Het Nederlandse landschap wordt opgeslokt door wanstaltige distributiecentra

We maakten een roadtrip langs de verdozing, op zoek naar een antwoord op de vraag: waarom zo lelijk? “Je hebt de hoogte nodig en je hebt de lengte nodig.”

De Verenigde Staten hebben Route 66, die dwars door het land gaat en uitkijkt over uitgestrekte vlakten. Wij in Nederland hebben de as Rotterdam-Venlo, waarlangs zich uitgestrekte distributiecentra ontrollen. Daar komen er steeds meer van, ook in andere delen van het land en dat is vooral te danken aan het enorme succes van online winkelen.

Omwonenden, automobilisten en media als de Groene Amsterdammer vinden deze zogenaamde “verdozing” een minder groot succes, omdat het landschap erdoor verpest wordt. En hoewel de overheid inmiddels beleid maakt om de verdozing een halt toe te roepen, komen er eerst nog een heleboel distributiecentra bij. Hoe komt het dat ons landschap overwoekerd is geraakt door fantasieloze bouwsels van stalen platen? We gingen op roadtrip in het meest verdoosde gebied van Nederland, op zoek naar antwoorden. 

Advertentie

De schoonheid van architectuur aan de Amerikaanse snelwegen werd in de jaren zeventig bezongen door de postmoderne architecten Robert Venturi, Denise Scott Brown, en Steven Izenour. Ze waren het modernisme van architecten als Le Corbusier beu, en vestigden de aandacht op de “versierde schuur”, zoals je ze in Las Vegas veel hebt: een blokkendoos met een groot neon-bord, glitters, lampjes of een opzichtige gevel. De vorm van het gebouw is ondergeschikt aan de manier waarop het gebouw met de toeschouwer bezoeker communiceert en het rijden langs de snelweg wordt zo een verleidelijke bezigheid. 

De vrijwel onversierde schuren langs de Nederlandse snelweg hebben niets te vertellen, op wat zeldzame uitzonderingen na. We rijden langs de loods van “trekhaakcentrum.nl” en een slogan die inzicht geeft in de gedachtegangen van de verdozers: “3 x distributiegemak onder één dak”. 

Toch zijn er ook in Nederland pogingen geweest om de snelwegen te verfraaien en serieus te nemen. Al in 2000 noemde architect Francine Houben het landschap al “propvol en oerlelijk”. Ze pleitte er destijds als één van de weinigen voor om van snelwegen een kunstwerk te maken, wat op sommige plekken gebeurde

Twee decennia later heeft de verdozing alsnog toegeslagen, en ik bel Houben op om te vragen wat ze daarvan vindt. “Ik vind daar nog steeds hetzelfde van als toen,” zegt ze. “Er is een lange traditie: als je iets eigenlijk niet wilt, zet je het naast de snelweg neer. Dat is zonde, want Nederland heeft een heel specifieke schoonheid. Je hebt hier relatief kleine steden op relatief kleine afstand van elkaar, met een stukje landschap ertussen. Zulke landen heb je bijna niet.” Met haar architectenbureau Mecanoo bracht ze in 2002 minutieus in kaart hoe verschillende weggebruikers de weg beleven, om beleidsmakers inzicht te geven in hoe ze met die beleving rekening kunnen houden. 

Een doos die ons informeert over zijn identiteitscrisis.

Houben verwerkte haar bevindingen in het rapport Holland Avenue, dat eindigde met het stripverhaal De Leuke Weg. In dat stripverhaal wordt een hypothetische reis door Nederland beschreven, langs duizelingwekkende Hollandse landschappen, skylines en noodzakelijke geluidsschermen die tenminste zijn opgefleurd met reclames. Ook organiseerde Houben een Biënnale in Rotterdam die volledig in het teken stond van “mobiliteitsesthetiek”. Ondanks al deze inspanningen bleek de dozen-traditie hardnekkig.

Houben vertelt dat andere uitkomsten van haar onderzoek wel veel navolging hebben gekregen. “We hebben dat onderzoek wereldwijd gedaan, in tien grote metropolen, waarvan de Randstad er één was. Het onderzoek was heel erg gefocust op de auto en de trein, maar de conclusie van die hele Biënnale was dat er een enorm verlangen naar fietsen is. En je ziet dat er nu in alle grote steden, New York, Parijs, Berlijn, en zelfs Los Angeles, veel meer gefietst wordt.”  

Ze benadrukt dat de verdozing geen onomkeerbaar proces is. “Het zijn stalen frames met golfplaten erop. Ze zijn ook zo weer weg, eventueel. En je kunt natuurlijk overal een heuvel van maken, je kunt er hagen omheen zetten en het helemaal laten begroeien. Maar er is nog iets veel ergers aan de hand. Ik ben nog nooit zelf in zo'n doos geweest, maar ik las in een artikel in de Volkskrant dat de arbeidsomstandigheden er schandalig zijn.” In dat stuk ging Jeroen Bergeijk undercover bij Bol.com. Hij kwam er onder andere achter dat de lonen erg laag zijn en de arbeidsomstandigheden onzeker. Ook worden mensen (net als in Amerika) van minuut tot minuut gemonitord tijdens het doen van het soms zware en gore werk. Houben denkt dan ook dat de aanpak van de verdozing niet alleen cosmetisch zou moeten zijn, maar dat er rekening moet worden gehouden met de werknemers, en ook met de energietransitie. “Vaak liggen er niet eens zonnepanelen op zo’n doos.” 

Een drone-foto van het Zalando-distributiecentrum, om te laten zien hoe XXXL het is. 

De eerste stop van onze roadtrip is het grootste XXXL-distributiecentrum van Nederland: dat van Zalando in Bleiswijk. Het werd eind vorig jaar geopend, schijnt zeer geavanceerd te zijn, en is wél voorzien van zonnepanelen. Het is gebouwd op de plek waar eerst de kassen van bloemenkweker FloraHolland stonden. Officieel heet dit project daarmee niet “verdozing”, maar “brownfield-ontwikkeling”. Onder het mom van “het gebied zag er toch al niet uit”, is er een gigantische donkergrijze doos verrezen van waaruit via mysterieuze distributieprocessen kleren verstuurd worden naar webshopklanten in de Benelux.

Het distributiecentrum van Zalando is niet zo groot als Area 51, het woestijngebied in Nevada waar de Amerikaanse regering naar verluidt aliens verstopt, maar telt toch een indrukwekkende 140.000 zeer geheimzinnige vierkante meters. Er zijn ramen, maar het is onmogelijk om daardoor naar binnen te gluren om te kijken wat er zich afspeelt en of de werknemers het naar hun zin hebben. Naast elke toegangsweg van het terrein staat een bordje waarop “verboden toegang voor onbevoegden” staat. Achter het hek bevindt zich een metersbrede berm met een insectenhotel. Zo houdt de verdozing ogenschijnlijk keurig rekening met het ecoysteem. Van dichtbij voelt de groenstrook vooral aan als een stuk niemandsland, bedoeld om pottenkijkers op afstand te houden. 

Het stukje niemandsland heet "Greenparc Bleiswijk"

De hacienda tussen de snelweg en het distributiecentrum. 

We stoppen bij het huis van de buren, een ware hacienda die gesandwicht is tussen het distributiecentrum aan de ene kant en de snelweg aan de andere kant. De kozijnen van het witte gebouw zijn lichtblauw geschilderd, in de wei grazen paarden en schapen, er scharrelen een paar kippen rond. Er zijn kassen vol bloemen en rondslingerende tuingereedschappen. In de boomgaard huist een zwerm honingbijen, die er veel actiever uitziet dan het plukje insecten dat vermoeid over het Zalando-niemandsland vliegt. Ik loop het grindpad op dat zich door dit lommerrijke paradijs tussen doos en asfalt kronkelt. De achterdeur staat open. Ergens verwacht ik dat er een jachtgeweer tevoorschijn zal komen zodra ik het V-woord noem. Een jachtgeweer of een hooivork of een hond. “Hallo?” roep ik met lichte zenuwen. 

Een man steekt achterwaarts zijn hoofd uit de deuropening en een vrouw met een vriendelijk gezicht betreedt het portiek. Ik vertel voorzichtig dat we bezig zijn met een roadtrip langs de verdozing. De vrouw haalt haar schouders op. “Ach. Eerst stonden er kassen, nu staan er dozen,” zegt ze. Ze heeft geen interesse om een interview te geven. Zelfs naast het allergrootste distributiecentrum van Nederland is kennelijk tevredenheid en idylle te vinden. 

De straatnaam van de straat waar het Bol.com distributiecentrum aan ligt is net zo fantasievol als het gebouw.

De dobbelstenen aan de achteruitkijkspiegel dansen vrolijk op en neer, terwijl we met honderd kilometer per uur langs het blokkige landschap scheuren. De snelweg brengt ons naar Waalwijk, waar we uitstappen om een enorm gevaarte te bewonderen. Niet zo rood als de rotsen in Nevada maar ogenschijnlijk net zo massief: het distributiecentrum van Bol.com. Het enige geluid in deze uitgestorven asfalt-woestenij is het getsjirp van de elektriciteitsdraden die om het gigantische blok gespannen zijn. Slechts één van de 190 vrachtwagenplekken is bezet. Gebeurt er überhaupt wat binnenin deze doos? 

De auteur loopt door het weidse landschap van Waalwijk.

Amir kijkt naar het distributiecentrum van Bol.com.

Op één van de parkeerplaatsen voor het distributiecentrum staat een witte auto. Een arm met daaraan een horloge is ontspannen uit het raampje gedrapeerd. De arm blijkt van Amir te zijn, die werkt in één van de distributiecentra verderop op het industrieterrein. Hij is hierheen gereden om alle rust pauze te kunnen houden, niet per se voor de schoonheid van het Bol.com-distributiecentrum. Wel weet hij feilloos uit te leggen wat de filosofie erachter is. “Het ziet er eenvoudig uit, maar je hebt de hoogte nodig, en je hebt de lengte nodig. Er zitten allemaal stellingen binnenin. Ik denk niet dat je het anders kunt bouwen.” Amir herkent zich niet in het gevoel van walging dat de dozen opwekken bij opiniestukkenschrijvers en buurtcomités. “Als ik een distributiecentrum zie denk ik aan hardwerkende mensen, omdat ik zelf uit die wereld kom. Ik heb niet een héle zware baan, maar mijn collega’s wel. Ik ben zelf de supervisor: dat is vooral mentaal druk, niet fysiek.” Dat er nu weinig aan de hand lijkt, komt volgens hem doordat de vrachtwagens allemaal tegelijk komen om spullen op te halen. “Meestal rond een uur of vier in de middag.” 

Er staat iemand bovenop een distributiecentrum.

Even later komt er een wandelaar voorbij. Hij heet Jan en aan zijn zeer geavanceerde outdoor-outfit is te zien dat hij zijn ommetjes serieus neemt. Ik vraag Jan waarom hij uitgerekend hier komt wandelen, naast één van de grootste distributiecentra van Nederland. “Ik had de keuze tussen dit industrieterrein en een nog lelijker industrieterrein daar verderop,” zegt hij. Volgens Jan, die in de buurt woont, is dat andere industrieterrein verouderd en verloederd. Jan woont aan de overkant van de snelweg en zijn belangrijkste reden om hier te wandelen is dat hij deze route nog nooit heeft gelopen. Hij wandelt ook wel eens in de natuur, zegt hij desgevraagd. “Er zijn ook heel veel mogelijkheden qua mooie natuur. De Drunense duinen bijvoorbeeld, en aan de westkant van Waalwijk is een schitterend natuurgebied.” Jan vindt het distributiecentrum van Bol.com wat minder schitterend. “Het is is heel herkenbaar, en je ziet het vanaf de overkant. Maar mooi vind ik het niet.” Ik vraag Jan of het niet beter was als dit distributiecentrum - bijvoorbeeld - de vorm van een gigantische bol zou hebben. “Ja, bijvoorbeeld. Maar dat gaat ook weer heel veel geld kosten. En dat moeten wij weer betalen als we bestellen.” 

Wandelaar Jan.

Twee andere verdozingstoeristen.

Jan legt de vinger feilloos op de zere plek, want eigenlijk hebben we die uitgestrekte distributiecentra zelf veroorzaakt. Het grote probleem dat ze voortkomen uit een mentaliteit van gemak, kostenbesparing en efficiëntie, die ook zijn wissel trekt op de mensen die er werken. Leuke boekhandeltjes en winkels in dorpen kunnen vaak de concurrentie met het internetshoppen niet aan omdat je er helemaal heen moet lopen en omdat zij wél geld en moeite steken in een verleidelijke etalage. 

Voordat we van de Route 66 van de verdozing afdraaien rijden we langs Kaatsheuvel, waar het Eftelinghotel een sprookjesachtig gevoel opwekt bij de passant. Het voldoet aan alle logistieke eisen die Amir opnoemde, en over de “Eftelingisering” hoor je niemand zeuren. Misschien zou het gewoon verplicht moeten worden om torentjes en ornamenten op elk distributiecentrum te zetten. 

Het Eftelinghotel, zo leuk kan snelwegarchitectuur dus zijn.

Correctie: In een eerdere versie van dit artikel stond dat in het Volkskrantstuk werd gezegd dat werknemers bij het distributiecentrum Bol.com in flessen plassen omdat ze te weinig pauze hebben. Dit klopt niet en het is aangepast.
We betreuren de fout.






Tagged:

architectuur, distributiecentra, leuke weg, francine houben

Meer
zoals dit
Ik trotseerde boze boeren om bij het distributiecentrum boodschappen te doen
De mensen die geloven dat er tot in de 19e eeuw een land vol reuzen bestond
Heeft huisfeestjes-app Amigos nu nog zin?
Nog één keer grenzeloos moshpitten in een vervallen slachthuis
Een praktische gids voor je eerste bezoek aan Las Vegas
Hoe het is om na een giftige relatie weer te gaan daten
De mensen die naar een FVD-symposium gaan om de oorlog in Oekraïne te begrijpen
Queer en Kosovaars, voor de lens van Antoan Kurti