Alle foto's zijn eigendom van de geïnterviewden.

Voormalige neonazi’s vertellen over hoe ze hun beweging verlieten

Het liefst zouden we alle haatgroepen van de aardbodem zien verdwijnen. Maar er zijn leden die een nieuw leven willen beginnen en herintegreren in de maatschappij. Hoe zeg je je beweging vaarwel?

|
jul. 10 2018, 7:13am

Alle foto's zijn eigendom van de geïnterviewden.

Dit verhaal bevat gedetailleerde beschrijvingen van geweld.

Hoewel extreemrechts nooit echt is weggeweest, is de beweging nu op grote schaal teruggekeerd. De leden zijn luider, uitgesprokener en prominenter aanwezig dan voorheen. Wereldwijd verenigen ze zich, en ze zijn niet langer bang om hun gezicht in het openbaar te laten zien. Dit zijn geen onschuldige mensen met een mening – deze moderne nazi’s zijn bereid levens te nemen. Atomwaffen, een Amerikaanse neonazi-terreurgroep, werd afgelopen jaar in verband gebracht met vijf moorden. En tijdens de demonstraties in Charlottesville werd vorig jaar een anti-racisme-activist achtervolgd en vermoord.

Er zijn veel redenen voor de plotselinge groei van extreemrechts. Door het internet kunnen neonazi-sites als Storm Front en de Daily Stormer makkelijk groot worden en nieuwe leden werven en rekruteren. Bovendien is de haat onder neonazi’s toegenomen door de voorspelling dat witte mensen over tientallen jaren niet meer in de meerderheid zullen zijn in westerse landen. Er zijn zelfs een aantal vooraanstaande politici die mee lijken te gaan in de ideeën van de beweging. Extreemrechts is terug, en het is tijd om onder ogen te zien dat het waarschijnlijk niet meer weggaat.

Voor lange tijd waren onderzoeken en plannen voor deradicalisering, als het over extremisme gaat, hypergefocust op islamitisch terrorisme. De andere dreiging van eigen bodem werd volledig genegeerd. En dat was een grote fout, blijkt nu. Volgens Heidi Beirich, hoofd van SPLC’s Intelligence Project, is er “maar weinig bekend over het tegengaan van dit soort radicalisering”. Het afgelopen jaar werd er wel geprobeerd om mensen weg te trekken bij extreemrechtse bewegingen, bijvoorbeeld door organisaties als Life After Hate (waarvan de financiering onder Trump werd beëindigd) en de Exit programma’s in Zweden en Duitsland. Maar jammer genoeg komen al deze initiatieven nog steeds geld tekort voor een daadwerkelijk effectieve inhaalslag. Even heel sec, we lopen achter de feiten aan. “We leken te vergeten dat er nog een andere terreurdreiging bestaat, die hier ook behoorlijk serieus is,” zegt Beirich tegen VICE. “Er is helemaal niets aan gedaan.”

Een van de manieren om meer te weten te komen over dit onderwerp, is door met mensen te praten die, in het verleden, dezelfde boosaardige opvattingen hadden. “Het is heel erg belangrijk om erachter te komen waarom mensen zich bij deze bewegingen aansluiten. Wat zijn de sociale omstandigheden die ertoe leiden dat iemand radicaliseert,” legt Beirich uit. “We kunnen het niet voorkomen als we niet weten hoe dit precies gebeurt en ex-leden zijn goede bronnen om informatie uit te putten. Zij zijn degenen die ons kunnen leren hoe je zo’n beweging het best verlaat.” In de meeste gevallen zijn familiebanden of andere hechte relaties de reden voor iemand om eruit te stappen. VICE spreekt vier voormalig neonazi’s over hoe zij uiteindelijk de beweging verlieten. Dit zijn hun verhalen:

Tony McAleer

Alle foto's zijn eigendom van de geïnterviewden.

In de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw was Tony McAleer een van de meest invloedrijke neonazi’s in Canada. Zo was hij nauw betrokken bij de White Aryan Resistance. McAleer vertelt VICE dat hij een vrij normale jeugd had. Maar toen het zowel thuis als op school bergafwaarts met hem ging, werd hij naar een Britse kostschool gestuurd. In Engeland kwam hij in aanraking met de punkscene, en via hen ook de skinheadscene.

Pas bij zijn terugkomst in Canada sloot hij zich aan bij de beweging. Tijdens een concert van Black Flag werd hij benaderd door twee skinheads, waarna hij zich bij hun groep aansloot. “Om door hen beschermd te worden, moest ik hun respect verdienen,” zegt McAleer. “En om dat respect te krijgen, moest ik meedoen aan hun soort geweld.”

In zijn jaren bij de beweging groeide McAleer uit tot een van de belangrijkste personen in de groeiende white power-gemeenschap in Canada. Hij richtte een white power-telefoonservice en een van de eerste white power-websites op. “Het werd me al vrij snel duidelijk dat het internet de plek was waar we moesten zijn,” zegt hij. McAleer breidde zijn groep uit door er ook andere witte nationalisten en racisten bij te betrekken. Hij haalde stunts uit waarmee hij veel media-aandacht verwierf, en doopte Vancouver om tot hub voor Canadezen met hun ideologie. “Een tijdlang waren wij de enige skinheads in Vancouver, maar in de jaren tachtig begon de groep steeds verder uit te groeien. Nationaalsocialisme voelde destijds als de ultieme vorm van rebellie.”

Alle foto's zijn eigendom van de geïnterviewden.

In de late jaren negentig begon hij te twijfelen aan de ideologie die hij al die jaren had nageleefd, en maakte hij een plan om de groep te verlaten. “De geboorten van mijn zoon en dochter veranderden veel voor me. Maar het gebeurde niet in één keer, het was een proces. Toen mijn kinderen vier en zes jaar waren, werd ik een alleenstaande vader. Dat was voor mij de druppel. Mijn moeder moest mijn kinderen destijds naar de basisschool brengen. Als de kinderen van school zouden zien wie hun vader was, zou niemand meer met ze spelen. Ik was zo’n berucht figuur dat het hun leven negatief begon te beïnvloeden. Daarom vertrok ik,” vertelt McAleer.

In plaats van een abrupt vertrek, besloot McAleer stilletjes te verdwijnen. “Ik zei niet ‘krijg de klere, ik ben weg’. Ik was gewoon steeds iets minder vaak aanwezig. Omdat ik zoveel voor de groep had betekend, leken mensen dat prima te vinden. Ze verwachtten niet meer van me,” legt hij uit. “Rond 1998 of 1999 ontmoette ik online een meisje. Ze was Oost-Indiaas, en na een tijdje begonnen we elkaar te zien. Terwijl we elkaar leerden kennen, besefte ik dat ik mezelf aan het herprogrammeren was. Ik was me daar heel erg bewust van. Ik wist dat als dit deed, ik me nooit meer kon aansluiten bij de beweging, omdat ik een rasverrader was, toch? Dus begon ik andere dingen te doen die het onmogelijk zouden maken om nog terug te gaan. Zo werd ik een ander persoon.”

Frank Meeink

Alle foto's zijn eigendom van de geïnterviewden.

Frank Meeink is een van de meest beruchte ex-neonazi’s van Amerika. Zijn verhaal vormde zelfs de basis voor de film American History X. Meeink groeide op in een slechte buurt in het zuiden van Philadelphia. Hij werd opgevoed door zijn alleenstaande moeder. In zijn jeugd trouwde zij met een “gewelddadige alcoholist en drugsverslaafde” man. Meeink had een lastige relatie met zijn stiefvader en kreeg, zoals hij zelf zegt, regelmatig “gestoorde lijfstraffen”. Op zijn dertiende werd hij uit huis getrapt. Hij trok in bij zijn vader, in het oosten van Philadelphia, waar hij naar een school met voornamelijk zwarte jongeren ging. Meeink vertelt dat er veel gevechten plaatsvonden op school. “Het was een verknipte school,” zegt hij.

Meeink kwam in contact met extreemrechts tijdens een tripje naar zijn neef in het noorden van Pennsylvania, een jongen waar hij altijd tegenop keek. “Mijn neef was van een punker in een neonazi veranderd. Via hem ontmoette ik de andere skinheads. Ze zagen er zo cool uit. Ze hadden auto’s, bier en meisjes,” zegt hij. “Ik vond het leuk om met hen rond te hangen. Ze waren enorm geïnteresseerd in mijn verhalen over Philadelphia, ze kenden niet echt iemand die dagelijks zwarte mensen zag. Mijn ouders vroegen me nooit hoe mijn dag was. Ze vroegen me niet eens waarom ik spijbelde van school. Toen ik merkte dat de skinheads wel met me wilden praten, was dat natuurlijk fantastisch. Ik was dol op de aandacht. Ik was pas veertien.”

Alle foto's zijn eigendom van de geïnterviewden.

In Meeinks woorden, werd alles vanaf toen steeds gekker en gekker. Hij werd binnen de kortste keren uitgeroepen tot leider van zijn lokale beweging en was enorm goed in het werven en rekruteren van nieuwe leden. “Er is niets dat mensen zo snel lokt als racisme,” vertelt Meeink. “We veranderden mensen in racisten door ze simpelweg te vragen of ze niet trots zijn op hun achtergrond. Zelfs voor alt-right – een nazivarken met wat lippenstift op – is dit hun fundament. Tegen nieuwe mensen zei ik: ‘Sluit je aan bij mijn groep, ik zal ervoor zorgen dat je trots wordt op je achtergrond’. Als ze dan langskwamen, hadden we het niet eens over ons erfgoed. Het enige waar we over spraken waren de anderen, en hoezeer we ze haatten.”

Uiteindelijk werd Meeink gearresteerd en gevangengenomen wegens het kidnappen en martelen van een skinhead uit een andere groep. Terwijl hij zijn straf uitzat, verliet hij ook de beweging. “Alles veranderde voor me toen mensen gewoon menselijk tegen me waren op het moment dat ik dit het meest nodig had,” vertelt hij. "Er waren een paar jonge zwarte gasten in de gevangenis met wie ik een balletje trapte of een potje kaartte, dat waren hele toffe jongens. Wij waren tieners, en zaten tussen allerlei geharde criminelen zoals John Wayne Gacy. Het leven daar was zo anders. We praatten met elkaar over meisjes en het leven in de gevangenis. Zij waren er voor me, terwijl de mensen in mijn Arische bende al die tijd klootzakken tegen me waren.”

“Het was heel verwarrend voor me toen ik vrijkwam. Ik behoorde nog steeds tot de neonazi’s, maar ik stond er niet meer achter. Mijn dochtertje was een paar maanden oud toen ik uit de gevangenis kwam, maar haar moeder wilde niks met me te maken hebben. Ik was nog steeds de leider van een groep neonazi’s. Ze wilde niet dat haar dochter daarbij betrokken zou raken.”

Met een tattoo van een hakenkruis in zijn nek was het lastig voor Meeink om een baan te vinden. Toch was een Joodse man met een verhuisbedrijf bereid om hem een kans te geven. Meeink verdiende 100 dollar per dag – wat voor hem destijds een behoorlijk bedrag was – maar zijn Jodenhaat bleef hem in de weg staan. “Ik en mijn antisemitische hoofd bleven maar denken dat hij me zou naaien, omdat-ie Joods was. Maar op een dag kwam hij naar me toe en zei hij: ‘Je krijgt nog geld van me’. Hij gaf me 300 dollar, en toen nog 100 dollar extra omdat ik zo hard werkte.” Hij gaf Meeink een lift van Jersey naar Philadelphia, en de twee hebben de hele weg met elkaar gepraat. “Hij was zo aardig tegen me. Hij bleef maar zeggen dat ik mezelf niet dom moest noemen. De dingen die hij zei deden me echt wat. Niemand had ooit zoveel aardige dingen over me gezegd. Dus daar zat ik dan: met een hakenkruis in m’n nek naast een Joodse man. Ik weet niet wat ik zonder hem zou hebben gedaan. Na die dag besloot ik mijn leven als neonazi achter me te laten. Ik was er helemaal klaar mee.”

Meeink, Mcleer en Angela Kind (een andere voormalige neonazi) richtten uiteindelijk samen Life After Hate op. Daarnaast richtte hij Harmony Through Hockey op, waarmee hij kinderen door middel van ijshockey ervan probeert te weerhouden dezelfde keuzes te maken als hij in zijn jeugd.

Maxime Fiset

Alle foto’s zijn eigendom van de geïnterviewden.

Voor Maxime Fiset begon het allemaal toen hij eind twintig was. Hij vertelt ons dat hij veel werd gepest op school, ook door mensen met een andere etnische achtergronden. Zijn negatieve gevoelens ten opzichte van die mensen groeiden uit tot racistische opvattingen. Tijdens zijn werk als bewaker in een park in Quebec, ontmoette hij een groep neonazi’s. “Toen besefte ik dat ik niet de enige was met zulke radicale, racistische ideeën,” zegt Fiset.

Fiset richtte de Fédération des Québécois de Souche op. Hij hoopte hiermee alle witte nationalisten in de provincie samen te brengen. “In 2007 werd ik een belangrijke organisator van de beweging. Dat bleef zo tot 2012. Ik had een enorme behoefte aan het gevoel van verbondenheid; ik wilde zo graag ergens onderdeel van uitmaken. Ik sloot me er niet bij aan omdat ik lid wilde zijn van een groep, maar omdat ik onderdeel wilde zijn van iets veel groters.”

“Op mijn dieptepunt was ik een witte suprematist. Ik was er heilig van overtuigd dat het witte ras superieur was,” zegt hij. “Op een gegeven moment vond ik zelfs dat onze samenleving zo was vervuild door het liberalisme en het marxisme, dat we het moesten resetten. Het idee om iedere niet-witte persoon te vermoorden leek een logisch einddoel van ons project. Het is niet zo dat we daar lokaal direct mee aan de slag wilden, maar we hadden het idee dat we de wereld moesten zuiveren. Dat is ook het doel van een boek als The Turner Diaries. Het is verschrikkelijk.”

Fiset begon aan zijn opvattingen te twijfelen toen hij besloot opnieuw te gaan studeren. “Rond diezelfde tijd kreeg ik een dochtertje. De beweging is nogal seksistisch en racistisch, en dat zijn dingen waarvan ik niet wil dat mijn dochter ze overneemt. Dit hadden we al besloten vanaf het moment dat de zwangerschapstest positief was. Pas na een paar jaar studeren – in 2015, ongeveer – besefte ik echt hoe schadelijk mijn ideeën waren. Ze waren zo erg en hadden zoveel schade aangericht. Toen pas durfde ik openlijk over mijn verleden te praten. Mijn oude vrienden van de beweging noemden me daardoor een verrader. Zo kwam alles tot een einde.”

Sinds zijn vertrek is Fiset onderdeel geworden van Montreal’s Centre for the Prevention of Radicalization Leading to Violence. “Als je merkt dat een van je vrienden radicaliseert, is het heel belangrijk dat je ze er niet meteen mee confronteert,” legt Fiset uit. “Als je er hard tegenin gaat, versterk je hun opvattingen alleen maar. Ze zullen uiteindelijk toch denken dat zij het bij het juiste eind hebben. Je moet juist naar ze luisteren en ze open vragen stellen. Zo leer je ze beter begrijpen en kun je ze laten twijfelen. Die twijfel is belangrijk. Geradicaliseerde mensen twijfelen namelijk nooit aan hun ideeën. Dus als het jou lukt om twijfel te zaaien, heb je het goed gedaan.”

Christian Picciolini

Alle foto's zijn eigendom van de geïnterviewden.

Christian Picciolini, uit Illinois, was op zijn zestiende al een neonazi-leider. Hij richtte White American Youth op en was de zanger van Final Solution – een extreem populaire skinheadband.

Volgens Picciolini moedigde zijn familie racisme niet aan, maar kwam het voort uit het feit dat hij gepest werd. Zo kwam hij op jonge leeftijd in aanraking met white power-muziek, waarna hij steeds verder doorgroeide in het wereldje. “Het was een sociale beweging. Het was een gemeenschap, een groep vrienden, een broederschap. De muziek verbond ons. Het was onze propaganda, onze boodschap, onze opvoeding. Voor ons was het de aanzet tot geweld, en een manier om nieuwe leden te werven. Het vormde niet alleen de kern van onze propaganda, maar ook de kern van de sociale beweging waar we bij hoorden.”

Voor Picciolini draaide de beweging niet om “de ideologie of het dogma, maar om acceptatie”. En zo accepteerde hij een tijdlang het geweld dat het met zich meebracht. “Er waren bijna dagelijks straatgevechten. We vielen willekeurige voorbijgangers aan, die het helemaal niet verdienden. We veranderden onze zelfhaat in een haat voor anderen. Maar wat we niet beseften, was dat we boos waren om dingen in onze eigen levens – dingen waar we zelf controle over hadden.”

Alle foto's zijn eigendom van de geïnterviewden.

Op een bepaald moment, begin jaren negentig, escaleerde het geweld. Picciolini en zijn groep bezochten dronken een McDonald’s, waar ze een groep zwarte tieners tegenkwamen. “We hadden zin om te vechten en riepen dat het ‘onze McDonald’s’ was en dat zij geen recht hadden om er te zijn.” Terwijl sommige tieners naar buiten vluchtten en anderen terugvochten, grepen Picciolini en zijn groep een van de jongens. Ze sloegen hem “tot hij niet meer was dan een hoopje op de grond. Zijn gezicht was opgezwollen, zat onder het bloed en hij kon zich niet meer bewegen,” vertelt hij. “Uiteindelijk lukte het hem zijn ogen te openen,” gaat Picciolini verder. “Dat was een keerpunt in mijn leven. Terwijl ik hem aan het schoppen was, keek hij me recht in mijn ogen aan. Toen besefte ik dat hij mijn broer had kunnen zijn, of iemand anders om wie ik geef.”

Alle foto's zijn eigendom van de geïnterviewden.

Dat was voor hem het beginpunt van zijn vertrek bij de beweging, maar het echte vertrek zou nog jaren duren. “Ik kon me steeds minder vinden in de ideeën die we hadden. Er vonden destijds ook veel belangrijke dingen plaats in mijn leven. Mijn kinderen werden geboren en ik opende mijn eigen zaak. Hier leerde ik mensen kennen die niet bij onze beweging hoorden. Ik leerde Afro-Amerikanen, Joden en homo’s kennen. Ik begon ze als mensen te zien, waardoor de haat die ik al die jaren meedroeg, verdween.”

Alle foto's zijn eigendom van de geïnterviewden.

Picciolini vertelt hoe hij iedere dag nog steeds wordt achtervolgd door schaamte en schuldgevoelens. “Ik schaam me nog steeds voor die tijd uit mijn leven. Ik heb zoveel mensen pijn gedaan. Niet alleen mensen die ik als de vijand zag, maar ook onschuldige kinderen die ik de beweging in trok. Ik liet ze hun levens drastisch omgooien. Misschien zijn ze nu wel dood, zitten ze in de gevangenis, of zijn hun levens verwoest.”

This article originally appeared on VICE CA.

Meer VICE
VICE-kanalen