skaten

Op bezoek bij het meest afgelegen skatepark van België

"Mensen geloven ons vaak niet en denken dat het een grap is - tot ze de trap oplopen en het park met eigen ogen zien.”

door Stijn Ernes
03 december 2018, 11:56am

Foto's door Stijn Ernes en Martin Wery. Foto rechts via Instagram van Que Calor Crew.

In een landschap dat doet denken aan scoutskampen, boswandelingen en puffende vijftigers op veel te dure mountainbikes staat - geheel zoals verwacht - een boerderij. We zijn zo'n 35 kilometer ten zuiden van Luik, ergens tussen Spa en Durbuy, en als je de boerderij binnenloopt, vind je geen boeren, maar skaters, die over rampen en grinds scheuren in het meest afgelegen skatepark van ons land.

Om uit te zoeken wie er zo gek/geniaal is om een skatepark op te richten in the middle of nowhere, reed ik meer dan twee uur met de auto naar Le Fudd’s Park in het dorpje Aywaille, midden in de Ardennen. Na het gewoonlijke verloren rijden tussen de velden en heuvels, bereik ik de fameuze getransformeerde boerderij, en ontmoet haar bezielers: Tom, Cyriel en Finian van de Que Calor Crew. Ik sprak hen over oude BMX-magazines, een jager en het décor van de film Bollie en Billie.

le-fudds-park-buiten-boerderij-aywaille
Hier zie je - jawel - een skatepark.

VICE: Hey crew, kunnen jullie me vertellen waar we ons precies bevinden?
Tom: We zijn in het Fudd’s park in Faveux, Aywaille, in het noorden van de Belgische Ardennen.
Cyriel: Het pand is van mijn ouders, en van hen mogen we deze gigantische schuur gebruiken: 500 vierkante meter, echt super groot. Het begon ooit allemaal met een ramp, en nu, vier jaar later, hebben we een professioneel skatepark.

Finian: Voordat de ouders van Cyriel het kochten, woonde hier een jager. Zo zijn we ook bij de naam van het park gekomen. Ken je die jager uit Looney Tunes? Die heet dus Fudd. Vaak geloven mensen niet eens dat hier een skatepark is. Als je kijkt naar de omgeving en de huizen, zie je bijna enkel boerderijen. Je denkt echt dat iemand een grap aan het uithalen is tot je de trap op loopt en het park met je eigen ogen ziet.

Hoe ver is het volgende skatepark van hier?
Tom: Het dichtste park ligt in Luik, maar dat is zeker een half uur met de auto.

Cyriel:
Vroeger gingen we ook vaak naar Nederland, Duitsland of Luxemburg. En natuurlijk naar andere parken in België, maar we moesten altijd best lang reizen.

"Ik ben even gestopt omdat het maar saai was alleen, maar toen ik Tom leerde kennen kwam de passie terug."

Finian: In mijn dorp kon je je gelukkig prijzen als je twee trappen en een stoep had om op te skaten.

le-fudds-park-aywaille-contest-skate

Waar komt jullie passie voor skaten vandaan?
Cyriel: We komen niet uit een grote stad, dus er zijn niet veel BMX’ers of skaters hier. Ik denk dat ik, als er geen internet was geweest, waarschijnlijk voetballer zou zijn geworden. Toen ik tien was, nam mijn moeder me mee naar een BMX demonstratie. Dat was echt het coolste wat ik ooit had gezien en dus vroeg ik voor mijn elfde verjaardag een BMX. Zo leerde ik mijn eerste tricks op de oprit van mijn ouderlijke huis. Ik ben even gestopt omdat het maar saai was alleen, maar toen ik Tom leerde kennen kwam de passie terug.

Tom: Ik begon met skaten omdat mijn grote broer het ook deed. Zijn vrienden en hij hadden veel skate- en BMX-dvd’s en -magazines. Toen ik die zag, was ik echt verliefd. Later begon ik samen met Cyriel te BMX'en, aangezien dat in deze omgeving handiger is dan skaten.
Finian: Ik skate al van mijn zes jaar. Dat kwam door een veel oudere vriend van me. Hij had toen een skateboard gekocht, maar stopte er even later alweer mee. Hij gaf zijn board toen aan mij, en zo ben ik begonnen met skaten.

"Het is echt fijn, er komen nu zelfs gasten van grote steden naar hier."

Het lijkt me dat er hier niet zo een grote skatescene is, klopt dat?
Cyriel: Dankzij dit park is er in vergelijking met andere dorpen in de Ardennen wel een skate- en BMX-scene. Voordien was daar geen sprake van, maar nu zijn er veel jongeren die hier beginnen. Bijna elke week zijn er nieuwe kids die starten met skaten of BMX. Het is echt fijn, er komen nu zelfs gasten van grote steden naar hier.
Finian: In het begin van Le Fudd’s Park waren het vooral voor BMX’ers, omdat de grond veel te ruw was voor skaters. Nu we deze houten set-up hebben komen er meer en meer skaters: ongeveer de helft van onze bezoekers. Er zijn zelfs dagen dat er meer skaters zijn dan BMX’ers.

que-calor-crew-aywaille-le-fudds-park
De Que Calor Crew, met helemaal rechts Finian, daarnaast Tom en daarnaast Cyriel.

Jullie zitten in de Que Calor Crew. Hoe is die crew ontstaan?
Cyriel: Zo’n zes jaar geleden wilde ik een naam geven aan de groep waar ik altijd mee ging rijden. In het begin waren dat gewoon Tom en ik, maar met de jaren kwamen er meer gasten bij. De kern van de crew bestaat uit zo’n zes mensen. Mensen denken vaak dat het een spreekwoord in een Waals dialect is, maar de naam komt van de Spaanse uitspraak Qué calor. Dat betekent: wat een hitte. Zo van: wauw, het is hier heet.
Finian: Door dit park te bouwen is onze crew trouwens alleen maar sterker en hechter geworden.

Hebben jullie veel ervaring met het bouwen van parken?
Tom: Finian en ik zijn schrijnwerkers, dus met een beetje inspiratie kunnen we alles maken. Toen ik klein was, maakte ik ramps om in mijn garage te kunnen BMX’en, omdat die er niet waren in mijn buurt. Later heb ik ook voor Decathlon verschillende ramps gemaakt, die ze gebruikten voor wedstrijden over het hele land. Daarna hebben we die ramps hergebruikt in dit park. Het Fudd’s Park is wel het eerste skatepark op grote schaal waaraan ik heb meegewerkt.

le-fudds-skatepark-aywaille-opbouw-hout

Waar halen jullie al dat hout vandaan?
Tom: Ik werk als schrijnwerker mee aan het bouwen van filmsets. Meestal wordt het hout na de opname gewoon weggegooid, en dan hergebruik ik het. Een groot deel van ons skatepark is gemaakt met hout uit de verfilming van de strip Bollie en Billie. De vader van Martin, een ander lid van crew, werkt mee aan de opbouw van het jaarlijks autosalon in Brussel. Daar hebben we ook veel hout van kunnen hergebruiken.
Finian: Toen ik nog niet zelfstandig was, werkte ik in de bouw. Daar mocht ik ook houtoverschotten meenemen voor ons park.

"Zonder steun van de gemeente moeten we er zelf meer tijd en moeite in steken, maar we halen er zo ook meer voldoening uit."

Investeert jullie gemeente niet in skateparken?
Cyriel: Nee, maar dat hebben we ook niet nodig. We willen vrij zijn en zelf de beslissingen voor dit park maken. Ik zou echt niet willen dat de gemeente inspraak heeft over de set-up van het park.
Tom: Zonder steun van de gemeente Aywaille moeten we er zelf meer tijd en moeite in steken, maar we halen er zo ook meer voldoening uit.
Finian: Natuurlijk hebben we ook een deel uit eigen zak betaald. En elk jaar doen we veel contests en evenementen waarmee we wat geld verdienen. Dat geld steken we dan in de verdere uitbouw van het park.

le-fudds-park-aywaille-skateramp

Ik zag ook foto’s van een mobiel park?
Tom: Inderdaad, de ramps die ik voor Decathlon heb gemaakt, stel ik beschikbaar om te verhuren. Dat is een concept dat ik nog wil uitbreiden. Zo kunnen ook mensen van andere dorpen genieten van goeie ramps.

Hoe zien jullie de toekomst van het Fudd’s park?
Cyriel: Ik ben ervan overtuigd dat het park nog lang zal bestaan. Mijn ouders zijn heel chill, dus zij gaan het nooit stopzetten.
Tom: Wij zijn ook allemaal supergemotiveerd om het zo lang mogelijk open te houden. Deze plek is van ons.

In februari bestaat Le Fudd's Park zes jaar. Als je mee wil vieren en je niet laat afschrikken door een verre aanreis, hou dan zeker de Facebookpagina van het park in de gaten.

Bekijk meer verhalen uit de VICE-reeks Skaten in België.

Volg VICE België razendsnel op Instagram.

le-fudds-park-aywaille-skate
le-fudds-park-aywaille-bmx
le-fudds-park-aywaille-skaters