reizen

De vrouwelijke arbeiders die luxeresorts bouwen op Bali

De toeristenstroom trekt arbeiders aan vanuit heel Indonesië. Onder hen zijn vrouwen die slopend werk verrichten in de tropische hitte, en die minder betaald krijgen dan hun mannelijke collega’s.

door Jed Smith; foto's door Angga Pratama
13 september 2017, 2:13pm

Als de avond valt over de westkust van Bali komt opnieuw een afmattende dag ten einde voor de ongeveer zestig vrouwen die werken op een bouwplaats die wordt door een bedrijf uit Singapore. Maar het harde werk is dan nog niet ten einde. Eenmaal terug in hun werkkamp, op twee minuten lopen van Canggu, een hip dorpje aan zee, worden ze meteen weer aan het werk gezet. Nu moeten ze eten koken voor de mannen – en soms kinderen – met wie ze een bamboehutje delen.

"Het moeilijkste is dat ik zo moe word, dat ik het soms niet meer trek. Dan val ik neer en barst ik in huilen uit. Als dat gebeurd krijg ik flashbacks naar hoe triest mijn leven is," vertelt Made* (35), die op haar derde wees werd.

De dagen zijn lang en heet, en de vrouwen worden slecht betaald. Made – een pseudoniem – heeft de afgelopen drie maanden zeven dagen per week gewerkt, ze staat op om 03:30 uur en begint dan met het maken van ontbijt voor haar man, die ook op de bouwplaats werkt, en voor haar kinderen. Samen arriveren ze om 07:00 uur op werk en brengen ze de dag door met het sjouwen van stalen balken, cement scheppen en staven in beton hameren, terwijl het tegen de dertig graden is.

"Het is soms erg verdrietig, maar ik heb geen keus. Als ik het niet zou doen dan zou ik mijn familie niets te eten kunnen geven," zegt ze.

Bouwplaatsen discrimineren niet als het op werk aankomt. Het enige verschil is dat vrouwen minder betaald krijgen dan mannen. Mannen gaan naar huis met ongeveer tien euro per dag, vrouwen krijgen voor een dag werk ongeveer zes euro. Het werk is bovendien erg gevaarlijk. Een ongeluk zit in een klein hoekje, en het is niet ongebruikelijk dat er doden vallen. Made's echtgenoot, die Wayan* genoemd wil worden, herinnert zich een man die werd geplet door een lading beton toen een liftkabel het begaf.

Allebei vertellen ze me dat ze hun echte namen niet willen gebruiken, omdat ze bang zijn dat ze worden ontslagen als ze praten over de slechte werkomstandigheden. Het stel komt uit Singaraja, een arm gebied in het binnenland van Bali, waar ze ooit werkten als rijstboeren. Als een klus klaar is – meestal na drie tot vijf maanden – keren ze een paar dagen terug naar huis, waarna ze aan een volgend project beginnen.

Meestal werken vrouwen in Indonesië niet op bouwplaatsen. Maar op Bali, dat al decennialang toeristen trekt, kijken ze niet vreemd op van een vrouw. De bouw, vertelt Made me, biedt een stabieler en betrouwbaarder inkomen dan werk op het land.

"Als je aan een bouwproject werkt verdien je sowieso geld, in tegenstelling tot het werken op het land, waarbij je moet afwachten of de oogst goed is," zegt ze. "Als ik vandaag ga werken weet ik wat ik krijg. Met werk op het land is dat erg onzeker."

Als de dag op zijn einde loopt, sjokken de arbeiders lijkbleek over de bruisende boulevard, langs vakantiegangers die achteloos even veel geld aan een cocktail of een acai bowl uitgeven als Made in een dag verdient. Made en haar man zijn erg filosofisch over de gapende kloof tussen deze levensstandaarden.

"In mijn hoofd is dat hoe het eruit ziet als je geld hebt en ik vraag me dan af hoe dat is," zegt Wayan. "Ik denk niet dat het oneerlijk is. Als je geld hebt dan is dat je leven. Ik heb geen geld, dus ik moet werken. Zolang ik werk heb denk ik dat het eerlijk is."

In het naastgelegen gebouw ontmoeten we een ouder echtpaar uit Java, die het werk als rijstboer ook achter zich lieten om te werken in de bouw. De laatste klus die Suhita en Panji deden was bij toeristenhotspot Ubud, en zo fysiek uitputtend dat ze het maar een halve dag volhielden.

Ondanks het feit dat veel Balinese groepen vragen om een verbod op de bouw van nog meer resorts, schieten ze over het hele eiland uit de grond – en er staan er nog meer op de planning. De Amerikaanse president Donald Trump en zijn Indonesische zakenpartner Hary Tanoesoedibjo zijn momenteel bezig een omstreden zessterrenresort – het grootste op het eiland – te bouwen. En ze zijn niet de enige. Ontwikkelaars van luxe villa's zoals Elite Homes bieden "neo-koloniale" appartementen en villa's aan tussen de 730.000 en 5 miljoen euro.

Suhita en Panji zijn niet op zoek naar luxe; een dak boven hun hoofd en onderwijs voor hun kinderen en kleinkinderen zou al genoeg zijn.

"Hiervoor konden Indonesiërs op het land werken en daarmee hun familie te eten geven, dat was prima, maar nu is er meer geld nodig," zegt ze. "Je kan geen huis bouwen van het geld dat je verdient met de landbouw. We wilen een huis gemaakt van beton, niet zoals dit. En we willen dat onze kinderen naar school kunnen. Wij gingen niet naar school. Als we alleen op het land zouden werken dan zou dat niet genoeg zijn."