Hoe het gaat in de gebruiksruimte van Luik, verteld door de gebruikers

“Verslaafden raken verslaafd door heel wat omstandigheden. Er zit een logica achter. Het is een ophoping van trauma en problemen die je slecht doen voelen, het kan iedereen overkomen.”

In Brussel opende de nieuwe gebruiksruimte op 5 mei in de Lemonnierwijk. Voor gebruikers is er de mogelijkheid om te consumeren in een veilige omgeving terwijl ze steun krijgen van sociale medewerkers voor verschillende procedures waaronder administratie, huisvesting, werk zoeken, ontnuchteren, etc. … Dit soort ruimte bestaat al langer dan dertig jaar in Europa, maar is toch vrij nieuw in België. Voor de recente opening in Brussel, was de enige plek waar deze mensen terecht konden in Luik, die opende in 2018. 

Advertentie

Om het belang van dit systeem beter te begrijpen en wat de mensen die ervan gebruik maken denken, ontmoetten we enkele gebruikers die vaak naar de gebruiksruimte in Luik gaan. 

Gaëtan

Gaëtan heeft een weerbaarheid die je wel moet respecteren. Van voormalig bakker naar timmerman, begon hij cocaïne en heroïne te roken op z’n 18de. Hij was lang dakloos. Na de wrede dood van zijn ouders zes jaar geleden, verslechterde zijn situatie drastisch. Zijn zoon overleed aan corona en daarna pleegde zijn vrouw zelfmoord. “Ik ben haar bijna achterna gegaan, maar toen hield m’n beste vriend me tegen,” vertelt hij. “Ik werd geholpen door de mensen hier, die zagen me wegkwijnen.” Hij wordt nu opgevolgd door een psycholoog en krijgt steun van zijn familie, maar hij heeft nog een lange weg te gaan. “Ik word nog vaak wakker in shock, ik zie m’n zoon en vrouw. Ik vind het moeilijk om hierover te praten, maar ik denk dat ik - met de psycholoog en de mensen hier - - toch beetje bij beetje vooruitgang boek.”

De bezoeken van Gaëtan aan de gebruiksruimte worden steeds minder frequent: “Ze hielpen me om een job en woonplaats te vinden, daardoor gebruik ik minder want ik verveel me niet zoveel. Ik stop ermee volgende maand, en dat doe ik alleen. Ik ga er drie, vier dagen echt slecht van zijn, kotsen en koorts hebben, maar wanneer je jezelf ziet beter worden, geeft je dat wel een duwtje om verder te doen.”

Veel van zijn vrienden leven nog steeds op straat in extreme armoede. “Ik ga nu verder met een meer gestructureerd en gezonder leven,” zegt hij, “en op die manier kan ik mijn vrienden motiveren dat we wel terug op het goede spoor kunnen geraken.” Meer zelfs, het waren enkele van zijn vrienden - ook gebruikers - die vertelden over de gebruiksruimte, waar hij naartoe ging sinds de eerste openingsdag: “Alle daklozen praatten erover, zelfs de politie zei - toen ze ons buiten zagen gebruiken - om erheen te gaan en daar te gebruiken. Het is veiliger en zo zien kinderen ons ook niet gebruiken, wat niet oké is.”

Benjamin

Benjamin komt uit Nijvel. Hij beschrijft Luik als “een val” (Liège le pliège): toen hij verhuisde naar de stad om te werken in de horeca, startten de problemen. Hij verloor zijn verblijf nadat hij ruzie had gemaakt met zijn neef, zo belandde hij op straat. Omdat drugs er moeiteloos te verkrijgen zijn, was het gemakkelijk voor hem om zichzelf te verliezen in een vicieuze cirkel. “Ik weet zelf niet meer hoe lang ik er al mee bezig ben,” vertelt hij me.

Benjamin komt al naar de gebruiksruimte sinds ze openging. Vanmorgen kwam hij bij de verpleging om een verband voor zijn voorarm. Hij maakt zich zorgen over een abces dat hij daar heeft. Hij komt er ook regelmatig voor allerlei administratieve zaken. Een budgetbeheerder helpt hem om beter met z’n geld om te gaan, hij is bang dat hij z’n geld er te snel zou doorjagen zonder toezicht. Momenteel wisselt hij af tussen een slaapplek bij een vriend en de straat. Het lukte hem wel eventjes om te werken terwijl hij op straat leefde, maar het gebrek aan hygiëne werd na een tijdje een probleem.

Advertentie

Als hij geen methadon kan krijgen, dan gebruikt hij heroïne. “Het systeem is slecht, het is enorm moeilijk om methadon te verkrijgen in Luik omdat veel ervan verkocht wordt om te dealen,” legt Benjamin uit. Desondanks enkele detox-pogingen “nemen de drugs de bovenhand; het is genoeg om één keer te zwichten en dan ben ik terug bij af”. Hij betreurt ook dat er te weinig middelen zijn om de drugs te testen, terwijl hij het toenemende gevaar van de producten die erin zitten aanklaagt, “zoals rattenvergif,” waarschuwt hij. “Zelfs als er een slechte verrassing zit in de drugs, gebruiken we ze toch opnieuw de dag erna, zo ben ik al heel wat vrienden verloren.”

Bart

De man die de receptie binnenkomt, verschilt enorm met de rest. Proper geschoren, glimlachend, met een geruit hemd, netjes in zijn vlekkeloze jeans, leren bottines en een kleine rugzak. Bart leeft al 15 jaar op straat. Hij leeft in het bos, in een tent met zijn kat en verkiest zijn solitarisme tegenover de angst om ontdekt of aangevallen te worden, wat hem al enkele keren is overkomen. Hij zorgt ervoor dat hij altijd propere kledij en goede hygiëne heeft. “Ik was me bij de nonnetjes op woensdagen, en anders in de dagopvang.”

Momenteel is hij blij met zijn leefsituatie: “Buiten ben ik verplicht om te bewegen, als ik alleen zat in een appartement dan zou ik minder actief zijn, denk ik.” Hij komt hier bijna elke dag, en gebruikt amper buiten. “Ik heb mijn gebruik goed onder controle,” zegt hij. “Mijn lichaam kan niet goed om met grote hoeveelheden.”

Advertentie

Om uit te leggen hoe hij begon te gebruiken, kijkt Bart terug naar zijn jongere jaren: “Heel mijn jeugd deed m’n vader me werken, ik had maar een half uur vrije tijd per week. Op m’n 16de heeft hij m’n grootmoeder vermoord en twee jaar later verliet m’n moeder me voor een man. Dus wou ik gebruik maken van mijn vrijheid om mijn verloren jeugd in te halen.” In het begin ging hij af en toe gaan feesten, daarna kwam hij in contact met de verkeerde mensen tijdens zijn zwerftochten door de nacht. Toen zijn jeugdliefde hem verliet viel hij in een zwart gat.

Met een grote afstand analyseert hij nu de loop van zijn leven, maar ook zijn blik op z’n gebruik, wat heel gereguleerd lijkt te zijn. “Ik ontdekte dat ik een IQ van 156 had,” vertelt hij, “een logische geest dat rationeel denk en veel deduceert. Ik denk dat het me geholpen heeft een grip op bepaalde dingen te houden.” Voor sommigen is Bart een soort van rolmodel. Binnen de gebruiksruimte zelf, heeft hij een speciaal plekje: “Soms ben ik een beetje zoals een ambassadeur tussen de gebruikers en het personeel, ik mocht zelfs al meedoen met meetings.”

Waals VZW “Sortir du Bois” merkte Bart op tijdens de eerste lockdown, ze houden zich bezig met het gezelschap houden van daklozen. In een virale video toont hij waar en hoe hij leeft, en hoe zijn dag eruitziet, maar ook zijn nieuwe hobby: wandelstokken maken met hout dat hij in het bos vindt. “Ik ben opgeleid als timmerman en meubelmaker en voor mij is het een uitlaatklep om het hout te kerven, om mooie stukken te zoeken en ze een speciale vorm te geven.”

Vincent

Op 31 jaar begint Vincent het gewoon te raken om in de media zijn verhaal te delen. Hij is een van de gebruikers die je kunt zien in de RTBF documentaire Le Refuge: chasser les dragons. Hij gaat nog steeds bijna dagelijks naar de gebruiksruimte, maar gebruikt ook buiten wanneer de gebruiksruimte gesloten is. Hij slaapt op parkeerplaatsen, onder veranda's en in de inkomhallen van gebouwen. Hoewel hij heel vrij was tijdens zijn kinderjaren, vertelt hij dat zijn “moeder altijd op café zat” - Vincent vindt dat hij een “geweldige jeugd” had, en ambitieus was voor een carrière: “ik wou de beste zaalchef zijn, maar ik zou evengoed uitblinken in de keuken, ik deed alles in het leven.” Als twintiger verkocht hij wiet en verdiende er veel geld aan, maar het voelde alsof er iets miste in zijn leven. Op z’n 22ste ontdekte hij heroïne, zijn guilty pleasure. “M’n buur rookte heroïne maar wou me niet laten proeven, hij preekte me er zelfs over,” vertelt hij. “Maar op een dag gaf hij toch toe, en dat voelde zo goed in m’n hoofd en m’n lichaam… Toen begon ik beetje bij beetje mezelf te verliezen, de drugs namen alles van me af.” 

Vandaag, ondanks dat hij uit een behandeling van elf maanden komt en tijdelijk terug in de horeca mag werken, kan hij zijn verslaving niet onder controle krijgen, zeker met coke: “Coke is het ergste van al, het vreet aan je tanden, je lichaam. En de producten die ze nu gebruiken om erin te mengen, zoals lyrica, zijn zelfs nog verslavender.” Hoewel zijn leven vol twijfels zit, is Vincent van plan om naar een opvang voor daklozen te gaan om zo een woonplaats te vinden, voordat hij zelf probeert te stoppen met zijn cocaïneverslaving.

Jeanne*

Rond 11u gaat de bel, tijdens een moment van weinig verkeer in het gebouw staat Jeanne aan de deur. Ze begroet het personeel en haalt een zak vol kleurrijke spuiten uit haar tas. Voor elke spuit die ze binnenbrengt krijgt ze een nieuwe - steriele - spuit.

Hoewel ze niet op de foto wil, of geïdentificeerd wil worden, gunt ze ons toch een momentje om ons haar verhaal te vertellen. Jeanne gebruikt al 40 jaar lang regelmatig coke en heroïne. Soms injecteert ze het, soms rookt ze het. Recent kreeg ze een slechte diagnose, ze heeft serieuze gezondheidsproblemen, waaronder een longziekte en kanker. Hoewel drugs al heel lang deel uitmaken van haar leven, wil ze niet gezien worden als een verslaafde: “Ik heb altijd grenzen gesteld voor mezelf, ik ben nooit in de prostitutie gegaan en heb bepaalde plekken op mijn lichaam nog nooit geprikt. Ik zorg ervoor dat ik altijd een proper voorkomen heb, hoewel mijn lichaam beschadigd is door de vele jaren op straat en mijn druggebruik.”

Advertentie

Voor een lange tijd slaagde Jeanne erin om haar gebruik te verstoppen van haar familie, hoewel ze soms tot wel 5 gram per dag gebruikte. Pas toen ze gedetineerd werd ontdekte haar familie wat er aan de hand was.

Vandaag is ze traagjes haar leven terug op gang aan het krijgen, desondanks haar gezondheidsproblemen. Ze heeft een appartement gevonden. Ze frequenteert de ruimte nog vaak, maar enkel voor behandelingen, de uitwisselingsbalie en administratieve hulp van het personeel. “Ik gebruik niet graag in de buurt van anderen,” zegt ze. “Ik ben ouderwets in mijn denken, het is een privézaak voor mij.” Jeanne betreurt dat er steeds meer gebruikers zijn, die in haar opzicht steeds jonger en jonger zijn en wiens morele grenzen veel vager zijn dan die van zichzelf. Vorige week werd ze overvallen in een winkelcentrum, overdag. Ze stolen twee euro en haar ventolin inhalator.

Alain

Alain was ooit een geluidstechnieker (voordat hij doof werd door op concerten te draaien) en komt vaak naar de gebruiksruimte. Momenteel belt hij elke dag om een plekje te krijgen bij l’Odyssée, een dienst voor drugsgebruikers. Buiten toont hij hoe je een “spuit breekt” - om ze te neutraliseren zodat die niemand nog kan pijn doen noch gebruikt kan worden - voor ze wordt weggegooid. Hij vertelt ook hoe gevaarlijk het is om spuiten op straat te laten rondslingeren: “Kinderen spelen echt met alles, stel je voor dat ze een gebruikte spuit vinden.”

Juan

Terwijl hij langs de oever van de Maas wandelt, vertelt Juan over zijn lange tocht. Hij is de zoon van een diplomaat, opgevoed over de hele wereld en meer door zijn nanny dan zijn ouders, die niet vaak aanwezig waren. Maar, hij beseft wel dat hij heel wat culturele kennis heeft opgedaan, alsook een specifieke moraliteit door zijn strenge opvoeding. Zijn eerste job had hij in de horeca, in de Carré in Luik, op een jonge leeftijd. Dat deed hij terwijl hij studeerde. Om het feesten, werken en de unief te kunnen volhouden gebruikte hij stimulerende drugs en opiaten: “het werd heel snel een dagelijkse routine.”

Al snel had hij verslavingen en bedelde hij voor geld. Dat leidde hem tot in Spanje, maar Juan belandde uiteindelijk wel terug in Luik. Vandaag is hij een geapprecieerde en bekende figuur in de gemeenschap. “Ik bedel altijd op dezelfde plek, terwijl ik mijn boek lees en niet echt iets vraag,” vertelt hij. Door de jaren heen leerde hij wel zijn gebruik te minimaliseren, maar hij is tot dusver er nog niet in geslaagd volledig te stoppen.

Advertentie

Juan is een ‘vaste klant’ bij de gebruiksruimte, sinds de opening. Hij komt tijdens de openingsuren, maar gebruikt ook buiten het gebouw voor hij terugkeert naar de opvang waar hij woont. Buiten is hij verplicht om zich te verstoppen om zo straatgeweld te vermijden. Op een nacht, toen hij sliep in een park, werd hij aangevallen door feestgangers: “Ze hebben niets gestolen, het was gewoon nutteloos geweld.” 

Achteraf gezien, en met deze ervaring in het achterhoofd, trekt hij een specifieke conclusie over de sociale relaties tussen de gebruikers en het personeel in de gebruiksruimte. “Veel gebruikers hebben het emotioneel heel moeilijk en lijden onder de afkickverschijnselen, die vaak dieper gaan dan drugs, dat is zeker ook zo voor mezelf.” Hij merkt soms dat sommige gebruikers hier een ouderfiguur terugvinden, iemand die hen motiveert en zich bekommert om hun welzijn. En volgens hem is het zo dat hoe meer sociale uitsluiting er is, hoe meer dit gevoel van leed aanwezig is. Deze ondersteunende instellingen behoren tot de weinige ruimtes waar het individu gezien en gehoord wordt, zonder dat ze bang moeten zijn voor discriminatie. Hij benadrukt het belang van de sociale band tussen het personeel en de gebruikers: “Ik heb meer vooruitgang geboekt met de sociale werkers en de mensen die ik random ontmoette, dan ik ooit deed met gecertificeerde psychiaters.”

Vandaag gaat Juan bijna elke dag gaan werken en is hij ook op zoek naar een woonplaats, hij probeert ook om volledig af te kicken: “Als ik wil blijven kunnen denken en mijn hersenen gebruiken, is dat essentieel. Ik voel dat ik ouder ben geworden.”

Jean Mi

Jean Mi gaat vaak naar de gebruiksruimte, waar hij ook dagelijkse verzorging ontvangt nadat hij een gevaarlijk letsel opliep. Nu hij “alle drugs en manieren om te pakken” heeft geprobeerd, is zijn gebruik van heroïne meer gemodereerd en geniet hij ook een behandeling van vervangmiddelen.

Sébastien*

Eerst is hij wat nieuwsgierig naar mijn camera en het zien van een nieuw gezicht in de gebruiksruimte, maar Sébastien gaat akkoord om met me te praten op voorwaarde dat ik geen foto’s van hem neem. Hij is discreet, goed gekleed en staat ver weg van eender welk stereotype beeld dat er bestaat rond gebruikers.

Afkomstig van Luik en omstreken, waar hij op jonge leeftijd ook settelde, vertelt hij dat “hier alle problemen zijn begonnen.” Ook hij spreekt van “Liège le pliège” (Luik is een val), het nachtleven en de korte afstand van Nederland, hij vertelt ons vooral over de zaken die kunnen voorgaan aan een drugsverslaving. “Verslaafden raken verslaafd door heel wat omstandigheden”, zegt hij, “er zit een logica achter. Het is een ophoping van trauma en problemen die je slecht doen voelen, het kan iedereen overkomen.” In zijn geval, werd zijn leven overschaduwd door de vroege dood van zijn ouders toen hij nog een kind was. Hij werd in huis genomen door zijn oom en tante, en werd opgevoed door zijn grootmoeder. Hij kon echter nooit de leegte die z’n ouders achterlieten vullen, desondanks het feit dat hij omringd werd door familie.

Advertentie

Sébastien ontdekte heroïne op z’n 22ste. “Ik zat op m’n diepste punt en dat was een uitweg, onbewust werd het een antidepressivum,” gaat hij verder. “Als ik geen heroïne had, dan had ik zeker zelfmoord gepleegd. En dat is zo’n paradox, maar toen ik begon te minderen besefte ik pas hoe dom ik bezig was en toen werd het allemaal alleen maar erger. Hoewel hij vaak terugviel in zijn verslaving - terwijl hij alleen maar dieper zakte in zijn depressie en de vicieuze cirkel die er tussen de twee bestaat - heeft hij zijn inname nu drastisch verminderd, “ik heb voor mezelf terug prioriteiten kunnen stellen. Mijn zus en haar kinderen zijn de mensen die het dichtst bij me staan en dus probeer ik er voor hen te zijn en ze zo goed als ik kan te helpen.”

Hoewel hij nu een regelmatige bezoeker van de gebruiksruimte is, was hij eerst toch sceptisch en twijfelachtig ten opzichte van de politie, wiens kantoor enkele stappen verwijderd is van de gebruiksruimte. Maar hij bouwde al snel een gezonde band met ze op en merkte de gezonde impact op de andere gebruikers. “We geraken echt vooruit dankzij de strijdkracht en hulp die beschikbaar is, en gelukkig hebben we dat nu, anders zouden de gevolgen catastrofaal zijn. Ik heb de indruk dat drugsverslavingen geëvolueerd zijn, dat mensen erger worden en minder voor zichzelf zorgen, dat er meer en meer mensen op straat belanden, het is gek.” Hij ziet meerdere oorzaken, hoewel hij nadruk legt op de toename in armoede. “Vroeger was het gemakkelijk om geld te verdienen,” vertelt hij, “wij gingen om kratten bier om ze dan in een busje rond te brengen naar winkels. Dat is nu geen optie meer.”

Sinds de opening van de gebruiksruimte en de uitwisselingsbalie, merkt Sébastien ook een duidelijke verbetering in de properheid van de straten en de band met de wijk: “Enkele jaren geleden ging ik spuiten van de straat gaan rapen, dat waren er heel veel. Maar dankzij het omruilbeleid en de voorlichting van de hulpdiensten, is dat heel anders.” Dit bewijst nog maar eens dat een goede band met de buurtbewoners mogelijk is en dat het een positieve invloed heeft op het leven in de wijk, dat voorheen werd gekenmerkt door drugs, prostitutie en duistere activiteiten.

*Alle echte namen zijn bekend bij de redactie.

Volg VICE België ook op Instagram.

Tagged:

luik, België, Fotos, Cocaine, héroïne

Meer
zoals dit
We vroegen jullie waarom jullie drugs gebruiken
Wat kan je doen aan die venijnige festivaldips die je deze zomer staan te wachten?
Ik praatte over crack met vrienden die het al eens hebben geprobeerd
Wat er gebeurt als je cocaïne en ketamine mixt
Een avondje Brusselse musea onder LSD
Ik ging op expeditie in Costa Rica met de Franse Crocodile Dundee
Verhalen van racisme in rusthuizen
Ravers over waarom zij steeds vaker kiezen voor psychedelica in de club