Oudjes met talent: beatmaking workshops in het woonzorgcentrum

Zoals altijd, eindig ik mijn workshop met de vraag: ‘Wat vonden jullie ervan?’. Een van hen zegt dat Charles Aznavour zich zou omdraaien in z'n graf als hij hoorde wat we met zijn muziek gedaan hadden.

Ik heb geen muzikale opleiding gehad. Ik begon met muziek toen ik tijdens m’n tienerjaren aan breakdance deed en de soundtracks maakte voor de shows van onze crew. Van het een kwam het ander en van eenvoudige audiomixes evolueerde ik al snel in de richting van sampling. In Namen, waar ik toen woonde, leerde ik ook een paar MC's kennen. Zo kwam ik bij beatmaking terecht. Ik begeleidde hen op het podium en achter de draaitafels, en werd uiteindelijk zelf ook DJ. Ik stopte zelfs met mijn studies grafische vormgeving omdat ik wou leven van de muziek. Bovendien was het op dit moment niet evident om beats te maken voor ‘gevestigde’ artiesten, en dus moest ik diversifiëren. Parallel met mijn persoonlijk, muzikaal project, begon ik daarom voor verschillende media te componeren en workshops ‘muzikale initiatie’ te geven. 

Advertentie

Intussen organiseer ik al zo'n tien jaar beatmaking-workshops voor jongeren tussen 10 en 15 jaar. Soms geef ik ook workshops op scholen, die georganiseerd worden door Les Jeunesses Musicales. Tijdens die workshops probeer ik de leerlingen de grondbeginselen van muziekproductie op een computer aan te leren. Ik leer hen wat een BPM is, wat een ritme en een sample zijn en hoe je korte stukjes beats kunt maken. Daarnaast geef ik ook workshops in culturele centra, meestal tijdens de schoolvakanties. Daar is de aanpak iets diepgaander en is er ook een specifiek doel: de deelnemers leren alles wat in een klassieke workshop aan bod komt, maar moeten daarnaast ook een eindresultaat afleveren. 

Ik vind het leuk om mijn kennis door te geven. Het zijn speciale momenten waarop ik veel bijleer over de manier waarop jonge mensen omgaan met muziek. Ik denk dat het belangrijk is om ervoor te zorgen dat ik geen boomer word. Verschillende deelnemers hebben mij al gecontacteerd om te vertellen dat ze zich een kleine controller hebben aangeschaft en Ableton op hun gezinscomputer geïnstalleerd hebben.

Ik geef ook privéles aan studenten, altijd op maat en afhankelijk van hun profiel. Denk aan gitaristen die willen leren hoe ze tracks moeten opnemen of afleveren, rappers die graag onafhankelijk willen zijn of muziekliefhebbers die hun eigen muziek willen maken. Om al die dingen te stimuleren, ben ik onlangs begonnen met een nieuw project.

Een paar weken geleden gaf het team van Jeunesses Musicales me een nieuwe opdracht, dit keer in een rusthuis: de Eglantines in Neder-Over-Heembeek. Maison de la Création was op zoek naar een muziekbegeleider voor een inleidende workshop op de computer. Toen ik het aanbod kreeg, was ik zowel enthousiast als ongerust. Senioren zijn een totaal ander publiek bij wie ik een hele andere pedagogische aanpak zou moeten hanteren. Ik zou het sowieso tot in de puntjes moeten voorbereiden. Ik bedenk me dat het leuk kan zijn om de oefening te baseren op het samplen van een liedje uit hun tijd. Voor de rest is het plan om het gebruikelijke recept ter plekke een beetje aan te passen. Mijn enige zorg op dit moment, is dat ze niet zullen openstaan voor wat ik hen ga aanbieden.

Advertentie

Sinds Covid kreeg ik minder aanvragen voor workshops, waardoor ik me meer op mijn eigen project ben beginnen focussen. Lees: samen met mijn team drinken en feesten tot in de vroege uurtjes. Nu de maatregelen versoepeld zijn, komen de weer aanvragen weer binnen, maar ik heb moeite om me aan te passen aan een minder nachtelijk ritme. Als de dag van de waarheid eenmaal is aangebroken, word ik pas rond de middag wakker. Ik moet om 14.00 uur in het rusthuis zijn. Ik ben gisteren thuisgekomen zonder spullen, dus moet nog langs de studio - 45 minuten van huis - om alles op te halen, voordat ik naar het rusthuis kan vertrekken. Kortom, een grote tour de BXL van zo’n anderhalf uur.

Ik arriveer net op tijd, oef. Als ik door de deur van het rusthuis loop, voel ik hoe ik van mijn snelle leven in een vredige, rustige, plek beland. De activiteit van vandaag is gratis. Het team van het woonzorgcentrum heeft de bewoners die deelnemen aan de workshop samengebracht in een vergaderzaal, hun tafels staan in een cirkel. Ze zitten al neer als ik binnenkom, wat me stress bezorgt. Om geen tijd te verliezen - en een ongemakkelijke stilte van 10 minuten te vermijden - stel ik mezelf voor terwijl ik de duivelse machines uit mijn tas haal: een laptop, twee kleine MIDI-controllers en een geluidskaart. Ik leg even uit wat ik kom doen. Uiteindelijk blijft het bij een paar minuten eenzaam geleuter: ik zie in hun ogen dat ze totaal geen idee hebben wat er hier gaat gebeuren.

Ik besef dat het belangrijk is om het ijs te breken voordat we aan de oefening beginnen. Ik moet proberen te bewijzen dat ik niet zomaar een jonge partyboy ben die hen wil dwingen om technobeats te maken op 160bpm.

Mijn eerste taak bestaat eruit om de deelnemers te doen inzien dat de computer, ondanks de technologische barrière, een instrument is als ieder ander. En dat je met dit instrument dus ook alle mogelijke muziekstijlen kunt componeren. Er ontstaat een discussie over muziek in het algemeen en ik probeer meer te weten te komen over de genres en artiesten die hun jeugd lieten rocken. De namen die het vaakst genoemd worden, zijn Luis Mariano, Charles Aznavour, Pavarotti, Salvatore Adamo, Johnny Hallyday, Claude François en Françoise Hardy. Deze mensen waren tieners in de vroege jaren zestig, qua stijl is het dus yéyé, boogie woogie en rock'n'roll.

Uiteindelijk kom ik tot de kern van de zaak door het principe van steekproeven uit te leggen. De vergelijking met collages in de beeldende kunst is vrij efficiënt. Ik leg uit dat het om geluidsrecycling gaat en illustreer mijn punt door hen te laten luisteren naar zowel originele liedjes als de gesamplede versies ervan: Für Elise van Beethoven versus I Can van Nas, Walk on the Wild Side van Lou Reed versus Can I Kick It van A Tribe Called Quest en Parce que tu crois van Charles Aznavour versus What’s the difference van Dr. Dre. Sommige oudjes zijn onverschillig en een beetje chagrijnig. Anderen zijn geïntrigeerd en stellen vragen.

Advertentie

Na een kwartier hebben we een paar nummers beluisterd en vergeleken. Het is tijd voor de eerste oefening. Ik leg uit dat er in mijn computer virtuele instrumenten zitten en dat ik die stuk voor stuk kan bespelen met een kleine controller. Zo vertel ik bijvoorbeeld dat er wat drumgeluiden op mijn keyboard staan. Een dame onderbreekt me onmiddellijk: ze begrijpt niet hoe je een cimbaal kunt bespelen met een piano. Een andere vrouw maakte een grapje door een cultregel te droppen uit de film L'homme orchestre, met Louis de Funès: "Speelt uw viool fluit?” Niet iedereen begrijpt de grap, maar ik ga volledig strijk. We praten verder om uit te zoeken welk klassiek stuk we kunnen componeren. De keuze is aan hen, en uiteindelijk wordt het La bohème van Charles Aznavour.

Ik laat de deelnemers alle elementen van een ritme opnemen op het keyboard, herwerk de loop voor het refrein en vraag hen om het tempo te veranderen met behulp van de pijltjes op het toetsenbord. Ze vinden het grappig om dit monster op 180BPM te zetten en naar de gepitchete stem te luisteren, maar uiteindelijk belanden we toch bij een meer beluisterbaar tempo. Vervolgens knip ik de loop in 16 tellen, zodat elke tel van het fragment bij een toets van het keyboard hoort. Daarna proberen ze alle 16 beats in verschillende volgordes te spelen en een nieuwe melodie te creëren op basis van de samples, volgens een ritme dat ze helemaal zelf bedenken. Er ontstaat een eigen versie van de klassieker.

Afhankelijk van hun temperament en ruimdenkendheid, staan sommigen nogal weigerachtig tegenover de vreemde praktijk die ik hen probeer bij te brengen. Voor anderen maken gehoorproblemen de oefening ietwat uitdagend, maar uiteindelijk speelt iedereen mee en zijn ze allemaal op hun eigen manier betrokken bij de creatie van het stuk. 

Zoals altijd, eindig ik mijn workshop met de vraag: ‘Wat vonden jullie ervan?’. Een van hen zegt dat Charles Aznavour zich zou omdraaien in zijn graf als hij hoorde wat we met zijn muziek gedaan hadden.

De tweede sessie vindt de week daarop plaats. Ik was bang dat ze niet zouden terugkomen, maar iedereen is er. Er zijn zelfs twee nieuwe deelnemers. Ik ben een beetje bang om hen te vervelen met een gelijkaardige oefening, dus dit keer heb ik een andere aanpak in gedachten. Ik haal een microfoon tevoorschijn om het sampling materiaal dat we nodig hebben ter plekke op te nemen. Deze aanpak is wat speelser en maakt het ook iets gemakkelijker om de twee uur durende workshop in te vullen.

Alle elementen van de future banger zijn opgebouwd uit geluidseffecten, zoals een vuist op tafel als bassdrum, klappende groepshanden, een schreeuwend geluid om een basnoot te creëren, enzovoort. Nadien stoppen we al die geluiden in de sampler om ze op te nemen. Vervolgens worden ze allemaal teruggeplaatst in de Ableton Live sampler zodat we ze kunnen afspelen met de controllers. Als bonus wil een van hen nog een liedje zingen. 

Ik hoef jullie niet te vertellen dat deze twee workshops geen afgewerkte stukken hebben opgeleverd - het waren dan ook introductiesessies. Op het einde van de sessie bedank ik hen voor hun aandacht en medewerking.

Ik weet niet of ik roepingen heb gecreëerd zoals dat al bij kinderen gebeurd is, maar mijn werk zit erop.

Volg VICE België en VICE Nederland ook op Instagram.

Tagged:

werk, beatmaking, België, rusthuis

Meer
zoals dit
Met de vissers van Oostende, drie jaar later
Een canvas voor de proletariërs van de neoliberale economie
Achter de schermen van Horst Festival door de ogen van vrijwilligers
Détruire rajeunit: de geschiedenis en toekomst van militante en radicale actie
Liyo van He4rtbroken haalt voor ons haar cd’s van onder het stof
Ik liet me onderdompelen in de Belgische surfcultuur
Vaste klanten van Soundstation delen hun mooiste herinneringen
In beeld: het ongecensureerde optreden van de politie