Nog één keer grenzeloos moshpitten in een vervallen slachthuis

Jonge punkers namen afscheid van Slachthuis 13 in Haarlem met een weekend vol kruitdampen, zweetgeur en lawaai. "Er hangt een heel destructieve sfeer."

Het nachtleven is terug, en daarmee FOMO. Voor deze discocolumn bezoekt VICE elke twee weken een feestje dat jij misschien gemist hebt.

De moshpit is een malende vleesmolen. Je kunt alleen ontsnappen aan de rondzwiepende ledematen door jezelf helemaal tegen de afbrokkelende achtermuur te drukken. Daar word je opgewacht door varkenspoppen en verwrongen gezichten op muurschilderingen, naargeestig uitgelicht door bliksemflitsen uit een kroonluchter van kermislampen. Zanger Buster van punkband de Asbest Boys strooit met knalerwten zodat explosies en rookpluimpjes de ruimte vullen. Hij vervormt zijn stem via een met schakelaars verminkte babypop, en ook de rest van de muziek komt regelrecht uit de hel. 

De transhumanistische babypop van Buster.

Het is vrijdagavond rond een uur of elf en ik ben in Slachthuis 13 in Haarlem. Slachthuis 13 is een oud slachthuis dat sinds het eind van de pandemie plaats biedt aan drukbezochte feesten en nu al legendarische gratis muziekoptredens van onder andere Ploegendienst en Cocaine Piss. Helaas komt er voorlopig een eind aan deze heerlijke nachtmerrie: na dit weekend gaat Slachthuis 13 dicht. Niet voor altijd, want na een verbouwing zal er op een andere plek in het voormalige slachthuis weer ruimte zijn voor een optredens. Maar het is de vraag is of het allemaal net zo vuig gaat worden. 

Toen ik voor het eerst iemand sprak die bij Slachthuis 13 geweest was, omschreef die de sfeer als “de Pacific vroeger”. Een pijnlijke vergelijking. Pacific Parc was een geliefde en erg ruige rock ‘n’ roll-bar in het Amsterdamse Westerpark. Toen die in 2018 verkocht werd beloofden de nieuwe eigenaren dat ze weinig zouden veranderen. Helaas bleek dat “niet rendabel” en werd er een ontwerpbureau ingeschakeld om er een plek van te maken waar je ook terecht kon voor “koffie en een zakelijke lunch”. De live-muziek verdween grotendeels van het programma. De teloorgang van de Pacific geldt als één van de schrijnendste bewijzen van het angstbeeld dat alle leuke plekken uiteindelijk onherroepelijk ten prooi zullen vallen aan de gentrificatie. 

Het vervallen slachthuis te midden van spiksplinternieuwe koopappartementen.

Met dat in gedachten stemt de online brochure van de wijk vol spiksplinternieuwe koophuizen die rondom het voormalige slachthuis is verrezen weinig hoopvol. Voor zo’n drie ton koop je er straks bijvoorbeeld een “loft”, of voor zo’n zeven ton een “herenhuis”.

“Vanachter de authentieke ramen van het slachthuis hoor je de voorzichtige klanken van een gitaar. Je wandelt tussen de kleurrijke druivenranken van de pergola door, kinderen vliegen op hun stepjes langs. Onderweg snuif je de heerlijke geur van versgebakken brood op. Letterlijk al je zintuigen worden geprikkeld wanneer je naar je nieuwe woning loopt,” staat er te lezen. Wat betekent dat voor gitaarklanken die verre van voorzichtig zijn? Voor de zweet- en kruitlucht? En voor de kinderen met gebalde vuisten en gezichten vol corpsepaint? Gaan de burger-idylle en de punk-nachtmerrie wel samen? 

Een bezoeker van het Slachthuis

Volgens Selma Keceli, die de productie doet bij het Slachthuis en het toekomstige popcentrum, wel. Ze noemt niet de Pacific, maar het Utrechtse dB’s als inspirerend voorbeeld: een plek die inderdaad nog altijd ruig is. “Het idee is dat is hier straks onder andere oefenruimtes, een muziekleslokalen en een studio komen, dus er zullen veel muzikanten rondlopen. In de zaal kunnen dan onze slachthuisbands optreden, maar we willen ook graag bands van buitenaf blijven programmeren.” zegt ze. Zo willen ze een gevarieerd programma neerzetten, en een levendige scene creeëren die zich uitstrekt tot buiten de stadsgrenzen. “Wij hebben bewezen op de huidige locatie dat daar veel behoefte aan is.”

De focus zal dus liggen op de muziek, maar er worden ook buurtactiviteiten georganiseerd. Selma vertelt dat ze hier zitten in het kader van “placemaking”. Hoewel dat in de praktijk meestal betekent dat je moet ophoepelen zodra de buurt klaar is gestoomd voor kapitaalkrachtige bewoners, zijn ze bezig met een vergunning voor de komende tien jaar. Wat helpt is dat het belang van meer muziek door de gemeente onderkend en gesponsord wordt. En ook nu al worden de wat minder voorzichtige gitaarklanken grotendeels gedempt door de dikke muren van het gebouw. 

Ash bij de theaterspiegel.

In de hal van het slachthuis staat een spiegel afkomstig uit een theaterkleedkamer, die fungeert als make-upbooth. Daar kom ik Ash en Jayden tegen. Zij gaan twee keer per week naar het Slachthuis, vertellen ze, en zijn net als Selma optimistisch over de toekomst ervan. “We hopen dat het beter terugkomt,” zegt Jayden. “Sterker dan ooit,” vult Ash aan. Het Slachthuis is voor hen de plek waar hun uitgaansleven begon. “Het is altijd heel gezellig, iedereen praat met elkaar, jong en oud. En het is ook heel inclusief.” zegt Ash. Ze denken dat de hechte banden die in de afgelopen paar maanden gesmeed zijn de verhuizingsperiode zullen overleven, omdat de Slachthuisbezoekers, nu ze elkaar eenmaal kennen, ook op andere plekken samen kunnen feesten. “Al mijn beste vrienden van nu heb ik hier ontmoet,” zegt Jayden. 

Drie rebelse punkers.

Buiten is het nog licht, waardoor je goed kunt zien dat de bezoekers van zeer divers pluimage zijn. Op de stoeltjes die in het bouwzand staan zitten onder andere wat oudere rockers (waaronder één met een Pacific-shirt), keuvelende blonde vrouwen van middelbare leeftijd, maar vooral ook een boel heel jonge mensen met duizelingwekkende outfits, meer of minder geschminkte gezichten, stekelhalsbanden en gekleurd haar. Er zijn veel mensen die ik ken uit Amsterdam (ondanks het cliché dat Amsterdammers moeilijk buiten de ring komen). Er is een jongen met een petje die op de scooter vanuit Aerdenhout is komen aanrijden, twee jonge vrouwen uit Utrecht, één uit Friesland en ik hoor dat er zelfs Limburgers aanwezig zijn. De bezoekers van het Slachthuis lijken me, kortom, bereid om moeite te doen voor een goede sfeer. In de bus terug zit ik naast Dini en Oscar (volgens Dini een “niche-micro-influencer op TikTok”). Zij komen uit Hilversum en verdwalen geregeld tijdens hun nachtelijke tochten naar het Slachthuis. “Het verandert hier elke keer.” 

Derk waardeert de chaos in het Slachthuis: "Niets klopt hier meer op een gegeven moment."

Lang niet iedereen is ervan overtuigd dat het Slachthuis in de nieuwe vorm net zo goed zal werken. “Je bent te laat,” zegt Yv, die ook vaak naar het Slachthuis gaat. “Dit pand is heel iconisch en als je binnenkomt hangt er een heel destructieve sfeer. Dat oude kraaksfeertje, dat vind je bijna nergens meer. Er is een risico dat het anders gaat worden en dat het niet meer zo voelt. De vaste crew zal er zeker weer zijn, maar misschien zijn de mensen die af en toe langskomen niet up to date met de nieuwe locatie.” Een jongen die ik later spreek bij de make-up-tafel zegt dat hij heeft gehoord dat er misschien ook nog andere drempels zullen worden opgeworpen. “Ik heb gehoord dat het een soort Patronaat wordt (een poppodium in Haarlem, red.), met toegangsprijzen en een 18+-deurbeleid.”  

Anna van de Asbest Boys

Als de gitaren van E.T. Explore Me en de Rusty Bastards bijna zijn uitgeraasd kom ik buiten Anna tegen, de gitarist van de Asbest Boys. Ze wil haar voorafgaand aan hun afsluitende show nog wel wat vertellen over hun band, die tijdens de pandemie in het destijds leegstaande Slachthuis ontstaan is. “We waren hier elke dag van de week, dus ik heb het uitgaansleven niet zo erg gemist,” vertelt Anna. Inmiddels werken alle bandleden en veel van hun vrienden achter de bar. 

De sluiting van de huidige locatie is daarmee het einde van een tijdperk. Toch heeft ze er vertrouwen in dat de nieuwe locatie minstens zo rauw zal zijn. “Dit is een soort uit elkaar gevallen gebouw, en dat wordt nu gerenoveerd. Dus het gaat misschien wat gelikter zijn, maar daar gaan we zo snel mogelijk wat aan doen. Alle mensen en alle spullen verhuizen mee.” Dat de eventuele asbest gesaneerd zal worden is volgens haar ook geen probleem: “Zolang wij er nog zijn is er genoeg asbest.” Tijdens de show van de Asbest Boys wordt het oude gebouw alvast wat meer afgebroken. Met een beetje geluk dwarrelt er wat asbest-stof uit het trillende plafond. Dan kan ook het publiek wat microvezels meenemen in hun longen: een destructief souvenir dat niemand je ooit nog afpakt. 

Advertentie

Het nieuwe Slachthuis zal in oktober opengaan en tot die tijd kun je de Asbest Boys onder andere nog zien op Sleazefest in IJmuiden en in de Occii in Amsterdam. 

De pit

Anna in actie

Buster tijdens de show van de Asbest Boys




 

 

 

 

 

 


Tagged:

Haarlem, Uitgaan, Slachthuis, Discocolumn, asbest boys

Meer
zoals dit
Foto’s van een gloeiend hete Roze Zaterdag in Rotterdam 
Ik trotseerde boze boeren om bij het distributiecentrum boodschappen te doen
Politici zouden hun feestpersoonlijkheid vaker mee naar werk moeten nemen
Heeft huisfeestjes-app Amigos nu nog zin?
Gent, moeders en bekendheid: naar de roots van Bolis Pupul
Ik stapte met een vliegangstige Donnie in een ronkende helikopter
Roffa Archive toont de rauwe schoonheid van het Rotterdamse nachtleven
Op de rekruteringsdag van defensie word je gelokt met kreeft en gratis reisjes