Quantcast
vliegende auto’s

Vliegende auto’s komen er wel, maar het wordt een hel om ze niet te laten botsen

Driedimensionaal invoegen klinkt als de verschrikkelijkste aflevering van 'Het leven zoals het is: autorijschool'.

Kate Fane

Zolang auto’s en vliegtuigen bestaan, proberen mensen ze al samen te voegen. De geschiedenis van de vliegende auto is lang en nogal vreemd: neem bijvoorbeeld het autovliegtuig van Studebaker of de tweedeurssedan die aan een zweefvliegtuig werd gehangen. Zelfs Henry Ford had een onsuccesvolle flirt met vliegende voertuigen. De eerste vlucht van zijn prototype, genaamd “Flivver”, werd de piloot fataal en daarna werd het project stopgezet.

Even een klein tijdreisje terug naar het jaar 2018. De droom van veilige vliegende auto’s kruipt steeds dichterbij. We kijken al lang niet meer op van drones die pakketje bezorgen, YouTube staat vol DIY-experimenten met vliegende auto’s en grote autobedrijven zijn bezig met de vergevorderde prototypes van vliegende passagiersvoertuigen. Deloitte voorspelt zelfs dat drones al in 2020 passagiers gaan vervoeren en dat vliegende auto’s in 2022 op de markt zullen komen.

Maar in al onze collectieve opwinding vergeten we stil te staan bij een belangrijke vraag: hoe gaan die vliegende auto’s allemaal tegelijk in ons luchtruim passen? Het zal niet makkelijk zijn om ze netjes over een driedimensionaal wegdek te laten rijden.

Volgens de Amerikaanse Federal Aviation Administration (FAA) hangen er op een willekeurig moment tegelijk ongeveer 5000 passagiersvoertuigen in de lucht. Om dit allemaal een beetje ordelijk te laten verlopen, zijn er 521 verkeerstorens, 25 luchtverkeersleidingcentra en 6000 luchtverkeersleiders nodig. De FAA voorspelt dat het aantal onbemande drones in hun database in 2021 naar 6 miljoen zal stijgen – een vloot robots die we niet kunnen negeren als we het luchtruim verdelen.

Het is een immense uitdaging om nieuwe luchtnavigatiesystemen te ontwikkelen dat die nieuwe zwermen drones en vliegende auto's aankan en ook de veiligheid van passagiers kan garanderen. En omdat het zo complex is, zijn beleidsmakers geneigd om op de rem te trappen bij bedrijven die staan te popelen om hun product op de markt te brengen. “De technologische ontwikkelingen in deze branche gaan sneller dan we van andere industrieën gewend zijn,” zei Dan Elwell, waarnemend hoofd van de FAA, vorige maand tegen Wired. “De standaard voor autonome voertuigen wordt veel hoger als je passagiers gaat vervoeren in plaats van pakketjes rondbrengen.”

Traditionele luchtverkeersleiding gebeurt met getrainde professionals, die constant met de piloten in contact staan. Zij coördineren de vliegroutes van duizenden vliegtuigen, helpen ze bij het landen en opstijgen, navigeren ze door slecht weer en zorgen dat ze op een veilige afstand blijven van andere vliegtuigen. Verkeersleiders kunnen dit onmogelijk voor miljoenen vliegende dingen tegelijk doen – en zeker als autonome vliegende auto’s het uiteindelijke doel zijn. Dus in plaats van heel veel vacatures plaatsen, zijn overheidsinstanties bezig met de ontwikkeling van volledig geautomatiseerde systemen die met de vliegende toestellen communiceren, en automatisch bijsturen als deze te dicht in de buurt van andere voertuigen in de lucht of op de landingsbanen komen.

NASA ontwikkelt nu een automatisch systeem voor luchtverkeersleiding dat onbemande vliegende auto’s tot een hoogte van 150 meter in de gaten houdt. Als alles volgens plan verloopt, zijn ze in 2019 klaar met het onderzoek en worden de ideeën overhandigd aan de FAA, om ze in 2025 te implementeren. Zwitserland is sinds maart ’s werelds eerste land dat drones gebruikt in zijn luchteverkeerssysteem. Hierbij maken ze gebruik van AirMap, een openbaar softwareplatform van een Californische start-up dat dronepiloten in meer dan 20 landen voorziet van vluchtinformatie.

Het zijn spannende tijden voor de vliegende auto, maar niet iedereen is even enthousiast. Veel mensen maken zich zorgen over de veiligheid van passagiers en hoe milieubelastend ze zijn. En het zal allemaal waarschijnlijk niet goedkoop zijn, waardoor vliegende autotripjes alleen voor de rijken zullen zijn. Een nieuw automatisch softwaresysteem zal daar helaas niks aan kunnen veranderen.

“Als we techbedrijven hun gang laten gaan en de stad laten overspoelen met vliegende auto’s en autonome drones, is dat de enige weg naar een betere toekomst?” vraagt Glenn Lyons, decaan bij de Faculteit van Milieu en Technologie aan de Universiteit van West-Engeland in Bristol, in een artikel van Skift. “Het grote gevaar is dat de oplossingen die we hebben bedacht niet zo duurzaam zijn als we hadden gehoopt. Er hangt een zweem van jongensspeelgoed aan.”

De balans tussen innovatie in de vliegende-auto-industrie en de verantwoordelijkheden die daarbij komen kijken, is complex maar erg belangrijk. Niemand wil een nieuwe Flivver-ramp veroorzaken.

This article originally appeared on VICE US.