in-de-stad-aalst-antwerpen-cafe-Dylan-Moorthamer
Last Call

De jonge cafébaas van 'In de stad Aalst' houdt van zijn marginale klanten

In zijn Antwerpse kroeg vertelt Dylan (24) over cafégevechten, dieven die zich op het wc verstoppen en de ingang voor paarden. Paarden, ja.
26 februari 2019, 2:04pm

Welkom bij ‘LAST CALL', een rubriek waarin we bij doorgewinterde barmannen en -vrouwen aan de toog hangen om wat van hun levenswijsheid op te doen. Van hoe je over een gebroken hart heen komt tot welke drankjes je niet moet bestellen als je niet uitgelachen wil worden.

Het is donderdag drie uur in de namiddag, en café In de stad Aalst in de Carnotstraat van de Antwerpse stationsbuurt zit afgeladen vol. Uit de jukebox klinkt - hoe kan het ook anders - ‘Chérie’ van Eddy Wally. In de hoek staat een oudere man recht en zingt luid mee: “Chérie, chérie, blijf bij mij de hele nacht.”

Ik ontmoet hier Dylan Moorthamer, de 24-jarige cafébaas van dit populair volkscafé. We bestellen koffie. “Jan Decleir was hier onlangs. Volgens hem hebben we hier de lelijkste koffietassen ter wereld. We hebben ze toch maar gehouden”, lacht hij. Ik sprak hem over cafégevechten, dieven die zich op het wc verstoppen en de ingang voor paarden. Paarden, ja.

"Een paard in een café, dat was geen zicht. Dat moest ook zijn behoefte doen en dan is uw dorst wel over."

VICE: Hey Dylan, waarom heet een Antwerps café in godsnaam In de stad Aalst?
Dylan: Tot begin twintigste eeuw kwamen de postkoetsen uit Aalst hier aan. De Aalstenaars die in Antwerpen werkten kwamen dan hier hun post halen. Het houten interieur is nog origineel zoals toen. Kijk, je kan het raam vooraan helemaal openen van beneden tot boven. Zo haalden ze het paard van de postkoets hier binnen en kreeg het eten. Maar een paard in een café, dat was geen zicht. Dat moest ook zijn behoefte doen en dan is uw dorst wel over. Dus hadden ze een rolluik om het paard te scheiden van de rest van het café. Dat houten rolluik is er nog steeds.

cafe-in-de-stad-aalst-antwerpen-mensen

Hoe kom je erbij om als jonge gast zo’n oude bruine kroeg over te nemen?
Dit is een familiezaak. Mijn grootmoeder heeft de zaak twintig jaar geleden overgenomen. Daarna heeft mijn tante een jaar of vijf het café gehad. Ik ben hier zelf beginnen werken op mijn negentiende.

Het zat eraan te komen dat ik de zaak zou overnemen. Er was nog een kandidaat, een vriend van de familie, maar die wou er iets helemaal anders van maken. Ik zei: als dat gebeurt, zet ik hier geen voet meer binnen. Ten eerste is dat zonde, ten tweede zou het een dom idee zijn. Je hebt genoeg moderne cafés. Dit, een authentiek bruin café, dat kan je niet zomaar uit de grond stampen. Toen ze vroegen of ik het wou overnemen, kon ik natuurlijk geen nee meer zeggen.

"Mijn eerste caféherinnering is een groot gevecht tussen de linkerkant en de rechterkant van de kroeg. Ze waren met glazen en alles naar elkaar aan het gooien. Ik zat verscholen achter de toog."

Heb je lang getwijfeld?
Totaal niet, ik heb direct ja gezegd. Ik voel mij hier op mijn plaats. Het vaste cliënteel kent mij al sinds ik klein was, als ‘kleinen Dylan’. In het begin maakte ik veel fouten. Ze hebben mij dat allemaal vergeven. Ik heb ook eventjes hierboven gewoond. Ik ben hier quasi opgegroeid en sinds juni vorig jaar is het café van mij.

Wat is je eerste herinnering aan dit café?
Mijn eerste caféherinnering speelt zich eigenlijk af in een andere zaak van mijn grootmoeder: de Koetsier in de Statiestraat. Ken je dat? Dat was pas een berucht café. Veel mensen die hier komen kwamen vroeger in de Koetsier. Veel landlopers, veel geweld, veel drugs en veel raar volk. Mijn eerste herinnering daar is een groot gevecht tussen de linkerkant en de rechterkant van het café. Ze waren met glazen en alles naar elkaar aan het gooien. Ik zat verscholen achter de toog. Ik kan niet ouder geweest zijn dan zes jaar.

cafe-in-de-stad-aalst-antwerpen-Dylan-Moorthamer-cafebaas

Zijn er dingen die je wil veranderen?
Bijna niets. Op termijn zie ik die gokkasten graag verdwijnen. Die zijn echt heel asociaal. Maar het is moeilijk om ze weg te doen. Omdat wij er veel aan verdienen: je kan er bijna de huur van betalen. En ook omdat veel goede klanten dan niet meer gaan komen. Ik hoop gewoon dat de wetgeving strenger en strenger wordt op vlak van gokken in cafés.

Het cliënteel is hier redelijk oud en volks. Hoe is het om daar als jonge gast tussen te staan?
Ik ben zelf ook een oude ziel. En al die mensen hebben fantastische verhalen. Ik heb veel liefde voor dat typische cafévolk. Alles komt hier binnen. OCMW, junkies, ex-gevangenen, noem maar op. Ik hou van mensen die een beetje uit de toon vallen.

"Nu, de Gaston overlijdt aan een natuurlijke dood, in zijn appartement. Nog geen week later is de Leo ook dood."

Zou je willen dat er meer jong volk komt?
Ja, zeker. Je moet ook denken aan de toekomst. Wij zien elk jaar een aantal klanten sterven. Soms is dat een natuurlijk overlijden, soms een onnatuurlijke dood.

Wat bedoel je met een onnatuurlijke dood?
Goh, dat is een moeilijk verhaal. Er kwam hier altijd een duo vroeger. De ene heette Gaston en de andere heette natuurlijk ... Leo, haha. Beste kameraden, altijd samen op stap. Nu, de Gaston overlijdt aan een natuurlijke dood, in zijn appartement. Nog geen week later is de Leo ook dood. Wat is er gebeurd? Die Leo was een ‘homoke’ en een beetje simpel. Beetje mentaal gehandicapt. Hij was naar de Rainbow geweest, dat homocafé in de Van Schoonhovenstraat [rue de Vaseline in de Antwerpse volksmond, red.]. Daar had hij contact met twee jonge mannen met slechte intenties. Ze hebben hem gewurgd en vermoord in zijn appartement. Leo heeft lang afgezien. Ik ben daar dagenlang niet goed van geweest. Dat was zo’n brave ziel.

cafe-in-de-stad-aalst-carnotstraat-antwerpen-gevel

Wat vind je van de mensen die hun bezoek aan dit café als een uitstapje naar de zoo beschouwen?
Ik weet wel waarom sommige mensen hier graag komen. Mensen die houden van het volkse, van het marginale, zonder dat zelf te zijn. Ik vind dat niet erg. Die mogen hier zijn. Zolang je maar respect toont. Ik heb het ook al meegemaakt dat mensen hier komen en letterlijk mensen uitlachen in hun gezicht. Die wijs ik de deur. Maar mensen die voor het foute komen, prima. Ik ben zelf ook ne foute gast, een figuur. Al kleed ik mij er nu wel minder naar dan een paar jaar geleden, haha.

"Ik ben een PVDA’er en hier zitten veel Vlaams Belangers. Dat botst soms."

Hoe ga je om met racistische praat aan de toog?
Ik ben eigenlijk blij dat je dat vraagt. De vaste klanten weten intussen dat ze daar bij mij niet mee moeten afkomen. Ik ben van een andere generatie. Maakt mij niet uit of je bruin, geel of paars bent. Zolang je maar vriendelijk bent voor elkaar.

Ik kan mij daar wel heel druk in maken. Ik ben een PVDA’er en hier zitten veel Vlaams Belangers. Dat botst soms. Maar dan nog, hier zijn veel mensen die op VB stemmen waar ik persoonlijk heel goed mee overeenkom.

Krijg je ook niet-blanke mensen over de vloer?
Ja, we hebben ook vaste klanten van allochtone origine die hier dagelijks komen. Die voelen zich ook welkom. Als ze hun mond opentrekken, spreken ze vaak even plat Antwerps als de rest. Nu ja, ik heb zelf geen kleurtje dus ik weet niet hoe het is. Ik weet dat sommige mensen wel eens eens een vieze blik werpen. Of iets zeggen. Dat zal niet zo tof zijn. Maar als ik het zie, dan zeg ik er iets van.

[Een zwarte man komt het café binnen. Hij probeert horloges te verkopen aan het cliënteel. Dylan begroet hem hartelijk en slaat een praatje.]

Dat is Kabila, echt een gouden gast. Ja, die verkoopt rommel. Allumeurs, knuffeldieren, discoballen, massagetoestellen, noem maar op. Kabila kent mij ook al van toen ik nog klein was. Iedereen noemde die Mobutu, een gemene bijnaam. Ik heb hem toen gezegd: ik weet waarom ze u Mobutu noemen, maar jij heet volgens mij helemaal niet zo. Hoe heet je echt? Bleek die toch wel Kabila te heten, haha. Er was hier ook zo’n vrouw die hem altijd Gust noemde, naar de gorilla van de Antwerpse Zoo. Die vrouw komt hier gelukkig niet meer.

cafe-in-de-stad-aalst-antwerpen

Wat is het bizarste dat je hier al hebt meegemaakt?
Er kwam hier een tijdje regelmatig een groep Oost-Europeanen. Veel zuipen, trakteren en alles erop en eraan. Op een dag zijn we aan het afsluiten, we doen de rolluiken naar beneden. Ik probeer de chasse door te trekken van de wc, maar dat lukt niet. Boven de wc zit een luik met een kast met een deel van de spoelbak. Mijn tante en ik doen dat open om te zien wat er mis is. Zit daar toch wel iemand in? Een van die Oost-Europeanen was daar in gekropen. Dat is echt een kleine ruimte, hé. Verstopt, om als het café gesloten is hier geld te stelen.

"Mijn tante wou die inbreker afrossen met een stoel, maar ik heb ze tegengehouden. En die gast zat ons vierkant uit te lachen. Toen de politie kwam, haalde hij zijn penis uit zijn broek."

Hij had een zak bij met een koevoet en messen. Al een chance hebben we meteen die zak kunnen afpakken. We hebben die gast hier gehouden tot de flikken kwamen. Mijn tante wou die inbreker afrossen met een stoel, maar ik heb ze tegengehouden. En die gast zat ons vierkant uit te lachen. Toen de politie kwam, haalde hij zijn penis uit zijn broek. Echt een mafkees.


Wil je meer verhalen zoals dit? Schrijf je in voor onze wekelijkse newsletter.


Wat heeft dit beroep je geleerd?
Drie dingen. Eén: drink met mate. Je ziet hier veel alcoholici. Mensen die hier binnenkomen met trillende handen. Dat is niet oké. Ik geef dan wel iets natuurlijk, anders gaan ze toch op een ander. Twee: veel geduld. Dat heb je echt nodig. En drie: don’t judge a book by it’s cover. Dat is het belangrijkste.

Volg VICE België razendsnel op Instagram.

Dylan-Moorthamer-cafebaas-in-de-stad-aalst-antwerpen-grootmoeder-rita-tante-nancy

Dylan met zijn grootmoeder Rita (links) en zijn tante Nancy (rechts)