Stacy Pearsall schoot jarenlang foto’s aan de frontlinies van Irak en Afghanistan

door Sascha Kouvelis

Tot voor kort mochten vrouwen in het Amerikaanse leger niet meedoen aan gevechtssituaties, maar alleen posities vervullen die ver achter de frontlinie lagen. Het Pentagon hief deze belachelijk ouderwetse regel onlangs op, waardoor duizenden banen op het slagveld nu beschikbaar zijn voor iedere militair met tieten en de wens om te vechten. Dat is natuurlijk geweldig nieuws. Maar verandert het echt de rol van vrouwen in het leger, of is het alleen een formaliteit? Het Amerikaanse leger bestaat voor 14% uit vrouwen, en veel van hen zijn al vaker bij gevechtssituaties ingezet. Want vrouwen vechten gewoon mee als het erom spant, en gaan niet ergens gezellig zitten roddelen terwijl de mannen al het werk doen.
 
Sergeant Stacy Pearsall was een militaire fotograaf voor de Amerikaanse luchtmacht, zat in Irak en Afghanistan, won twee keer de NPPA Military Photographer of the Year-award en kreeg een Bronzen Ster voor al haar moeite. Stacy werd constant bij gevechtssituaties ingezet, en bewees dat ze meer dan geschikt was om soldaat te zijn, lang voordat een paar mannen in Washington besloten dat ze dat ook mocht zijn. Ik belde Stacy op om te vragen wat zij vindt van de nieuwe regels. 
 
Stacy aan het werk.
 
VICE: Hoi Stacy. Wat vind je ervan dat de VS het verbod op vrouwen aan de frontlinie heeft opgeheven?
Stacy Pearsall: Na alles wat ik heb meegemaakt, vind ik het een logische beslissing. Ik heb altijd gevonden dat het verbieden van vrouwen in bepaalde posities op basis van hun geslacht net zo verouderd is als het weren van mensen om hun religie of ras. Het zou moeten gaan om wat iemand kan, hoe geschikt hij of zij is voor de baan.  
 
Vond je het erg dat vrouwen niet aan de frontlinie mochten vechten? Had je er zelf ook last van?
Ja, zeker. Er waren een paar geweldige opdrachten die ik niet mocht doen omdat ik een vrouw ben. Daar kon ik me echt kwaad om maken. Ik bedoel, ik was militaire fotograaf van het jaar. 
 
 
Twee keer zelfs.
Ja, precies! Dus ik kan het wel. En het ding is, toen ze me die award gaven, keken ze niet naar mijn naam of geslacht. In dat soort militaire competities word je alleen op je werk beoordeeld. Vaak wisten ze bij dat soort wedstrijden niet eens dat ik een vrouw was, en refereerden ze de hele tijd naar me als ‘hij’. Dus maakt het iets uit dat ik een vrouw ben? Nee. Ik denk dat de enige vraag die we onszelf zouden moeten stellen is: kan deze persoon onder deze omstandigheden goed presteren?
 
Ja, maar het is meer een geestelijk dan een fysiek ding, toch? Ik bedoel, het is toch niet zo dat mannen zich beter mentaal kunnen afsluiten voor oorlog dan vrouwen?
Ik weet dat zij er ook door geraakt worden, omdat ik het van dichtbij heb meegemaakt. Het is belachelijk om te denken dat alleen vrouwen mentaal onder druk staan in gevechtssituaties. Ja, ik ben een vrouw, en ja, ik heb de meest verschrikkelijke dingen meegemaakt. Maar het is oneerlijk dat mensen die zelf nooit zo’n trauma hebben ervaren, anderen daarop beoordelen. 
 
 
Je hebt weleens gezegd dat jouw verwondingen en problemen niet serieus werden genomen. Wat dat omdat je een vrouw bent?
In het leger word je erop afgerekend als je toegeeft dat sommige militaire trauma’s bij je blijven. Ik was niet bang om weer het veld in te gaan, dat was het probleem niet. Het was meer dat ik mezelf onder druk zette. Ik wilde niet de aandacht op m’n collega-fotografen vestigen. Ik wist niet hoe ze zouden reageren en ik was bang voor negatieve reacties, dus hield ik m’n mond. Dat was ook een vorm van zelfbescherming.
 
Wat gebeurde er toen je besloot wel over je oorlogstrauma’s te praten?
Uiteindelijk wilde ik toch in behandeling gaan, maar het was een raar proces. Het was ook een leerzaam proces. Mag ik je wat vragen? Als je aan oorlog denkt, aan welk geslacht denk je dan?
 
 
Eh, aan een man.
Een man, toch? Dat is waar we aan gewend zijn. In films, op History Channel, in al die documentaires zie je alleen maar mannen. Maar nu de cultuur aan het veranderen is, moeten we als maatschappij ook onze ideeën over hoe een soldaat eruitziet veranderen.
 
Jij past niet bij het beeld dat mensen hebben van een soldaat.
Nee. Ik pas niet bij dat alfa-mannetje-gevechtsveteraan-gedoe. Toen ik een keer bij de VA [Veteran’s Administration, een instelling voor oorlogsveteranen] in de wachtkamer zat, kwam het Rode Kruis koekjes en koffie uitdelen. Ik stond op om een koekje te pakken, maar één van de meisjes sloeg op m'n hand en zei: “Nee, die zijn voor de veteranen.”
 
 
De opheffing van het verbod zal wel helpen om dat soort vooroordelen te veranderen.
Natuurlijk. Door de veranderingen in het beleid moeten mensen er voortaan van uitgaan dat vrouwelijke veteranen ook gevechtssituaties hebben meegemaakt, en moeten ze zich gaan afvragen: wat hebben ze meegemaakt? Welke verwondingen hebben ze opgelopen? Eigenlijk moeten mensen op dezelfde manier gaan proberen een diagnose te stellen als bij mannelijke soldaten. En ik denk dat dit ook gaat veranderen hoe de gezondheidszorg voor vrouwelijke veteranen in elkaar zit.
 
Waar kunnen we naar uitkijken nu de VS begonnen zijn vrouwen te integreren in gevechtseenheden?
We kunnen uitkijken naar meer vrouwen in het leger, die de weg zullen vrijmaken voor andere vrouwen, die steeds meer zullen bereiken. Als de kogels beginnen te vliegen, gaat het om jouw vermogen om in de aanval te gaan, deel uit te maken van het team en goed te functioneren achter het wapen. Mannen blijven mannen—ze zullen het over porno hebben en veel vloeken, maar je moet niet te snel op je tenen getrapt zijn en begrijpen dat dat de cultuur is. In elk geval: ik ben blij dat de regels zijn veranderd, omdat het veel meer vrouwen een kans zal geven. 
 

Reageer