©2014 VICE Media LLC

    The VICE Channels

      Oscar spaarde 31 jaar voor een reis naar Nederland

      February 20, 2013

       

       
      Drie jaar geleden ontmoette ik Oscar voor het eerst. Hij kwam me thee brengen in een kantoor, wat de acht maanden die volgden mijn nieuwe werkplek zou zijn. De nacht ervoor was ik geland op de luchthaven van Riyad, de hoofdstad van Saoedi-Arabië. Ik ging erheen voor een stage bij de Nederlandse Ambassade. In de rij voor de douane kwam ik al snel tot de conclusie dat ik een van de weinige westerlingen was die daar stonden te wachten. Arabieren waren er ook nauwelijks: eigenlijk waren er bijna alleen maar Aziaten. Ze zaten of stonden met meer dan honderd mannen en vrouwen samengepakt in drie rijen. Allemaal waren ze gekleed in een gele polo met de naam van een organisatie erop. Om hen heen cirkelde een Arabische douanebeambte met een machinegeweer en als hij vond dat iemand met een gele polo te ver buiten de rij stond siste hij naar ze alsof hij een kat wegjoeg bij een kanariepiet. Toen hij me zag kwam hij naar me toe en loodste hij me naar voren, waar ik vrijwel meteen door de paspoortcontrole heen mocht. Later hoorde ik dat deze gastarbeiders uit landen als de Filippijnen, Indonesië of Bangladesh soms tien uur lang moeten wachten voordat ze de douane door mogen; het warme welkom dat ze krijgen voor het draaiende houden van de Saoedische economie.
       
      Oscar heeft 31 jaar geleden ook in die rij gestaan. Ook naar hem was gesist en ook hij had uren in een felgekleurde polo gewacht totdat hij het land in mocht om er geld te gaan verdienen als schoonmaker in een hotel. Nadat hij dat een aantal jaren had gedaan kreeg hij het aanbod om op de Nederlandse Ambassade te komen werken. 
       
      Tijdens mijn stage bracht ik mijn pauzes regelmatig door met Oscar. Hij was vrolijk, lachte constant en maakte grapjes. Zijn kruin kwam ongeveer net boven mijn elleboog uit. Als hij de trap opliep moest hij de leuning vasthouden, want de treden waren net iets te hoog voor zijn korte benen.Al snel vroeg ik waarom hij in Saoedi-Arabië werkte en zijn familie had achtergelaten in de Filippijnen. “Ik heb twee dromen,” antwoordde Oscar. “Ik wil mijn drie kinderen een goede opleiding geven en ik wil ooit met mijn vrouw een reis door Europa maken.” Om dit waar te maken zette Oscar sinds hij 31 jaar geleden vertrokken was uit de Filippijnen iedere maand geld opzij. Hij leefde heel zuinig, kocht zijn boodschappen bij de goedkoopste supermarkt, ging nooit uit eten en kocht geen leuke dingen voor zichzelf.
       
       
      Inmiddels hebben zijn drie kinderen allemaal een universitaire opleiding afgerond en een goede baan. Zijn oudste dochter is fysiotherapeut, zijn zoon computertechnicus en zijn jongste dochter werkt als zuster in een ziekenhuis. Ze verdienen genoeg geld om voor zichzelf te zorgen. Een paar maanden geleden stuurde hij me een email dat ook zijn tweede droom werkelijkheid zou worden. “Ik heb groot nieuws! In januari komen mijn vrouw Merly en ik eindelijk twee weken naar Europa. We beginnen onze reis in Nederland. Wil je ons op komen halen van het station?” Ook vroeg hij me of ik een hotel voor hem wilde boeken, want hij wist niet hoe dat moest. Hij was nog nooit in Europa geweest en had nog nooit voor zijn plezier een reis gemaakt. Zijn vrouw wist het al helemaal niet, zij was de Filippijnen nog nooit uit geweest.
       
      Oscar benadrukte dat het belangrijk was dat het hotel niet duur moest zijn, want ze hadden geen groot budget. Ik boekte een kamer voor hem en Merly in het enigszins betaalbare Hotel Kosmos. Ik haalde ze op van het station en bracht ze naar het hotel, waar alleen Engelse jongeren bleken te slapen. Het hotel zag voor deze keer de leeftijdslimiet door de vingers. Oscar en Merly waren blij met de kamer, want er was een schoon bed, een koffieautomaat en een kat. De hotelkamer deed Merly een beetje denken aan de kamer waar ze in Manilla woonden voordat Oscar vertrok. Ze wilden even slapen en ik moest terug naar mijn werk, dus nadat we hadden afgesproken dat ik hen de dag erna op zou halen om ze wat van de stad te laten zien, namen we afscheid. Na dit middagdutje regelden ze op eigen houtje een boottocht over de grachten, waarna ze verdwaalden in de binnenstad en drie kwartier naar hun hotel zochten. Buiten dat ging alles wonderbaarlijk goed en ’s avonds aten ze bij McDonald’s.
       
      Oscar en Merly ontmoetten elkaar 37 jaar geleden in een sigarettenfabriek in Manilla. Merly deed de sigaretten in doosjes, Oscar was er monteur. Ze werden verliefd, trouwden en kregen kinderen. “We woonden met zijn vijven op een klein kamertje, vlakbij de fabriek. We verdienden niet veel en de kinderen waren nog jong. Op een dag kwam er een recruiter van een uitzendbureau langs. Hij zei dat er banen waren in het Midden-Oosten, waarmee we veel geld konden verdienen,” vertelt Oscar terwijl ik hem en Merly een dag na hun aankomst Amsterdam laat zien. “Toen de recruiter weg was zei Merly dat we nooit genoeg geld zouden verdienen om onze kinderen een goede opleiding en een kans op een beter leven te geven. Ze vond dat een van ons moest gaan. De ander kon dan met de kinderen in Manilla blijven. Ik zei dat ik gek zou worden zonder mijn gezin. ‘Oké, dan ga ik wel,’ zei Merly tegen me, maar dat wilde ik niet. Als ik zou vertrekken wist ik dat ik mijn kinderen niet op zou zien groeien en ver weg van mijn vrouw zou zijn, maar ik vind dat kinderen horen op te groeien bij hun moeder, bij Merly. Toen heb ik me aangemeld.”
       
       
      Het uitzendbureau testte Oscars conditie en bloed. Hij kwam door de keuring heen en zat kort daarna in het vliegtuig naar Saoedi-Arabië, samen met tientallen andere Filippino’s die waren gerekruteerd. Dagelijks landen er meerdere van dit soort vluchten in Riyadh en in andere Saoedische steden. In totaal zijn er meer dan 6 miljoen gastarbeiders in het land, op een totale bevolking van 26 miljoen inwoners. Van die 6 miljoen komen er tussen de 1,1 en 1,8 miljoen uit de Filippijnen. Net als de gastarbeiders uit andere landen hebben ze banen waar Saoediërs te lui voor zijn of hun neus voor ophalen. Mannen gaan er bijvoorbeeld werken in de olieindustrie, maar ook als tuinman, ober, bouwvakker of, zoals Oscar, als schoonmaker in een hotel.
       
      Vrouwen komen als ze de juiste papieren hebben terecht in de medische sector, maar zonder diploma’s worden ze vaak kindermeisje of huishoudster bij een rijke Saoedische familie. Bij die laatste groep is het niet uitzonderlijk dat bij aankomst in het land hun paspoort wordt ingenomen door de gastfamilie, ze een nieuw leven starten als moderne slaaf en worden mishandeld of verkracht. Kranten en nieuwswebsites berichten regelmatig over Aziatische huishoudsters die meer dood dan levend in het ziekenhuis belanden, of bijvoorbeeld over een Sri Lankaanse werkster die getraumatiseerd was nadat er 24 spijkers in haar lichaam waren geslagen. Ook zitten er op dit moment tientallen gastarbeiders in de dodencel voor misdaden die ze waarschijnlijk niet hebben begaan. De Saoedische regering zag in 2011 dat dit probleem toch wel vrij ernstig was en verbood vanaf toen het in dienst nemen van Filippijnse en Indonesische huishoudsters. Een jaar later werd dit verbod op Filippijnse arbeiders weer opgeheven, nadat de twee landen afspraken hadden gemaakt over betere arbeidsvoorwaarden.
       
      Oscar was gelukkig beter af. Het hotel waar hij werkte betaalde hem op tijd uit en zorgde voor onderdak. De gasten in het hotel waren voornamelijk stewardessen van Saudi Arabian Airlines. Saoedische vrouwen mogen bijna geen enkele baan uitoefenen, dus ook stewardessen voor de nationale luchtvaartmaatschappij worden uit het buitenland gehaald. Oscar maakte hun kamers schoon en was daarnaast klusjesman. “Ik draaide dubbele diensten, en stuurde 200 euro per maand naar Merly. De buren waren verbaasd en vroegen haar hoe ik dat deed. Zelf kregen ze de helft, terwijl hun man ook in Saoedi-Arabië werkte en ongeveer hetzelfde werk deed als ik.”
       
      Na drie jaar in het hotel te hebben gewerkt kreeg Oscar via een kennis het aanbod om bij de Nederlandse Ambassade aan de slag te gaan. De baan verdiende beter dan die in het hotel, dus hij ging op het aanbod in. Inmiddels werkt hij 28 jaar voor de Ambassade. “Het was nooit mijn bedoeling om zo lang te blijven. Ik zie mijn familie nu maar een keer per jaar, maar met dit salaris kon ik niet alleen mijn eigen gezin steunen, maar ook mijn neefjes, nichtjes en mijn moeder. En de mensen op de Ambassade zijn vriendelijk. Ik ben nog steeds heel dankbaar dat ik die kans heb gekregen.”
       
       
      Buiten de muren van de Ambassade is niet iedereen altijd vriendelijk. Gastarbeiders staan niet in hoog aanzien bij Saoediërs, dat was het eerste wat ik bij binnenkomst in het land al had meegekregen in de rij voor de douane. In de restaurants in de stad worden de Aziatische obers aan de lopende band afgesnauwd. Oscar ondervindt dit zelf ook. “Ze behandelen je soms alsof je een minder mens bent dan zij. Ze zien je als iemand die arm is en niet intelligent. Niet allemaal trouwens, er zitten ook goede Saoediërs tussen, maar er zijn er veel die op je neerkijken,” zegt Oscar. “Soms maakt het me verdrietig en boos, maar dat gevoel gaat snel over. Ik negeer het en herinner mezelf eraan waarom ik naar dit land ben gekomen. Boos worden is slecht voor je hart, het maakt je moe.”
       
      Ondertussen zijn Oscar, Merly en ik op weg naar een windmolen. Die stond op Merly’s verlanglijstje nadat ze er een keer een op televisie had gezien. Ze hebben het allebei koud. Oscar vraagt onderweg waarom we hier alleen dode bomen hebben. “Geen enkele boom heeft bladeren.” Van seizoenen hadden ze weleens gehoord, maar dit is de eerste keer dat ze het meemaken. De windmolen vinden ze allebei geweldig. “Ik zag ze altijd op een poster staan in de ambassade, maar nu zie ik er een in het echt. Dit is precies waarom ik naar Nederland wilde.” Merly herhaalt meerdere keren glunderend dat dit een droom is die uitkomt.
       
      De boottocht over de grachten hadden ze dag ervoor al afgevinkt, dus nam ik ze mee naar de Albert Cuyp. Stroopwafels bevielen Merly minder goed dan de windmolen. Te zoet. Aan het einde van de Albert Cuyp gaven ze aan dat ze graag even wilden rusten, want ’s avonds namen ze de trein naar Milaan, waar ze bij een kennis logeerden. We gingen daarom even naar mijn huis. Daar aangekomen vroeg Oscar of ik de foto’s van die dag op zijn Facebook wilde zetten. “Dat is belangrijk, want dan ziet mijn hele familie dat we gelukkig zijn. Ze konden bijna niet geloven dat we echt naar Europa gingen.”
       
      Over een jaar mag Oscar stoppen met werken en gaat hij terug naar Manilla. Omdat hij voor de Nederlandse Ambassade werkte ontvangt hij dan een pensioen van de Nederlandse staat en kan hij in het huis gaan wonen dat hij zelf bij elkaar heeft gespaard, maar waarin hij maar twee weken per jaar kon wonen. Hij kijkt ernaar uit en is trots dat hij het voor elkaar heeft gekregen zijn dromen uit te laten komen. Hij heeft 31 jaar lang zijn familie moeten missen, was vaak eenzaam en werkte in een land waarvan een groot deel van de bevolking op hem neer keek. “Ik zou het zo weer overdoen. Natuurlijk heb ik me in al die jaren niet altijd gelukkig gevoeld, maar ik ben niet naar Saoedie-Arabië gegaan om er gelukkig te worden. Ik ben ernaartoe gegaan om anderen gelukkig te maken. En dat heb ik gedaan.”
       

      Meer artikelen uit Het Hopeloze Issue:

      Deze ziektes zijn slimmer dan medicijnen

      Een passage uit De Vergeting van Daan Heerma van Voss

      Jelle opende een kroeg en haalde daarmee zijn hele leven overhoop

       

      Comments