Advertentie
vakantie

Waarom je nooit iemand moet opwachten op de luchthaven

Een uur lang wachten naast iemands moeder met wie je snel bent uitgepraat, is het ongemakkelijke moment van het wederzien niet waard.

door Nils de Lange
16 augustus 2018, 8:55am

Foto door Rik Beune

In televisieprogramma's die zich afspelen op een luchthaven zijn het afscheid en weerzien van familie of vrienden telkens een emotioneel hoogtepunt. Maar als je die momenten al eens in het echt hebt meegemaakt, dan weet je wel beter: het is absoluut niet de moeite waard om je naar de luchthaven te verplaatsen als je niet zelf op reis gaat. Iemand naar de luchthaven brengen en afscheid nemen: prima. Maar de suggestie dat het ook allemaal zo leuk is om mensen van Zaventem of 'Brussels-South' Charleroi op te halen, is een pertinente leugen. Mensen ophalen van de luchthaven is namelijk de ongemakkelijkste activiteit ooit, voor alle betrokkenen.

Als iemand die je lang niet hebt gezien met een hoop bagage terugkomt, is het natuurlijk heel vriendelijk om even naar de luchthaven te rijden zodat diegene niet al z'n enorme koffers de trein in moet zeulen. Dat is niet het soort ophalen waar ik het over heb. Dat is een goede vorm van ophalen. De vorm van ophalen die ik bedoel, is die vorm die in televisieprogramma's gecultiveerd wordt.

Het tafereel ziet er altijd zo uit: een groepje mensen staat achter een metalen hekje te wachten tot een ondoorzichtige schuifdeur open gaat, waar de terugkomer op een zeker moment doorheen zal lopen, zodat ze deze verloren vriend eindelijk weer in de armen kunnen sluiten. Op papier (en op tv dus) een nobel gebaar, een moment om te koesteren. Maar in werkelijkheid zuigt echt élk aspect ervan.

Stel, je besluit om iemand op te wachten op Zaventem. Het eerste wat je doet is het opzoeken van de vluchtgegevens van diegene, om te zien hoe laat het vliegtuig landt. Het is echter informatie waar je precies niets aan hebt, want afhankelijk van de landingsbaan, de stand van de wind en de hoeveelheid haast van de piloot duurt het daarna nog tussen de twintig en veertig minuten voor het vliegtuig aan de gate staat. Daarna moet iedereen eruit.

Wie weleens enorm heeft moeten pissen precies vanaf het moment dat de wielen van het vliegtuig de landingsbaan raken (dit gebeurt mij letterlijk iedere keer dat ik in een vliegtuig zit) weet dat de gemiddelde mens er zo’n halve eeuw over doet om uit een vliegtuig te stappen. Mensen zoeken hun handbagage, sluiten in de rij aan, schuifelen het vliegtuig uit, en maken nog even een praatje met de stewardess alsof er niet honderd mensen achter ze in het gangpad staan die na een vlucht van elf uur wel even zin hebben in een hapje frisse lucht. Vervolgens blokkeren dronken zakenmannen en gezinnen waarvan alle leden zo'n opblaaskussentje om de nek hebben de boel op die fucking lopende band, die er juist voor bedoeld is om mensen sneller door die oneindige gangen van de luchthaven te jagen, maar op deze manier ongeveer het tegenovergestelde effect heeft.

Al die tijd sta jij aan dat hekje, voor die ondoorzichtige schuifdeur, te wachten, terwijl je hoopvol kijkt naar het scherm met aangekomen vluchten, waarop inmiddels staat aangegeven dat de vlucht waarop je wacht daadwerkelijk is geland. Dat stemt je hoopvol. Het kan nu niet lang meer duren, denk je. Maar dat denk je dus verkeerd, want eerst moet de bagage nog uitgeladen worden, waarna die koffers via een eindeloos ondergronds gangenstelsel naar de bagageband moeten worden getransporteerd, en die persoon die jij komt ophalen moet zijn bagage uit die ronddraaiende reeks identieke zwarte koffers zien te vissen. En jij staat daar maar, steeds langer aan het wachten.

Tijdens dat wachten kan je niet veel meer doen dan wachten. Je wil wel even naar de Starbucks lopen voor een kop koffie, maar wat als de persoon die je komt halen net naar buiten komt op het moment dat jij in de rij staat voor je iced latte met magere melk en twee pompjes kokossiroop. Dus blijf je staan, daar aan dat hekje.

Nu is een uur aan dat hekje staan wachten één ding – een overkomelijk euvel, want je kunt soms best een uurtje stukslaan door naar andere mensen te kijken. Maar je staat niet alleen aan dat hekje. Er is altijd ook de moeder van diegene die je komt ophalen, die haar kind heel erg heeft gemist. Je kent deze moeder niet echt, maar moet dus wel een uur met haar zien vol te lullen. Ze vraagt hoe het gaat met je studie (daar ben je twee jaar geleden mee gestopt zonder diploma, maar leg dat maar eens uit aan een moeder) en praat over haar kind, het kind waar jullie op staan te wachten. Daarna zijn de gespreksonderwerpen op, en je staat daar pas vijf minuten. Ik stel me de hel voor als een plek waar je aan een hekje naast iemands moeder staat met wie je tot in de eeuwigheid het gesprek aan de gang moet zien te houden.

Uit pure verveling laat je bij die machine die is uitgevonden om extreem verveelde mensen geld uit hun zakken te kloppen een spandoekje drukken met de tekst ‘welkom terug ouwe rukker’, of iets anders ludieks. Dit kost je 22 euro, en zal twee minuten na aankomst van de rukker in kwestie door alles en iedereen vergeten worden. Sta je eigenlijk wel bij de goede gate? Ja, je staat bij de goede gate. Nog steeds, net als zes minuten geleden, toen je ook even ging kijken of je wel bij de goede gate stond, om in ieder geval voor de duur van het heen en weer lopen even niet te verteren in de ongemakkelijke stilte tussen jou en de moeder.

Net als je met je gedachte bij je eigen uitvaart zit, een evenement waar je opeens helemaal niet zo erg meer tegenop ziet, gaat de schuifdeur gaat open. Die reiziger op wie je dit hele verhaal lang al stond te wachten komt naar buiten, een grote rolkoffer achter zich aan slepend. Dit is de grote climax waar je het voorbije uur naartoe hebt geleefd. Je wappert enthousiast met dat domme spandoek, de reiziger glimlacht, zegt ‘hallo’, vertelt hoe z’n vlucht was (“Klote, ik zat de hele vlucht tussen links een baby en rechts een dronken opa met obesitas en een blaas die het niet zo goed meer doet als veertig jaar geleden, ik heb geen oog dicht gedaan”). Daarna valt het gesprek dood, want het moment is te officieel om het over een kleine, lollige reisanekdote te hebben, terwijl het onmogelijk is om in een paar zinnen iets zinnigs te zeggen over de zieke avonturen die hij tijdens die rondreis over Antarctica of die expeditie naar Zuid-Panama allemaal heeft meegemaakt.

“Was het leuk?” vraag je toch maar, tegen beter weten in.

Die reiziger heeft bovendien een jetlag, stijve benen, en zin om iets normaals te eten. “Beetje lekkere wijven, daar in Oeganda?” wil je nog vragen om het ongemak te verdrijven, maar die moeder is er nog steeds bij, dus hou je je in. “Leuk dat je bent gekomen”, zegt de vriend waar je net een heel uur van je zaterdagochtend op hebt staan wachten. Maar ik ga nu even naar huis, douchen en een dutje doen. Ik bel je wel als ik me wat beter voel, oké? Het hele contactmoment heeft vijf onbevredigende minuten geduurd. In de trein naar huis - jep, je hebt aan dit ondermaats toneeltje een ticket plus die fucking Diabolotoeslag gespendeerd - overdenk je de zin van het bestaan.

Een tip voor alle vriendelijke mensen in de wereld: ga alleen naar Zaventem als je zelf moet reizen. Als je beste vriend na een half jaar hangmatten knopen in Costa Rica terug naar België komt, stuur hem dan een WhatsAppje rond de tijd dat hij landt. Als je echt van je vriend houdt, spreek dan een halve dag later af in jullie favoriete café. Dat scheelt niet alleen een hoop ongemak, het bier is er ook goedkoper dan op de luchthaven.

Volg VICE België op Facebook.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op VICE NL.