Ik belde mijn oma in Irak om te vragen hoe het voelt om daar alleen achter te blijven

Als baby vluchtten mijn gezin en ik naar Europa. Mijn oma was de enige van de familie die nooit haar huis verliet.

door Sona Boker; illustraties door Denise Vervuren
07 maart 2019, 2:00pm

Bang dat je onze beste verhalen mist? Schrijf je in voor onze wekelijkse newsletter en volg ons op Instagram.

Af en toe gezellig bij oma op bezoek om met de hond te lopen en koekjes te eten is voor mij een droom die misschien nooit zal uitkomen. In de afgelopen twintig jaar heb ik mijn oma Madlin (78) één keer gezien. Dat was dertien jaar geleden. Ze woont in Bagdad, duizenden kilometers van mij verwijderd. De rest van haar familie is gevlucht, maar zij heeft Irak nooit willen verlaten, want niets, zelfs oorlog niet, komt tussen haar en de liefde voor haar land.

Mijn oma is een van de personen tegen wie ik het meest opkijk. Ik spreek haar eigenlijk niet zo vaak. Als mijn moeder haar opbelt, geeft ze me vaak de telefoon om haar te begroeten. Ik realiseer me steeds vaker dat ik te weinig met haar praat, dus ik besloot om mijn oma dit keer zelf op te bellen, om te vragen hoe het is om helemaal alleen in Irak te zijn.

“Het was natuurlijk mijn eigen keuze om in Bagdad te blijven, maar om eerlijk te zijn voel ik me erg eenzaam,” zegt ze. “Vroeger vond ik het geweldig om te koken voor het hele gezin, of voor vrienden. De deur stond altijd open. Nu kook ik elke dag zonder plezier. Ik maak nog steeds te veel eten omdat ik een groot gezin gewend ben. Omdat ik nu alleen woon, geef ik veel eten aan mijn bovenbuurvrouw.” De bovenste verdieping van haar huis verhuurt Madlin aan een vrouw en haar dochter. De vrouw bezoekt Madlin dagelijks en helpt haar met van alles. Voor Madlin voelt ze echt als een dochter. “Ze heeft een huissleutel. Mocht er iets met mij gebeuren, dan is ze er zo.”

1551880771183-BordEten_Vice_DeniseVervuren

Mijn oma heeft vier kinderen: drie dochters en een zoon. Haar oudste dochter verhuisde naar Bahrein nadat ze was getrouwd. Madlin vond het moeilijk, maar gelukkig kwam ze nog regelmatig op bezoek. Een paar jaar later trouwde haar jongste dochter, mijn moeder, met de man die nu mijn vader is. Mijn moeder bleef dichtbij, dus oma zag haar nog vaak. “De periode daarna was het zoals altijd heel gezellig. We kwamen vaak samen met alle gezinnen. Kort daarna begon de situatie in Irak te verslechteren.”

In 1990 viel Saddam Hoessein buurland Koeweit in. Een jaar later begon de Amerikaanse president George Bush senior een militaire operatie tegen Irak. Ze wisten Saddam Hussein uit Koeweit te verdrijven en er volgde een wapenstilstand. Vanaf dat moment werd het luchtruim door de Amerikanen beheerst en werden de import en export van goederen beperkt.

Voorheen had Irak zo’n beetje de hoogste levensstandaard van alle Arabische landen, maar na alle aanvallen en de beperkte import en export vanuit het Westen daalde het welvaartspeil jaar na jaar. Dit in combinatie met de bombardementen en de politiek die er niets aan deed, zorgde voor steeds meer kritiek op het regime van Saddam Hoessein. Veel gezinnen vluchtten het land uit. In 1997 besloten mijn ouders om met mij en mijn zus naar Nederland te vluchten. Op dat moment was ik 11 maanden oud, mijn zus was 3.

“Natuurlijk deed het me veel pijn toen mijn dochter naar Nederland vluchtte. Het was zwaar, want je neemt afscheid van je familie en je weet niet wanneer je ze nog gaat zien. Je weet niet of je ze überhaupt ooit nog zal zien.” Ondanks dat ze het moeilijk vond, had ze twee van haar vier kinderen en haar man nog bij zich, dus ze hoopte sterk te blijven.

De jaren erna veranderde alles snel. Irak werd onveiliger. Er brak oorlog uit, maar Madlin en haar man besloten te blijven. “Veel mensen zullen het niet begrijpen, maar het is niet makkelijk om alles, vooral herinneringen, achter te laten. Ondertussen realiseerde ik me steeds vaker hoe groot de afstand tussen mijn jongste dochter en mij is. Ik had haar al jaren niet gezien. Haar kinderen heb ik niet zien opgroeien, terwijl die tijd juist mooi hoort te zijn als grootouder. Het waren moeilijke jaren en het gemis werd erger en erger. We belden veel, maar dat is niet te vergelijken met knuffelen en vasthouden.”

Regelmatig bel ik met mijn oma, maar onze telefoongesprekken zijn nooit diep geweest. Natuurlijk vertellen we elkaar hoe het gaat en zeggen we dat we elkaar missen. Een paar weken later hetzelfde. Tijdens de telefoongesprekken klinkt ze vermoeid. Ze heeft een brok in haar keel en ze zucht heel diep. Ik hoor dat ze moeite moet doen om niet te huilen. Het raakt me enorm en ik houd mijn tranen in. Ik probeer niet te huilen, omdat ik weet dat ze dan zal instorten. “Wacht, laten we Facetimen, ik wil jullie mooie gezichtjes zien,” zegt ze weleens. Voor ik het weet is het gesprek beëindigd en krijg ik een Facetime-oproep binnen. Ook dat gesprek duurt maar even.

Als ik mijn oma vraag hoe een dag er voor haar uitziet, antwoordt ze: “Mijn dagelijks leven is de afgelopen jaren enorm veranderd. Overdag breng ik de meeste tijd door in mijn keuken,” vertelt ze. “Ik heb een grote keuken, er staat ook een televisie en zeteltje. Meestal ga ik ‘s avonds rond een uur of negen naar de woonkamer om te slapen.” Tegenwoordig gebruikt ze de woonkamer als slaapkamer. Ondanks dat ze meerdere slaapkamers heeft, gebruikt ze die vrijwel nooit meer. “Ik ben bang om in de slaapkamer te slapen omdat het huis groot is en de slaapkamers aan de achterkant van het huis zijn. Ik ben bang dat er bijvoorbeeld wordt ingebroken en dat niemand me dan zal horen.”

Die angst begon in de tijd van Saddam Hoessein. Er waren periodes dat mensen niet eens naar buiten durfden. “Regelmatig hoorden we bommen en geweerschoten, vrouwen gingen niet meer zonder hoofddoek de straat op, gezinnen werden door kwaadwillende Irakezen uit hun eigen huis gejaagd, en er vonden regelmatig ontvoeringen plaats in ruil voor losgeld. Lange periodes zaten we zonder elektriciteit. We voelden ons onveilig in ons eigen huis,” zegt mijn oma.

In 2005 besloten we met de hele familie bij elkaar te komen in Syrië, waar het toen nog veilig was. Ik was toen negen. Dit zou sinds 1997, het jaar dat we naar Nederland vluchtten, de eerste keer zijn dat ik mijn familie en mijn oma zou zien. Vaak probeer ik het gevoel te beschrijven dat ik had toen ze voor me stond. Wanneer ik erover vertel of eraan denk krijg ik flashbacks. Hoewel ik erg jong was, weet ik het nog goed. Ik weet nog hoe we uit het vliegtuig richting de ontvangsthal liepen. Via een raam zagen we ze staan. Toen ik ze aankeek voelde het heel vreemd: ik kende de gezichten die ik voor me zag enkel van foto’s, Skype en de verhalen die mijn ouders mij vertelden. Nu stonden ze daar ineens.

1551880872172-Omhelzing_Vice_DeniseVervuren

Wat ik me vooral herinner is de reactie van mijn ouders. De tranen stroomden over hun wangen. Ik denk dat ik nooit iemand zo hard en veel heb zien huilen als toen. Het moment dat ik mijn oma’s, opa’s, tantes, ooms, neven en nichten kon knuffelen was zo bijzonder. Het is vreemd, want je hebt het gevoel dat je ze kent, maar eigenlijk ontmoet je elkaar voor het eerst. Vanaf dat moment vloog de tijd. Binnen no-time voelde het alsof we nooit van elkaar gescheiden waren geweest.

Als klein meisje van een jaar of negen weet je natuurlijk nog niet veel over het leven, maar ik kan je vertellen dat je als vluchteling op jonge leeftijd over een bepaalde volwassenheid beschikt. Door je familie, de problemen, de verhalen en de beelden op televisie sta je zo ontzettend dichtbij dat het voelt alsof je op de een of andere manier toch elk moment van de oorlog meemaakt. Natuurlijk is het lastig als klein kind, maar het maakt je ergens wel sterker. Zo heeft het mij veel dingen over het leven geleerd. Ik weet dat één keuze alles kan veranderen. Dat je alles waarvoor je jaren hebt gewerkt in een klap kwijt kunt raken. Die dingen leerde ik als klein kind.

Ik ben benieuwd hoe mijn oma terugkijkt op de reis naar Syrië. Als ik haar ernaar vraag begint ze te lachen. “Onze vakantie in Syrië was geweldig. Eindelijk voelde alles weer zoals het hoorde te zijn. We verbleven zo’n vier weken in twee grote appartementen in Damascus en Latakia. We planden veel dagjes weg en etentjes met de familie. Mijn nichten en neven veranderen binnen een paar dagen van onbekenden naar m’n beste vrienden. Van elke dag heb ik zo intens genoten. Het voelde alsof we de gemiste acht jaar in die paar weken inhaalden. De weken vlogen voorbij en het afscheid was zwaar. Ik was God dankbaar dat we deze kans kregen, maar of er een tweede keer zou komen wisten we niet.”

Een van oma’s grootste dromen is om ons in Nederland te bezoeken. "Hoe ouder ik word, hoe meer ik realiseer dat ik jullie snel moet zien. Het liefst kom ik weer met de hele familie bij elkaar. Dat is mijn grootste wens.”

Na deze onvergetelijke vakantie keerde iedereen terug naar zijn eigen land. Zeventien dagen later overleed Madlins man. Ondanks dat we wisten dat hij steeds zwakker werd, was het toch onverwacht toen we hem verloren, vooral voor mijn oma. “Het was zo moeilijk. Ik vond het vooral zwaar om het te beseffen. Ik wilde het gewoon niet toegeven. In de periode erna heb ik me heel leeg gevoeld. Telkens dacht ik dat hij weer terug zou komen.”

Een aantal jaar later vertrok haar middelste dochter naar Amerika. Weer raakte Madlin een dochter kwijt, die haar eerst dagelijks bezocht. Ongeveer vijf jaar later besloot haar zoon, mijn oom, ook met zijn gezin naar Amerika te verhuizen.

Madlin stortte in. “Alle vier mijn kinderen hadden me verlaten. We hadden altijd een hecht, groot gezin en nu stond ik er opeens helemaal alleen voor.” De eenzaamheid hing voelbaar in het lege huis. Jarenlang was ze een sterke vrouw geweest, maar Madlin begon zich steeds zwakker te voelen. Oorlog en eenzaamheid kan veel met je doen.

Ondanks de onveilige situatie in Irak, besloot ze toch om in Bagdad te blijven. “Telkens vragen vrienden en familieleden waarom ik niet naar Amerika of Europa ga, maar ik kan dat niet. Ik heb hier mijn huis vol mooie herinneringen en dat wil ik niet achterlaten.” Nog steeds vindt ze dat haar kinderen en hun gezinnen terug moeten komen.


Bekijk ook: Hoe deze tattoos vrouwen uit de seksslavernij hielden tijdens WOII


Veilig is het in Irak nog steeds niet echt. Er worden terroristische aanslagen gepleegd, en er vinden veel demonstraties plaats waar de politie hard tegen optreedt. Ook zorgt de grote kloof tussen de Sjiieten en Soennieten voor problemen in het land. Het reisadvies voor Irak is nog steeds ‘niet reizen’ in bijna het hele land. Toch blijft Madlin er. “Als mijn familie nu gewoon terugkomt, dan hebben we elkaar nog. We laten ons toch niet tegenhouden?”

Als mijn moeder haar belt, zegt oma hoe graag ze wil dat we terugkomen. Ze realiseert zich niet dat het moeilijk is voor ons om alles wat we hier hebben opgebouwd weer achter te laten. We zijn dan wel in Irak geboren, maar hier groeiden we op. Het is niet zo makkelijk als het lijkt. Natuurlijk is het andersom ook niet makkelijk. Mijn oma zou het ook erg moeilijk vinden om hier opnieuw te beginnen.

Haar eenzaamheid wordt niet minder, maar ze probeert ermee te leven. Ze probeert haar kinderen en kleinkinderen vaak te bellen. “Gelukkig bestaat Facetime en WhatsApp,” zegt Madlin dankbaar. “Het blijft anders, maar het helpt me er wel wat makkelijker doorheen te komen.”

Een van oma’s grootste dromen is om ons in Nederland te bezoeken. “Ik heb jullie al meer dan dertien jaar niet gezien. Helaas gaat het niet zo makkelijk. De reis zal sowieso zwaar worden, want ik ben niet meer zo fit. Ik word snel moe en ik zie het niet zitten om helemaal alleen te reizen. Daarnaast hebben jullie geen Nederlands paspoort, waardoor het moeilijker zal zijn om een visum voor mij te kunnen regelen. Toch hoop ik om binnen een paar jaar de reis te maken, want hoe ouder ik word, hoe meer ik realiseer dat ik jullie snel moet zien. Het liefst kom ik weer met de hele familie bij elkaar. Dat is mijn grootste wens.”

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op VICE NL.

Tagged:
Irak
familie
oorlog
relaties
internationaal