Advertentie
Stuff

Rhita werd als kind ontvoerd door het leger van Joseph Kony

Midden in de nacht staken de rebellen hun geweren door het raam van de slaapzaal, en werden de Oegandese Ritha en haar schoolgenootjes vastgebonden en weggeleid.

door Charlotte Simons, foto's door Frederieke van der Molen
03 november 2016, 12:00pm

Rhita Apio, in haar huis in Zaandam. In 1996 werd ze als 14-jarige ontvoerd, samen met 138 van haar schoolgenootjes.

Rhita Apio, in haar huis in Zaandam. In 1996 werd ze als 14-jarige ontvoerd, samen met 138 van haar schoolgenootjes.

Het Verzetsleger van de Heer (Lord's Resistance Army in het Engels), de christelijke rebellengroep die tot op de dag van vandaag geleid wordt door Joseph Kony, terroriseerde van eind jaren tachtig tot 2006 het noorden van Oeganda. Het noorden van het land, waar voornamelijk nilotische volkeren wonen (waaronder de Acholi), is een stuk armer dan het zuidelijke deel, waar bantoevolkeren wonen. Joseph Kony – die zelf ook een Acholi is – claimde in het begin op te willen komen voor de Oegandezen in het noorden, door de Oegandese president Museveni ten val te brengen, om vervolgens zelf het land te regeren aan de hand van zijn eigen interpretatie van de Tien geboden.

Maar al snel bleek Kony helemaal niet van plan te zijn zich aan die Tien geboden te houden: hij begon, met hulp van zijn rebellen, een leger op te bouwen van kinderen die door de rebellen tijdens hun strooptochten in grote getalen werden ontvoerd. Vaak werden die kinderen gedwongen om hun ouders te vermoorden, zodat ze voor altijd aan het rebellenleger gebonden zouden zijn. Door de jaren heen vielen Kony's troepen talloze dorpen en scholen in het noorden van Oeganda aan: volwassenen werden vermoord, verkracht en verminkt – lippen, neuzen en oren werden met machetes afgehakt. Ontvoerde jongens werden tot kindsoldaat gemaakt, meisjes werden gebruikt als seksslavinnen en bush wives door de commandanten.

In augustus van 2006, nadat Kony de streek met zijn troepen twee decennia lang geterroriseerd had, tekenden de rebellen en de Oegandese regering een wapenstilstand, op voorwaarde dat het LRA Oeganda zou verlaten. Kony en zijn troepen gingen akkoord, maar dat betekende niet dat ze sindsdien niet meer van zich laten horen. Nadat de rebellen uit Oeganda verdreven waren, begonnen ze dezelfde gruweldaden te plegen in de Democratische Republiek Congo. Inmiddels houden de meeste LRA-strijders zich schuil in de Centraal-Afrikaanse Republiek en Zuid-Soedan. Ook Joseph Kony zou zich nog altijd in de Centraal-Afrikaanse Republiek bevinden.

Kony is verantwoordelijk voor de dood van tienduizenden mensen; zo'n twee miljoen mensen sloegen voor het LRA op de vlucht. Sinds 2005 heeft het Internationale Gerechtshof in Den Haag een arrestatiebevel uitstaan voor Kony, maar dat heeft tot nu toe niets opgeleverd. Wel werd in januari van 2015 Dominic Ongwen, kopstuk van het Verzetsleger van de Heer, opgepakt. Zijn berechting door het Internationaal Strafhof gaat volgende maand van start. Ongwen werd zelf op negenjarige leeftijd ontvoerd door het LRA en als kindsoldaat ingezet, waarna hij snel omhoog klom in de rangen van het leger. Uiteindelijk wist hij het tot commandant en rechterhand van Kony te schoppen.

Rhita en haar baby

Zo'n 70 kilometer van Den Haag verwijderd woont Rhita Apio, in Zaandam. In 1996 werd de 14-jarige Rhita, samen met 138 van haar schoolgenootjes, ontvoerd door LRA-rebellen in Aboke, in het noorden van Oeganda, niet ver van de stad Lira. "Eigenlijk was mijn jeugd helemaal niet zo opmerkelijk," vertelt ze. "Ik woonde in een Oegandees dorpje, zoals er zoveel zijn. Mijn ouders waren allebei docenten op een basisschool. Maar er was wel een continue dreiging vanuit de LRA, ik woonde in een gebied waar Kony's troepen heel actief waren."

De kostschool waar Rhita destijds heenging, St. Mary's College in Aboke, werd gerund door een aantal Italiaanse nonnen en richtte zich op kinderen uit de Oegandese middenklasse, wiens ouders zich hogere schoolkosten konden veroorloven. In die tijd sliepen veel Noord-Oegandese kinderen op straat, met hun alledaagse kleding aan, zodat ze sneller konden ontsnappen als Kony's rebellen onverhoopt toe zouden slaan.

"Overdag was het vrij rustig, maar 's nachts waren we altijd bang. In 1995 begonnen de rebellen steeds vaker toe te slaan. Wij [de studenten van St. Mary's] sliepen binnen, in de school, maar het is vijf of zes keer voorgekomen dat we 's nachts gewekt werden en ondergebracht werden in de omringende dorpen, omdat Kony's troepen in de buurt waren gesignaleerd. 's Ochtends hadden we dan gewoon weer les."

Op 10 oktober 1996 sloegen de rebellen toe op Rhita's school. "We hadden een hele leuke dag gehad, omdat alle lessen geschrapt waren, waardoor we de hele dag hadden kunnen dansen en eten. Normaal gesproken sliep ik bovenin het stapelbed, mijn vriendin sliep onder me. Er gingen die dag geruchten rond dat de rebellen in de buurt waren, dus mijn vriendin zei dat ik beter beneden naast haar kon komen liggen. De adjunct-directeur van de school was overdag al naar de legerbarakken toegegaan [van het Oegandese leger], om militaire bescherming te regelen. Er werden haar wat soldaten beloofd die later naar de school toe zouden komen, maar ze zijn nooit op komen dagen."

"Ze begonnen de ramen in te slaan en staken de lopen van hun geweren naar binnen, bijgeschenen door het licht van hun zaklampen."

Het gebeurde rond een uur of 1 's nachts, toen Rhita's vriendin vanuit het raam mensen met brandende fakkels zag naderen. "Ze maakte me wakker," vertelt Rhita, "maar ik sliep zo diep dat ik meteen weer indutte. Weer schudde ze me wakker en iedereen op de slaapzaal verzamelde zich voor het raam, om te zien wat zich buiten afspeelde. We hoorden dat de deur naar de opslagplaats, naast onze slaapzaal, werd ingetrapt." Op dat moment bevalen de rebellen de meisjes op Rhita's slaapzaal de vergrendelde deur open te doen. "We stonden doodsangsten uit, natuurlijk durfde niemand de deur open te doen," vervolgt Rhita. "Toen begonnen ze de ramen in te slaan en staken ze de lopen van hun geweren naar binnen, op ons gericht, bijgeschenen door het licht van hun zaklampen. Iedereen was zo in paniek, we renden massaal van de ene hoek van de slaapzaal naar de andere."

De rebellen begonnen steeds harder op de deuren te slaan. "Dat ging zo ongeveer een half uur door. Daarna dreigden ze een bom naar binnen te gooien, en toen besloot één van mijn klasgenootjes, Christine, de deur van het slot af te halen. We dachten allemaal dat ze ter plekke vermoord zou worden met een panga [kapmes]. Dat gebeurde gelukkig niet, maar ze werd wel een aantal keer heel hard geslagen. Vervolgens werd ons verteld dat we op de grond moesten gaan liggen: weer dachten we dat we vermoord zouden worden. Maar in plaats daarvan begonnen de rebellen onze koffers en kleding bij elkaar te verzamelen."

Eenmaal buiten moesten de meisjes, die allemaal tussen de 13 en 16 jaar oud waren, in een rij gaan staan, waarna ze met een lang touw aan elkaar gebonden werden. Rhita en drie van haar klasgenootjes moesten de rebellen laten zien waar de Italiaanse nonnen die de school leidden normaal gesproken sliepen. "Maar," vertelt Rhita, "die waren inmiddels al op de vlucht geslagen of verstopten zich. Ze wisten dat ze anders vermoord zouden worden." Een ander meisje, dat de rebellen de parochie naast de school moest laten zien, werd daar verkracht. "Ik heb haar daarna niet meer in Aboke gezien. Pas later, toen we allebei naar de universiteit gingen, kwam ik haar weer tegen. Ze heeft geneeskunde gestudeerd en is nu arts."

Hierna werden Rhita en haar schoolgenoten vastgebonden weggeleid; sommigen van hen werden gedwongen voorraden mee te dragen op hun hoofd. "Het regende en het was heel donker en koud," herinnert Rhita zich. "Wij waren niet de enigen die gevangen waren genomen; ook mensen uit de omgeving werden weggeleid. De meesten van de rebellen waren nog kinderen. Die nacht lukte het een aantal meisjes te ontsnappen." Rhita herinnert zich hoe ze die nacht hun weg door een moeras heen moesten banen. Daarnaast waren de zandwegen door de regen heel modderig geworden. "Ik moest een baal posho [maismeel, basisvoeding die veel wordt gegeten in Oost-Afrika] meesjouwen op m'n hoofd en werd in de gaten gehouden door een meisje dat al langer met de LRA meetrok. Ze droeg haar baby mee op haar rug en had al besloten dat ik haar babysitter zou worden. Terwijl we ons een weg door het moeras baanden, verstapte ik me en de posho gleed van mijn hoofd af." Het meisje waar Rhita aan gehoorzaamde stak haar, bij wijze van straf, met een bajonet – Rhita heeft de littekens nog op haar lijf staan. Omdat de meisjes aan elkaar vastgebonden waren, vielen ze één voor één weg wanneer iemand zich verstapte in de modder. Iedereen was uitgeput. Eén van de leiders commandeerde de groep een korte pauze in te lassen.

Ondertussen had zuster Rachel Fassera, adjunct-directeur van St. Mary's College in Aboke, actie ondernomen. Ze had een som geld uit de schoolkluis gehaald, wat medische voorzieningen bij elkaar verzameld en besloot de achtervolging op de LRA-rebellen in te zetten om de meisjes terug te halen, samen met John Bosco, een geschiedenis- en aardrijkskundedocent die ook werkzaam was voor St. Mary's. Zuster Rachel vertrouwde op het feit dat ze wit en non was: haar huidskleur zou ervoor zorgen dat de rebellen haar een stuk voorzichtiger zouden benaderen, terwijl haar functie een bepaald soort respect moest afdwingen. Samen met Bosco volgde ze het spoor van de rebellen. In de ochtend na de ontvoering haalden ze de karavaan in.

Rhita vertelt: "Vanuit het niets bleek zuster Rachel mee te lopen met de groep, ze was in overleg met de leiders. Al snel bleek dat de rebellen bereid waren een aantal van ons te laten gaan: we maakten hen een te makkelijk doelwit voor het Oegandese leger, en ze konden zich door ons ook een stuk minder snel verplaatsen dan ze normaal gesproken deden." Rachel Fassera kreeg de opdracht de scholieren van St. Mary's van de groep te scheiden. Op dit moment was ze nog in de veronderstelling dat ze alle meisjes mee terug naar Aboke zou kunnen nemen, maar dat bleek niet zo te zijn. Rhita vertelt: "We werden opgehouden door helikopters [van het Oegandese leger], die granaten lieten vallen – niet direct op de plek waar wij ons bevonden, maar iets verderop. De rebellen riepen dat we ons in de begroeiing moesten verstoppen."

Na 9 uur gelopen te hebben, bereikte de groep een kamp dat eerder was opgezet door LRA-rebellen. In het kamp werd het zuster Rachel duidelijk dat ze niet alle meisjes mee terug zou mogen nemen. De commandant van de groep, Mariano Ocaya-Lagira, was bereid 109 meisjes te laten gaan; de overige 30 zouden achterblijven in het kamp. Rhita vertelt: "De commandant probeerde eerst contact op te nemen met Kony via een satelliettelefoon, maar die bleek niet te werken. Toen moest hij dus zelf een beslissing nemen: hij besloot 30 meisjes mee te nemen naar Kony's kamp in Soedan [tegenwoordig Zuid-Soedan]." Dit zorgde ervoor dat er ruzie ontstond onder de verschillende rebellen, want welke meisjes zouden achterblijven en welke niet? Sommige van de rebellen hadden hun oog al op bepaalde meisjes laten vallen, die als bush wife of seksslavin zouden moeten gaan dienen.

Zuster Rachel deed echter nog een laatste, verwoede poging om alle meisjes mee terug te krijgen. Rhita legt uit: "Ze had geld en medische voorzieningen meegenomen en bood die aan de rebellen aan, in ruil voor alle meisjes." Maar dat maakte de rebellen, die zuster Rachel vervolgens begonnen te duwen en te slaan, alleen maar woedend. De commandant bleek onverbiddelijk: de zuster moest de groep met meisjes onderverdelen. Ze besloot de kleinsten mee terug naar Aboke te nemen. Rhita: "Ik kan me nog heel levendig herinneren hoe het was toen die 30 meisjes hoorden dat ze achtergelaten zouden worden. Ze begonnen allemaal te huilen, waarna ze geschopt en met stokken geslagen werden door de rebellen. Het was vreselijk."

"De 30 meisjes die hoorden dat ze achtergelaten zouden worden, begonnen allemaal te huilen, waarna ze geschopt en met stokken geslagen werden door de rebellen."

"Ik werd als eerste uitgekozen, ik was heel klein," vertelt Rhita. "Daarna koos ze mijn vriendin uit, met wie ik samen in het stapelbed had geslapen." Nadat zuster Rachel 109 meisjes uitgekozen had, mochten ze gaan. "Onderweg naar huis raakten we nog verdwaald. We waren doodsbang, want we wisten dat er ook andere groepen LRA-rebellen ronddwaalden in het bos." Pas veel later kreeg Rhita te horen dat het commandant Lagira uiteindelijk gelukt was om contact te leggen met Kony met de satelliettelefoon. Ze vertelt: "Blijkbaar was Kony razend. Lagira had zuster Rachel moeten laten koken en aan ons, de scholieren, te eten moeten geven." Kony gaf Lagira het bevel om zuster Rachel en de 109 meisjes weer op te sporen en mee terug te brengen naar Soedan. Rhita en de rest van de groep hoorden die nacht inderdaad voetstappen, waarna ze zich verstopten in een hut, middenin het bos. 's Ochtends keerden ze terug naar Aboke.

"Toen we weer thuis waren, hebben veel van de meisjes, waaronder ik, een tijdje op een andere school gezeten. Maar we werden door andere scholieren, en soms zelfs docenten, getreiterd; sommigen noemden ons Kony's wives." Zuster Rachel probeerde ondertussen ouders over te halen hun dochters terug te laten keren naar St. Mary's, waar inmiddels continu militaire bewaking aanwezig was. "35 van de meisjes, waaronder ik, besloten uiteindelijk terug te keren naar St. Mary's," vertelt Rhita.

Zuster Rachel pleitte nog jarenlang voor de vrijlating van de achtergelaten dertig meisjes van Aboke. Zo kreeg ze de paus zover om de ontvoering van de Aboke girls te veroordelen, waardoor de Aboke-ontvoeringen wereldwijde aandacht kregen. Helaas hielp het niks. 5 van de achtergebleven 30 meisjes overleden uiteindelijk in gevangenschap. Van de 25 overlevenden wisten 23 vóór 2006 uit de klauwen van de LRA te ontsnappen. Eén van de meisjes van Abokeis nog steeds vermist, en een ander keerde in 2009 vanuit Congo terug naar Oeganda met haar baby, die bij haar verwekt zou zijn door Joseph Kony. Rhita spreekt de andere Aboke girls nog steeds. "We hebben samen een facebookgroep, en inmiddels ook een whatsappgroep," vertelt Rhita. "Vroeger had ik veel nachtmerries, daar had ik zelfs nog last van toen ik net in Nederland arriveerde. Gelukkig wordt dat steeds minder."

Als ik Rhita vraag naar Dominic Ongwen, de voormalige LRA-commandant die momenteel in Den Haag opgesloten zit, zegt ze: "Ik denk dat ze hem niet moeten veroordelen, maar amnestie moeten verlenen: deels omdat hij zelf als kind ontvoerd is door de LRA, deels omdat de Oegandese overheid hem daarvoor had moeten beschermen. Natuurlijk is hij tot op zekere hoogte wel verantwoordelijk voor wat hij allemaal gedaan heeft. Ik denk dat hij gerehabiliteerd moet worden: als dat lukt, zullen zijn gruweldaden hem de rest van zijn leven achtervolgen. Daarmee is hij al genoeg gestraft." Ze vervolgt: "Als hij terugkeert naar Oeganda, zal hij een verstoteling zijn. Dat is een zware straf in het gemiddelde Oegandese dorp, waar iedereen elkaar als familie behandelt."

Rhita en haar Nederlandse man Jos ontmoetten elkaar in 2007 in de Oegandese hoofdstad Kampala, in het kantoor van de United Nations Development Programme. Rhita studeerde op dat moment Environmental Management aan Makerere University, ook in Kampala. In 2008 bracht ze haar eerste bezoek aan Nederland; in 2014 verhuisde ze, na in 2011 in de Oegandese stad Lira getrouwd te zijn, definitief naar Zaandam. Samen hebben ze een zoontje. "Maar uiteindelijk willen we wel terugkeren naar Oeganda. Ik hoop dat ik dan vlakbij Lira een school kan openen waar studenten vocational training [vergelijkbaar met MBO-opleidingen] kunnen volgen."

Tagged:
afrika
Vice Blog
Joseph Kony
Rebellen
oeganda
Charlotte Simons
Frederieke van der Molen
Lord's Resistance Army