FYI.

This story is over 5 years old.

vluchtelingen

Slapen met een tafel voor de deur

"Ik wil gewoon gelukkig worden," en meer hartverscheurende uitspraken van drie jonge asielzoekers die Nederland uitgezet dreigen te worden.
Vluchteling

Portretten Door Koos Breukel, Met Dank Aan Boudewijn Bollmann

Asielzoeker zijn in Nederland lijkt geen sinecure. Dit jaar stak een 36-jarige Iraanse man die Nederland zou worden uitgezet zichzelf in brand op de Dam. Hij stierf in het ziekenhuis. Dezelfde maand vermoordde een 25-jarige asielzoeker zijn vriendin en schoot hij een politieagent dood. Hij was psychotisch, maar ook hij was uitgeprocedeerd. In juni stak een Somalische man in een asielzoekerscentrum een andere Somalische asielzoeker dood. De marechaussee, belast met het daadwerkelijk uitzetten van asielzoekers, draagt rubberen pakken om zich te beschermen tegen beten en roggels.

Advertentie
e9d1424d7e63d7e66434fc0a86e87ea0.jpg
e503e8e6a569d90bfb4f21ad4fe63a50.jpg

En dan zijn er nog de duizenden jongeren die hier al jaren op de uitkomst van hun asielprocedure wachten, en dan te horen krijgen dat ze het land uit worden gezet. De bekendste van hen is Sahar, het Afghaanse meisje dat al tien jaar in Friesland woont. Zij mag dus blijven, maar veel anderen wachten nog op het oordeel van de IND en, uiteindelijk, minister Gerd Leers. Die moet zich in dit rechtse kabinet straf opstellen ten opzichte van immigranten. Hij ziet er in deze rol nogal dom uit omdat hij zich tijdens zijn burgemeesterschap van Maastricht vaak kritisch uitliet over het harde immigratiebeleid van het toenmalige kabinet, maar dat terzijde. Op dit moment wordt door de Christen Unie en de Partij van de Arbeid gewerkt aan een wetsvoorstel dat ervoor pleit dat jonge asielzoekers die al jaren in Nederland verblijven een verblijfsvergunning zouden moeten krijgen. Dit wetsvoorstel wordt deze herfst aanhangig gemaakt bij de Tweede Kamer, wat betekent dat het wordt ingediend, maar aanhangig is het officiële en beetje rare woord. Wij pleiten daar ook voor, want de traag- en hardheid van de asielprocedures in Nederland is iets om ons kapot voor te schamen. Het lot van het wetsvoorstel van de CU en de PvdA is ons op het moment van drukken nog niet bekend. Omdat wat ons betreft de aandacht voor deze zaak niet met de sprookjesachtige “Affaire Sahar” moet eindigen, zochten we drie jongeren op die hier volwassen geworden en geworteld zijn. We interviewden ze over wat ze meegemaakt hebben en Koos Breukel was zo vriendelijk om ze te portretteren. Alledrie hebben ze vreselijke dingen meegemaakt en voor alledrie is teruggaan geen optie. Met dank aan UAF. Op www.uaf.nl kun je meer informatie vinden over deze problematiek en ook jongeren die hier asiel aanvragen helpen studeren. MOZHDEH BAHMANI FIROUZI
Mozhdeh Bahmani Firouzi had een relatief fantastische jeugd in Iran. Toen ze achttien was zag ze zich genoodzaakt om in haar eentje naar Nederland te vluchten. Ze woont nu in een asielzoekerscentrum, en heeft al meer dan een jaar geen contact meer gehad met haar familie. Ze leert Nederlands en hoopt in het nieuwe schooljaar Farmacie te gaan studeren. VICE: Waarom moest je Iran ontvluchten?
Mozhdeh Bahmani Firouzi: Ik woonde met mijn familie in Shiraz, en studeerde Informatica aan een universiteit in de buurt. Ik had een bijbaantje als kapster, en hielp mijn vader in zijn zaak—gewoon, omdat ik dat leuk vond. Op Iraanse universiteiten hebben we de Herasat, een soort disciplinaire afdeling die controleert of iedereen de regels van het regime volgt. De vrouwen moeten lange rokken en hoofddoeken dragen. Ik moest een keer bij de Herasat langskomen omdat ze vonden dat ik mijn hoofddoek te ver achter op mijn hoofd droeg. Dat gebeurde drie keer, en bij een vierde keer zou ik van school gestuurd worden. En dat gebeurde?
Ja. Maar toen ik me inschreef bij de universiteit, had een vriend van mijn oom gezegd dat als ik ooit problemen met de Herasat zou hebben, ik hem kon bellen. Hij heeft enorm veel macht in Iran. Toen de Herasat me dus voor een vierde keer opriep, belde ik hem. Hij zei dat hij het op zou lossen. Ik kende hem niet zo goed, maar vond hem wel aardig. Hij kwam naar de universiteit en verzocht de Herasat me op dat moment nog niet van school te sturen, maar daar tot nader order mee te wachten. Dat deden ze. Toen we het kantoortje uitkwamen, vroeg ik hem waarom hij dat gezegd had. Hij maakte direct duidelijk dat ik seks met hem moest hebben als ik wilde blijven studeren. Ik weigerde. Was weigeren een optie?
Nee, want op dat moment ging het niet meer om wel of niet studeren. Ik had me nooit erg bezig gehouden met de politieke situatie in Iran, omdat ik gewoon mijn leven wilde leiden en naar school wilde. Maar ik weet natuurlijk goed wat er gaande is, en machtige mannen als hij kunnen doen wat ze willen. Ik had geen keus, omdat hij dreigde mijn familie en mij te vermoorden—en hij zou ermee weggekomen zijn. Dus hij had seks met me. Ik heb het gedaan, maar wilde niet. Het was mijn eerste keer. Die ene keer was niet genoeg voor hem. Het is in totaal vier keer gebeurd, tot ik brak. Heb je het toen je familie verteld?
Toen wel ja. Ik vertelde het aan mijn oom, en die diende een aanklacht in. Kort daarna was ik op bezoek bij een vriendin toen een buurvrouw belde en vertelde dat ik niet naar huis moest komen. De politie was langs geweest om me te arresteren voor ‘iets politieks’ dat ik gedaan zou hebben. Ik bleef een paar dagen bij die vriendin, en daarna schuilde ik in een dorpje in de buurt van Shiraz. In de tussentijd had mijn vader een visum voor Nederland voor me geregeld. Waarom ben je eigenlijk specifiek naar Nederland gekomen?
Ik heb een tante hier aan mijn moeders kant, en ik heb vijf of zes maanden bij haar gelogeerd. Dat was een vergissing. Hoezo?
Toen ik hier kwam was ik negentien, naïef en depressief. Mijn tante, haar man en vrienden woonden hier allemaal al heel lang, dus ik vertrouwde erop dat zij wisten hoe ik hier alles moest regelen. Ze zeiden dat ik me niet bij het IND moest aangeven als vluchte-ling, omdat ik met mijn visum direct weggestuurd zou worden. Ik was heel bang om teruggestuurd te worden, maar ik wist natuurlijk dat ik me wel ergens moest laten registreren. Ik was eenzaam en dacht niet voor mezelf na. Uiteindelijk ben ik na vijf maanden naar Ter Apel gegaan om mezelf aan te geven. Maar op aanraden van mijn tante loog ik dat ik hier met een vals paspoort was gekomen, in plaats van met een visum. Ik wou dat ik het over mocht doen, want dan zou ik natuurlijk nooit gelogen hebben. Hoe zijn ze erachter gekomen dat je niet eerlijk was geweest over je visum?
Mijn tante had mijn paspoort en mijn visum. Toen ze geld nodig had, gaf ze mijn paspoort als onderpand aan een vriendin die haar een paar duizend euro wilde lenen. Toen mijn tante die lening niet terugbetaalde, gaf die lenende vriendin mijn paspoort aan de politie. En wat was het gevolg?
De IND gaf me een voornemen, wat betekent dat ze van plan zijn mijn asielaanvraag af te wijzen. Ik heb bezwaar aangetekend, en die procedure loopt nog. Ze twijfelen aan mijn verhaal nu ik gelogen heb over mijn paspoort. Dat doet veel pijn. Voordat ik uit Iran weg moest, had ik een prima leven. Ik studeerde, ik was close met mijn familie en vrienden, ik woonde in een prachtig huis. Als ik had kunnen blijven, was ik nooit weggegaan. Je woont in een AZC?
Klopt. Ik vind het heel eng om daar te wonen. Wat is er eng?
Het is er niet veilig. Mijn vorige kamergenote heeft me ooit met een gietijzeren rooster van een fornuis geslagen toen ik haar vroeg om de afwas te doen. Ze werd helemaal gek en maakte al mijn spullen kapot. In juni heeft een Somaliër een andere Somaliër doodgestoken. Dat was afschuwelijk. Het is zo makkelijk om iemand te vermoorden. Als ik ga slapen schuif ik altijd een tafel voor de deur. Hoe ga je om met wat er gebeurd is als je je thuis niet veilig voelt? Ben je in therapie?
Ik ben naar een psycholoog geweest, maar het is niks voor mij. Als ik studeer denk ik nergens anders aan, dus ik vind studeren heel fijn. Maar het is moeilijk om je te concentreren in het AZC, omdat iedereen er boos en gefrustreerd is. Ik heb hevige hartkloppingen en nachtmerries. Als ik wakker word heb ik overal krassen zitten, omdat ik mezelf krab in mijn slaap. Ik wil vergeten wat er gebeurd is, maar dat is moeilijk. Wat als ze je bezwaar afwijzen?
Dan moet ik weg uit Europa. Ik kan niet terug naar Iran, ik kan mijn familie niet opzoeken en ik heb geen geld. Ik kan eigenlijk nergens heen.

NICKY SADYHOVA
Nicky Sadyhova is twintig en geboren in Azerbeidzjan. Ze is knap, speelt piano en studeert biologie, maar wil uiteindelijk dokter worden. Ze is wat de mensen ‘een bikkelharde’ noemen. Vice: Wanneer ben je naar Nederland gekomen?
Nicky Sadyhova: In oktober 2003. Waarom kwam je hierheen?
Mijn ouders steunden de oppositie in Azerbeidzjan. We woonden in de hoofdstad, Baku. Ik denk dat mijn vader de oppositie financieel ondersteunde. Het regime zorgde ervoor dat alle oppositie verwijderd werd, dus er gebeurde iets met mijn ouders en toen moesten we het land verlaten. Ik weet niet precies wat er gebeurde, mijn ouders willen het me niet vertellen. Daar hebben ze het liever niet over?
Het is een gevoelig onderwerp voor ze. Ze willen niet dat ik en mijn zusje ons rot voelen, dus vertellen ze het niet. Ik wil het eerlijk gezegd ook niet weten, de details van wat ze is aangedaan. Ik heb zoiets van: oké, ik woon nu in Nederland en ik ga er het beste van maken. Ik kwam hier toen ik twaalf was en had het gevoel dat ik gemakkelijk een nieuw leven kon beginnen. En dat deed ik. Ik heb een persoonlijkheid gevormd, mezelf losgemaakt van mijn geschiedenis om niet getraumatiseerd te zijn. Ik wil gewoon gelukkig zijn. Dwingt de situatie waarin je nu zit je daar niet over na te denken?
Jawel. Maar erover nadenken verandert er niets aan. Ik wil gewoon dat we een verblijfsvergunning krijgen zodat ik door kan met mijn leven. Mijn ouders willen het verleden achter zich laten en mijn zus, die hier kwam toen ze anderhalf jaar oud was, heeft er niet eens iets van meegekregen. Het zou absurd zijn als zij terug moest gaan. Wat voor herinneringen heb jij aan Azerbeidzjan?
Ik speelde veel piano. Mijn cijfers op school waren goed. Dus je had een fijne jeugd?
Ja, daar zorgden mijn ouders voor. En nu willen ze hetzelfde voor mijn zusje doen. Hoe ging je immigratieprocedure?
We kwamen hier in 2003. Toen begon de aanvraagprocedure voor een verblijfsvergunning. Het duurde even, maar in 2006 kregen we een afwijzing. De mensen van de IND geloofden ons niet. Waarom niet?
Het is moeilijk te bewijzen. De Azerbeidzjaanse regering zou ons zulke papieren nooit geven, dat zou alleen maar slecht voor hen zijn. Mijn oma stuurde echter papieren waarop het indirect werd aangetoond. Dagvaardingen, geloof ik. Via mijn oma probeerden ze ons toen terug te laten keren naar het land, zodat ze ons zouden kunnen oppakken. En toen?
Met die papieren vochten we de procedure aan, maar het kostte tijd en in 2008 was de procedure opnieuw afgelopen. Weer werden we geweigerd, maar die keer hebben ze niet eens naar onze papieren gekeken. Dat omdat we ze kopieën hadden gegeven in plaats van de originelen. Ook claimden ze dat de bron niet genoeg autoriteit bezat om aan te tonen dat we echt problemen hadden. Ze gaven duizenden redenen om niet naar die papieren te hoeven kijken. Dus probeerden we een andere procedure te starten, maar in maart dit jaar kregen we een negatieve uitslag van de rechtbank, wat ging over onze tweede asielaanvraag. Maar in 2006 was je vijftien. Betrokken je ouders je toen bij het invullen van al dat papierwerk voor die procedures?
Ja. Mijn ouders spreken niet erg goed Nederlands. Ze kregen maar een paar maanden les in het AZC. Als je het na een paar maanden nog niet spreekt, heb je pech. Ik leerde de taal echter vrij snel, dus ik hielp ze met de papieren. Dat is behoorlijk veel verantwoordelijkheid voor een vijftienjarig meisje.
Het was erg deprimerend. Ik was bang dat als ik iets verkeerds deed of zei, ze ons allemaal terug zouden sturen. Praatte je daarover met je vrienden op school?
Ik probeerde dat niet te doen. Ik zag school als afleiding. Ik wilde dat mijn klasgenoten me als een normaal meisje zouden zien, Nederlands misschien, of anders geadopteerd. Een meisje zonder problemen. Ik wilde niet ‘die vluchteling’ zijn. Dus praatte ik er niet over. Op mijn eerste school had ik die fout wel gemaakt. Ik had mensen verteld dat mijn echte naam Nigar was, maar iedereen behandelde me daarna anders. Dus toen we naar een ander asielzoekerscentrum moesten verhuizen en ik naar een andere school ging, besloot ik er niks over te zeggen en me Nicky te noemen. Waar heb je al die jaren in Nederland gewoond?
We verhuisden van asielzoekerscentrum naar asielzoekerscentrum. Vorig jaar hebben we nog wel een paar maanden ondergedoken gezeten in Rotterdam, omdat al onze opties om uitzetting te voorkomen uitgeput waren en we met onmiddellijke uitzetting bedreigd werden. De ouders van mijn ex-vriendje regelden toen een adres voor ons. Dat was wel een moeilijke tijd voor me. Ik studeerde, dus ik moest vaak het huis uit. Maar dan moest ik wel zorgen dat het licht op mijn fiets het deed, zodat de politie me niet om mijn ID zou vragen en me vervolgens het land uit zou zetten. Nu hebben mijn ouders een tijdelijke woning van de gemeente Rotterdam gekregen. Dus nu is je laatste aanvraag voor een verblijfsvergunning geweigerd. Wat nu?
Nu proberen we nog een procedure aan te gaan, een zogenaamde procedure van schrijnendheid. Het is voor mensen die hier al een lange tijd zijn. Mijn pa en ma hebben problemen met hun gezondheid, stressgerelateerd. Dus ik denk dat we een kans maken. Maar wat er ook gebeurt, ik blijf hier en ik word dokter.

Tekst: Wiegertje Postma, Alejandro Tauber en Jan van Tienen