Ook woonwagenbewoners zijn de woningnood zat

Er moeten in Nederland nieuwe standplaatsen bij, maar sommige buurtbewoners willen liever geen woonwagenkamp vlakbij hun huis: "Tiny houses zijn helemaal hip, maar met een tiny woonwagen hoef je niet aan te komen."

In de serie Broertje Dood aan Woningnood gaan we op zoek naar de beste manieren om je door de voortwoekerende wooncrisis heen te slaan.

“Woonwagenbewoners kraken lege plekken,” berichtte RTV Drenthe afgelopen mei. In werkelijkheid is er geen sprake van kraken, legt woonwagenbewoner Eva Doek me twee weken later uit. Ik spreek haar in haar woonwagen in het kamp aan de Esschenbruggerdijk, in het Drentse plaatsje Coevorden. Het is negen uur ‘s ochtends, we drinken koffie en er staat een elegante schaal met koekjes op tafel. Af en toe kraait er buiten een haan. “We zijn begonnen met: we kraken de boel,” zegt Doek. “Maar ik heb toen advies gekregen van anderen die zeiden: dat woord ‘kraken’ moet je niet gebruiken, want dat is verboden. Dus nu noemen we het een demonstratieve bezetting. Demonstreren mag altijd.”

Advertentie

De demonstratieve bezetting bestaat uit een kleine bouwkeet en een grote grijze tent, die zijn neergezet op twee lege plekken in het kamp, naast en schuin tegenover de wagen van Eva Doek. “De gemeente maakt mij een wrak, daarom bezet ik dit vak,” staat er op een spandoek die aan de keet is gehangen. Op de de tent hangt een doek waarop staat:  “De gemeente heeft de tijd gehad, ik ben het wachten zat.” Tegen het einde van de zin staan de letters erg dicht bij elkaar – “Het was de eerste keer dat ik zo’n spandoek heb gemaakt,” zegt Doek verontschuldigend.

De lege standplaatsen zijn al in december vorig jaar toegezegd aan nieuwe bewoners, maar één van hen heeft de plaats geweigerd, en een andere plek staat ook nog leeg. Ondertussen zitten twee zoons van Doek ernstig om een standplaats verlegen. Vooral haar oudste zoon heeft dringend behoefte aan een eigen woonwagen: hij is getrouwd en heeft een baby van een paar maanden oud. Voorlopig woont hij met z’n jonge gezinnetje in de woonwagen van zijn opa, maar vanwege de beperkte ruimte leidt dat soms tot spanningen. Doek vertelt dat haar schoonvader af en toe in het protestkeetje gaat zitten, om even een dutje te doen en bij te komen na een nacht vol babygehuil. 

Het protestkeetje

Doek en haar familie zijn niet de enige woonwagenbewoners die actie voeren voor meer woonruimte. Begin dit jaar parkeerden een groep mensen die al jaren op een standplaats aan het wachten is hun caravans pontificaal op de parkeerplaats van het gemeentehuis in Raalte. In Heesbeen verloren twee zussen vorige maand een rechtszaak die ze hadden aangespannen tegen hun gemeente: ze willen allebei in een eigen wagen op hun woonwagenkamp gaan wonen, maar volgens het bestemmingsplan van de gemeente is daar vanwege brandveiligheid geen plek voor. En onlangs kreeg een familie in Roosendaal die al twee jaar bivakkeert in een protestkampje, bestaande uit twee caravans en twee tenten in een berm, te horen dat ze moeten opbreken.

Veel woonwagenbewoners verkeren kortom in een acute wooncrisis, al liggen de oorzaken daarvan net wat anders dan bij de vele mensen die geen koophuis of betaalbare huurwoning kunnen krijgen. Het tekort aan standplaatsen voor woonwagenbewoners is er al heel erg lang, en er is de afgelopen twintig jaar vrijwel niets gedaan om dat tegen te gaan. Tot 2018 werd er in bepaalde gemeenten zelfs een zogenaamd ‘uitsterfbeleid’ gevoerd, waarbij standplaatsen werden opgeheven zodra een bewoner overleed

Dit alles leidt ertoe dat woonwagenbewoners die volgens hun eigen gewoontes willen leven – de woonwagencultuur werd in 2014 toegevoegd aan de lijst Cultureel Immaterieel Erfgoed – dat in de meeste gevallen niet kunnen doen. Het Nederlandse beleid kreeg internationaal dan ook stevige kritiek. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en de Nationale Ombudsman veroordeelden het uitsterfbeleid als discriminerend. Het College voor de Rechten van de Mens bracht als advies uit dat gemeenten de woonwagengemeenschap niet alleen met tolereren, maar ook moet faciliteren. Vooroordelen tegen reizigers zijn oud en hardnekkig, en hebben zich vertaald in stigmatiserend beleid, zo beschrijft Vera Mulder in haar stukken voor de Correspondent: “De rode draad in honderd jaar woonwagenbeleid lijkt dat er nauwelijks wordt gesproken met de bewoners zelf, die zich vaak onbegrepen voelen.”

Zelf is Doek in een huis opgegroeid. Ze kwam door de liefde op het woonwagenkamp terecht, en schrok enorm van de vooroordelen waar ze vanaf dat moment mee te maken kreeg. “Mijn man zei: besef goed waar je aan begint, als je besluit bij mij te blijven. Ik moest daar toen eigenlijk om lachen. Wat ouderwets, dacht ik toen, dat bestaat toch helemaal niet meer. Maar daar ben ik snel van teruggekomen. Zodra ik met hem ging samenwonen, merkte ik dat er heel anders naar me werd gekeken, ook in mijn eigen familie. Mensen wilden niets meer met me te maken hebben, in de winkel liepen ze achter me aan om te controleren dat ik niets zou stelen.” Ze heeft wel eens het vermoeden dat Nederlandse gemeenten, ondanks dat het nu officieel verboden is, toch hopen dat de woonwagencultuur langzaam maar zeker verdwijnt.

Heel veel mensen die zich hard maken voor nieuwe standplaatsen geven het uiteindelijk op, zegt ze, en gaan dan toch maar met tegenzin in een huis wonen. Er gaat veel tijd in de strijd om standplaatsen zitten, en het levert bijna niets op. Doek is veel in contact met de gemeente, en is lid van de lokale partij Progressief Accoord Coevorden (PAC). “Het is heel frustrerend om je ermee bezig te houden. Je krijgt kleine stukjes, waar je dan heel blij mee bent, maar waar je uiteindelijk heel weinig mee opschiet. De moed zakt me bijna dagelijks in de schoenen, maar ik ben niet van plan om ermee te stoppen.” 

Inmiddels hebben gemeenten de opdracht gekregen om meer standplaatsen te creëren. Dat gaat nog niet bepaald soepel. Vorig jaar bleek uit een herhaalmeting dat het aantal standplaatsen in Nederland – zo’n 8.800 – min of meer gelijk is gebleven in de afgelopen twee jaar. Er is wel iets van vooruitgang: voor de komende tijd staat in Nederland de realisatie van 150 nieuwe standplaatsen gepland. Maar voor de mensen die al jarenlang op een plekje hopen, gaat het tergend langzaam. “Het uitsterfbeleid is van de baan, we zijn cultureel erfgoed geworden,” zegt Doek daarover. “Allemaal heel mooi, maar in de praktijk schiet je er niets mee op, want er zijn geen standplaatsen bijgekomen. Dat houdt in dat als je nu jonge woonwagenbewoner bent en je wil de deur uit, dan moet je wachten tot iemand anders komt te overlijden. En dan staan er ook nog anderen voor jou op de wachtlijst. Dus eigenlijk heb je geen toekomst.” 

Tommy

Die traagheid heeft verschillende oorzaken, blijkt uit onderzoek. Sommige gemeenten, met name grote steden, hebben erg weinig grond tot hun beschikking, waardoor het moeilijk is een geschikte locatie te vinden. Ook vinden veel gemeenten het een relatief dure onderneming: een woonwagen gaat minder lang mee dan een regulier huis, waardoor er minder tijd is om de geïnvesteerde kosten terug te verdienen. Het contact tussen gemeenten en woonwagenbewoners verloopt soms stroef, er is sprake van “historisch scheefgegroeide verhoudingen.” Maar ook het ‘not in my backyard’-effect speelt een rol: veel buurtbewoners willen liever geen woonwagenkamp vlakbij hun huis.

Ook Doek ziet dat er behalve praktische bezwaren ook vooroordelen van omwonenden zijn: “Ik denk dat zo moeilijk blijft omdat veel mensen je toch liever zien gaan dan komen. Ieder mens die ik hierover vraag zegt: nee joh, jullie zijn ook gewoon mensen van vlees en bloed. Maar als er eens iets op het internet staat waaronder je anoniem kan reageren, dan zie je heel snel hoe er over ons gedacht wordt. Dus ja, ik denk dat het nog steeds zo is. We zijn anders dan de gemiddelde mensen, dus dan val je al snel buiten de boot.” 

Advertentie

De actie van Doek en haar familie begon na een telefoongesprek met de gemeente, vertelt ze. De gemeente Coevorden, waar geen uitsterfbeleid is gevoerd maar wel een grote vraag naar standplaatsen is, kondigde vorig jaar aan 15 nieuwe standplaatsen in het leven te roepen. Mensen die zo’n standplaats willen, kunnen zich inschrijven op de wachtlijst. Op het kamp aan de Esschenbruggerdijk waren bovendien een aantal extra plekken vrijgekomen, omdat een aantal bewoners na “frictie” was vertrokken. Doek’s oudste zoon kwam net niet in aanmerking – er staan nog te veel mensen voor hem op de lijst. En toen Doek vroeg op welke plek haar jongste zoon inmiddels stond, kreeg ze te horen dat-ie helemaal niet op de lijst ingeschreven was. “En ja, wat doe je dan?” zegt Doek. “Mijn jongste zoon heeft zich inmiddels vier keer ingeschreven, maar als ik daarover met de gemeente bel, staat-ie niet op de lijst. Daarom heeft hij gezegd: dan pak ik gewoon een standplaats. Anders komt hij er nooit van z’n leven op.” Desgevraagd ziet ze daarin wel een parallel met de jonge mensen die in grote steden als Amsterdam aan het kraken slaan: jongeren die een plek in hun eigen omgeving opeisen.

Als ik weer naar buiten ga ligt het kamp er rustig bij in de zon. De hond Tommy, een oude Staffordshire Bull Terriër met ernstige gezondheidsklachten maar een goed humeur, duwt kwispelend z’n neus tegen m’n knie. De rechthoekige wagens doen me ergens denken aan tijdelijke containerwoningen en tiny houses, die door sommige politici gretig omarmd worden als een oplossing voor de huidige wooncrisis. Die overeenkomst ziet Doek ook zegt ze, als ik haar er naar vraag, en ze stoort zich er wel eens een beetje aan. Houten tiny houses zijn hip en gewild, zegt ze, maar met een tiny woonwagen hoef je niet aan te komen – die hebben mensen liever niet in hun buurt. “Dat is hetzelfde als dat heel veel mensen nu in vakantie gaan in een pipowagen”, zegt ze. “Vakantie-woonwagenbewoners, zeg maar. Laatst vertelde iemand me nog over hoe hun dochter zelf een pipowagen in elkaar had gezet om mee op vakantie te gaan. Hartstikke leuk, denk ik dan, maar dan kijken ze naar mij met een scheef oog, omdat ik er altijd in woon. Dat gaat m’n pet te boven, ik snap daar niks van.”





In een reactie geeft een woordvoerder van gemeente Coevorden aan dat het toewijzen van de bestaande standplaatsen vorig jaar een tijd heeft stilgelegen vanwege het overstappen op een nieuw toewijzingsbeleid, in overeenstemming met het Woonwagenbeleid dat sinds 2021 van kracht is. Het realiseren van 15 nieuwe standplaatsen noemt de woordvoerder “een behoorlijke klus”, omdat er een geschikte lokatie gevonden moet worden. In juni is daarvoor een externe projectleider aangesteld die het traject in gang gaat zetten.  

Over de zoon die zich meerdere keren zou hebben ingeschreven maar niet op de wachtlist staat zegt de woordvoerder: “Het klopt dat hij niet op de wachtlijst staat. Mevrouw Doek zou een mail ter bevestiging van zijn inschrijving hebben, maar de gemeente heeft die bevestiging vooralsnog niet gezien. We kunnen dus niet nagaan wat er aan de hand is.”

Volgens Eva Doek is er een brief die de inschrijving bevestigd, die ze graag aan de gemeente wil laten zien.


Tagged:

woonwagenkamp, Een broertje dood aan woningnood, Discriminatie, bezetting

Meer
zoals dit
De krakers achter Hotel Mokum hebben opnieuw een grote kraak gezet
Studenten vertellen over hun rottige woonsituaties
Een kijkje in het nieuwe pand van de krakers van Hotel Mokum
Studenten vertellen ons hun verschrikkelijkste hospiteerverhalen
Deze jongeren ontvluchtten hun land en eisen nu een beter grensbeleid
Deze film laat zien waarom linkse politiek er zo belabberd voorstaat
De plannen van het kabinet zijn ruk, dus bezetten studenten de universiteit
Vroeger rook de stad naar bedorven water, lindebomen en kattenlijkjes