Stuff

Prop het er maar lekker in

door Jenni Avins

0

Foto's door Matheus Chiaratti


Jenni past de bestverkopende handschoen van Fetisso in het fabrieksmagazijn.
 
Ergens in het midden van de jaren zestig speelde de kleine Willi Graper in zijn eentje op de boerderij van zijn grootouders, nabij het kleine Zwitserse dorpje Vordemwald. Toen hij de keuken binnenwandelde, viel zijn oog op iets dat bovenop een mand oude kleren lag: een paar gele latex keukenhandschoenen. Hij trok ze aan. Ze gaven hem een raar gevoel, en meteen begreep hij wat voor kracht er van deze handschoenen uitging. Met de handschoenen nog aan stapte hij weer naar buiten, en greep hij in een koeienvlaai. Het was een hem toen nog onbekende sensatie—met zijn vingers in de koeienkak knijpen maar het niet echt aanraken.
 
De kleine Willi wist dat hij met deze handschoenen aan zijn vingers weg zou kunnen komen met allerhande verboden zaken. Hij raakte giftige planten en rode mieren aan, dompelde zijn arm onder in de beek en viste de bloedzuigers uit het water. Hij durfde het zelfs aan om een gelatexte vinger in de anus van een arm rund te stoppen. Het voelde sensationeel. Toen hij een aantal jaar later begon te masturberen, droeg hij de handschoenen natuurlijk ook. Zoals iedere brave Zwitserse jongen had hij geleerd dat zelfbevrediging verkeerd was, maar met de handschoenen aan was het voor Willi een heel andere kwestie. De handschoenen boden bescherming tegen zonde, als een soort magische talisman tegen het oordeel van God. Wel besefte hij dat andere materialen, zoals leer, niet dezelfde aantrekkingskracht op hem hadden. Latex was zijn ding, en Willi kon niet meer ontkennen dat hij een fetisj had. Op dat moment kon hij nog niet vermoeden dat hij dankzij zijn vieze geheimpje decennia later de trotse eigenaar zou zijn van een lucratief fetisjkledingimperium in een paradijslijk stukje Braziliaans regenwoud.
 

Latex druipt in een opvangbakje op een plantage in Pernambuco, Brazilië. Een medewerker heeft kort ervoor de punt van zijn mes in de schors gezet; dat rode spul is een chemisch middel dat helpt bij het herstelproces van de boom.
 
Willi was niet de eerste die in de ban raakte van latex, het witte goedje dat uit de stam van de rubberboom komt druipen. Toen Willi een geile puber was stuitte hij in een prullenbak op een pornoblaadje dat volledig gewijd was aan vrouwen in latex. Op dat moment besefte hij dat hij niet alleen was—er waren anderen in deze wereld die zijn obsessie met het materiaal deelden. Willi begon zich meer te verdiepen in zijn voorkeur. Zo leerde hij bijvoorbeeld dat het woord fetisj afstamt van de term ‘feitico’—de Portugese naam voor Afrikaanse beeldjes die door Afrikanen verafgood werden, en waarvan men dacht dat ze behekst of bezeten waren. Voor fetisjisten geeft het feit dat ze een bepaalde stof kunnen dragen en zich ermee kunnen omhullen, de kleding ineens een hyperseksuele lading. Fetisjes en seksuele identiteit zijn heel persoonlijk bepaald, dus hoewel het niet moeilijk is om bepaalde patronen te herkennen, is er niet één historische lijn aan te wijzen. Wel waren veel fetisjisten na de Tweede Wereldoorlog dol op beschermende materialen als gasmaskers. Sommige fetisjisten gebruiken latex dan ook om zich veilig, beschermd of juist gevaarlijk te voelen. Anderen houden er gewoon van om ingekapseld te zijn door een glanzende tweede huid. In de jaren veertig en vijftig publiceerde Bizarre Magazine illustraties en foto’s van dames die zich in latex hadden gehuld en zich in allerlei kinky situaties bevonden. Tegen de jaren zeventig introduceerden designers als Vivienne Westwood het fetisjisme in de modewereld.
 
Dianne Brill, een muze van Warhol, stak zich vervolgens in een wit omzoomd latex pakje en werd door People Magazine uitgeroepen tot de koningin van het New Yorkse nachtleven. Een decennium later had schrijfster Candace Bushnell zich in een rubberjurk gehuld voor Vogue, wat resulteerde in drie dates, een huwelijksaanzoek en een ontmoeting met een televisieproducent—twee jaar later ging haar serie Sex and the City in premiere op HBO. Lady Gaga droeg latex bij haar ontmoeting met Koningin Elizabeth. Anne Hathaway gaf toe dat het latex Catwoman-pakje dat ze in The Dark Knight Rises droeg haar voorgoed heeft veranderd. Aan Allure vertelde ze: “Dat pakje... ik kon nergens anders meer aan denken dan aan dat pak... het hield al mijn gedachten een jaar lang in een houdgreep.”
 

René aan zijn bureau.
 
Willi zette zijn zelfverwerkelijking voort in de jaren zeventig en ging naar India en San Francisco om zichzelf te zoeken. Uiteindelijk brachten zijn reizen hem naar Brazilië, naar de stad Recife, waar hij tussen de suikerrietplantages en tropische stranden van de dorre Noordoostkust van het land naar een thuishaven zocht. Daar vond hij een plek waar hij alleen van had durven dromen—een heuvel boven het kleine kustplaatsje Japaratinga, in de schaduw van de palmbomen en direct aan het strand. Hij had filosofische boeken over utopische idealen gelezen en stelde zichzelf een eenvoudig leven aan zee voor, omringd door natuur, vrienden en familie. Hij kocht het stuk land en haalde Fritz Liechti, een bevriende expat, over om zich bij hem te voegen. Ze bouwden een commune en smeedden plannetjes om hun geld buiten de stad te verdienen. Ze zagen weinig brood in de kokosnoten en het suikerriet van het arme gebied, maar er bleek in die regio nog een andere stof te zijn: rubber. De punkbeweging was in volle gang en Willi’s fetisj was ineens niet zo vreselijk raar meer. Hij keek rond in de Braziliaanse jungle en zag daar geld aan de bomen groeien.
 
Dat was het begin van Fetisso Latex. Tegenwoordig maakt het bedrijf vijftig soorten handgemaakte latex fetisjkledingstukken en exporteert het producten naar seksshops in Europa, Noord-Amerika, Japan en Australië. Fetisso heeft een trouwe klantenkring, en de producten houden het midden tussen goedkope, eenmalig draagbare latex en de latexcouture waar de kenners zo dol op zijn. Hoewel fetisjisten niet per se de groenste doelgroep zijn, houdt Fetisso Latex wel rekening met het milieu: de Braziliaanse rubberbomen bieden—naast frisse lucht—ook waardevolle schaduw voor laaggroeiende flora en laaglevende fauna.
 

Reageer

0