De burgers in het Mexicaanse Guerrero jagen zelf criminelen weg met hun geweren

door Bernardo Loyola en Laura Woldenberg


Militialeden in Cuautepec (Guerrero), waar ze zich verzamelen om te zweren hun gemeenschap te verdedigen tegen de georganiseerde misdaad. Foto’s door Carlos Alvarez Montero.
 
Eusebio García Alvarado werd op 5 januari in een klein dorpje in de Mexicaanse staat Guerrero door een lokale criminele bende ontvoerd. Ontvoeringen komen hier best vaak voor; deze staat, net ten zuiden van Mexico-Stad, is een van de armste van het land en de plek waar het zwaarste geweld plaatsvindt in de Mexicaanse drugsoorlog. De grootste stad van Guerrero, Acapulso, staat onder de Amerikanen bekend als een toeristenoord. Maar volgens een onderzoek van een Mexicaanse denktank uit februari is het momenteel ook de op één na gevaarlijkste stad ter wereld.
 
Maar Eusebio’s ontvoering was geen gewone. Hij was de dorpscommissaris van Rancho Nuevo en lid van de gemeenschapsactivistenorganisatie Union of Towns en Organizations of the State of Guerrero (UPOEG). De uiterst brutale manier waarop hij door de criminelen werd meegenomen heeft zijn buren zo pissig gemaakt dat ze het heft in eigen hand besloten te nemen. 
 

Gonzalo Torres, ook wel bekend als G-1, de leider van de UPOEG-militia in Ayulta.
 
De dag nadat Eusebio was ontvoerd, besloten honderden mensen van nabij liggende dorpjes als Ayutla de los Libres en Tecoanapa dat zij beter hun gemeenschap in de gaten konden houden dan de lokale autoriteiten. Ze bewapenden zich met wat ze konden vinden – voornamelijk jachtgeweren en shotguns – en zette controleposten op bij de ingangen van hun dorpen. Ze begonnen ook te patrouilleren in pick-ups, en bedekten vaak hun gezichten met skimaskers en bandana’s. ’s Nachts transformeerde UPOEG van een wegen- en infrastructuurorganisatie in een groep gewapende bewakers die opereerden zonder toestemming van welke overheidsafdeling dan ook. De kidnappers lieten Eusebio die dag vrij, maar de controlepunten en patrouilles werden in stand gehouden. Er bleek zelfs enorm veel steun voor dit initiatief. Vijf gemeenten in het omliggende Costa Chica-gebied volgden en zette hun eigen milities op. Al snel zorgden bewapende en gemaskerde burgers ervoor dat reizigers en vreemdelingen niet ongevraagd hun dorpen in konden komen.
 
Deze milities namen 54 personen (waaronder twee minderjarigen en vier vrouwen) gevangen die ze beschuldigden van betrekkingen met de georganiseerde misdaad. Ze werden vastgehouden in een huis dat was omgebouwd tot geïmproviseerde gevangenis. Op 31 januari verzamelden de gemeenschappen zich op een basketbalveldje in het dorpje El Meson om de gevangenen publiek terecht te stellen. Het hele scala aan aanklachten was aanwezig: ontvoering, afpersing, drugssmokkel, moord en het roken van wiet. Er waren meer dan vijfhonderd mensen aanwezig, en het proces kreeg wereldwijde media-aandacht. 
 

Een aantal vigilantes nemen een pauze tijdens hun nachtpatrouille.
 
De opstand van de burgers zorgde voor problematische relaties met de autoriteiten die waren aangewezen om deze dorpen te bewaken. In eerste instantie prees gouverneur Ángel Aguirre de milities, en zei hij zelfs dat de wet dorpelingen het recht gaf op een vorm van zelfbestuur. Maar hij wisselde snel daarna van mening, en stelde publiekelijk dat niemand het recht had om zelf de wet te implementeren. Na de intensieve onderhandelingen tussen de UPOEG en de regering werden de gevangenen in februari overgeleverd aan de staatspolitie. Maar de dorpelingen waren niet van plan om hun wapens in te leveren.
De federale wetten en die van de staat Guerrero geven de lokale groeperingen aardig wat autoriteit om zichzelf te besturen, en de meeste milities zijn samengesteld uit de lokale bevolking, dus de situatie in Costa Chica is juridisch gezien in orde. Francisco Lopez Bárcenas, een beroemd advocaat en lid van de lokale bevolking van de Mixteco heeft dit soort opstanden in Mexico al decennialang gedocumenteerd. Hij vertelde ons dat ondanks dat deze gemeenschappen zichzelf al jarenlang bewaakten, en dat deze ‘zelfverdedigingsgroepen’ die in Guerrero zijn gevormd een heel ander verhaal zijn.
 
“De gemeenschapspolitie zijn groepen die deel zijn van de inherente structuur van de dorpjes, en worden gelegitimeerd door de rechten van de inheemse bevolking,” zei Francisco. “De groepen zijn gevormd vanuit een eigen initiatief om de mensen te beschermen, maar ze zijn geen deel van de sociale structuren van het dorp, dus ze zijn niet geheel verantwoordelijk voor de gemeenschappen. Daarom hebben ze niet dezelfde legitimiteit. Ook hoeven deze groeperingen niet noodzakelijk een deel te zijn van de inheemse gemeenschappen; het zouden boeren kunnen zijn, of ze zouden kunnen worden samengesteld in de steden, wanneer een bepaalde groep zich bedreigd voelt.”
 

Een UPOEG-lid achtervolgt een crimineel in de bergen in de buurt van Ayulta.
 
Costa Chica is niet de enige regio waar burgers de wet in eigen handen hebben genomen. Veel Mexicanen vertrouwen de bekwaamheid of de wilskracht van de regering niet om de georganiseerde misdaad te bedwingen (slechts 2% van alle misdaden loopt uit op een veroordeling). En in het eerste kwartaal kwamen er overal milities op, in zowel Jalisco, Chiapas, Michoacán, Veracruz, Oaxaca als de State of Mexico. Toen we naar Guerrero reden om te kijken hoe het daar zat, hoorden we op de radio dat deze groepringen ook waren gevormd in Coyuca en Acapulco. De beweging lijkt zich van het platteland naar de stad te verspreiden.
Toen we aankwamen bij een controlepost buiten Ayutla, een dorp met 13.000 inwoners en een bolwerk van vigilantes, merkten we op dat de gemaskerde burgers met shotguns hier waren vervangen door zwaarbewapende soldaten van het Mexicaanse leger. We kwamen er al snel achter dat de regering een overeenkomst had bereikt met de milities: zij mochten binnen het dorp opereren, maar het leger nam de posten op de federale snelweg over.
 
Toen we eenmaal in het dorp waren ontmoetten we Gonzalo Torres, ook wel bekend als G-1, de militiecommandant die de leiding heeft over de wachtpost in Ayutla. Hij is een grote, vriendelijke man van in de 50 die een geruit shirt en een glimmende baseballpet droeg toen we hem spraken bij de geïmproviseerde controlepost van de milities. Dit was ook eigenlijk slechts een rommelige hoop tafels op een stoep bij een meubelwinkel, aan de overkant van een grote supermarkt. Het was ergens op zaterdagmiddag, en Gonzalo praatte met een jonge vrouw die hulp vroeg vanwege haar man, die dronken was en allemaal rotzooi het huis uit gooide. Hij vertelde zijn agenten om het te checken, en ze liepen naar het huis van de vrouw, gekleed in skimaskers en cowboyhoeden. Kort daarna kwam er een andere vrouw langs en bedankte ze met eten en sinaasappelsap voor hun goede daden. 
 
Een lid van de UPOEG met een bijzonder stylish bandana.
 
“We zijn hier nu al een maand en achttien dagen en die spreken voor zich,” zei Gonzalo. “Sinds we zijn begonnen, is er geen enkele ontvoering, moord of verkrachting meer geweest. Er zijn geen afpersingen, en er is niemand die geld vraagt voor de bescherming die ze bieden.”
 
Gonzalo legde uit dat ze gemeenschapspolitie hadden opgezet in veel dorpjes en nu de controle hadden over 95% van de gemeenschappen in de gemeente Ayutla. Hun jurisdictie verspreidt zich over Tecoanapa en de gemeenten van San Marcos, Cruz Grande, Copala en Cuautepec. “Het is aan het groeien,” zei hij. “Iedere dag doen er meer dorpen mee met dit gemeenschapssysteem.”
 
De dagen hierna volgden we de vigilantes tijdens hun patrouilles. Op een nacht reden we in totale duisternis en stopten we op een controlepost in de middle of nowhere, waar twintig gemaskerde mannen auto’s tegenhielden om ze te doorzoeken en de identiteit van de bestuurders te controleren. De hoofdofficier vertelde ons dat ze geen zaklampen bij zich hebben, zodat ze de automobilisten kunnen verrassen. Toeristen schrikken zich vast kapot als ze plotseling een bende van gemaskerde en bewapende mannen tegenkomen.
 
Toen we aan Daniel, een vigilante die onze gids was, vroegen of de locals wisten dat deze controleposten worden bemand door milities en niet door criminelen, antwoordde hij dat de meeste mensen hier het wel wisten. Maar niet iedereen wist het: op 3 februari waren twee toeristen uit Mexico-Stad onderweg naar het kustplaatsje Playa Ventura, en stopten ze niet bij een controlepost, waarna ze door de milities werden aangevallen. De toeristen werden naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis gebracht en klaagden later de milities aan. De leiding van de UPOEG zei dat het hun eigen schuld was omdat ze niet stopten.  
 

Een gemaskerde bewaker staat buiten een huis van de UPOEG.
 
Leden van de milities dragen geen badges en ze gebruiken geen bevelschriften, dus er is ruimte om ze te bekritiseren omdat ze handelen buiten de redelijke grenzen van de wet. Toen we tegen Gonzalo over dit punt begonnen antwoordde hij: “Ze zeggen dat we buiten de weten handelen, maar artikel 39 van de Mexicaanse Grondwet stelt dat de macht van de mensen uitgaat, en het haar doel is om de mensen te helpen. Het volk heeft te allen tijde het onvervreemdbare recht om hun regeringsvorm aan te passen of te veranderen. Ik geloof dat dit dat moment is. De mensen waren er zo klaar mee dat dit noodzakelijk was... De instituties die de criminaliteit moesten voorkomen hebben hun werk niet gedaan, en de burgers in deze staat zijn totaal verwaarloosd. De situatie bereikte een punt waarop het onmogelijk was om nog langer het misbruik van de georganiseerde misdaad te slikken. En iedereen weet ook dat die criminelen een aardige vinger in de pap hebben bij de autoriteiten.”
De burgemeester van Ayulta, Severo Castro Comez, lid van de Green Party, lijkt het werk van de milities te waarderen. “Is het niet iets moois?”, vroeg hij ons toen we hem bezochten in zijn kantoor. “Wat ik zie gebeuren is dat burgers hun eigen mensen gaan beschermen.”
 
Militieleden krijgen niets betaald en moeten één keer per week patrouilleren. Hun dapperheid is bewonderenswaardig; sommigen zitten achter criminelen aan terwijl ze alleen maar zijn bewapend met machetes en kleine handpistolen. Er gaan geruchten dat de UPOEG mensen dwingt om toe te treden tot de milities, maar de leiding ontkent dit. Er gaan ook geruchten dat de vigilantes verdachten gevangen hebben genomen in plaats van dat ze ze naar de politie hebben gebracht. We gingen met de milities mee tijdens een aantal missies, waar ze achter vermeende drugsdealers aan zaten. Maar het was ze niet gelukt ze te pakken te krijgen. Ze verzekerden ons dat als ze ze zouden vangen, ze ze naar de autoriteiten hadden gebracht, maar we hebben zo’n uitlevering helaas niet mogen meemaken.
 
De staat Guerrero, wat ‘krijger’ betekent, is vernoemd naar de Mexicaanse nationale held Vicente Guerrero. Het gebied heeft een lange geschiedenis in het broeden van bewapende groeperingen, dat terug dateert tot nog voor de Mexicaanse Revolutie, toen groepen arbeiders vochten tegen de troepen van President Porfirion Díaz. De EPR, een gewelddadige linkse groepering, kwam hier in de jaren negentig uit voort. 
 

Een gemaskerde en bewapende jongeman in de buurt van het UPOEG-hoofdkwartier in Ayulta, Mexico. (Zijn Toy Story-rugzak is helaas niet goed te zien.)
 
Guerrero staat ook op de voorhoede van het oprichten van vrijwillige politiemachten in inheemse gemeenschappen. In 1995 werd de organisatie Regional Coordinator of Community Authorities (CRAC) opgericht in San Luis Acatlán, als reactie op de golf van gewelddadige misdaden. Vandaag de dag wordt het geheel uit vrijwilligers bestaande CRAC erkend en ondersteund door de regering van Guerrero. We bezochten hun hoofdkwartier in San Luis Acatlán en spraken af met Pablo Guzmán Hernández, een regionale coördinator die ons vertelde dat sinds de CRAC was opgericht, de criminaliteit in de 72 inheemse gemeenschappen met 90% was gedaald in het gebied waar ze opereerden. Pablo zei dat de reden waarom de niet-traditionele politiemacht zo effectief is omdat “de officiers bij de gemeenschappen horen, en ze kennen hun omgeving, het gebied en de mensen.” De officieren van CRAC dragen geen maskers, in tegenstelling tot de nieuwe zelfverdedigingsgroepen, en de t-shirts en wagens van de officieren dragen duidelijk het logo van de organisatie. Ze dienen de wet en zijn bezig om de criminelen om te scholen; gevangenen krijgen taakstraffen en moeten alleen ’s nachts hun cel in. Ook al lijkt dit systeem aan de oppervlakte goed te werken, de realiteit is dat degenen die zijn beticht van misdaden niet noodzakelijk eerlijke zittingen krijgen naar juridische maatstaven, en vaak niet eens worden geïnformeerd over hoe lang ze in de cel moeten zitten. Aan de andere kant is het Mexicaanse juridische systeem al zo verpest dat het moeilijk is om te zeggen of de rechtvaardigheid zoals die wordt gehanteerd door CRAC en UPOEG slechter is.
 
De twee groepen worden verbonden door Bruno Plácido Valerio, die twee jaar terug hielp bij de oprichting van UPOEG, toen het nog een ongewapende organisatie was, en medeoprichter was van CRAC. Er zijn geen duidelijke redenen waarom UPOEG was begonnen met het patrouilleren van de gemeenschappen met maskers en wapens. Sommigen zeggen dat CRAC niet genoeg deed om de georganiseerde misdaad te stoppen, en dat daardoor de UPOEG haar intrede deed. Anderen geloven dat de agressieve tactiek van de UPOEG andere motieven heeft en is bedoeld om de CRAC politiek gezien te verzwakken, of dat Bruno publiciteit zoekt voor persoonlijk en politiek gewin. Ook al zijn dit allemaal slechts geruchten, het is duidelijk dat Bruno dichtere verbanden heeft met de regering van Geurrero dan CRAC en dat dit de spanningen tussen de twee groeperingen heviger heeft gemaakt.
 
We ontmoetten Bruno in het kustplaatsje Marquelia, waar hij naartoe was gereisd om af te spreken met wat leiders van de gemeenschap om een lokale politiegroep te beginnen. Hij kwam net terug uit Mexico-Stad, waar hij had overlegd met wetgevers, nadat hij Gouverneur Aguirre in de hoofdstad Chilpancingo had bezocht.
 
Bruno zei dat UPOEG wil worden gelegitimeerd als een nationale gemeenschapspolitieorganisatie en niet alleen als een zelfverdedigingsgroep. Hij voegde toe dat zijn organisatie aanwezig is in 40 van de 82 gemeenten in de staat, ook al zijn de officiële statistieken die dit onafhankelijk bevestigen moeilijk te vinden.
 

Een UPOEG-lid in Ayulta laat voor de camera zien waar hij zijn pistool bewaart.
 
“We opereren sneller en efficiënter dan de politie,” zei Bruno. “We hebben niet eens de hulp nodig van de CIA of de DEA. Een gezegde luidt, ‘Als je een goede wig wilt hebben, moet het van hetzelfde hout zijn gemaakt.’ De mensen die in onze gemeenschappen werken kennen elkaar, zowel de goede als de slechte mensen. We weten wat onze buren doen.”
We vroegen Bruno of UPOEG op een of andere manier financiële steun krijgt van de overheid, of dat hij misschien ambities had voor een hogere functie. “Het enige doel van onze beweging is om vrede en veiligheid aan de mensen te bieden,” antwoordde hij. “Er zit verder niks achter, geen drugssmokkelaars of grotere politieke plannen. Het is een beweging met goede intenties. We bekritiseren de overheid, maar we zijn er niet tegen. We zijn tegen het publieke beleid dat de mensen die over ons regeren uitdragen.”
 
Ook al blijven de ware motivaties van de leiding van het UPOEG een beetje ambigu, de doelen van haar leden zijn een stuk simpeler. Ze willen het geweld, de ontvoeringen en het wantrouwen tegen de lokale politie binnen hun gemeenschappen beperken. Inheemse burgers leven overal in Mexico in bijna ondraaglijke armoede, en dit, gecombineerd met het schijnbare onvermogen of de onwil van de regering om wat te doen aan georganiseerde misdaad, heeft de basis gelegd voor deze grassroots-vigilantebeweging. Deze gemeenschappen hebben veel goede redenen om de wapens op te pakken tegen de criminele gangs. Het zou misschien zelfs hun enige manier tot bevrijding kunnen zijn. En als de overheid wil dat ze zich terugtrekken, moet ze oplossingen en voorwaarden bieden waardoor zij hun maskers af kunnen doen en hun wapens neer kunnen leggen. 
 

Reageer