folklore

Heilige botten, gelukshaar en massahysterie - hoe ik de draak verdreef in Bergen

Het weekend van de “Doudou” was er een van Waalse liederen, drinken met een trommelaar en algehele intensiteit.

door Romain Vennekens; foto's door Romain Vennekens
11 juni 2018, 12:23pm

Het is moeilijk voor een Bergenaar om zich in te beelden dat iemand de Doudou niet kent. Moeilijk om te geloven dat woorden als gouden koets, chinchins of lumeçon geen belletje doen rinkelen. Nog moeilijker is het om te accepteren dat sommigen nog nooit in Bergen zijn geweest. Bergen is voor een Bergenaar namelijk het centrum van de wereld. En gedurende de Ducasse van Bergen zou dat wel eens kunnen kloppen.

Elk jaar wordt het feest gevierd tijdens het weekend van Drievuldigheidszondag, de zondag na Pinksteren. Deze viering van voorouderlijke tradities wordt gekenmerkt door de optocht van relieken van Sint-Waltrudis - de stichtster van de stad - en door de herbeleving van het gevecht van Sint-Joris tegen de draak. Ik kom zelf niet uit de streek en had er nog maar vaag iets van gehoord. Ik herinnerde me enkele beelden uit televisiejournaals en een vriend van de unief die we voor gek verklaarden omdat hij zijn blok onderbrak om net voor de examens in zijn stad te gaan feesten. Het werd tijd dat ik er naartoe ging om de passie van de Bergenaren te leren begrijpen.

1528719463851-double-1

In de Rue des Trois Boudins ontmoet ik op zaterdagmiddag Pierre, die eerst trommelaar in de optocht was en nadien in het orkest tijdens het gevecht. Hij is een geboren en getogen Bergenaar. “Dit is mijn wieg, ik heb het gevoel deel te zijn van dit gebied.” Al vijftien jaar lang neemt Pierre actief deel aan de Doudou en ieder jaar is dat hetzelfde ritueel en hetzelfde enthousiasme “De week voor de Ducasse ben ik niet in staat om wat dan ook te doen”, vertelt hij me. We lopen richting de Grote Markt. Daar zijn overal standjes en bars. Pierre trakteert me op een eerste pintje terwijl hij me voorstelt aan zijn vrienden: “Dat is mijn chambourlette.” Ik weet niet of ik dat als een scheldwoord moet interpreteren, maar hij stelt mij gerust. “Het is de naam die we geven aan niet-Bergenaren die voor de eerste keer naar de Doudou komen.” We proosten op een fijne Ducasse.

Ik bewonder de middeleeuwse stad vol met doolhoven en oude huisjes. Wanneer we in de rest van de wereld met Kerstmis of Halloween de versieringen bovenhalen, doen ze dat in Bergen tijdens dit weekend. Het gevecht van Sint-Joris tegen de draak - de Lumeçon - is overal: beeldjes in etalages, prints op T-shirts en merchandise van straatverkopers. Of het nu hoeden met drakenstekels, oorbellen of een slabbetje voor baby's is, dit weekend moet je ‘doudou’ zijn. De lokale folklore zit diep geworteld en wat alle Bergenaren met elkaar verbindt. Een kerel probeert mij een rood met witte sjaal te verkopen, de kleuren van de stad. Op dat moment ontploft een biervat naast ons als een geiser, waardoor iedereen zeiknat is. Zo ben ik meteen gedoopt. “Het is oké, nu mag je mee naar de mis.”

Het is bijna 20u en de kerk zit propvol. De mensen wachten al enkele uren op hun plaats met de verbetenheid van Kerberos, de driekoppige hond die de mythische onderwereld bewaakt. Deze grote gotische kerk werd gebouwd ter ere van Sint-Waltrudis. De Ducasse wordt gewijd aan deze zevende-eeuwse vrouw, de oprichtster en beschermheilige van de stad. Zonder haar had Bergen niet bestaan. Daarom wordt ze beschouwd als een vriendin. Verschillende verklede personages paraderen door de beuk op het tempo van het orgel. Op het gezicht van de kinderen valt enthousiasme en angst af te lezen. Niemand durft stoer te doen terwijl de reliekschrijn naar beneden komt van haar vaste plek. Op het einde van de ceremonie springen de mensen er letterlijk op. Ze willen het aanraken, aaien of zelfs kussen. Ik heb nog nooit zo’n toewijding gezien in België. Dat gezamenlijk enthousiasme - dat trouwens meer te wijten is aan bijgeloof dan aan schijnheiligheid - is speels en ontroerend. Het is een fijne ervaring om te genieten van de magie. “Wil je een foto van ons samen met Waltrudis nemen?” Een koppel poseert en ik klik. We nemen een selfie voor de beenderen van de heilige en vegen zakdoeken aan relieken om er geluksbrengers van te maken. Waltrudis die veertien eeuwen geleden gestorven is, ziet er levendiger uit dan ooit tevoren. Ook ik leg nu mijn hand op de kist gemaakt van gouden messing. Je weet maar nooit. Blijkbaar worden geluk en zegen via wrijvingen doorgegeven.

Lichamelijke wrijvingen ook. We haasten ons nu door de straten. Elk huis, elke school of elk café lijken een eigen feest te organiseren. We komen binnen, bestellen een pint, groeten vrienden en beginnen opnieuw. Tot de gedachten vertroebelen. Ik ben niet zeker van mijn deelname aan de polonaise, van het Jupiler-plateau dat op mijn hoofd steunde of van die Macarena-pasjes. Ik gun mezelf het voordeel van de twijfel. De gesprekken worden met de minuut zinlozer en het ruikt steeds meer naar pis. Pierre slaat me op de schouder. We moeten naar huis, morgen is een belangrijke dag. “Over drie uur moeten we opstaan!”.

Zondagochtend, acht uur. De plaatsen voor de kerk zijn al gereserveerd. Het is daar dat de Gouden Koets ‘s middags zal passeren. Deze ceremoniële koets zal Sint-Waltrudis door de stad vervoeren. Het is één van de belangrijkste momenten van de stoet. “Als de koets niet boven geraakt, wordt het een ongeluksjaar”. In de vestiaires trekt Pierre zijn kostuum aan dat geïnspireerd is door de renaissance. Hij en zijn groep geven het startschot van de stoet. “Ik kijk de mensen graag in de ogen en geef hen dan de show die ze verwachten.” Het klopt dat die trommels wel iets plechtigs hebben. Wanneer je ze ziet aankomen, kloppend op hun trommels in een middeleeuws decor, slaat je hart sneller. Het geeft aan dat er iets belangrijks staat te gebeuren.

De verschillende groepen paraderen met relieken van heiligen door de stad. Maar het is bij de kerk dat de sfeer de beste is. De mensen peppen elkaar op voor de aankomst van de Gouden Koets. Het gezang van de Doudou staat op repeat. Het is de titel van dit lied die de Ducasse haar koosnaampje opleverde. Het betoverende volkslied dat in het Waals gezongen wordt, krijg je echt niet uit je hoofd, of je dat nu wil of niet. Het is sowieso onmogelijk om te ontsnappen aan het enthousiasme. Mensen applaudisseren en schreeuwen. De Gouden Koets komt dan aan voet van de kerk aan en dan lijkt de tijd even stil te staan. De paarden schieten in galop. De koets moet bovenaan de helling geraken. Om ze te steunen loopt een mensenmassa achter de koets aan. Eens het doel bereikt is, breekt de vreugde los. Samen zijn de Bergenaren erin geslaagd om de relieken van de heilige naar hun plek te sturen, nu kan er niks ergs meer gebeuren.

1528719489957-double-2

Toch blijft er nog een bezorgdheid: zal Sint-Joris de draak kunnen verslagen? Dat is het tweede belangrijkste moment van de Ducasse. Ik baan me een weg door de massa richting Grote Markt. “Tu vas à la corde?” vraagt iemand. ‘Aller à la corde’ is zichzelf door een compacte - voornamelijk mannelijke - mensenmassa wringen, die zich naar de arena haast om een trofee uit het gevecht te bemachtigen. Dat ga ik dus niet doen, ik blijf trouw aan mijn rol als observator. Ik zal het gevecht zien vanaf een balkon met vrouwen en kinderen. “Kijk, dat is papa!” zeggen ze met veel trots terwijl ze naar de massa wijzen. De ‘corde’ is echt een mannending en ik ben sprakeloos tegenover zoveel testosteron bij elkaar. De zon schuilt achter de wolken en de miezerige regen verfrist de lichamen terwijl Sint-Joris, de draak en de verschillende acteurs de arena binnentreden. Het gevecht begint. Voor de dapperen die aan de ‘corde’ durfden te gaan, mag nu alles eraf worden gerukt: het haar van de drakenstaart, de Duivelsblazen, de bladeren van de Wilde Mannen. En wanneer de staart op de massa valt, verschuift alle druk daarheen. Iedereen probeert er dan een heilig haartje af te trekken, dat is hèt hebbeding bij uitstek. Lichamen komen dicht bijeen, spieren spannen zich op. Van op mijn balkon voel ik me Caesar, kijkend naar zijn gladiatoren. Je mag vooral niet met lege handen thuis komen en je wachtende familie en vrienden teleurstellen.

Gelukkig zijn mensen behulpzaam, waardoor je een gevoel van verbondenheid krijgt. Ze zitten samen in die shit en zullen er samen als winnaars uitkomen. Na een halfuur perfect geënsceneerd en symbolisch te hebben gevochten, stort de draak ineen. Sint-Joris heeft gewonnen.

1528719529345-double-3

De vreugde spat ervan af: het goede heeft het kwade verslagen, het licht heeft de duisternis vernietigd. Als een teken van goedkeuring komt de zon weer opdagen. Het publiek stort zich in de arena om alles te pakken wat er na de acteurs nog is achtergebleven. Elk voorwerp dat verwikkeld was in het gevecht is heilig en zou geluk brengen. Zij die aan de ‘corde’ stonden zijn uitgeput. Ik ben onder de indruk van hun bezwete lichamen, de verwilderde blikken en kapot gescheurd kleren. Het gevecht heeft ze in een soort van trance gebracht, een transformatie naar pure dierlijke energie. Ze lijken wel bezeten. Net een sjamanistisch ritueel.

Kort bij de arena, kom ik de moeder van Pierre tegen. Zij heeft haartjes gekregen van anderen die uit de arena kwamen. Ze bindt er een sprietje van rond mijn pols. Nu ben ik ook beschermd. Dat haartje is het tastbare bewijs van het mirakel dat net plaatsvond: het goede won van het kwade. We stappen samen naar het kraampje waar Pierre gespeeld heeft tijdens het gevecht. “En, was je onder de indruk?” Ja, het was heel ontroerend. Hij glimlacht. Ik kijk naar het pleintje, de gezinnen die er samenkomen, de vrienden die er proosten, naar al die uitgeputte maar gelukkige lichamen. Op dit moment wil ik er wel in geloven: Bergen is het centrum van de wereld.

Bekijk de volledige fotoreeks op de website van Romain. Je kunt hem ook op Instagram volgen.


Bekijk meer VICE fotoreeksen van Belgische fotografen. Ben je of ken je zelf een getalenteerde fotograaf? Stuur ons dan een mailtje: beinfo@vice.com

Volg VICE België razendsnel op Instagram, Twitter en Facebook.

1528719599649-13