Lowlands 2012: een kort verslag van iemand die eigenlijk niet ging

door Wester van Gaal

Omdat niemand anders het doet, en ik er toch nog 24 uur geweest ben, heb ik op de valreep toch nog een verslagje geschreven van het belangrijkste festival in Nederland. Lowlands. Het is waar we als westerlingen 2000 jaar naartoe hebben geleefd. Jezus Christus, die eigenlijk helemaal niet slank en blond was maar sprekend op Prem Radhakishun leek, vertelde zijn volgelingen regelmatig over een hele aangename plek. Hij noemde het de hemel. Hij beschreef het als een plek waar iedereen zich inherent gelukkig zou voelen. Hij had het natuurlijk over Lowlands, helaas werd hij voordat hij dat kon opschrijven aan een groot kruis genageld. Men kwam op een dwaalspoor terecht. Het begon met de Bijbel: een soort mega dikke bijsluiter met tips hoe je leven zo rot mogelijk in te vullen. Toen kwam Die Endlösung. Die is weliswaar mislukt, maar het format ‘festival’ was geboren: een omheinde plek met bewakers en slaapplekken met een hoge concentratie van verderf. Omdat ik al tien keer geweest ben had ik dit jaar besloten een editie over te slaan omdat ik anders helaas zou komen te overlijden. Maar het drogen van tomaten op mijn dakterras bleek onvoldoende afleiding te verschaffen om op een leuke manier thuis te blijven hangen. Ik had nog vier klinkende 2-eurostukken en het was pas zaterdagmiddag. Ik had nog anderhalve dag.
 
Designeend
 
Telefoon leeg en kaartje vergeten. Kut. Over het hek zie ik lachende mensen. Ertussen een slotgracht, een hek en bewakers die hun functie serieus nemen. Ieder moment dat ik observeer ben ik verdachter. Kon ik maar vliegen.
 
 
Er daalt een eend neer op het backstage parkeerterrein die onderweg is naar het hoge noorden. Hij is langer en statiger dan een reguliere eend. Het is puur Zweeds design.
 
 
Designeend.
 
Bewakers beginnen te vermoeden dat ik een klaploper ben dus ga ik naast Designeend zitten. Ik heb geen rechtmatig doel om bij de backstage receptie te hangen, want ik ben in feite een zwerver zonder kaartje, maar door Design voel ik me meer op mijn plek. Het is mijn mascotte. Schalks fladderend veinst hij dat hij wegvliegt, maar hij bestijgt slechts de biertafel waaraan ik zit. Hij is gewend aan aandacht, dus die geef ik hem. Samen kijken we naar de sloot die naast ons ligt. Als het te heet wordt, springt hij vanaf de rand het water in. Maar niet te lang, want hij draagt voorkeur voor de groene zoden. Zijn voeten verdwijnen lekker in het lange gras. Een receptiemedewerkster komt een glas water brengen, en vraagt of ik op iemand wacht. “Ja”, lieg ik. “YouOnlyLiveOnce” kwaakt Design tegen me, en hij vliegt weg; richting het hoge noorden. YOLO. Er moet iets gebeuren, het is te heet, mijn kop ontploft. “YOLO”, dacht ik, Design heeft gelijk. Dus ik wendde me tot de receptiemedewerkster, ze had lieve ogen. “Heb je nog een bandje over?”, vroeg ik. Ze keek me een seconde aan, als een puppy die geaaid wordt, en haalde een lichtblauw bandje uit haar zak. “Tegen niemand zeggen.”
 
Notenparadijs
 
Ik ben binnen. Het is al bijna acht uur ’s avonds en om van monotone muziek te genieten zijn housenoten noodzakelijk.
 
 
Een selectie housenoten.
 
Gelukkig is Lowlands, naast een centrum voor de monotoon, ook een absoluut notenparadijs. Zodra ik het terrein op loop neemt De Ronde me over. De onzichtbare kolk waar iedereen door opgeslokt wordt. Iedereen loopt dit rondje, de ultieme zoektocht naar nóg een leukere plek, dat is De Ronde.
Door de X-Ray, langs de Converse, waar mensen in een silent-discosysteem waren beland, de flessenek door, richting de Grolschtent. Een clown loopt voorbij. Hij heeft vast noten. Helaas. Maar geheel in de geest van het festival excuseert hij zich en geeft me zijn biertje. Thanks clown.
 
 
Ik zwenk richting de Alfa, maar een onzichtbare muur van tegenzin weerhoud me. Hier staan de rockbands. De Bravo, daar is vast meer aan de gang. Een man vraagt me iets. Nee. Verraad, hij spuit me in mijn bek met een waterpistool.
 
Ik loop door. Mijn doel is bekend. Een passant van middelbare leeftijd trekt mijn aandacht. Ik heb te maken met een overwinnaar.
 
 
Meneer Hop
 
Ik vraag of ik een foto mag maken. Hij vertelt me dat het geen enkel probleem is als ik dat doe. Het is zelfs de bedoeling. Hij heet namelijk Hop van z’n achternaam. Met het shirt maakt hij reclame voor zichzelf. Een geweldige levensinstelling. “YOLO”. 
 
Geen tijd te verliezen. Het is al leuk. Ik zit er inmiddels best lekker in, maar het kan beter. Het wordt al wat donkerder. Overal zie ik vrienden lopen, maar die kan ik met succes ontwijken. Het grote-wachten-op-vrienden, daar wil ik nog niet aan beginnen. Eerst zoveel mogelijk plekken bezoeken. Santigold speelt in de Bravo en ik dans vier nummertjes onwennig mee. Jezus wat is het heet. Door het zweet zie ik mijn eigen tepels. Misschien ligt het aan mij, maar de sfeer wordt hitsig. Iedereen trekken kledingstukken van hun lichaam. Behalve deze djellaba jongen.
 
 
Met monotone stem adviseert hij me naar de X-Ray te gaan. Daar is het volgens hem leuker dan op alle andere plekken. “Waarom?” vraag ik. “Om 11 uur begint Tom Trago”, antwoordt hij. Een persoonlijk favoriet. Hoe weet hij dat? Door zijn donkere bril zie ik zij ogen niet. Ik draai me even om en hij is weg, maar in mijn hand ligt een blauwe noot. Ik had een boodschapper uit het notenparadijs ontmoet.
 
Het grote zweten
 
Tom Trago is al begonnen al ik de tent binnenkom. De situatie is een beetje hoe men zich eind jaren negentig en de vroege jaren nul dansclub voorstelden: iedereen danst, is mega bezweet, drinkt niet, maar is toch ergens bezeten van.
 
 
In de Matrix is ook iedereen bezweet.
 
In de X-ray komt De Ronde tot een gillende stop. Ik heb nog nooit zo iets meegemaakt. Het is een zwembad met onzichtbaar water en Tom Trago staat op de duikplank te draaien. Handen zijn tastelijk en iedereen is naakt. Een bewaker gooit een spons in m’n gezicht. Een meisje gaat de hele tijd voor me staan. Ik kan er niet meer langs. Niet erg. Grote gele vierkanten blokken draaien door elkaar heen.
 
 
Het is ochtend. Mijn kop is een blender. Hoeren en homo’s en crowdsurfende bn’ers, dat is wat ik nog weet. Een bewaker die mijn bumper ontwijkend de berm in verdwijnt. Een vuur in het woud met barbaren. Met koud bezwete handen heb ik het stuur van mijn Fiat Panda in mijn hand, hoe ik in mijn auto terechtkwam weet ik niet, maar ik ga naar huis.
 
 
 

Reageer