Hoe is het om een nachtclub te runnen in een oorlogsgebied?

Marc was jarenlang eigenaar van een beruchte club in Kabul, waar journalisten, huurlingen en hulpverleners elke nacht feestvierden alsof het hun laatste was.

|
feb. 4 2016, 3:24pm

Marc (rechts) buiten L'Atmosphere. Alle foto's eigendom van Marc Victor

Een club runnen is op zich al stressvol genoeg, maar probeer het maar eens te doen in een oorlogsgebied. Tussen 2004 en 2008 was Marc Victor de eigenaar van L'Atmosphere, de beruchtste uitgaansplek van Kabul – een bar en restaurant op het dak, met een zwembad en propvol journalisten, hulpverleners, diplomaten, spionnen, aannemers en huurlingen. Of, zoals een van onze journalisten het beschreef: "De echte versie van die bar uit Star Wars."

Marc verkocht zijn club toen de hangplekken van westerlingen in Kabul rond 2008 steeds vaker het doelwit werden van terroristische aanslagen. Hij ging terug naar Parijs en besloot om over zijn ervaringen te schrijven. Het resultaat is Kabul Kitchen, een Franse komedieserie gebaseerd op zijn leven als de eigenaar van L'Atmosphere.

Ik ontmoet Marc op een geplaveide binnenplaats buiten zijn appartement in Parijs. De binnenplaats doet sereen aan – lichtgroene luiken, overal planten en bloembakken. Marc laat me binnen. Zijn appartement is bijna helemaal leeg; in de slaapkamer staat alleen een bed, in de woonkamer weinig meer dan een tafel en een bank. Er hangen nergens foto's. Hij geeft me wat water in een mok. "Het is moeilijk om een rustig plekje te vinden in Parijs," zegt hij. Gedurende het gesprek over zijn buitengewone leven wordt me duidelijk waarom Marc tegenwoordig op zoek is naar rust en stilte.

Aan de bar bij L'Atmosphere

VICE: Waarom ben je een club begonnen in Kabul?
Marc Victor: Het was nooit mijn plan om een bar te beginnen. Ik was een journalist. Ik begon als theaterrecensent, en werkte zes jaar lang in Cambodja als correspondent voor het Franse radiostation RFI. Toen ik terugkwam in Parijs, verveelde ik me. Dus toen de taliban in 2002 viel, besloot ik naar Afghanistan te gaan om voor een ngo te werken. Zij trainden journalisten om de media in het land weer op te bouwen, en toen het project na een paar jaar voorbij was, wilde ik blijven. Mijn vrienden zeiden vaak dat er geen goede uitgaansplekken in Kabul waren, dus voelde ik me genoodzaakt om daar iets aan te doen.

Was er een beetje een partyscene op dat moment?
De expatgemeenschap in Kabul was jong: de meeste mensen waren twintigers of dertigers en vrijgezel. Het had wel wat weg van een universiteitscampus. Iedereen werkte keihard, had een stressvolle baan, en wilde 's avonds wat stoom afblazen. Voordat mijn bar openging waren er wel feesten op de hoofdkantoren van de ngo's, zoals UNICEF, en soms organiseerde de Amerikaanse ambassade een paar wilde nachten, vooral als er grote aannemers in de stad waren. Maar zodra L'Atmosphere openging, kwamen ze allemaal naar mijn bar. Donderdag was de grote uitgaansavond, omdat iedereen vrijdag vrij was.

Ik kan me voorstellen dat als je op zo'n gevaarlijke plek woont, je af en toe uit de band wil springen.
Precies. Daarom hebben we op een gegeven moment ook een zwembad gebouwd. Of nou ja, dat duurde wel even – geen enkele bouwvakker in Kabul had ooit een zwembad gezien, dus toen ik hen vertelde wat ik wilde, groeven ze letterlijk gewoon een gat en deden ze er wat water in. Maar ik wilde een oase creëren.

Iedereen in de televisieserie drinkt en neukt erop los en gebruikt drugs – ze feesten alsof elke nacht hun laatste is. Was dat in het echt ook zo?
Als er een nieuw jong koppel in Kabul aankwam, sloten we altijd weddenschappen af over hoe lang het zou duren voordat ze uit elkaar zouden gaan. 99 procent van de relaties ging uit. Er is een constante, onderliggende spanning als je in een oorlogsgebied woont. Je weet nooit wat er die dag gaat gebeuren, en dat weegt zwaar op een relatie. Alle medewerkers van de ngo's hadden seks met elkaar, wat nog knap lastig was doordat ze allemaal in gemeenschappelijke slaapzalen sliepen. Het was moeilijk om een plek te vinden om seks te hebben. Ze werkten samen, woonden samen, feestten samen, sliepen samen. Het was intens – ze hadden de ontlading nodig.

Hoe run je een bar in een land waar alcohol verboden is?
Het was een eeuwige strijd om aan genoeg alcohol te komen. Het is in Afghanistan makkelijker om drugs te vinden dan drank. Toen ik net aankwam waren er winkels die alcohol verkochten aan expats, maar die gingen allemaal dicht, dus moest ik naar de militaire bases gaan om daar alcohol van het leger te kopen. Als zij geen voorraad meer hadden, moest ik het op de zwarte markt kopen, maar dat kostte een fortuin en je wist niet echt wat je kocht. Daarna moest ik het ook nog naar de bar vervoeren zonder te worden tegengehouden door de Afghaanse politie. Als ze me betrapten, namen ze me mee naar het bureau en moest ik ze omkopen met geld of met drank. Het was altijd een enorm gedoe. Mensen konden mijn club niet dronken verlaten, anders zouden ze worden gearresteerd. En als een Afghaan in mijn club zou drinken en dan gesnapt zou worden, dan hadden we dicht gemoeten.

Hoe voorkom je dan dat mensen dronken je club verlaten?
Het was moeilijk. De gast aan wie ik het restaurant verkocht toen ik in 2008 wegging, belandde zelfs in de gevangenis. Er waren soms periodes dat de Afghaanse strijdkrachten intensiever hun best deden, gewoon om te laten zien dat ze het konden. Ze vielen het restaurant binnen, namen alle alcohol in beslag en gooiden hem een paar dagen in de gevangenis. President Karzai wilde laten zien dat hij de dienst uitmaakte in het land, en niet de buitenlanders.

Is dat de reden dat je ermee stopte?
Ik was uitgeput na zes jaar in Kabul. Tot 2006 was de situatie in Kabul niet slecht voor burgers en buitenlanders; alle gevechten waren tussen het leger en de taliban. Maar toen begonnen de ontvoeringen en de zelfmoordaanslagen. In 2008 was er een aanslag op het Serena Hotel: een terrorist liep de lobby in met een bomgordel om en vermoordde zes mensen. Dat was een duidelijke aanval op de buitenlanders in de stad. Ik sloot het restaurant voor een maand en besloot dat ik zou vertrekken.

Het zal niet makkelijk zijn geweest om je klanten in je club te beschermen.
In het begin was het oké, maar naarmate de jaren voorbij gingen en de situatie tussen de Afghanen en de buitenlanders meer gespannen werd, had ik steeds meer beveiliging nodig. Op het einde hadden we zes gewapende bewakers, zandzakken, meerdere veiligheidsdeuren en metaaldetectoren. Het werd onmogelijk om de veiligheid van m'n klanten te garanderen. In 2006 was er een incident dat voor mij echt een omslagpunt was. Een groep jonge Amerikaanse soldaten, die blijkbaar dronken waren, reden met een legerauto door een file heen en veroorzaakten een enorm ongeluk. Een groep Afghanen omringden hen en gooiden stenen, en de reactie van de soldaten was om te gaan schieten.

Er ontstonden overal in de stad rellen, en het doel van de relschoppers was om alle buitenlanders in de stad vermoorden. Ik zat op dat moment in mijn busje om drank voor het restaurant te kopen. Ik werd tegengehouden door de politie, met een buslading vol illegale alcohol. Ik belde het restaurant. Alle buitenlanders in de stad waren gevlucht, het was chaos. Al onze levens waren in gevaar. Onze buren hebben onze klanten gered: ze zetten een ladder tegen de muur en verborgen hen in hun huizen.

Hoe keek de lokale gemeenschap tegen je club aan? Je schonk alcohol en had allemaal vrouwen in bikini's in je zwembad liggen – en dat in een streng islamitisch land.
Net als iedereen die waar dan ook een club of restaurant runt, moest ik een goede relatie met mijn buren hebben. Ik gaf veel van hen en hun gezinnen werk en ik zette een hek om het zwembad, zodat de buren niet konden zien wat daar allemaal gebeurde. Al hadden een paar buurtkinderen wel een gat in het hek gemaakt, zodat ze naar de vrouwen konden gluren.

Heb je er ooit morele bezwaren tegen gehad dat je eigenlijk profiteerde van een oorlog?
Toen ik in 2002 aankwam, was er geen oorlog in het land. De taliban was gevallen, Bin Laden was ontsnapt. Na een conflict moeten landen weer beginnen met leven. Negentig procent van alles wat ik verdiende bleef in het land. Sommige ngo-types vonden dat het fout was om een restaurant te openen, zo van: "We zijn hier om deze mensen te helpen, niet om te drinken, eten en feesten." Ze kwamen aan in Kabul en zeiden dat ze nooit naar L'Atmosphere zouden komen, maar uiteindelijk belandde toch negentig procent van hen in de bar, omdat ze verveeld raakten en een borrel nodig hadden.

Is de club nog open?
Nee. De club bleef nog een tijdje open, maar het werd onmogelijk om het bedrijf draaiende te houden. Uiteindelijk werd het gebouw met de grond gelijk gemaakt en werd er een parkeerplaats van gemaakt.

Vind je het leuk om terug te zijn in Parijs?
Nou, door de terroristische aanslagen voel ik me wel weer helemaal thuis... Nee, grapje, het is leuk. Het is oké. Voor nu.

Je klinkt alsof je je verveelt hier.
Een beetje. Maar weet je, het leven is oké.

Meer VICE
VICE-kanalen