Advertentie
cultuur

Al je favoriete schrijvers en kunstenaars hadden constant seks met elkaar

Van Madonna en Basquiat tot Simone de Beauvoir en Sartre: het boek 'The Art of the Affair' zet keurig op een rijtje wie het allemaal met wie deed.

door Lauren Oyler
31 januari 2017, 4:28pm

Het kan zijn dat ik met de verkeerde mensen omga, maar het lijkt erop dat kunstenaars in vroeger tijden veel meer seks hadden dan ik. Misschien komt dat door Parijs, een stad die nog als 'romantisch' te boek stond en een populaire kunstenaars-hang-out was, terwijl steden als New York en Berlijn niet meer zoveel schrijvers, schilders en fotografen aantrokken. Misschien komt het doordat het oude systeem van vrijgevige mecenassen de kunst vrijer liet dan de hedendaagse, giftige combinatie van laatkapitalisme en virale sociale media. Of misschien is het wel zo dat de geschiedschrijving er een handje van heeft om dramatische dingen wat meer te belichten en het alledaagse wat minder, en zal het in de toekomst ook lijken alsof de creatieven van vandaag een heel spannend leven hadden, net als Simone de Beauvoir of Orson Welles in hun tijd. Wat de precieze reden is weet ik niet, maar zelfs de meest cynische cynici zullen smullen van de glamoureuze, sepiakleurige roddels in de biografieën van twintigste-eeuwse kunstenaar, vol liefdesbrieven, onweerstaanbare muzes, en min of meer overeengekomen niet-monogame avontuurtjes.

The Art of the Affair: An Illustrated History of Love, Sex and Artistic Influence, een nieuw boek geschreven door Catherine Lacey en geïllustreerd door Foryth Harmon, is voer voor onze nostalgische gevoelens. Lacey en Harmon hebben "een geïllustreerde geschiedenis" samengesteld "van de liefde, seks en artistieke invloeden" die een handjevol twintigste-eeuwse kunstenaars, schrijvers en muzikanten met – of op – elkaar hadden. Niet alleen de gebruikelijke namen Picasso, Hemingway, Frida Kahlo, Anaïs Nin en Henry Miller komen voorbij, maar ook minder bekende mensen als Romaine Brooks, Léonard Tsuguharu Foujita en Beauford Delaney, waarvan Lacey beweert dat ze die pas heeft ontdekt in haar onderzoek voor het boek. (De Bloomsbury-groep en Virginia Woolf schitteren trouwens in afwezigheid, terwijl Woolfs liefdesbrieven met Vita Sackville-West net zo goed voer zijn voor droefgeestige, literair historische blogs als de verhalen van Miller en Nin of De Beauvoir en Jean-Paul Sartre.)

Het is niet te doen om de rode draad in alle relaties in dit boek te volgen, waarschijnlijk omdat het boek nogal veel relaties beschrijft. Veel ervan zijn al snel stukgelopen en van andere was de status nooit echt duidelijk. Lacey, die af en toe ook stukken schrijft voor VICE, vertelde me via e-mail dat ze hoopt dat lezers The Art of the Affair gebruiken als een "inleiding in de verbanden tussen individuele kunstenaars en uiteenlopende kunstvormen." Maar lezers die op zoek zijn naar "semi-intellectuele weetjes" zullen ook blij zijn met het boek, zegt ze. Wat voorbeelden:

Actrice Greta Garbo en de ondergewaardeerde toneelschrijfster Mercedes de Acoste waren ontzettend verliefd op elkaar. Ze "gingen samen dagjes weg, hadden dates op het strand, lieten zich samen naakt schilderen." Maar toen Garbo niet openlijk wilde uitkomen voor het feit dat ze op vrouwen viel, kreeg De Acosta pardoes een affaire met Marlene Dietrich.

Madonna en schilder Jean-Michel Basquiat hadden kort iets, maar dat was zo'n bittere affaire dat Basquiat de schilderijen die hij voor haar gemaakt had terugeiste, en ze toen hij ze terug had met zwart overschilderde.

De dichter Robert Lowell stierf in een taxi onderweg naar het appartement van zijn ex-vrouw, de legendarische literatuurcriticus Elizabeth Hardwick. Hij zou een portret van Lady Caroline Blackwood "vastgeklampt" hebben, waar hij op dat moment mee getrouwd was. Het portret was gemaakt voor Lucian Freud, met wie Blackwood twintig jaar eerder getrouwd was geweest.

Ach, die goede oude tijd ─ wie heeft er nog artistiek verantwoorde schilderijen van hun geliefden, laat staan dat die worden vastgegrepen op het moment dat je sterft? Veel verhalen in The Art of the Affair lijken in eerste instantie op geroddel in oude sensatiebladen, maar al snel slagen ze erin om erbovenuit te stijgen. Hoewel niet alle connecties en rivaliteiten die Lacey beschrijft romantisch zijn, zijn ze allemaal gesmeed tussen twee (of vaak zelfs meerdere) buitengewoon bedachtzame individuen, die hun onverzadigbare behoefte om seks te hebben met een Mysterieuze Blonde Dichter treffend kunnen uitleggen. Voor een kunstenaar, of in ieder geval het soort kunstenaar dat ik goed vind, is lust nooit biologisch ─ het is essentieel. "Op de een of andere manier is het gewoon een roddel als ze nog leven," zegt Lacey, "maar zodra iemand dood is, is het een onderdeel van de geschiedenis. Het maakt deel uit van de lens waardoor we hun werk kunnen begrijpen."

Veel verhalen in The Art of the Affair lijken in eerste instantie op geroddel in oude sensatiebladen, maar al snel slagen ze erin om erboven uit te stijgen.

Toch is het een beladen beslissing om te focussen op de biografieën van de kunstenaars, in plaats van op hun werk; veel mensen vinden dat het leven van een kunstenaar volledig gescheiden moet zijn van hun werk. (Mensen vinden dit vooral als de kunstenaar die zij bewonderen dubieuze of afschuwelijke opvattingen blijkt te hebben.) Lacey schrijft in de introductie van het boek dat sommige creatievelingen erin slaagden om hun sporen uit te wissen, omdat ze bang waren om vervolgd te worden vanwege hun ras of seksuele geaardheid of gewoon omdat ze hun privacy wilden behouden. (Essayist Edmund Wilson gebruikte in zijn dagboeken bijvoorbeeld schuilnamen voor zijn geliefden, hoewel historici toch achter een paar feiten zijn gekomen: hij werd ontmaagd door dichteres Edna St. Vincent Millay, was een van de veroveringen van Anaïs Nin en trouwde met schrijfster Mary McCarthy, die zelf weer een affairehad met kunstcriticus Clement Greenberg.) Echter, zoals Lacey me vertelde: "Door te doen alsof hun werk is gecreëerd in een vacuüm of door een of andere entiteit, die niets te maken heeft met het leven van een kunstenaar, gaan mensen kunstenaars beschouwen als idolen of goden. Maar dat zijn ze niet."

Volgens Lacey is het geen probleem om weetjes over een historische figuur te verzamelen, als je maar niet denkt dat je ze daarom kent. In de introductie van het boek schrijft ze: "Wat er uiteindelijk zo boeiend is aan deze relaties, is hun onkenbaarheid," en in ons interview via e-mail zegt ze: "Naarmate ik meer verhalen verzamelde, werd ik steeds nieuwsgieriger ─ ik was nooit tevreden, nooit had ik het gevoel dat ik de juiste brief, die ene anekdote of dat biografische detail had gevonden om de kunstenaar of schrijver echt te kunnen doorgronden."

Catherine Lacey en Forsyth Harmon. Illustratie door Forsyth Harmon, met dank aan Bloomsbury

Dat was op zijn beurt mijn probleem met het boek. Na 96 pagina's had ik niet het idee dat er in het boek werd gepleit om alle behandelde personen als "onkenbaar" te bestempelen ─ er zou veel meer geschreven moeten worden voordat deze term daadwerkelijk past. "Onkenbaarheid" is conceptueel gezien een doodlopende weg ─ het leidt naar een nette, filosofiestudentachtige conclusie: Lacey schrijft dat "zelfs als we alles denken te weten over twee personen ─ door hun boeken, brieven, schilderijen, foto's en dagboeken ─ we nooit zullen weten wat ze echt zagen toen ze naar elkaar keken." Dit geldt voor iedereen ─ niet alleen voor overleden kunstenaars ─ en inderdaad, zelfs waanzinnig verliefde koppels zullen nooit precies weten wat de ander ziet als ze naar elkaar kijken. Om in deze context "onkenbaarheid" te vermelden voelt als een uitvlucht, vooral omdat het een van de centrale bedoelingen van de kunst is om connecties en ideeën van de ene geest naar de ander over te brengen.

Wat er zo boeiend is aan de relaties die in beeld worden gebracht in The Art of the Affair is niet dat het onmogelijk is om ze werkelijk te begrijpen, maar dat er mogelijkheden worden geopend voor breder begrip, dat men wordt uitgenodigd om verder te gaan dan de grappige romantische nostalgie die ons trekt naar deze verhalen. Net als Lacey had ik nog nooit gehoord van de "gekwelde" schilderes Romaine Brooks, maar ik werd meteen aangetrokken tot de sappige weetjes die Lacey had verzameld: zo was ze meer dan vijftig jaar de geliefde van de seksueel ongeremde schrijfster Natalie Clifford Barney en heeft Brooks ooit gezegd dat ze liever bij Natalie was dan dat ze alleen was, en dat ze liever alleen was dan in buurt van bijna elk ander persoon. Ik ging ervan uit dat deze persoon schilderijen maakte die ik erg mooi zou vinden, en na een snelle zoektocht op Google kwam ik erachter dat ik gelijk had. Brooks' grijze portretten van paarsachtige en mystieke vrouwen zijn verleidelijk en provocatief ─ en het was haar liefdesleven waardoor ik daarachter ben gekomen.