Last Call

In dit geliefde Brusselse café vind je allemaal vreemde spullen

Aan het plafond hangt een stuk van het Atomium, en op de toog staat een oude waarzeggersautomaat die in ruil voor wat munten al je levensvragen beantwoordt.

door Romain Vennekens
12 juli 2019, 3:00pm

Alle foto's door Romain Vennekens

Welkom bij ‘LAST CALL', een rubriek waarin we bij doorgewinterde barmannen en -vrouwen aan de toog hangen om wat van hun levenswijsheid op te doen. Van hoe je over een gebroken hart heen komt tot welke drankjes je niet moet bestellen als je niet uitgelachen wil worden.

In dit kleine maar legendarische Brusselse café waan je je een beetje in een antiquariaat. Overal liggen oude spullen – naïevelingen zouden het 'brol' noemen – uit zowat de hele wereld. Aan het plafond hangt een stukje van het Atomium, waarin je een plaat van Aretha Franklin ziet weerkaatsen. De muren lijken al heel veel zweterige nachten en al even veel verhalen te hebben geabsorbeerd. Het is een gezellige plek waar je een goed glas bier kunt drinken, je recentste levensvragen kunt stellen aan de befaamde 'Fakir' (waarover later meer) of je laatste muntjes van de avond kunt verzilveren in een jukebox die nog op de Expo 58 heeft gestaan.

De man die deze unieke plek tot leven heeft gewekt, was Eddy. Ik bestel een pintje bij zijn zus, Nadia, een voormalig feestbeest en tooghanger die plots aan de andere kant van de toog belandde. Ze vertelt me hoe deze familiezaak een van de meest geliefde cafés van Brussel is geworden.

VICE: Hey Nadia, hoe kwam je op het idee om een bluescafé te openen?
Nadia: Dit café was het idee van mijn broer. Hij wilde er een speciale sfeer mee creëren. Het is een beetje een museum, vol objecten die hij ooit heeft gekocht of gevonden. En dan zijn er nog dingen die klanten het café hebben geschonken. Veel van die objecten zijn heel bijzonder.

booze-n-blues-brussel-cafe-fakir
De Fakir

Ja, zoals de befaamde Fakir.
De Fakir, die is revolutionair. Mijn broer en ik hadden hem in een bar gezien toen we jong waren. Eddy had afgesproken met de eigenaar dat wij, indien zijn bar ooit zou sluiten, de Fakir zouden krijgen. Vele jaren later waren we de Fakir al lang vergeten. We kwamen de eigenaar opnieuw tegen, en hij gaf ons de Fakir [de Fakir is een waarzeggersautomaat die op de toog van de Booze’n Blues staat. Je steekt er een muntje in, stelt hem een vraag en dan draait de naald en stopt uiteindelijk bij een antwoord, red.].

Die machine heeft iets magisch. Wij cafégangers nemen de Fakir niet serieus, maar diep vanbinnen willen we toch geloven dat het echt werkt.
Dat klopt, iedereen speelt ermee. Sommige mensen die ik ken, zijn dankzij de Fakir een koppel geworden. Ze hadden elkaar hier ontmoet, en maanden later kwamen ze vertellen dat ze gingen trouwen, nadat de Fakir dat had voorspeld. Het is gewoon een leuke manier om elkaar beter te leren kennen. Ik herinner me ook een klant die elke dag een muntje in de Fakir stak om advies te krijgen. Op een dag besloot zijn bedrijf naar een ander land te verhuizen, waardoor hij Brussel ook zou moeten verlaten. Dus heeft hij ons meerdere keren gevraagd of hij de Fakir mocht overkopen. Maar we hebben altijd nee gezegd. De Fakir hoort hier in het café, hij is van iedereen die naar onze bar komt.

booze-n-blues-brussel-cafe-jukebox-expo-58
De antieke jukebox

De jukebox is ook leuk.
Ja, die staat hier al vanaf het begin, en maakt echt deel uit van het DNA van het café. Hij stamt af van Expo 58. We hebben ook een stukje van het Atomium, daar op het plafond. Zoals ik al zei, het is hier eigenlijk een beetje een museum.

Hoe is het café dan juist ontstaan?
Mijn broer werkte al in een café, maar hij wilde zijn eigen zaak starten. Dit café was toen gesloten, dus besloot hij de zaak over te nemen. In het begin was het een nachtbar, toen hadden we vaak te maken met drugsdealers, zakkenrollers,… Dat moest dringend veranderen. We hebben die mensen duidelijk gemaakt dat ze niet langer welkom waren, en na een tijdje slaagden we erin een vast cliënteel te vinden. Maar ondertussen is alles opnieuw veranderd. De buurt is niet meer dezelfde, en dat geldt ook voor de klanten. Toen we hier begonnen, was er werkelijk niets. Sint-Goriks was toen nog niet de populaire toeristische buurt die het nu is. Als je nu in een toeristisch infokantoor een kaart van Brussel vraagt, staan we erin. Daar hebben we niet om gevraagd, maar het is nu wel zo.

Al die toeristen, stoort dat je niet?
Helemaal niet. Ze komen goed overeen met onze lokale klanten. Het gebeurt weleens dat niemand elkaar kent aan het begin van de avond. Maar een paar uur later zien we dat iedereen met elkaar aan het praten is. Dat is net wat dit café zo charmant maakt, vind ik.

Heb je altijd al in een café willen werken?
Ik was vroeger eigenlijk echt een serieus feestbeest. Ik heb mensen in de horeca jarenlang geïrriteerd. Als ze zeiden dat ze gingen afsluiten, wou ik altijd nog een laatste drankje. Zulke dingen. Ik had er nooit aan gedacht om in een café te gaan werken. Maar toen mijn broer me vroeg om hem te helpen, deed ik dat. Ik moest één maand werken, maar kijk, 21 jaar later ben ik hier nog.

1562764747905-boozenblues7

Het lijkt erop dat je hebt genoten van al die jaren hier.
Inderdaad. Ik vind het heerlijk om hier te zijn en om te praten met mensen. Ze noemen me niet voor niets pipelette [babbelkous, red.]. Veel klanten komen ook al zo lang dat ze geen klanten meer zijn, maar vrienden. Het dagelijkse contact met mensen is voor mij de grootste rijkdom.

Vroeger was je een feestbeest, maar toen je hier begon te werken, stond je ineens aan de andere kant van de toog. Hoe was dat voor je?
Ik bleef nog steeds zwaar uitgaan, hoor. Ik sloot het café om vier à vijf uur ‘s ochtends en ging dan zelf nog feesten. Soms was dat zwaar, maar hé, ik was twintig jaar jonger. Toen werkte ik hier zeven dagen op zeven tot sluitingstijd. Nu doe ik het wat rustiger aan – ik zou niet meer kunnen leven als toen. En aan de andere kant van de toog staan heeft me geleerd hoe lastig ik moet zijn geweest toen ik zeurde voor een laatste glas net rond sluitingstijd.

Nu is jouw beurt om met moeilijke klanten om te gaan. Hoe pak je dat aan?
Als ik me boos of in gevaar voel, blijf ik gewoon doorzetten. Ik laat nooit mijn ogen zakken voor iemand en als ik bang ben, zal ik dat nooit laten zien. Ik maak de persoon in kwestie duidelijk dat het genoeg is geweest, en dat hij of zij moet het café moet verlaten. Ik probeer mijn best te doen om dat zo vriendelijk mogelijk te doen, maar soms moet ik mijn stem verheffen om iemand buiten te krijgen. Maar in het algemeen gaat het goed. Ik ben iemand die fair blijft op zulke momenten. Daardoor blijven klanten mij respecteren, ook al heb ik ze net buitengezet.

Schrijf je in voor onze newsletter, en krijg elke zaterdag onze beste verhalen, video’s en fotoreeksen.

Volg VICE België razendsnel op Instagram.

Tagged:
België
Brussel