Advertentie
Drugs

Is coke eigenlijk wel vegan? Een onderzoek

De een zegt dat het wel kan, de ander komt met bergen bewijs waarom het niet oké is.

door Mayukh Sen
05 december 2017, 10:19am

Illustratie door Lia Kantrowitz

Kaitlin* eet al vijf jaar veganistisch, maar ze sjoemelt wel af en toe. Ze eet wel honing. Ze draagt kleding van leer die ze al had voordat ze veganistisch ging eten. Onlangs kocht ze een nieuw paar schoenen voor een prikkie en bracht ze ze niet terug toen ze erachter kwam dat ze gemaakt van leer waren. “Ik voldoe misschien niet aan de definitie van een vegan zoals die in het woordenboek staat,” vertelt ze me. “Ik ben niet perfect. “Ik ben niet perfect, net als iedereen.”

Ze besloot vijf jaar geleden van de ene op de andere dag vegan te worden als onderdeel van een weddenschap om gewicht te verliezen. Kaitlin groeide op in het zuiden van de Verenigde Staten waar vlees altijd het middelpunt van elke maaltijd was. ‘s Avonds at ze nog een biefstuk en de volgende ochtend was haar hele dieet plantaardig.

Nadat ze zes maanden veganistisch at, begon ze naar video’s over hoe dieren behandeld worden in bio-industrie. Ze huilde. Het was een keerpunt, zegt ze; gezondheid was niet meer mijn drijfveer, nu waren het ethische bezwaren. “Ik besefte dat ik best makkelijk kon eten zonder dat dieren daarvoor moesten lijden,” vertelt ze. “Dus was er totaal geen reden om het wel te doen.”

Drie jaar nadat ze volledig plantaardig begon te leven, veranderde haar financiële situatie. Ze kon zich de luxe veroorloven om op feestjes met drugs te experimenteren, waaronder cocaïne. In haar ogen kon dit geen kwaad. Ze vroeg zich af hoe dieren in godsnaam zouden kunnen lijden door het verbouwen van wietplanten, paddo’s en coca, de plant waar cocaïne van wordt gemaakt. Ook synthetische drugs zoals MDMA, 2CB en LSD konden waarschijnlijk geen kwaad. Is coke technisch gezien dus ook niet gewoon vegan?

“Ik rationaliseer alles door mijzelf voor te houden dat coke op zichzelf dieren, mensen of het milieu niet kan schaden, helemaal niet als het legaal zou worden gemaakt in een laboratorium,” vertelt ze me. “Als het legaal zou zijn, zouden alle negatieve factoren die er nu zijn verdwijnen, toch? In een utopia kunnen we biologische, duurzame cocaplanten verbouwen en de zware chemische stoffen die nodig zijn om de werkende stof uit de plant te halen op een veilige manier opruimen. Je reguleert de verkoop en al het geweld rondom drugs verdwijnt.”

Deze fantasie staat mijlenver van de realiteit van de productie en consumptie van coke. Kaitlin realiseert zich dat het voor haar makkelijk praten is. De discussie of het witte poeder veganistisch is, is een hele lange die op allerlei fora op het internet en LiveJournal-posts wordt besproken.Veel vegans willen coke niet als iets slechts zien, ook al is het keer op keer naast allerlei ethische- en duurzaamheid bezwaren gelegd.

"Als het legaal zou zijn, zouden alle negatieve factoren die er nu zijn verdwijnen, toch? In een utopia kunnen we biologische, duurzame cocaplanten verbouwen en de zware chemische stoffen die nodig zijn om de werkende stof uit de plant te halen op een veilige manier opruimen. Je reguleert de verkoop en al het geweld rondom drugs verdwijnt."

“Ik weet het niet, zijn zwavelzuur, natriumcarbonaat, kerosine, aceton en zoutzuur veganistisch?”, vraagt Kendra McSweeney me. “Naast de cocabladeren, zijn dit een aantal van de chemicaliën die nodig zijn om cocaïne te maken.”

McSweeney is een professor op de afdeling Geografie op de Ohio State universiteit, ze focust zich op de ontbossing in Centraal Amerika door cokeproductie. “Of je hier iets om geeft, ligt eraan wat voor soort vegan je bent. Je kunt een ethische veganist zijn die geeft om levende wezens of een ecologische veganist die vindt dat elk ander dieet de planeet kapot maakt,” legt ze me uit. Voor die laatste kan cocaïne geen onderdeel zijn van een echte veganistische levensstijl. De ethische planteneter kan het misschien nog goedpraten.”

Cocaïne wordt direct uit de cocaplant onttrokken, de bladeren worden geplukt, verpulverd en gemengd met een base die meestal bestaat uit kerosine en limoenzout. Wat overblijft wordt gefilterd en gedroogd tot een pasta, het afval dat overblijft wordt meestal in een rivier gedumpt.

Cocaplantages in Las Yungas in Bolivia, in 2007. Cocaplantages hebben de sinaasappel-, perzik-, papaya-, koffie- en graanvelden vervangen en bedreigen zo de voedselvoorzieningen van lokale dorpelingen. Foto: AIZAR RALDES/AFP/Getty Images

“Bij elke stap in het productieproces is er sprake van milieuvervuiling,” vertelt Liliana M. Dávalos-Álvarez van het departement voor ecologie en evolutie van de universiteit van Stony Brook. “Boeren groeien de cocaplanten op hele kwetsbare hellingen, want daar kun je ze beter verbergen,” legt Dávalos-Álvarez uit. “Zover wij weten, gebruiken die boeren veel bestrijdingsmiddelen om de grond klaar te maken voor de kweek. Het verwerken vindt plaats in junglelaboratoria in de buurt die hun afval in rivieren dumpen zonder na te denken over de gevolgen voor hun omgeving.”


Bekijk ook: De Nederlandse Cocainefabriek.


Het onderzoek van Dávalos-Álvare kijkt naar de schadelijke effecten van coca-boerderijen in Colombia op kwetsbare diersoorten. Het is een cyclus waarin dieren bijkomende slachtoffers zijn in een netwerk dat de hele wereld van drugs voorziet, legt ze uit.

“De smokkelnetwerken die vroeger gespecialiseerd waren in één ding – cocaïne – handelen nu ook in koper, goud en wilde dieren. Ze vegen de beesten in het overgebleven Amazonegebied en de Andes van de kaart en strippen zelfs de bovenste laag grond,” zegt ze. "Het is een aanfluiting op het gebied van milieu-ethiek dat sommige consumenten zichzelf ervan overtuigen dat hun keuze voor coke op de een of andere manier te verdedigen is omdat er geen dierlijke producten in verwerkt zijn.”

“Het is onzin dat sommige consumenten zichzelf ervan overtuigen dat hun keuze voor coke op de een of andere manier te verdedigen is omdat er geen dierlijke producten in verwerkt zijn.”

“Worden veganisten er meer op aangekeken dan alleseters?” vraagt ze me. “Komt het doordat vegans sneller het eetpatroon van andere veroordelen dat wij ook feller en kritischer naar hen zijn over allerlei keuzes die zij maken?”

Arnold (20) is een eerstejaarsstudent aan de George Washington-universiteit en eet sinds anderhalf jaar veganistisch. Hij verloor 45 kilo door zijn plantaardige dieet; vroeger woog hij 102 kilo, maar tegenwoordig nog maar 57 kilo. Zijn BMI ging van 37 naar 23. Hij is zo overtuigd van zijn veganisme dat hij tegenwoordig soms ook meedoet aan activisme. Hij is ook niet vies van cocaïne en gebruikt het als sinds de middelbare school af en toe. Hij vindt coke niet per se vegan, maar hij heeft ook geen morele of ethische bezwaren tegen het witte poeder. Integendeel, hij vergelijkt het gebruik van cocaïne met andere 'niet-veganistische dingen', zoals mobiele telefoons vol conflictmineralen die zijn gemaakt door kinderen in China. Hij ziet het allemaal als onder onvermijdelijke ethische ongerijmdheden die niet niks afdoen aan zijn liefde voor dieren.

“Veganisme laat mensen veel meer focussen op voedsel, kleding en entertainment,” houdt hij vol. “Andere dingen zoals drugs en elektronica zijn niet de focus.”

Hij zegt dat argumenten over het milieu hem niet overtuigen. “Veganisme gaat uiteindelijk over dierenwelzijn,” zegt hij. “Ik doe andere shit zoals in mijn benzineslurpende auto rijden en ik rook veel wiet. Je doet altijd wel iets onethisch. Dat ik niet tweehonderd dieren per jaar eet is genoeg voor mij en dat is ook veel beter voor de dieren en het milieu dan een halve gram cocaïne links laten liggen.

Van andere veganisten die ik spreek die hun cokegebruik verdedigen hoor ik vaak dat andere mensen een bord voor hun kop hebben en dat de rest niet in staat is om schuld te voelen.

“Het is een beetje zoals alcohol dat niet altijd vegan is, omdat er vaak blazen van dieren worden gebruikt om het te maken,” vertelde een andere vrouw, Mackenzie, me. “Kijk, ik wil geen blaas eten eten, maar als er wat in mijn wijn zit, kan ik daar best mee leven.”

Of neem Aaron (24) uit Queens: “Als iemand mij vertelt dat mijn favoriete soort drank niet vegan is, zou ik het dan niet meer drinken? Nee. Ik zou in de war zijn, maar ik ga niet met iets stoppen waar ik zo van geniet.”

"Dat ik niet tweehonderd dieren per jaar eet is genoeg voor mij en dat is ook veel beter voor de dieren en het milieu dan een halve gram cocaïne links laten liggen."

Het gaat ook gepaard met een vaag gevoel van machteloosheid, en dus nutteloosheid om het te weerstaan: "Goh,, als ik stop met coke, gaat al die shit nog door, dus mijn kleine bijdrage als ik stop verandert niks,” schrijft een andere veganist, Renee, mij.

John Joseph McGowan vindt deze redenering enorme bullshit. Drie decennia geleden werd hij bekend als leadzanger van de legendarische New Yorkse hardcoreband Cro-Mags en hij is een van de meest uitgesproken voorstanders van een plantaardig eten als een manier om een gezond, nuchter leven te lijden. Hij schreef onder andere het boek Meat is for Pussies.

McGowan (55) kwam in 1981 voor de eerste keer in aanraking met rauw eten toen hij bij een winkel ging werken die allerlei gezonde producten verkocht. In 1987 kwam cocaïne op zijn pad, een zware periode voor Cro-Mags waarin hij met anderen verslaafden omging en basecoke begon te gebruiken.

“Ik zal het nooit vergeten,” zegt hij als hij over zijn eerste coke-ervaring vertelt. “Het eerste wat ik zei was: ‘nu snap ik waarom Bruce Lee coke snoof’.” Tijdens zijn eerste nacht aan de cocaïne sliep hij bij een kennis in Florida. Die kennis had coke gestolen van een groep mannen die hij amper kende. De volgende dag verscheen de groep met twee machinegeweren in het huis en schoten ze twee magazijnen leeg in de kamer waar hij sliep. De kogels miste McGowan op een haar na.

Toch bleef hij drugs gebruiken; door zijn honger naar coke kwam hij op een gewelddadig pad terecht. Zijn coke-verslaving was een van zijn grootste dieptepunten in zijn leven, hij speelde met de dood. “Het duurde twee jaar en allerlei gebeurtenissen om eindelijk te zeggen: ‘hey man, beter stop ik tyfussnel met die drugs of ik leef niet lang meer’,” herinnert hij zich.

McGowan at onregelmatig in die periode, maar bleef altijd trouw aan zijn plantaardige dieet. Hij was soms drie, vier dagen wakker om coke te roken, om vervolgens keihard in een dal te storten. Dan werd-ie wakker en dronk hij enorme porties tarwegrassap in een poging zijn lichaam te detoxen.

“Ik denk dat dit de enige reden is dat ik het volhield,” vermoedt hij. “Als ik wel at, was dat altijd bilogisch en plantaardig.”

McGowan overwon zijn verslaving in 1990, maar heeft hem achtergelaten met een grote woede voor veganisten die cocaïnegebruik normaal vinden.

“Je bent geen ethische veganist als je cokegebruik in leven houdt,” zegt hij. In McGowan zijn ogen zijn er drie grote redenen om vegan te worden: ethiek, het milieu en vanwege je gezondheid. Cocaïnegebruik bots met alledrie.

John Joseph McGowan op het podium op dag 3 van het Fun Fun Fun Fest bij Auditorium Shores op 10 november, 2013 in Austin in Texas. Foto door Rick Kern/Getty Images.

“Kijk wat coke met het milieu doet en de kwetsbare ecosystemen van de regenwouden die de wereld van zuurstof voorzien,” vertelt hij me. “Het regenwoud wordt gekapt om veedieren te voeden, maar net zo goed om de honger naar coke van deze wereld te voden. Als je er met compassie naar kijkt, gaan die dieren dood, omdat ze vervuild water drinken. Als je naar je gezondheid kijkt, wat de fuck, waarom stop je die rommel dan in je lichaam?”

McGowan spreekt krachtig over wat hij ziet als sprookjes die mensen tegen zichzelf ophouden om hun lichaam op het spel te zetten op dezelfde manier als hij ooit deed.

Voor hem is het simpel als het op cocaïne aankomt: “Die shit is niet vegan man.”

* Deze namen zijn gefingeerd om de identiteiten te beschermen van bronnen die het niet prettig vinden om over illegale activiteiten te praten onder hun echte naam.