Het radicale plan om de planeet te redden door minder te werken

De degrowth-beweging wil dat de economie opzettelijk krimpt om iets aan klimaatverandering te doen. Maar is het realistisch, of een utopische fantasie?

door Shayla Love
04 juni 2019, 11:00am

Annie Xing Zhao

In 1972 publiceerde een team van de Amerikaanse universiteit MIT het rapport The Limits of Growth, waarin werd voorspeld wat er met de menselijke beschaving gebeurt als de economie en de bevolking blijft groeien. Hun computersimulatie kwam tot een vrij eenvoudige conclusie: op een planeet met beperkte grondstoffen is eindeloze groei onmogelijk. Uiteindelijk raken dingen als olie op.

We hebben groei altijd als iets positiefs gezien en gekoppeld aan werkgelegenheid en welvaart. Sinds de Tweede Wereldoorlog wordt het bruto binnenlands product (bbp) gebruikt als “de ultieme maatstaf voor de algehele welvaart van een land.” Arthur Okun, een van de economen van de Amerikaanse oud-president John F. Kennedy, beweerde dat voor elke drie punten dat het bbp stijgt, de werkloosheid met een procent daalt.

Maar die groei heeft ook tot problemen geleid, zoals de opwarming van de aarde door de uitstoot van CO2. Dat zorgt voor extreme weersomstandigheden en verlies aan biodiversiteit. Sommige activisten, wetenschappers en beleidsmakers vragen zich daarom af of groei nog steeds moet worden gezien als goed. Deze scepsis heeft geleid tot de degrowth-beweging, die zegt dat de groei van de economie onlosmakelijk verbonden is met de toename van de CO2-uitstoot. De leden van deze beweging vragen om een drastische vermindering van het gebruik van energie en materialen, wat er onvermijdelijk voor zou zorgen dat het bbp zal krimpen.


Bekijk tussendoor ook: Onze nieuwe docu over de jonge mensen achter de klimaatprotesten in heel Europa


Het Amerikaanse maatregelenplan Green New Deal, populair gemaakt door Congreslid Alexandria Ocasio-Cortez, wil de CO2-uitstoot verminderen door te investeren in hernieuwbare energie. Maar de degrowth-beweging vindt dat we meer moeten doen. Er is volgens hen een sociale omwenteling nodig, die de ideeën over vooruitgang en economische groei omverwerpt. Het nieuwe systeem zou zich moeten richten op toegang tot openbare diensten, een kortere werkweek en meer vrije tijd. De leden van de beweging zeggen dat hun aanpak niet alleen de klimaatverandering zal tegengaan, maar ons ook zal bevrijden van de heersende stressvolle werkcultuur, waarin veel mensen worstelen om rond te komen.

Sommige activisten, wetenschappers en beleidsmakers vragen zich af of groei nog steeds als goed moet worden gezien.

De degrowth-beweging is ontstaan in Frankrijk. Aan het begin van deze eeuw begon Serge Latouche, hoogleraar economische antropologie aan de Universiteit Parijs-Zuid, gepassioneerd te schrijven over ‘décroissance’ in Le Monde Diplomatique. Het concept décroissance, oftewel degrowth, bouwt voort op de ideeën die in Limits to Growth werden genoemd. Latouche vroeg zich echter niet langer af óf er een grens aan groei is, maar hoe we zelf een limiet kunnen stellen aan groei, aangezien onze hele economische en politieke structuur erop gebaseerd is. Hoe zorgen we voor een samenleving waarin mensen veel welzijn hebben, maar de economie krimpt?

Degrowth is nu wereldwijd een begrip in linkse en academische kringen. Zowel jonge als oude economen, milieuactivisten en democratische socialisten zijn voorstander. Ze willen fundamenteel veranderen hoe we succes en welzijn meten, de groeiende financiële en sociale ongelijkheid aanpakken en tegelijkertijd de planeet redden.

Het is een aantrekkelijk toekomstbeeld dat steeds populairder wordt. De eerste internationale degrowth-conferentie werd in 2008 in Parijs gehouden en trok ongeveer 140 mensen. Daarna zijn er nog vijf conferenties geweest en bij de conferentie in 2018 waren er meer dan 700 mensen aanwezig. Ook verschijnen er steeds meer wetenschappelijke artikelen en boeken over degrowth. Vorig jaar ondertekenden 238 wetenschappers een brief in the Guardian, waarin werd opgeroepen om een degrowth-toekomst serieus te nemen.

Maar aangezien onze economie al zo lang op groei is gebaseerd, is het niet genoeg om op de rem te trappen, zegt Giorgos Kallis, een klimaatwetenschapper en politiek ecoloog aan de Autonome Universiteit van Barcelona en auteur van het boek Degrowth. Om de economie te vertragen zonder ravage aan te richten, moeten we onze ideeën over het economische systeem omgooien, zegt hij.

De beweging ziet het proces zo voor zich: nadat we ons energie- en materiaalgebruik hebben verminderd, wat de economie zal doen krimpen, moet de bestaande rijkdom opnieuw verdeeld worden. Daarna moet de materialistische maatschappij vervangen worden door een samenleving waarin de waarden zijn gebaseerd op eenvoudigere levensstijlen en onbetaald werk.

Dat betekent uiteindelijk dat we minder dingen hebben: minder mensen die werken en materialen produceren, minder merken in de supermarkt, minder fast fashion, en minder goedkope wegwerpproducten. Gezinnen zullen geen drie auto’s hebben, maar eentje. Je gaat met de trein op vakantie in plaats van met het vliegtuig. Je besteedt je vrije tijd niet met winkelen maar aan dingen doen met vrienden en familie die geen geld kosten.

Praktisch gezien zouden meer openbare diensten ook gratis moeten worden. Mensen hoeven niet zoveel geld te verdienen als ze het niet uit hoeven te geven aan gezondheidszorg, huur, onderwijs en vervoer. Sommige voorstanders van degrowth pleiten ook voor een basisinkomen, om te compenseren voor de kortere werkweek.

Mensen zouden nu al degrowth-achtig kunnen leven door minder dingen te kopen, maar het zal moeilijk zijn zonder die gratis openbare diensten. Op dit moment worden werk, vrije tijd en kwaliteit van leven bepaald door consumptie. Minder werken, minder geld verdienen en minder materiaal gebruiken zal waarschijnlijk een negatieve invloed hebben op de levenskwaliteit van de meeste mensen, tenzij de samenleving aan bepaalde behoeften tegemoet komt.

Aangezien er zo weinig echte voorbeelden van degrowth bestaan, gebruikt Giorgos Kallis in een artikel uit 2015 een fictieve utopie om het concept uit te leggen. Hij verwijst naar de planeet Anarres, uit het boek The Dispossessed van Ursula K. Le Guin. Het is een samenleving met bescheiden middelen, maar door de egalitaire structuur is het een eerlijke en zinvolle plek om te leven – vooral in vergelijking met de nabije kapitalistische planeet Urras.

“Dit is hoe we ons een beter leven voorstellen,” zegt Kallis. “Een eenvoudiger leven. Niet een leven waarin we steeds meer produceren, steeds meer moeten rennen en steeds meer producten hebben om uit te kiezen.”

Critici zeggen dat degrowth eerder een ideologie is dan een praktische manier om de toekomst in te gaan. Ze zeggen dat het krimpen van de hele economie de uitstoot van CO2 niet volledig naar nul zal brengen. En aangezien er al een ongelijke inkomensverdeling bestaat, zou het krimpen van de economie er volgens hen toe kunnen leiden dat de meest hulpbehoevende mensen niet meer aan essentiële dingen als energie en eten kunnen komen.

“Dit is hoe we ons een beter leven voorstellen.”

Robert Pollin, hoogleraar economie aan de Universiteit van Massachusetts Amherst, zegt dat hij veel sentimenten van de degrowth-beweging deelt, maar hij is het er absoluut niet mee eens dat het zou kunnen werken. Tenminste, niet op tijd.

Hij zegt dat het omlaag brengen van het bbp de CO2-uitstoot inderdaad zou verminderen, maar niet heel erg. De economie met tien procent doen krimpen zou de uitstoot van CO2 met ongeveer tien procent verminderen. Economisch gezien is dat twee keer erger dan wat er gebeurde tijdens de kredietcrisis. Dat zijn, met andere woorden, heel veel mogelijke sociale risico’s voor slechts tien procent CO2-vermindering.

Om de CO2-uitstoot naar nul te krijgen, moeten we volgens Pollin wel een soort degrowth gebruiken, maar dan met name gericht op het gebruik van fossiele brandstoffen. “We moeten het niet overal op gaan toepassen,” zegt hij. “Het gebruik van fossiele brandstoffen moet naar nul. We moeten schone-energie, investeringen in hernieuwbare energie en energie-efficiëntie enorm uitbreiden.” Dat is in wezen wat de New Green Deal inhoudt: het gebruik van hernieuwbare energie vergroten en tegelijkertijd geen fossiele brandstoffen meer gebruiken – en ervoor zorgen dat de mensen die in die industrie werken een eerlijke overgang krijgen.

Pollin vindt dit idee ook radicaal, maar wel een verbetering. Een plan om de CO2-uitstoot in dertig jaar naar nul te krijgen, betekent dat je een van de krachtigste industrieën ter wereld stil moet leggen. Hij vindt dat ambitieus genoeg, zonder ook nog te proberen andere brede maatschappelijke veranderingen door te voeren.

“Als we de klimaatwetenschap serieus nemen, hoeven we maar een paar beslissingen te nemen om enorme vooruitgang te boeken,” zegt Pollin. “Maar in die tijd zullen we het kapitalisme niet omverwerpen – of ik dat nu leuk vind of niet.”

Het systeem van groei heeft voor veel mensen geen grote winst opgeleverd.

Kunnen mensen aan het idee van degrowth wennen? Uit de Eurobarometer van 2017 blijkt dat 70 procent van de Nederlandse bevolking klimaatverandering als een van de vier belangrijkste problemen ervaart. Daarnaast is er ten opzichte van 2012 een steeds grotere groep bereid om meer belasting te betalen voor een beter milieu. Deze trend is ook aan de andere kant van de oceaan te zien. Uit de meest recente klimaatenquête van Yale bleek dat meer dan de helft van de Amerikanen, waaronder die in conservatieve staten, milieubescherming belangrijker vond dan economische groei.

Het systeem van groei heeft voor veel mensen geen grote winst opgeleverd. Hoewel er veel meer, goedkopere goederen op de wereld zijn, begrijpen mensen intrinsiek dat de voordelen van groei niet gelijkmatig verdeeld zijn. In 1965 verdienden CEO’s 20 keer zoveel als een gemiddelde werknemer, sinds 2013 is dat 296 keer zoveel. Van 1973 tot 2013 stegen de uurlonen met slechts 9 procent, maar steeg de productiviteit met 74 procent. “Dat betekent dat werknemers veel meer hebben geproduceerd dan ze via hun loonstrookjes hebben ontvangen,” schreef de onafhankelijke denktank Economic Policy Institute.

Millennials worden de “burnout-generatie” genoemd, zelfs nu we een periode van algemene groei hebben. Veel van hen worstelen om een baan te vinden en te behouden, kunnen geen betaalbare woning vinden, hun gezondheidszorg niet betalen en hebben lonen die niet voldoende zijn om de kosten van hun levensonderhoud te dekken.

Degrowth is een plek waar je niet aan de consumptiemaatschappij hoeft te denken. Een plek waar je eigenwaarde niet in geld wordt gemeten, en waar je jezelf niet het leplazarus hoeft te werken om basisbehoeften te kunnen betalen.

Dat betekent niet per se dat degrowth de meest effectieve strategie is om de CO2-uitstoot binnen de perken te houden, maar de beweging roept wel belangrijke vragen op over hoe we ons succes als samenleving of als land meten.

“Meer spullen leidt niet tot meer welzijn of geluk, om het kort door de bocht te zeggen,” zei David Pilling, auteur van The Growth Delusion: Wealth, Poverty, and the Well-Being of Nations in een interview met The Washington Post. Als voorbeeld noemde hij het Amerikaanse gezondheidszorgsysteem, dat 17 procent aan het bbp bijdraagt. Dat is veel meer dan welk ander land dan ook – hoewel veel mensen zouden zeggen dat de gezondheidszorg in sommige andere landen beter is.

Het bbp negeert ook de werkzaamheden waarbij geen geld wordt uitgewisseld. “Als ik jouw auto steel en verkoop, telt dat mee voor de groei, maar als ik voor een familielid zorg of drie kinderen opvoed, is dat niet het geval,” zei Pilling in het interview.

Misschien leert degrowth ons een les die meer te maken heeft met de fundamentele manieren waarop we leven dan de politiek. Jason Hickel, een antropoloog aan de London School of Economics, schreef eens dat degrowth “menselijke bloei” nodig heeft. We hebben groei volgens hem altijd geassocieerd met het kunnen oplossen van problemen, zoals armoede uitroeien, levensonderhoud verbeteren en ervoor zorgen dat iedereen een baan kan krijgen, maar het werkt niet.

“Waarom is het zo dat als het om het economische systeem gaat, we ervan overtuigd zijn dat dit de enige manier is waarop het kan?” vraagt hij zichzelf af. “Het is eigenlijk belachelijk. Ik denk dat we onszelf moeten bevrijden van de absurde onderwerping aan dit systeem en moeten erkennen dat we moeten evolueren naar een beter systeem.”

Aboneer je op onze newsletter, en krijg elke week onze beste verhalen, video’s en fotoreeksen.

Volg VICE België razendsnel op Instagram en Twitter.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op VICE US.

Tagged:
politiek
klimaat