Jelle voelde al vrij snel na de opening van de kroeg dat Richard en Marco niet koosjer waren. “Anders rijd je niet rond in zo’n dure bak. Het waren trouwens ook harde kern-hooligans, dan weet je het wel.” Richard was de rustige van de twee. “Marco was altijd opgefokt. Ik noemde hem de Dobermann: die gast had echt permanent een muilkorf nodig. Als ik iets zei wat hem niet zinde, ging hij direct over de rooie en schold hij me de huid vol.”

      Er waren wel meer signalen. Zoals de boekhouder, een vriend van Richard en Marco, die nooit reageerde. “Hij deed alleen nulaangiftes bij de Belastingdienst. Toen ik hem wilde ontslaan, stonden Richard en Marco direct op de stoep. ‘We hoorden dat je weg wilt gaan bij onze boekhouder,’ zeiden ze. ‘Waarom zou je dat doen?’ Toen zei Richard dat ik met mijn papieren bij hem moest komen. Hij zou me wel helpen.” Zo kregen de eigenaren nog meer controle over Jelle, en over zijn financiën. Die controle reikte ver. “De eigenaren beloofden dat de isolatie in orde was. Maar dat was niet zo, en de buren klaagden vaak over geluidsoverlast. Richard is toen bij ze langsgegaan, waarna ik niks meer heb gehoord.”

      Toen ineens een derde en vierde eigenaar zich aan de bar kwamen voorstellen, snapte Jelle dat het goed mis was. “Ze wilden mijn contract zien, dat volgens hen niet rechtsgeldig was.” De nieuwe eigenaren waren Jasper en Suzanne, een stel. Het pand stond op naam van alle vier. Jasper en Suzanne had- den tegen kanker gevochten: eerst hij, toen zij. “Ze waren dus jaren verdwenen.” Wat bleek: Jasper wist niet dat Jelle het café huurde, en hij had ook geen cent huur ontvangen. Terwijl Jasper de grote baas was, een beruchte huisjesmelker met talloze panden. “Hij heeft ook mensen afgeperst. Richard en Marco losten zijn vieze klusjes op.” Jelle moest van Jasper tegen de twee andere eigenaren zeggen dat ze een probleem hadden.

      Jelle was voorbereid op een goed gesprek. Hij had al zijn papieren meegenomen naar de kroeg. Hij zou met Richard en Marco praten over het contract en zijn huur van 2.000 euro per maand, die zelfs volgens Jasper veel te hoog was. “Ik liep via de achteringang de kroeg binnen. Toen ik de deur open wilde maken, werd ik uit het niets op mijn hoofd geramd. Ik dacht: what the fuck, what the fuck man! Ik kreeg meerdere klappen, vooral op mijn hoofd en bovenlichaam. Volgens mij hebben ze mij ook kopstoten gegeven, maar het ging allemaal zo snel. Er gingen zo veel dingen door mijn hoofd heen. Waarom doen jullie dit? En waarom doe ik niets terug? Ik ben niet de slapste, maar ik was verlamd. Ik bleef gewoon staan.”

      Toen de klappen ophielden, liepen ze met zijn drieën de kroeg in. “Richard en Marco schreeuwden dat ik ze aan het naaien was, dat ik in de kamer boven de kroeg een wietplantage aan het bouwen was.” De kamer was ooit verhuurd aan een vriend van Jelle. Toen die terugging naar Duitsland, gebruikte Jelle de kamer tijdelijk als opslaghok, voor isolatiemateriaal. Maar hij was er zelf al maanden niet meer geweest. Nu moest Jelle van Richard en Marco mee naar boven, waar hij zag dat er gipswanden in de kamer waren geplaatst. “Hokken waarin ik zogenaamd wiet zou gaan kweken. Ik wist niet eens hoe dat werkte, maar zij hadden een peuk van mij gevonden, dus ik moest het wel zijn geweest.”

      Jelle is wel vaker van onzin beticht: “Ze zeiden later dat ik een heroïnejunk was, omdat ze zogenaamd een spuit in mijn kelder hadden gevonden.” Maar na het gevecht in de kroeg bleven de eigenaren doordrammen over het hok. “Richard en Marco wilden dat ik het hok op zou ruimen. Ik wilde alleen maar over de huur praten, maar toen stond Marco al met een barkruk in zijn handen.” Jelle werd weggestuurd, en liep bebloed naar de Albert Heijn, waar een vriend hem zou ophalen. Toen werd Jelle met een belletje weer teruggeroepen. Er waren nog twee mannen in de kroeg. Een van hen verving alle sloten. “Ik riep dat ze dit niet konden maken. Maar ze antwoordden dat ik al mijn rechten verloren was.”
       

      Het kleine beetje geld dat Jelle verdiende, stopte hij weer in de kroeg. “Omdat ik geen cent te makken had, bewaarde ik al mijn spullen in de kelder. Ik had officieel niet eens een huis. Slapen deed ik bij een van de drie vaste vriendinnen die ik toen had.” Na een nachtje te zijn bijgekomen besloot Jelle toch aangifte te doen. “Ook al hadden ze me tijdens het gevecht bedreigd. Als ik aangifte zou doen, zou iemand mijn knieschijven komen inslaan. Ze zouden met plezier iemand naar mijn moeders huis sturen en het in de fik steken. En als Richard en Marco de gevangenis in zouden moeten, zouden ze mij gelijk opzoeken als ze weer vrij kwamen.”

      Toch stapte Jelle kordaat het politiebureau binnen, waar hij aan de balie maar gelijk zei: “Ik word bedreigd, ik ben in elkaar geslagen, ik zoek hulp.” Dat had hij niet moeten doen. “De rechercheur die mijn aangifte opnam zei dat ik te veel tegen de agent aan de balie had gezegd. Nu kon mijn zaak niet worden behandeld door de geheime recherche, wat beter voor mij was geweest omdat deze jongens zo veel macht heb- ben in de stad.” Jelle werd beloofd dat hij politiebegeleiding zou krijgen om de kroeg leeg te halen, maar uiteindelijk ging dat toch niet door. “Omdat ik geen kopie meer had van mijn huurcontract kon de politie niets doen. Die hadden Marco en Richard afgepakt.”

      Hij moest en zou zijn spullen uit de kroeg halen. Alles wat hem dierbaar was, lag daar. Foto’s van zijn dagen als kroegbaas, krantenstukjes over het café, maar ook een enorme drankvoor- raad. “En een kapitaal aan glaswerk en schoonmaakmiddelen.” Omdat de politie niet wilde helpen, vroeg Jelle wat vrienden en studentenverenigingen die vaak naar de kroeg kwamen. Ook de drankleverancier stond paraat. Maar ze waren nog geen tien minuten binnen of de Dobermann was er. Hij schold en sloeg weer als vanouds. Nu was de politie er wel binnen een paar minuten, maar die stond erbij en keek ernaar. In de rumoerige situatie die ontstond heeft Jelle alleen zijn computer en een paar dozen administratie weten te redden.

      En zo verliet Jelle de stad. De politie adviseerde hem om onder te duiken, maar hoe doe je dat in een klein, propvol land? Hij reed naar zijn moeder en stiefvader, die in een klein dorp wonen met slechts een paar honderd inwoners. “Lekker rustig, op een mooie boerderij.” Zijn moeder heeft een andere achternaam, dus Jelle was onvindbaar. Nog bont en blauw van de afranseling kwam hij met zijn vriendin aan. “Ik vertelde mijn moeder dat ik kwam onderduiken. Toen zei ze, wacht, we gaan zo eten, vertel me dan alles maar.” Hij vind het nog steeds moeilijk om daaraan terug te denken. “Ik moest afscheid nemen van alles wat ik had opgebouwd. Een eigen bedrijf is echt je kindje, en dat kindje is me afgenomen.”

      Jelle kwam in een depressief dal terecht. “Ik werkte eerst 18 uur per dag en nu had ik ineens niks. Ik heb maanden op mijn kamer gezeten, waar ik niets anders deed dan films kijken en blowen.” Zijn moeder liet hem een tijd lang met rust, tot ook zij zag dat het zo niet verder kon. Hoe rustig en afgelegen een klein dorp ook is, iedereen kent elkaar en weet wat je doet. Dat benauwde Jelle. “Ik moest mijn familie vragen om geheim te houden dat ik er was. Maar ook de groenteboer en de melkman mochten van niets weten, want dat zijn de grootste roddeltantes.”

      Hij was het na een half jaar ook gewoon zat. “Ik moest weer wat gaan doen, gaan werken.” Hij ging naar de Randstad, om daar in de massa de anonimiteit op te zoeken. Het liefst verkast Jelle elke paar weken. Soms past hij op een huis van iemand die op vakantie is; nu slaapt hij even bij een vriend op de bank. “Random ergens zijn, dat is wat het is. Het is iemand anders’ huis, dus niemand die weet dat jij daar bent.”

      Je moet het maar kunnen, uit twee tassen leven. “Ik ben iemand die dat kan, anders had ik het nooit zo ver gebracht. Dan was ik in die stad gebleven, met alle gevaren van dien.” Maar hij merkt dat het zwerven zijn tol begint te eisen. “Ik zou soms best even twee dagen in bed willen liggen, maar als je bij vrienden woont, neem je toch deel aan hun leven.” Hij gaat weleens uit met de vriend waar hij nu bij logeert, maar ervan genieten doet hij niet echt. “Ik heb geen behoefte aan nieuwe mensen, dus ik sta soms de hele avond alleen op de dansvloer. Ik ga mee, maar ik ben er niet echt.”

      De financiële rompslomp blijft Jelle achtervolgen. Richard en Marco willen 11.000 euro van Jelle, gebaseerd op het rechtsongeldige contract dat Jelle heeft getekend. Vanaf zijn onderduikadres liet Jelle een jurist van de rechtsbijstand een brief opstellen waarin hij 20.000 euro van Richard en Marco eist, voor alle schade en het sluiten van zijn kroeg. Dankzij de hulp van zijn advocaten- vrienden praat Jelle inmiddels in juridisch jargon. Uiteindelijk werd er een schikking getroffen: de schulden zouden tegen elkaar weggestreept worden. Maar een maand geleden kreeg Jelle een telefoontje op zijn nieuwe nummer. “Het was Richard. Hij zei dat hij wel wist waar ik uithing en dat hij die 11.000 euro echt wel zou terugkrijgen.”

      En de aangifte die Jelle april vorig jaar bij de politie deed? De aangifte die alle acties van Richard en Marco tot in detail beschrijft? Die is nooit in behandeling genomen, zo blijkt uit een brief die Jelle in oktober kreeg opgestuurd: “Wij hebben uw aangifte nader bekeken. Deze bevat wel aanwijzingen om een dader op te sporen, maar toch stellen wij geen onderzoek in. De reden hiervan is dat wij dagelijks worden geconfronteerd met een grote hoeveelheid aangiftes en meldingen van strafbare feiten. Het is onmogelijk om al deze zaken te onderzoeken, dus zijn wij gedwongen om keuzes te maken.”
       
       
      Jelle ziet het drama als “één grote leerervaring”, en zegt overal een positieve draai aan te geven. “Ik heb ook een mooie tijd in die kroeg gehad. Het is alleen zonde dat die me is afgenomen.” Hij denkt nog vaak terug aan het moment waarop Richard en Marco op hem inhakten. “Ik had een vlijmscherp mes in mijn werkbroek zitten. Ik heb dagenlang gefantaseerd hoe ik dat mes pak en hen de keel doorsnijd. Ik voel me nog altijd niet veilig. De enige manier om me veilig te voelen is als zij er niet meer zijn. Ik wil gewoon dat ze me met rust laten.” Jelle is bang dat als Richard en Marco hem ooit vinden, dat het niet bij een vechtpartij blijft. “Het idee dat ik een van hen zou tegenkomen is mijn ergste nachtmerrie.”

      Jelle heeft in zijn leven aardig wat shit op zijn bordje gekregen. Zijn vader mishandelde hem vroeger geestelijk en lichamelijk. Hoewel hij zegt positief te blijven, haalde het gewelddadige incident met Richard en Marco oude wonden open. “Op mijn zestiende realiseerde ik al dat ik mijn vaders gedrag overnam. Ik sloeg mijn vriendinnen niet, maar ik duwde wel heel hard en gooide soms met dingen.” Hij is daar toen uit eigen wil voor behandeld, maar een half jaar geleden liep de spanning te hoog op. “Ik zat in de auto en mijn vriendinnetje zat te zeuren. Voor ik het wist had ik haar vinger gekneusd. De controle die ik normaal heb was weg.”

      Praten met psychologen, daar heeft Jelle geen zin in. “Ik zit hier nu toch met jou?”, grapt hij. Slachtofferhulp belde hem in het begin wel, om even te checken hoe het met hem ging, maar na een paar weken nam Jelle zijn telefoon niet meer op. Waar hij nu vooral behoefte aan heeft is een meisje naast hem in bed. Niet voor seks trouwens. “Mijn seksdrive is enorm omlaag gegaan. Vroeger had ik dagelijks seks, ik draaide daar echt op. Als ik nu een paar weken geen seks heb gehad, merk ik het niet eens.” Hij wil het liefst gewoon tegen een meisje aankruipen. “Zo lang mogelijk.” Maar om dat te kunnen, moet hij haar vertrouwen, en dat is nou net het hele probleem. “Ik heb ook geen zin om oude contacten aan te wakkeren.”

      Wat is de grootste fout die Jelle heeft gemaakt? “Ik ben te goedgelovig geweest, absoluut. De bron van alle problemen is dat ik die twee heb vertrouwd.” Hij zweert nooit meer een bedrijf te beginnen zonder een jurist erbij. Maar voor dat zo ver is, moet Jelle eerst schoon schip maken. “Ik heb lang mijn kop in het zand gestoken, financieel gezien.” Er zijn veel mensen die nog geld van Jelle krijgen. De kleine schulden die hij had bij drankleveranciers en andere horeca-instanties zijn inmiddels uitgegroeid tot een bedrag van ruim 30.000 euro. Na een jaar uit het systeem te zijn geweest en eigenlijk niet te hebben bestaan, heeft Jelle nu weer een baan en een postadres. Het zijn de eerste stappen naar een normaal leven.

      Om privacyredenen zijn alle namen in dit interview verzonnen. De oude en huidige woonplaats van Jelle en de woonplaats van zijn moeder zijn bewust achterwege gelaten, net als Jelle’s huidige werkgever.
       

       

      -

      Thema's: onderduiken, vluchten, huurcontract, kroeg, hopeloze, issue

      Comments