Ik trotseerde boze boeren om bij het distributiecentrum boodschappen te doen

Een eetrijpe avocado moest ik hebben, en ik liet me niet tegenhouden door een paar tractortjes.

“Groenten?” zegt de supermarktmedewerker verbaasd, alsof ik vraag naar eenhoorn-biefstuk en een kiloverpakking maanzand. “Die komen niet binnen, omdat de boeren staken.” Zo begon mijn dinsdagmiddag met een domper, want het was lunchtijd en ik had ongelofelijke trek in een omelet met eetrijpe avocado en biologische shiitake paddestoelen. Teleurgesteld begon ik te googelen wat er nu weer aan de hand was. 

De boeren, die boos zijn vanwege nieuwe stikstofregels, bleken niet te staken. Ze blokkeren de wegen naar distributiecentra van verschillende supermarkten met hun tractoren. Het is de laatste tijd erg moeilijk om gewoon rustig te bestaan en te genieten van de toch al vrij bescheiden geneugten die het leven te bieden heeft. Alsof het al niet erg genoeg is dat de Russen de levering van graan en zonnebloemolie uit Oekraïne dwarsbomen, zijn het nu weer de boeren die een spaak in mijn consumeerwiel steken. Ik besloot maar gewoon naar zo’n distributiecentrum te gaan om de blokkade te omzeilen en mijn gedroomde lunch zelf op te halen. Er schijnt daar genoeg te liggen. 

Even later zit ik lichtelijk gefrustreerd in de auto, maar ik vind het ook spannend. Het hele internet staat vol beelden van rellende boeren die bijvoorbeeld optrekken naar het huis van de minister. Ik bereid me erop voor dat ik over omgehakte knotwilgen heen zal moeten klimmen, mezelf langs brandende hooibalen zal moeten manoeuvreren en spuitende mestkanononnen zal moeten ontwijken om uiteindelijk achter de boeren-linies mijn boodschappen te bemachtigen. 

Na een fileloos ritje stap ik uit bij het distributiecentrum in Almere. In de verte zie ik een groepje tractoren staan met omgekeerde Nederlandse vlaggen eraan. Een zilveren Mercedes zigzagt door de berm, waarbij hij grote stofwolken veroorzaakt. Ik ben bang dat hij op me af komt om mij, een pottenkijker, weg te jagen. Maar de twee inzittenden, zo te zien vroege twintigers, steken grijnzend hun hand op terwijl ze langs me stuiven. “Boeren en burgers hand in hand, voor een voedzaam Nederland,” staat er op één van de spandoeken die ik tegenkom op weg naar de tractoren. Het valt tot zover allemaal best mee. 

Bij de tractoren hangen groepjes mensen gemoedelijk op bierkratjes en in tuinstoelen. Ik deel één van de protesterende boeren mede dat de supermarkt leeg is, en vraag waarom ze hier staan. “Je kunt beter aan Rutte vragen wat er aan de hand is,” zegt hij gnuivend. Ik verduidelijk dat ik vooral wil weten wat ze willen bereiken met hun actie. “Het kabinet moet vallen, dat schorem,” zegt één van de anderen. Op dat punt kan ik ze geen ongelijk geven, al heb ik persoonlijk niet zoveel tegen stikstofregels. 

Het protest oogt zeer ontspannen.

Drie boeren op klompen die verderop een raket-ijsje staan te eten willen me wat uitgebreider te woord staan. Het zijn de melkveehouders Pieter en Cor, en Max, een medewerker van een akkerbouwbedrijf. Hoewel akkerbouwbedrijven niet in aanmerking komen om te worden uitgekocht, zijn alle boeren wel nauw met elkaar verbonden, zo vertelt Pieter: “Als wij minder vee hebben, krijgen zij geen stront.” Of de gemiddelde stadsbewoner ook zo makkelijk te overtuigen is om solidair te zijn betwijfel ik. Ikzelf heb er in ieder geval nogal moeite mee. 

Cor en Pieter kijken naar het distributiecentrum.

Ik vraag aan de boeren of ze niet denken dat veel mensen boos op ze zullen worden als ze misgrijpen in de supermarkt. “Ze zullen best eens een keer een zuur gezicht trekken, en er zullen best eens mensen verontwaardigd zijn,” zegt Pieter. “Dat is jammer, en het is ook niet onze bedoeling, maar het kan niet anders. We hebben alle nette manieren van actievoeren al geprobeerd. De mensen moeten beseffen dat wij hard werken voor hun eten, en dat we van de overheid alleen stank voor dank krijgen.” Max voegt toe dat het vooral door “de media” komt dat mensen boos worden op de boeren. “Zonder boeren geen eten,” is één van de slogans die de boeren gebruiken tijdens hun protesten, maar als deze boeren er niet geweest waren, zat ik nu gewoon mijn heerlijke omelet met shiitake en avocado te eten. Daar heeft de media weinig mee te maken. 

Pieter schetst vervolgens de ernst van zijn situatie. Hij vertelt dat in West-Nederland, waar hij zijn bedrijf heeft, de helft van het vee weg moet om de stikstofnorm te halen. “Dat komt neer op meer dan de helft van de boeren,” zegt hij, maar hij wil niet stoppen. Hij vindt bovendien de uitkoopsom die bedrijven zouden krijgen te laag. “Dat is gebaseerd op de marktwaarde, en wie wil er in deze tijd een boerderij? Dat is geen fuck meer waard.” Volgens hem is het beleid er de afgelopen dertig jaar op gericht is geweest om boeren “weg te pesten”. Als voorbeeld noemt hij de fosfaatrechten die werden ingevoerd, en de (inmiddels afgeschafte) melkquota. “In mijn jeugd had je die nog niet,” vult Cor aan. Hij beaamt dat die melkquota moesten worden ingevoerd omdat er jarenlang subsidie was gegeven aan boeren waardoor overproductie ontstond, maar ziet dat juist als een teken dat de overheid zich in het algemeen te veel met de landbouw bemoeit. 

Een nogal dramatische variatie op de "zonder boeren geen eten"-slogan.

We hebben het nog even over import en export. Volgens de boeren komt er voor al het vlees dat zij produceren voor export weer Franse wijn en Spaanse olijfolie terug, wat het eerste argument voor vleesproductie is waar ik enigszins gevoelig voor ben. Al zou je natuurlijk ook gewoon pastinaken, bier of bloemen kunnen exporteren. Ook hebben we het nog over hongersnood in Ethiopië. Cor: “Daar hebben de kinderen honger en dan ga je hier goede landbouwgrond volzetten met gebouwen?” Tenslotte komt het gesprek op die onvermijdelijke stikstof, die de veeteelt minder moet uitstoten om kwetsbare natuurgebieden te sparen. Pieter: “We zitten hier onder het zeeniveau hè? Als je echt natuur wilt, dan lopen we hier met een snorkel op en een duikpak. Dan steek je de dijk door bij Noordwijk. Alle natuur in Nederland is veredeld tuinieren.” We lachen. Max is op zijn beurt erg geïnteresseerd in mijn werk. “Hoe werkt dat in de media? Vertellen ze jou wat je moet schrijven?” 

Het is, kortom, best een gezellige discussie en de boeren zijn zeer creatief met hun argumenten. Als er vervolgens een vrouw langskomt die me een chocoladekoekje aanbiedt herinner ik me weer dat ik hier niet ben voor gezelligheid, maar voor eetrijpe avocado’s en biologische shiitake. De boeren leggen me gelukkig geen strobreed in de weg om die te gaan halen. 

Advertentie

“Goedemiddag, hebben jullie toevallig nog eetrijpe avocado’s?” vraag ik aan de medewerker aan de andere kant van de intercom. “Want bij de supermarkt zijn ze op.” Het blijft even stil. “U bent op zoek naar…?” Zo vreemd is mijn vraag op zichzelf genomen niet, maar kennelijk sla ik de logistieke plank volledig mis. “We kunnen niet zomaar via het distributiecentrum verkopen, omdat we hier geen kassa etcetera hebben. Sorry.” Dat ik cash kan geven brengt me niet dichter bij mijn lunch. “Die avocado’s zijn niet eens binnengekomen. De groenten en verse producten zijn naar een ander distributiecentrum gegaan, of terug naar de leverancier om ze toch nog even achter de hand te houden.” Wanneer ze dan wel komen? “Dat ligt eraan wanneer de boeren weggaan.” En nee, biologische shiitake hebben ze ook niet, zegt de medewerker desgevraagd.   

De auteur probeert boodschappen te halen bij het distributiecentrum.

Daar sta ik dan, op een industrieterrein nabij Almere. Zonder eetrijpe avocado en biologische shiitake, maar met ietsje meer kennis over distributieprocessen. Ook heb ik door deze exercitie wat meer sympathie voor de boeren gekregen. Individueel zijn het namelijk best aardige mensen, al zou het natuurlijk beter zijn als ze als branche minder dieren zouden houden, geen dingen zouden slopen en geen distributiecentra zouden blokkeren. 

Een eeuwigdurend familiebedrijf heeft een bepaalde romantiek, maar een zak geld krijgen om jezelf opnieuw uit te vinden lijkt me toch ook lang niet slecht. Het tuinbouwbedrijf van mijn overgrootvader werd tijdens de oorlog zonder pardon onder water gezet door de geallieerden en nu schrijf ik artikelen voor het internet. Zo lopen die dingen. Ik krijg visioenen van een paradijselijk land waar alle koeienstallen zijn vervangen door wijngaarden, plukbossen en olijfbomen – maar dat zal de honger wel zijn. 

De eigenaar van deze auto heeft minder optimistische visioenen.



Tagged:

klimaat, stikstof, tractoren, uitkopen

Meer
zoals dit
Waarom het fantastisch is om biseksueel te zijn
Waarom het belangrijk is om mee te lopen met de Pride Walk
Hoe is het om uit te gaan met een beperking?
Politici zouden hun feestpersoonlijkheid vaker mee naar werk moeten nemen
Deze jongeren ontvluchtten hun land en eisen nu een beter grensbeleid
Nog één keer grenzeloos moshpitten in een vervallen slachthuis
Ingewanden snijden met een ontwerper die tassen maakt van koeienmaag
Niet alleen witte kale mannen met een aussie aan zijn gabber