Ik maakte sake van mijn eigen speeksel en dronk het op

De enige dierlijke producten die ik als vegan consumeer zijn afkomstig van mijn eigen lijf.

|
sep. 15 2018, 3:37pm

Alle foto's door de auteur

Omdat ik er tegen ben om dieren te doden voor je eigen gewin, ben ik al sinds m’n puberteit veganist of vegetariër. Omdat ik me niet volstop met de bloederige restanten van dieren vinden mensen het nodig om mij continu de les te lezen over waar het in mijn leven allemaal aan schort.

Mensen beweren dat ik de rijke smaken van een vette varkensbouillon of het op je tong uiteenvallen van een mals stukje barbecuevlees mis. Of dat mijn hersenen niet meer normaal functioneren omdat ik niet genoeg omega-3 binnenkrijg.

Om van het gezeik van die betweters af te zijn, en om erachter te komen wat ik nou echt mis besloot ik om de enige voor mij ethisch verantwoorde dierlijke producten te eten en drinken, namelijk de producten die afkomstig zijn van mijn eigen lichaam. Ik ga een aantal experimenten doen waarbij ik deze producten maak en zal dit hier met jullie delen.

Ik begin met het maken van alcohol van mijn eigen speeksel.

Van speeksel gemaakte drank bestaat al eeuwen. Chicha, een drankje uit de Andes dat al zevenduizend jaar bestaat, wordt gemaakt van uitgespuugde en gefermenteerde maïs. Hoewel het al moeilijk voor te stellen is dat één eeuwenoud volk ooit met dit idee kwam, hadden mensen uit andere delen van de wereld eenzelfde idee: in Brazilië heb je cauim en in Peru masato, beiden gemaakt van uitgekauwde wortels van planten. In Japan heet het kuchikamizake, een drank gemaakt van rijst, gierst of kastanje, waar eerst goed op gekauwd wordt voordat het wordt uitgespuugd – je hebt het misschien voorbij zien komen in de film Your Name.

Deze methodes werken omdat we, als we voedsel met zetmeel eten, het enzym amylase aanmaken. Als je dat enzym vermengt met gist wordt het omgezet in alcohol.

Ik koos voor de Japanse techniek, omdat het drinken van oude, voorgekauwde rijst me aantrekkelijker leek dan de andere opties. Ik weet niet precies waarom.

Tijdens dit proces werd ik geholpen door Todd Bellomy, hij noemt zichzelf een nerd, runt de blog ‘Boston Sake’ en heeft al eens eerder zijn eigen kuchikamizake gemaakt.

“Als ik iets nieuws leer, stel ik altijd eerst de vraag: waar komt het vandaan?” vertelde hij me over het begin van zijn eigen experiment met kuchikamizake. “Dus ben ik over de tijd dat er in Japan nog geen rijst was gaan lezen, en wat er allemaal tijdens dit stukje van de Japanse geschiedenis, de Jomon-periode, gebeurde. Mensen maakten voordat ze rijst kenden al alcohol. Ik kwam erachter dat overal ter wereld tradities bestonden waarbij mensen alcohol van speeksel maakten. Het was een vrij normale gewoonte aan het einde van het stenen tijdperk.”

Volgens de traditie fermenteren deze dranken met de gist die al in onze lucht hangt. Maar omdat ik in Los Angeles woon en de luchtkwaliteit hier een stuk slechter is dan in de tijd van het oude Japan of Peru heb ik wat sakegist bij mijn speeksel gedaan.

Bellomy was zo vriendelijk om mij de White Labs sake #9 gist op te sturen, wat blijkbaar heel goed spul is. Dat vond hij nogal belangrijk omdat volgens hem de enige sake die ik in LA zou kunnen krijgen “walgelijk” was. Ik vond dit nogal opmerkelijk aangezien ik het in een pot vol speeksel zou gaan gieten, maar ik stelde zijn hulp op prijs.

De gekauwde rijst, voordat ik er gist bij deed

Hij vertelde me dat ik de rijst moest kauwen totdat die zoet werd, want dan zou de amylase zijn werk kunnen gaan doen. Dus kauwde ik er thuis een paar uur op los. Elke keer als ik een mondvol uitgekauwde rijst in een glazen pot spuugde, gooide ik er ook een mondvol water bij. Hierdoor zou de sake niet te dik worden om te drinken. ( kuchikamizake was eigenlijk een dikke pasta die met stokjes werd gegeten)

Terwijl ik de rijst kauwde en die in een glazen pot spuugde, kwam het ineens in me op dat dit misschien wel één grote grap was. Misschien was Bellomy alleen maar zo behulpzaam omdat hij het grappig vond om me een kan van m’n eigen speeksel te laten drinken. Dat zou natuurlijk zo’n stunt zijn dat ik er niet eens boos over zou worden.

Toen ik alle rijst had voorgekauwd en het gist erbij had gegooid dekte ik het losjes af, en zette het twee weken in de ijskast terwijl ik het dagelijks roerde.

Het mengsel twee weken na zijn 'productie'

Dat ik het goedje echt moest gaan drinken leek me eerst niet zo erg. Ik heb, in tijden van nood, weleens het overgebleven bier van zes anderen opgedronken, dus ik weet hoe is het om drankjes met speeksel erin te drinken. Maar na verloop van tijd werd de gedachte dat ik dit echt in mijn lijf zou gaan gieten steeds smeriger. Elke keer als ik de ijskast opendeed en de pot speeksel zag staan liepen de rillingen over m’n lijf.

Ik las ook iets over Victoriaanse babyflesjes die zoveel bacteriën in zich hadden dat kinderen erdoor stierven. Hierdoor werd ik toch wat zenuwachtig of ik mezelf niet aan het vergiftigen was, en dat terwijl ik er misschien wel keihard ingeluisd werd om een liter van mijn eigen speeksel te drinken.

De brei eruit filteren (links) en de uiteindelijke kuchikamizake (rechts)

Toen ik het uit de ijskast haalde om te gaan drinken rook het zo zoet en alcoholisch dat ik er bijna van moest kokhalzen. Ik had niet de juiste apparatuur om het alcoholgehalte te kunnen meten, maar ik had op een ‘moonshine blog’ gelezen dat moonshiners kunnen zien hoeveel alcohol ergens in zit door de pot te schudden en te kijken hoe groot de belletjes zijn. Grote belletjes zouden een hoog alcoholgehalte betekenen, kleinere belletjes een lager alcoholgehalte. Ik had natuurlijk geen vergelijkingsmateriaal, maar er zaten in ieder geval belletjes in waardoor ik toch minder het gevoel had dat ik in de maling werd genomen. Bellomy vertelde me dat hij zijn kuchikamizake had laten testen en dat het een alcoholgehalte van 7 procent had.

De smaak was eigenlijk niet eens zo slecht. Een soort verwaterde sake, maar dan veel zuurder. Zoals je hierboven ziet, was de eerste slok best wel heftig, maar bij de derde slok dronk ik het alsof het de normaalste zaak van de wereld was.

Nadat ik de hele fles had leeggedronken, wist ik eigenlijk niet helemaal zeker of ik een beetje aangeschoten was. Ik was zo bezig om te kijken of ik dronken was, dat ik geen geen idee had wat al die gevoelens in mijn lichaam waren. Ik voelde wel iets, maar ik weet niet zeker of dat nou door de alcohol, de vermoeidheid of de spanning van het drinken van mijn eigen speeksel kwam.

Ik had bijna de hele pot zonder problemen gedronken, totdat ik een slok nam die om een of andere reden enorm naar knoflook smaakte. Ik ben toen maar door mijn appartement gaan lopen om ervoor te zorgen dat ik niet zou gaan kotsen.

Al met al zou ik zeggen dat dit experiment te veel moeite kostte voor vier glazen toch wat dubieuze alcohol. Als ik in de gevangenis zou zitten zou ik het misschien nog een keer proberen. Maar ik koop voortaan mijn drank gewoon bij de supermarkt.

Volg VICE België razendsnel op Facebook - en mis niets meer van alles wat we maken.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op VICE US.

Cet article a été publié sur VICE US.

Meer VICE
VICE-kanalen