fiets

Waarom ik mijn Swapfiets heb opgezegd

Swapfiets bepaalde voor mij hoe ik mijn fiets moest gebruiken, en daardoor ging de lol er snel vanaf. Toch koester ik warme gevoelens van dankbaarheid voor de lessen die ik leerde in mijn swapfietsjaar.

door Tim Fraanje
13 januari 2020, 11:15am

Illustratie door Dymphie Huijssen

Toen mijn fiets voor de vijfduizendste keer gestolen werd, leek het opeens heel aantrekkelijk om een Swapfiets te hebben. De vrolijke blauwe letters boven de swapfietswinkel bij mij om de hoek beloofden me gemak en comfort. Nooit meer zou ik bang hoeven zijn voor een gepeperde rekening van de fietsenmaker omdat iemand de zadel van mijn fiets heeft gejat. Nooit meer zou ik me wekenlang hoeven te ergeren aan een slag in mijn wiel. Nooit meer afdingen bij een junkie totdat een nieuwe fiets goedkoper zou zijn dan een taxirit naar huis. Ik werd gelokt met de slogan ‘Altijd een werkende fiets’, en het overzichtelijke maandbedrag van 15 euro.

Ik was zo ongeveer het type swapfietsrijder waar opiniebladen graag alle problemen van de moderne tijd op afschuiven. In de Groene Amsterdammer werd eind vorig jaar de opkomst van de Swapfiets gelinkt aan de opkomst van de ‘swapbewoner’: iemand die een paar jaar vrijblijvend in een stad woont om te studeren of de expat uit te hangen, of in elk geval geen kleinste beetje toevoegt aan de lokale fietseneconomie. In Vrij Nederland ging het een maand later ook nog over “de gepamperde billen” van de swapfietsrijder, en diens “gebrek aan verantwoordelijkheid en rekenschap”.

Met een Swapfiets zou ik licht en elegant door het leven glijden met zo min mogelijk eigendom, en zou mijn brein zich volledig kunnen richten op kunst, muziek en literatuur. Maar die droom bleek, zoals de meeste dromen, bedrog.

De nachtmerrie van de swapfietspessimisten was mijn ultieme droom: mijzelf bevrijden van het fietsenbezit, om zo het logistieke geklungel dat het leven soms zo ondraaglijk banaal maakt tot een absoluut minimum te beperken. ‘Bezit is passé’, zo luidde jarenlang de gevleugelde uitspraak in trendy marketingkringen, en jarenlang geloofde ik het. Iets bezitten klinkt namelijk nogal naar. Bezitten is weinig dynamisch, en je hebt altijd iets vanwege het simpele feit dat iemand anders het niet heeft. De alternatieven voor bezit klinken allemaal veel gezelliger, en makkelijker: de deeleconomie, het kopen van ervaringen, abonnementsmodellen zoals de Swapfiets. Licht en elegant zou ik door het leven glijden met zo min mogelijk eigendom. Mijn brein zou zich volledig kunnen richten op kunst, muziek en literatuur in plaats van op roestige spaken, gepikte voorwielen en kapotgetrapte spatborden.


Krijg elke zaterdag onze 10 beste verhalen gemaild: schrijf je nu in voor de VICE-newsletter.


De droom bleek, zoals de meeste dromen, bedrog. De Swapfiets heeft me binnen iets meer dan een jaar perfect gedrild om verantwoordelijk met mijn spullen en mijn omgeving om te gaan, en daarom heb ik ‘m inmiddels opgezegd. Ik ga het nieuwe decennium gebruiken om zoveel mogelijk bezit bij elkaar te graaien, te beginnen met een eigen fiets.

Het gerucht dat de inwisselbare Swapfietsen bijna nooit gestolen worden, bleek na een paar weken een mythe.

Het duurde een tijdje voordat ik tot dit inzicht kwam. Na een paar euforische wittebroodsweken met mijn nieuwe fiets, bleek het gerucht dat de inwisselbare Swapfietsen bijna nooit gejat worden een mythe. Ik was blij dat ik mijn fiets (conform de voorwaarden), dubbel op slot had gezet, en dus na het aftikken van een schappelijke 40 euro eigen risico een nieuwe fiets meekreeg – de nalatigheidstoeslag van 60 euro hoefde ik dus niet te betalen.

Als ik in deze situatie nog een ordinaire fietsbezitter was geweest, had ik waarschijnlijk eerst een paar weken op zo'n onnozel stadfietsje rondgereden, totdat het eindeloze geklooi met volle dan wel lege fietsstations op het exact verkeerde moment, ervoor zouden zorgen dat ik toch weer naar een of andere louche verkoper op een tweedehandssite op zoek moest gaan. Die ellende bleef mij en de wereld nu bespaard, want ik kreeg meteen een nieuwe Swapfiets. Ik voelde me voor het eerst, onverwacht, een verantwoordelijke fietser.

“Als dit te vaak gebeurt, zullen we wel kosten in rekening moeten brengen,” zei de swapfietsenmaker vermanend toen het zadel van ‘mijn’ Swapfiets was gestolen. En inderdaad: in de voorwaarden staat dat ook missende onderdelen in rekening mogen worden gebracht.

Dat de maandelijkse abonnementsprijs om onduidelijke redenen met 2,5 euro per maand omhoog ging, nam ik voor lief. Toen het zadel van ‘mijn’ Swapfiets werd gestolen, dacht ik het vrijblijvende vrijheidsgevoel weer terug te krijgen. Opgetogen ging ik naar de swapfietsenmaker om een nieuw zadel te eisen, maar die blijdschap werd al snel verdreven door respectievelijk een afkeurende en een achterdochtige blik. Alsof ik godverdomme zélf dat zadel eraf had geschroefd en het bewaarde in mijn swapfietszadelcollectie. Natuurlijk niet, ik had immers een hekel aan bezit. “Als dit te vaak gebeurt, zullen we wel kosten in rekening moeten brengen,” zei de swapfietsenmaker vermanend, op een toon alsof ze me bij wijze van vriendendienst haar eigen fiets uitleende in plaats van bij wijze van abonnementsdienst een Swapfiets.

Het bleek dat ze inderdaad een oogje dichtneep, want in de voorwaarden staat dat ook missende onderdelen in rekening mogen worden gebracht. Dat was het eerste moment waarop ik dacht: misschien moet ik er maar gewoon mee kappen, want zo vrijblijvend is het dus allemaal niet. Maar omdat ik anders weer een nieuwe fiets zou moeten kopen, deed ik dat toch maar niet. Daar ging ik weer, op een nieuwe Swapfiets. Al snel had ik het aangeprate schuldgevoel weer van me afgeschud.

Na een tijdje begon het wiel van Swapfiets nummer drie een beetje te piepen. Een bliksembezoekje aan de swapfietswinkel (“ah, ik zal even je spatbord rechtzetten”) verhielp het grotendeels, maar het voelde toch niet helemaal goed – alsof de fiets niet meer zo soepel reed als eerst. De piep kwam terug, en ik spotte plots al wat kleine roestplekjes op het frame – iets waar ik normaal gesproken geen aandacht aan zou besteden, en gewoon zou zien als de slijtage die nu eenmaal hoort bij het rijden op een fiets in een stad. Maar nu ging ik al snel terug naar de winkel.

‘Normaal gebruik’ van een fiets

Ik raakte in discussie met de swapfietsenmaker (een andere dan de vorige keren), die me vertelde dat ik “bij vier of meer loszittende spaken” de reparatie zelf moest betalen. Ik kreeg het gevoel dat ik bovenop mijn abonnement ook nog onterecht de rekening betaalde voor de afschrijving van mijn Swapfiets, die natuurlijk ook gewoon netjes op de balans staat als kostenpost. Ik wilde niet betalen en hing een half uur aan de lijn met de klantenservice om te onderhandelen over wat ‘normaal gebruik’ van een fiets eigenlijk is. Uiteindelijk kreeg ik korting op de reparatie: in plaats van 40 euro, kostte het maar 25 euro. Wederom uit welwillendheid, want de voorwaarden zijn glashelder: “Indien sprake is van schade en slijtage van de Fiets anders dan is te verwachten door normaal gebruik, zulks ter beoordeling van Swapfiets, behoudt Swapfiets zich het recht voor de kosten daarvan te verhalen op Huurder.” Oftewel: Swapfiets bepaalt wat ‘normaal’ is.

Swapfiets verkoopt abonnementen als het summum van dom geluk en zalig gemak, en dat is ook het stigma dat aan de swapfietsrijder kleeft. In hun promofilmpjes rijden mensen euforisch door de stad, maar in de voorwaarden staat dat je voor de fiets moet zorgen “als een goede huisvader”.

Was dubbel slot en netjes in een fietsparkeervak eigenlijk wel huisvader-achtig genoeg? Moest ik niet gewoon een hypotheek nemen om een garagebox voor de Swapfiets te kopen? Moest ik een kinderzitje voor- en achterop de fiets monteren en ergens in een rustige buurt voor jonge gezinnen gaan wonen? Ik kwam er niet uit, en ik had geen zin meer in dat knagende gevoel. Ik was het beu om geen bezitter te zijn. Ik wilde zelf bepalen hoe ik mijn fietsleven leidde, in plaats van mijn autonomie op te geven voor comfort. Daarom besloot ik mijn abonnement te beëindigen. Na de maand opzegtermijn gaf ik de fiets terug. “Dan zijn we hier nu klaar,” zei de swapfietsmedewerker van dienst op zakelijke toon, een beetje kil zelfs. “Een fijne avond nog verder.”

Door mijn ervaring met Swapfiets leerde ik dat ‘Klant is koning’ is vervangen door ‘Klant is een proletariër die normaal met onze spullen moet omgaan’.

Ik ging weg met warme gevoelens van dankbaarheid. Dankbaar voor het jaar waarin ik altijd een werkende fiets had gehad, en waarin ze soms een oogje hadden toegeknepen, maar vooral voor de lessen die ik leerde over het laatkapitalisme. ‘Klant is koning’ is vervangen door ‘Klant is een proletariër die normaal met onze spullen moet omgaan’. Wie dingen op papier bezit, heeft de macht om te bepalen wat normaal is en wat niet. Hoe minder mensen dingen bezitten, hoe meer de bedrijven die wél dingen bezitten kunnen bepalen hoe die mensen zich moeten gedragen. Ik voorspel dat het er niet heel veel leuker op gaat worden. Is het normaal om orgies te houden of rode wijn te drinken in een geleased bed?

Ik ben door mijn swapfietservaring een soort marxist geworden, maar dan eentje die liever aan de kant staat van de kapitalisten die de productiemiddelen in handen hebben. Ik koop gewoon weer een fiets op 2dehands.be. Een fiets die ik kan uitlenen aan onverantwoordelijke dronken vrienden, een fiets waarop ik een veel te zware zetels kan verhuizen. Een fiets waarvan ik op klaarlichte dag het frame doormidden kan zagen, en met beide helften brandend aan mijn armen getaped in de gracht kan vliegen. Vervolgens kan ik het in tweeën gezaagde wrak naar de fietsenmaker brengen, zonder dat zij of hij mij mag veroordelen. Wat sta je nu te lachen? Dat is verdomme míjn fiets!

Waarschijnlijk zal ik me uit financiële overwegingen gewoon netjes gedragen, en mijn fiets op een veilige plek parkeren met een goed slot erop. Maar dat ik de vrijheid heb, is genoeg. Ik heb mijn verantwoordelijkheid als fietsenbezitter leren nemen, en dat allemaal dankzij strenge voorwaarden en afkeurende blikken. Bedankt, Swapfiets!

Volg VICE België ook op Instagram:

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op VICE NL.

Tagged:
deeleconomie