Hoe ik leerde om me niets meer aan te trekken van mijn pens

“Body positivity” is belachelijk als het alleen positief is over een bepaald soort plussize lichaam.

|
28 maart 2017, 8:51am

Vollere vrouwenlichamen worden nu meer dan ooit geprezen door de mainstream media en mode-industrie. Toen Sports Illustrated plussize-model Ashley Graham op de cover zette, kreeg het veel lof voor deze redactionele keuze. Iets later stond een ander populair voluptueus model, Hunter McGrady, op de voorpagina. Dove is al langer een grote speler in de beweging om "echte" lichamen te laten zien in reclames, en merken als Lane Bryant en Aerie volgden hun voorbeeld.

Ik kan de laatste tijd niet door m'n Instagram te scrollen zonder gebombardeerd te worden met accounts die vrouwelijke rondingen – mollig, stevig, dik, hoe je het ook wil noemen – seksualiseren. De reacties op deze thicc-ness staan vol met hartjesogen-emoji en waterdruppels. En op een verknipte manier is dat waar we zo hard voor gevochten hebben, toch? Toch voelt het alsof er iets niet helemaal klopt aan deze omarming van vrouwelijke rondingen. Ik voel me buitengesloten door dit type body positivity, omdat er iets mist bij de meeste van deze modellenlichamen: een buikje.

De lichamen die gevierd worden in "woke" reclames en bodypositivity-campagnes zijn voornamelijk vrouwen met stevige dijen, volle borsten, grote billen, brede heupen. Dat is allemaal prima. Maar totdat we de buik laten meedoen aan dit acceptatiefestijn, hebben we nog een lange weg te gaan voordat we bevrijd zijn van problematische schoonheidsidealen.

Natuurlijk zijn er plussize-modellen met buikjes, zoals Tess Holiday (die in 2015 op de cover van People het "eerste supermodel met maat 52" werd genoemd). Maar ze zijn wel zwaar in de minderheid; modellen met welgevormde heupen en zichtbare buikspieren zijn ook in de plussize-wereld de norm. En zo krijg ik weer het gevoel dat ik tekortschiet, niet aan de standaard kan voldoen, maar nu is het nog erger – omdat er wel wordt gedaan alsof ik me eindelijk geaccepteerd moet voelen.

Ik beschrijf mijn lichaamstype meestal als "permanent zes maanden zwanger". Toen ik nog mijn best deed om daar iets aan te veranderen, kwam ik er al snel achter dat geen enkele afvalmethode ook maar iets van m'n pens af haalde. Mijn familie heeft me ook geprobeerd te helpen – voor mijn achttiende verjaardag kreeg ik van mijn moeder een Weight Watchers-lidmaatschap. Wat ergens ironisch was, aangezien mijn lichaamstype grotendeels door m'n genen is bepaald, zoals meestal het geval is.

De meeste vrouwen in mijn familie zijn medelid van de dikbuikclub. Maar dat betekent niet dat ik mezelf niet de schuld gaf van mijn buik – zelfs toen ik body positivity en mijn rondingen begon te omarmen, hoopte ik stiekem nog steeds dat ik ooit van die pens af zou komen. Het was een blok aan mijn been, of eerder... aan mijn middenrif. Ik at niks behalve quinoa en kool en hield voor de spiegel m'n buik in om te zien hoe ik eruit zou zien als ik mezelf maar lang genoeg bleef uithongeren.

Op foto's probeerde ik m'n buik te verdoezelen. Ik plande er volledige outfits omheen. Ik maakte mezelf wijs dat dit oké was zolang ik maar trots was op de rest van mijn lichaam – we hebben allemaal wel iets wat we graag willen veranderen, hoe zelfverzekerd we verder ook zijn, toch? Maar toen ik er wat langer over nadacht, realiseerde ik me waarom ik mijn buik haat: het was het enige onoverkomelijke verschil tussen mij en al die plussize-lichamen die ik de afgelopen jaren in de media zie. Ik zou van m'n lichaam moeten houden, maar ik was niet het "juiste" soort dik.

Sarah Murnen, een sociaal psycholoog en professor genderstudies aan het Kenyon College in Ohio, die onderzoek doet naar de seksualisering van vrouwen in de afgelopen 25 jaar, zegt dat "body positivity" volgens haar niet echt een platform voor dikkere lichamen biedt. In plaats daarvan heeft het geleid tot een nieuw ideaal, "de bredere zandloper", een dikker dan gemiddeld lichaam dat dikker is op alle juiste plekken. "Dit nieuwe ideaal draait vooral om sexy zijn," legt ze uit.

Het probleem zit 'm in het feit dat deze perfect geronde lichamen vaak vermarkt worden als een progressieve stap voorwaarts voor vrouwen, terwijl lichaamstypes als het mijne (en vele andere ook) nog steeds worden buitengesloten. Dat betekent niet dat we moeten stoppen deze lichamen te promoten – tot ongeveer tien jaar geleden was het flinterdunne ideaal het enige soort vrouwenlichaam dat we op tv en in tijdschriften zagen.

Het zou dus goed zijn om nóg meer inclusiviteit te zien, en die inclusiviteit moet van ons komen, vrouwen die niet in de plussizemodel-mal passen. Het kan niet komen van bedrijven die een product willen verkopen of tijdschriften die woke proberen te zijn. En hoewel sommigen misschien zullen zeggen dat het seksualiseren van een zwemband (of eender welk ander "onwenselijk" aspect van het vrouwelijk lichaam dat nu nog niet gepromoot wordt) net zo problematisch is, blijft het zo dat we dieper moeten nadenken over hoe we seksuele objectivering moeten onderscheiden van empowerment.

We moeten ons niet schamen voor onze behoefte om begeerd te worden, en het is niet verkeerd om seksuele aandacht te willen – ik wil dat eigenlijk altijd wel. In het verleden probeerde ik het te krijgen door mijn lichaam in dat plussize-ideaal te forceren. Ik verborg mijn pens (net als mijn striemen, cellulitis en lichaamshaar) omdat ik nog steeds bang was voor wat mannen ervan zouden vinden. Het was niet bevorderlijk voor mijn zelfbeeld, omdat ik me nog steeds probeerde aan te passen aan wat ik dacht dat anderen wilden zien. Als ik het echt voor het zeggen zou hebben, zou mijn pens het middelpunt van de aandacht mogen zijn.

Nu heb ik besloten dat het tijd is om mijn buik te bevrijden. Mijn pens zit niet langer achter tralies (of achter een dikke laag corrigerend ondergoed). Ik laat mijn lichaam zien, buik en al.

Ik voel me fuckable. En ik hou ervan om me op mijn eigen manier fuckable te voelen. Het kan me niks schelen of mensen het leuk vinden wat ze zien. Als het je niet bevalt, dan wil ik je niet neuken en dus is je mening irrelevant.

Natuurlijk zullen mensen gemeen zijn. Als ik iets heb geleerd door een vrouw met een mening zijn op het internet, is het dat ze tegen je zullen zeggen dat je er gewoon mee moet ophouden, en ze hard hun best zullen doen om je de grond in te trappen. Maar als we elkaar steunen terwijl zij dat proberen – als we elkaar blijven aanmoedigen wanneer we onze "onconventionele" lichamen laten zien – zal de negativiteit op een gegeven moment overstemd worden, en zullen al onze lichamen conventioneel zijn.