Modeontwerper Olaf Hussein vertelt over zijn onvoorspelbare weg naar de top

"Voor mij zijn de momenten dat niemand in me geloofde cruciaal geweest. Onder die druk kan ik beter presteren.​"

|
sep. 5 2018, 10:05am

Wanneer je leest welke rits studies Olaf Hussein heeft afgerond (hij volgde een beroepsopleiding in het middelbaar, deed een zevende jaar en studeerde daarna aan de hogeschool en uiteindelijk aan de unief), zou je niet verwachten dat het bij hem ooit zo slecht ging op school dat hij in het vijfde leerjaar van school werd gestuurd. Hij hoefde een half jaar niet meer terug te komen, wat wettelijk eigenlijk niet eens mocht. “De hele dag televisie kijken ging al gauw vervelen, en daarna moest ik als elfjarige iedere ochtend, alleen, met de bus naar een ander dorp om mijn lagere school af te maken. Die periode heeft me al op jonge leeftijd gemotiveerd om het anders aan te pakken. Als iemand nee zegt, wil ik het júist wel,” vertelt de 33-jarige ontwerper, wiens label nu verkooppunten heeft van de Verenigde Staten tot in Japan.

Het is die tegendraadsheid die vaak de drijvende kracht werd in Olafs carrière. En ‘nee’ kreeg hij vaak genoeg te horen. Na de Middelbare Hotelschool (“Heel random, omdat mijn moeder het leuk vond en ik vaak naar Kookgek keek”) verhuisde hij naar Amsterdam om aan de opleiding Management Economie en Recht te beginnen, waar hij in vier jaar zijn diploma haalde, maar niet eerder de overstap maakte naar de universiteit omdat gezegd werd dat dat “te moeilijk” voor hem zou zijn. In zijn derde jaar ontmoette hij de jongens achter Daily Paper en Filling Pieces. Een van hen studeerde Communicatiewetenschappen. Olaf was op zoek naar een nieuwe uitdaging en besloot dezelfde studie te gaan doen: “Ik was achttien en wilde sowieso nog niet werken. Ondanks dat ik die tweede studie volledig moest lenen, voelde het toen als betaald nadenken over wat ik wilde gaan doen.”

Langzaam ontstond bij Olaf het idee om een eigen merk op te zetten. Hij begon met het maken van jeans, die hij tijdens zijn bijbaan in winkel One in de Amsterdamse Cornelis Schuytstraat verkocht. Waar, zo kan het soms dus lopen, toevallig een hoofd van de menswearafdeling van Tommy Hilfiger vaste klant was. Hij zag een talent in Olaf (“Ik denk dat hij, ook autodidact, iets van zichzelf in mij herkende”) en spoorde hem aan om te solliciteren bij Tommy. “Ik solliciteerde op een marketingfunctie en werd afgewezen. Later hoorde ik dat het ‘de slechtste sollicitatie ever’ was. Toen besloot ik het toch alsnog gewoon op de ontwerpafdeling te proberen en werd ik, tot mijn eigen verrassing, als stagiair aangenomen.”

VICE: Hoe was het om daar zonder modeopleiding op de designafdeling te beginnen?
Olaf: Op zijn zachtst gezegd: uitdagend. Ik was de jongste van het team en kwam super hongerig en ambitieus binnen, maar het wilde eerst niet lukken. Ik kon niet schetsen en moest alles nog leren. Dat was best een zware tijd: na drie maanden zeiden ze tegen me dat ik mezelf echt af moest vragen of dit wel wat voor mij was. Toen begon ik zelf ook even te twijfelen. Maar ik realiseerde me dat ze mijn karakter en mijn uithoudingsvermogen aan het testen waren, daarom pushten ze me zo hard. Voor mij zijn de momenten dat niemand in me geloofde achteraf cruciaal geweest. Onder die druk kan ik beter presteren. Ik zie het altijd als een uitdaging.

Uiteindelijk heb je het voor elkaar gekregen om aangenomen te worden als menswear-designer. Was het lastig om die baan na twee jaar op te zeggen en vol voor je eigen merk te gaan?
Na mijn eerste show tijdens Amsterdam Fashion Week voelde ik dat het tijd was. In die jaren heb ik hele waardevolle lessen geleerd. Ik zie nu dat er een nieuwe generatie ontwerpers is die eigenlijk meteen voor zichzelf willen beginnen. Wat ergens heel tof is, het heeft mode democratischer gemaakt, maar het heeft ook nadelen. Doordat weinig mensen nog voor een groot merk lijken te willen werken, raak je een bepaalde ambacht kwijt. Er wordt al generaties lang gewerkt in een bepaalde cyclus: een groot talent, dat haar of zijn kennis doorgeeft aan een kleiner talent, die vervolgens kan groeien. Het constant doorgeven van informatie en daar een nieuwe twist aan geven, dat is voor mij een belangrijke beweging in de mode.

Misschien hebben jonge ontwerpers door social media het gevoel dat ze de touwtjes meer zelf in handen hebben.
Dat sowieso. Mijn online aanwezigheid is voor mij als ontwerper nu ook onmisbaar, maar ik ben dankbaar dat het er nog niet was toen ik opgroeide. Ik kon als tiener en begin twintiger zelf ontdekken wat ik wilde doen, zonder me bewust te zijn van wat andere mensen deden, en wie er, ook op internationaal niveau, succesvol was. Dat is voor jongeren vandaag echt een grote probleemfactor, het kan enorm demotiverend werken als je jouw begin vergelijkt met iemand anders top. Ik zou daar op jonge leeftijd niet mee geconfronteerd willen worden. Ik heb al die jaren zelf kunnen ontdekken wat ik kon toevoegen aan de modewereld, dat is voor mij heel belangrijk geweest.

Welk advies zou je ontwerpers in spé willen meegeven?
Wees niet bang om te verliezen. Als ik morgen alles kwijt zou zijn, dan beschouw ik wat ik tot nu toe heb gedaan als een waardevolle ervaring. Ik kan dat allemaal meenemen naar een volgend project. Durf dus risico te nemen en soms alles op rood, en soms alles op zwart te zetten. Zo behaal je vaak de grootste successen. Mede daarom ben ik ook mijn podcast CITIZENS begonnen – om juist de onverwachte verhalen te vertellen van mensen die uitblinken in hun vak, en jongeren te laten zien dat er niet één rechte weg is naar de top. Afwijzingen moeten je motiveren, in plaats van dat ze je tegenhouden om het opnieuw te proberen.

Volg VICE België razendsnel op Facebook - en mis niets meer van alles wat we maken.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op VICE NL.

Meer VICE
VICE-kanalen