Quantcast
Foto

Deze foto's laten nazi's van hun menselijke kant zien

Uit ons archief: Daniel Lenchner, nazaat van Holocaust-overlevenden, verzamelde meer dan vijfhonderd foto's waarop nazi's hun alledaagse bezigheden hebben vastgelegd.

Roc Morin

Roc Morin

No Lakotas in the picture. All photos courtesy of Daniel Lenchner's collection.

Geen Lakota-indiaan te bekennen op deze foto. Alle foto's zijn onderdeel van de collectie van Daniel Lenchner.

"Heb je ooit gehoord van de Lakota-indianen?" vroeg Daniel Lenchner terwijl hij me een lichtelijk verschoten foto uit de vroege twintigste eeuw overhandigde. Het was een klassenfoto waarop rechtsonder de locatie gedrukt stond: Lakota, North Dakota.

"En," daagde Lenchner me uit, "kun je de Lakota-indiaan op de foto vinden?"

Ik scande de rijen van aaneengesloten blanke gezichten.

"Geef het maar op," zei hij. "We hebben ze allemaal uitgeroeid. Geen Lakota's meer te vinden in Lakota. Het lijkt een klassenfoto, maar je zou ook kunnen stellen dat deze foto getuigt van genocide."

Het thema van impliciete afwezigheid is sterk aanwezig in de fotocollectie die Lenchner door de jaren heen verzameld heeft op vlooienmarkten, inboedelverkopen en het internet. Het zijn meer dan vijfhonderd foto's waarop nazi's hun gezinnen, vriendschappen, en bezigheden hebben vastgelegd.

Ik ontmoette de 68-jarige Lenchner vorige maand in zijn appartement in New York om zijn fotocollectie te bekijken en de implicaties ervan met hem te bespreken.

VICE: Het bizarre aan deze beelden is dat ik zonder voorkennis helemaal niet zou kunnen zien dat dit nazi's zijn doordat ze op de foto's geen uniform dragen. Zie jij het wel direct?
Daniel Lenchner:
Dat is precies het punt dat ik wil maken. Deze mensen zien er normaal uit, maar schijn bedriegt. Je ziet het ook wanneer mensen op straat worden geïnterviewd nadat bekend is geworden dat hun buurman een massamoordenaar is. Ze zijn altijd verbaasd, menen dat ze het hadden moeten weten. De onderliggende aanname is dat ze het hadden kunnen weten, maar als er simpelweg geen redenen waren om zoiets te denken, heeft het geen zin om versteld te staan van je eigen onwetendheid.

Ik interviewde ooit een ver familielid van nazileider Herman Göring, en haar familiealbums zitten vol met foto's als deze. Ze vertelde over de liefde die van de foto's afstraalt – vaders die hun kinderen in de armen houden, getrouwde stellen die elkaar omarmen, mensen die lachend op de foto staan... Hoe ga je om met de aanwezigheid van die emoties op de foto's?
Deze mannen kwamen na het werk thuis bij hun vrouw en kinderen – misschien zongen ze wel Duitse slaapliedjes voor ze – maar dat pleit ze nog niet vrij. Hitler hield van honden en was vegetariër. Dat is allemaal hartstikke leuk en aardig, maar het doet er eigenlijk niet toe. Uiteindelijk vallen al die dingen samen; het goede en het slechte bestaan tegelijkertijd in de mens. In Nuremberg werd geen aandacht besteed aan de mogelijkheid dat het goede echtgenoten zijn geweest, het was niet aan de orde. Het is irrelevant.

Het lijkt erop dat de man op deze foto helemaal niet zo'n geweldige echtgenoot was. In de brief die op de achterkant aan hem is gericht, lijkt het alsof de schrijfster ervan hun relatie verbreekt. Wat vertelt deze foto ons precies?
Het gaat hier om een portretfoto van een Duitse officier die in een fotostudio is geschoten. Op de achterkant staat inderdaad een bericht van een vrouw. Ik neem aan dat het zijn minnares is. Ze schrijft dat ze de foto teruggeeft omdat het haar niets dan ongeluk heeft gebracht. Uit het feit dat ze praat over zijn "omzwervingen in Weimar" en over zijn echtgenote maak ik op dat hij een behoorlijke playboy was.

Wat fascineert je aan deze foto?
Het lijkt zo'n normale foto en de strekking ervan is ook zo banaal: een man die zijn echtgenote bedriegt. Het is een vreemdgaande ploert, maar steek hem in een nazi-uniform en opeens krijg je een speciaal soort vreemdgaande ploert.

In dit geval lees je het verhaal van de foto af, maar de meeste foto's in je collectie zijn niet voorzien van zoveel context. Hoeveel van wat je ziet komt van de foto's zelf, en hoeveel ervan is een product van je eigen projectie?
Dat is de grote vraag, nietwaar? Ik zal je een adembenemende foto laten zien die precies dat punt aansnijdt. De achterkant is onbeschreven. Vertel jij me maar wat je ziet.

Ik zie het resultaat van een afslachting.
Precies, een afslachting op kleine schaal, en daarbij meen ik ook tekenen van verkrachting te zien. Dit is heel duidelijk een vrouw die daar op tafel ligt, met haar benen op een vreemde manier uit elkaar gelegd. Iemand heeft wat stro onder haar hoofd gelegd, alsof het van belang was dat ze comfortabel zou liggen. Ik zie overal levenloze lichamen. De Duitsers zijn klaar, ze lopen naar wat op een klein treinstation lijkt, hun ruggen naar de doden gekeerd. Ze hebben hun werk gedaan – ze hebben er niets meer te zoeken.

Het meest weerzinwekkend aan deze foto is misschien nog wel het stro dat onder het hoofd van de vrouw is gelegd. Alsof ze het haar comfortabel wilden maken terwijl ze haar verkrachtten en vermoorden. Het lijkt alsof ze haar menselijkheid op die manier ook weer erkenden.
En het lijkt ook alsof de dode man die je ziet zijn arm om de ander heen heeft, op een beschermende manier.

Alsof hij de ander voor de kogels kon beschermen.
Zoals ik al zei: er staat niks op de achterkant geschreven, maar het verhaal is heel duidelijk. Ik denk niet dat we er meer van moeten proberen te maken.

En toch blijft het moeilijk om niet te projecteren. De manier waarop deze foto is geschoten verschilt niet zoveel van de vorm van oorlogsfotografie waar we meer bekend mee zijn.
Precies, deze foto had ook door oorlogsfotograaf Robert Capa kunnen zijn gemaakt.

De compositie is perfect en de focus is messcherp.
Precies. Je kunt veel over de nazi's zeggen, maar ze hadden wel goede fotocamera's – Leica's met een scherpe lens. Je kunt zelfs het nummer van de trein aflezen, en je ziet de ogen van de dode man die daar ligt.

Het feit dat deze foto door een andere nazi is gemaakt, geeft het beeld een soort intimiteit die voorbijgaat aan de normale fotojournalistiek. De fotograaf is onderdeel van de foto, waardoor het bijna de sfeer heeft van een familieportret, behalve dat de mensen op de voorgrond vermoord zijn.
Je vraagt je af: waarom hebben ze deze foto genomen?

Wat denk jij?
Soms vraag ik me af of ze trots waren op wat ze daar achterlieten. Wie weet. Ik heb er geen antwoord op.

De foto is ieder geval niet genomen met het vermoeden dat het uiteindelijk in jouw handen terecht zou komen. Dat het wel zo is gegaan heeft iets subversiefs: de fotograaf zou dit nooit hebben kunnen voorspellen.
Nee, maar je vraagt je af voor wie het dan wel bedoeld is – zijn leidinggevende officier, zijn vrienden, zijn familie?

Ik vind het vooral verontrustend dat deze foto tot dezelfde collectie behoort als deze andere foto, waarop een groep mensen lachend staat afgebeeld. De laatste lijkt zo luchtig en vrolijk.
Behalve dat daar op de achtergrond een swastika staat. Opeens krijgt de foto een sinistere lading. Waar lachen ze precies om? Dat zullen we nooit weten, dat gebeurt buiten het beeld. Ze gaan helemaal stuk. Je ziet alle mogelijke manieren waarop een mens kan lachen: sommigen lachen achter hun hand en wijzen naar het object van hun hilariteit, anderen staan krom van het lachen of houden hun buik vast.

Je moet een bepaalde verwachting hebben van wat je te zien krijgt om die swastika op te merken. Het duurde bij mij een tijdje voordat het me opviel.
Ja, je moet erop letten. Ik ben er zo gevoelig voor dat ik soms een swastika denk te zien op plekken waar ze niet zijn.

Als je op die manier bent ingesteld, wat zie je dan als je naar de hedendaagse Duitse mens kijkt?
Ik heb in de jaren zeventig een jaar of vijf als docent voor het Amerikaanse leger in Duitsland gewerkt. Veel van de mensen die ik tegenkwam hadden de nazitijd heel bewust meegemaakt. Het was op z'n minst een bevreemdende ervaring. Je stapt op een Duitse trein en je kunt niet voorkomen dat er beelden in je opkomen van treinstellen die zijn volgestouwd met joden. Ik was wel ook zeker onder de indruk van alle positieve dingen: het is een schoon land, de treinen rijden er op tijd en de mensen zijn goudeerlijk.

Hoe zou je die eerlijkheid definiëren?
Het is al te zien als je kijkt naar de openbare toiletten waar schoteltjes zijn neergezet om een fooi voor de schoonmakers op achter te laten. Die schoteltjes liggen vol met muntjes. Als je zo'n systeem uitprobeert in een plek als New Jersey zouden ze het geld eraf jatten en het schoteltje nog meenemen ook. In Duitsland is zoiets ondenkbaar. Je kijkt naar zo'n schoteltje vol met muntjes en denkt: zijn dit dezelfde mensen die verantwoordelijk waren voor de holocaust? Hoe is dit mogelijk? Terwijl ook tijdens de holocaust de mensen zo eerlijk moeten zijn geweest, maar misschien op een wrange manier: geld achterlaten op een schoteltje, tot er genoeg op ligt om een concentratiekamp van te bouwen.

De familie Lenchner in Lodz, Polen. De foto is in 1935 gemaakt. Alleen de vader van Daniel Lenchner, de tweede man van rechts op de achterste rij, overleefde de Tweede Wereldoorlog.

Het nieuwste boek van Roc, And, is onlangs uitgekomen. Meer informatie kun je vinden op zijn website.