Op de rekruteringsdag van defensie word je gelokt met kreeft en gratis reisjes

Ik deed mee aan de rekruteringsdag om erachter te komen waarom jonge mensen in godsnaam het leger in willen. “Als defensie er niet zou zijn, zou je juist veel meer oorlog hebben dan er nu is.”

Dansen in glitter-outfits, cocktails en wereldvrede lijken mij objectief beter en leuker dan sjouwen met spullen, praktische kleding, blikvoer, vies worden en jong doodgaan. Ik heb het dan ook altijd een verstandig idee gevonden om alle legers ter wereld langzaam te laten afsterven, en in plaats daarvan te genieten van het feest dat het leven kan zijn. 

Een tijdlang leek er tot op zekere hoogte consensus te zijn dat dit de juiste weg vooruit was. Maar met de Russische inval in Oekraïne werd niet alleen pijnlijk duidelijk dat Poetin ‘decadente’ ideeën zoals de mijne altijd al heeft verafschuwd, ook in Europa ontstond opeens hernieuwde waardering voor het leger (officieel moet je trouwens de krijgsmacht of defensie zeggen, want dan betrek je ook de luchtmacht en de marine erbij). Nederland kende aan het begin van de oorlog in Oekraïne een piek in het aantal aanmeldingen voor het leger, en er zal de komende vier jaar lang tien miljard euro extra worden uitgetrokken voor defensie.

Militair historicus Samuël Kruizinga van de Universiteit van Amsterdam, die ik bel voor wat duiding bij deze situatie, denkt dat de hernieuwde waardering voor defensie vooral voortkomt uit het gegeven dat de strijd in Oekraïne een “duidelijke oorlog” is. “Na de val van de Berlijnse Muur brak een verwarrende tijd aan voor de krijgsmacht, want ze moesten opbouw- en vredesmissies gaan doen. Het is moeilijk om te bepalen hoe dat precies moet, en hoeveel geld ervoor nodig is. Nu kunnen ze terug naar hun kerntaak: vechten. Dat klinkt misschien niet leuk, maar dat is traditioneel gezien wel waar een krijgsmacht voor bedoeld is: vechten, of je voorbereiden op vechten waardoor je de potentiële vijand afschrikt. Er is, mede door de geslaagde mediastrategie van de Oekraïners, een duidelijk identificeerbare agressor. Een vijand die bovendien te verslaan lijkt.” 

Die overzichtelijkheid leidt volgens hem tot de snelle mobilisering. “Wat je moet doen is duidelijk: het versterken van allerlei vechtcapaciteiten. Het gaat hier niet over het winnen van de hearts and minds, zoals in Afghanistan. Je moet de Oekraïners steunen, want als we nu wapens sturen, maakt dat misschien net het verschil.” 

Advertentie

Om te zien hoe dat hernieuwde oorlogsenthousiasme er in het echt uitziet, gaan we langs bij een rekruteringsdag in fort 1881 te Hoek van Holland. Daar blijkt dat sommige mensen zich  het conflict in Oekraïne wel héél simpel voorstellen. “Wij kregen de meest bizarre vragen, zoals: waar kan ik mijn wapen ophalen en wanneer kan ik vertrekken?” vertelt Manuel, één van de montere militairen die me welkom heet bij de ingang. “Maar je kunt niet zomaar worden uitgezonden, er gaat een keuringstraject en minstens een half jaar training aan vooraf. En het Nederlandse leger zit natuurlijk ook niet in Oekraïne op dit moment.”

Het initiële enthousiasme is alweer geluwd, kennelijk had niet iedereen zin om daadwerkelijk moeite te doen voor een heldhaftig avontuur in het voormalige Oostblok. Toch zijn er vandaag honderdzeventig potentiële nieuwe rekruten komen opdraven. Zij hebben vanochtend in de houding gestaan tijdens het appèl. Voor vanmiddag staat er sport, een vechthondenshow en een voorlichting op het programma. Maar eerst krijgen we een lunchpakket: brood met worst, een krentenbol en een pak melk. Ik vraag aan Manuel of dit is wat militairen het hele jaar door eten, maar volgens hem wordt er een stuk copieuzer gedineerd als de soldaten op oorlogspad zijn. “Je eet ontzettend goed tijdens een uitzending. Ik ben als marineman naar Afghanistan geweest, en heb kreeft gegeten middenin de woestijn.”  

De auteur en Luna (rechts) kijken toe hoe iemand in een beschermend pak door een vechthond wordt besprongen.

Terwijl we staan toe te kijken hoe iemand in een beschermend pak aangevlogen wordt door een legerhond, raak ik in gesprek met Luna (19). Voor haar is niet de verwennerij, maar juist het afzien in het leger aantrekkelijk. “Je verlegt je grenzen. Bij defensie doe je dingen waarvan je eerst zou zeggen: dat zou ik nooit doen, of dat kan een mens überhaupt niet doen.” Ze is eerder al een week op snuffelstage geweest in Texel. “Het was heel zwaar, maar als je het eenmaal gedaan hebt, geeft het een gevoel van overwinning. De groepsdynamiek trekt me heel erg, en ook dat je wat goeds doet voor de medemens.” Ook op de slagvelden van Oekraïne denkt ze eventueel wat te kunnen betekenen. “Oorlog is nooit leuk. Maar je gaat er toch heen, om iemand anders de vrijheid terug te geven.” 

Dan is het tijd voor de sportoefening. We moeten twaalf minuten achter elkaar rennen, iets wat ik voor het laatst heb gedaan op de middelbare school. Tot mijn eigen verbazing, en die van de militairen, houd ik het makkelijk vol, ondanks mijn niet-sportieve schoenen (“mooie pantoffeltjes”, volgens één van de soldaten), relatieve ouderdom en jarenlang ongetrainde lichaam. Wel raak ik tijdens het rennen de tel kwijt, dus bluf ik dat ik tien rondjes heb gelopen. “Dat is drieduizend meter, dan kun je bij de commando’s,” zegt de marinier van dienst. Ik voel heel even de overwinningsroes waar Luna het over had, totdat ik me bedenk dat een rondje rennen stukken minder makkelijk is als het rotweer is en je ondertussen mortiervuur moet ontwijken. 


Naast het fort staan een twee militaire voertuigen opgesteld: een indrukwekkende brandweerauto en een tank. Ook kun je daar leren hoe je een mitrailleur moet vasthouden. Even later lig ik languit op de grond, terwijl ik een rood laserstipje over het gras laat glijden. Een prima bezigheid. Volgens de schietinstructeur van dienst proberen ze tijdens oorlogen vooral op de grond te schieten, zodat er aarde opstuift en de naderende vijand wordt afgeschrikt. Maar als die vijand vervolgens niet wegrent, zal er toch af en toe iemand geraakt moeten worden. Hijzelf is in zijn vier jaar dienst nog niet op uitzending geweest, vanwege een blessure. Binnenkort gaat hij naar Litouwen om de NAVO-grenzen te versterken, maar bang is hij niet. “Als je teveel twijfelt en bang bent, wordt je meestal verteld dat werken bij defensie geen goed idee is.” 

Marjolein (23), die een stukje verderop bij de rugzakken-stand staat, lijkt in ieder geval niet bang. Ze heeft in de kinderopvang gewerkt en is nu tandartsassistente, maar wil graag bij het leger omdat ze graag “actief bezig is” en omdat er veel doorgroeimogelijkheden zijn. Het liefst wil ze bij het Korps Mariniers. Marjolein is zich ervan bewust dat er ook vervelende kanten zitten aan werken in het leger, zegt ze desgevraagd, maar is bereid zo nodig iemand dood te schieten. “Het is niet het leukste wat er is. Maar het is voor de goede orde: je bent niet zomaar roekeloos mensen aan het neerknallen. Dat is toch een verschil, vind ik zelf.” 

Marjolein (uiterst links)


Volgens Marjolein is wereldvrede onmogelijk, omdat er altijd mensen zijn die het niet met elkaar eens zijn. Volgens haar zijn het meningsverschillen en de aard van de mensheid die oorlog veroorzaken, niet per se het bestaan van legers. “Het leger heeft niet de allergrootste rol in oorlog. Als defensie er niet zou zijn, zou je juist veel meer oorlog hebben dan er nu is, denk ik. Dan krijg je burgeroorlogen.” 

Esther, die ik later tegenkom, wil het schieten liever vermijden. “Dat mogen de anderen doen. Laat mij maar lekker sleutelen.” Ze wil graag een technische functie, en werkt momenteel al als service-monteur in het installatiebedrijf van haar vader. Ze wil liever tanks, helicopters en vliegtuigen onderhouden dan CV-ketels. Toch is ook dat niet zonder gevaar, legt ze uit: “Je werkt met gas en koolstofmonoxide, dus daar zitten wel risicootjes aan. Maar als je het goed doet, zijn die heel klein.”

Esther sleutelt liever aan tanks dan aan CV-ketels.


Een stukje verderop zitten twee reservisten onderuitgezakt in een stoel een sigaret te roken in het zonnetje. Ze zien er niet heel erg paraat uit, en dat hoeft ook niet. Ze moeten vandaag nieuwe rekruten werven: alleen als er een NAVO-land wordt aangevallen word je opgeroepen, legt één van de twee uit. “Maar dan is het sowieso klaar.” In zijn duistere blik zie ik kernoorlogen en ellende. 

Ook de andere reservist, Milo, houdt ondanks zijn vrijwillige deelname aan het leger niet zo van oorlog. “Ik ben een enorme pacifist,” zegt hij. Hij parafraseert de Amerikaanse oud-president Herbert Hoover: “Tijdens een oorlog sterven jonge mensen omdat oude mensen ruzie hebben.” Milo, die de krijgsmacht een “noodzakelijk kwaad” noemt, was in de jaren negentig marinier en begon daarna een carrière als IT’er. Hij werd later reservist om nog wat invloed te kunnen uitoefenen op de krijgsmacht, zegt hij. “Als ik het ergens niet mee eens ben, stuur ik soms een mail naar de legerleiding.” Zo heeft hij laten weten dat hij het geen goed idee vond om bommenwerpers naar Syrië te sturen. Dat is wel gebeurd, maar hij hoopt in ieder geval af en toe de “luis in de pels” te zijn in deze hiërarchische organisatie. “Vaak krijg ik wel een mail terug waarin ze zeggen: goede vraag.” 


Dan is het tijd voor de voorlichting, in de catacomben van het fort. Sergeant Raymond geeft een presentatie. Als hij vraagt wat de belangrijkste taak van het leger is, zegt iemand in het publiek: “de vrede bewaken,” wat Raymond beaamt. Hijzelf heeft voor de krijgsmacht gekozen nadat hij de derde klas van het vwo niet haalde, en roemt de geneugten die het leger je biedt: de wereld over reizen, opleidingsmogelijkheden (“op kosten van de belastingbetaler”), een gegarandeerde kamer tijdens je tijd op de Koninklijke Militaire Academie (“je hoeft dus niet te hospiteren”) en minstens vier jaar baangarantie. Als er na afloop vragen worden gesteld wil Raymond wel toegeven dat er aan dat laatste ook een keerzijde zit: baangarantie betekent ook dienstplicht. Je wordt dus geacht die volle vier jaar uit te zitten, en naar een oorlogsgebied te gaan als dat van je gevraagd wordt. 

Aan het eind van de dag is er een borrel en de mogelijkheid om je in te schrijven, maar ik pas toch maar liever. Wel ben ik erachter gekomen waarom mensen zich wél vrijwillig opgeven. Er wordt ook best wel eens genoten in het leger, en het kent veel voordelen ten opzichte van de “burgermaatschappij” waarin opleidingen duur zijn en huizen moeilijk te krijgen. Ook heb ik zelden zoveel over wereldvrede gepraat als tijdens mijn bezoekje aan het leger. Toch is het ergens pijnlijk om te zien dat de meeste mensen hier zich geen wereld zonder oorlog lijken te kunnen inbeelden, een probleem dat er volgens mij toe leidt dat er nog altijd oorlog wordt gevoerd. Want, daar is bijna iedereen het over eens, oorlog is niet leuk.

Advertentie

Scroll naar beneden voor meer foto’s van de wervingsdag.


Meer
zoals dit
Politici zouden hun feestpersoonlijkheid vaker mee naar werk moeten nemen
Vladimir Poetin werd symbolisch berecht door activisten in Den Haag
Ik probeerde weer te leven alsof het lockdown was
Foto’s van een gloeiend hete Roze Zaterdag in Rotterdam 
Nog één keer grenzeloos moshpitten in een vervallen slachthuis
Hoe motivatiegoeroe Jia Ruan een vrome christen werd
Hoe Human Rights Watch Russische oorlogsmisdaden onderzoekt
Vrouwen vertellen hoe ze hebben leren masturberen