huiselijk geweld hulplijn belgie
Illustratie door Cathryn Virginia
Identiteit

Ik werk bij de hulplijn voor huiselijk geweld in België

“Het echte gevaar van heel deze thuisquarantaine is dat slachtoffers ons niet meer kúnnen bellen, omdat hun partner de hele tijd bij hen is.”
03 april 2020, 3:00pm

In België wordt één op de vijf vrouwen ooit slachtoffer van huiselijk geweld. Jaarlijks worden er meer dan 46.000 klachten voor intrafamiliaal geweld neergelegd bij de politie, en dat cijfer is slechts het topje van de ijsberg. “We schatten dat 78 procent van de gevallen van huiselijk geweld niet wordt aangegeven,” zei Bieke Purnelle, directielid van het gendercentrum ROSA, daarover tegen HLN. Huiselijk geweld gebeurt ook tegen mannen: uit cijfers van 2018 bleek dat het bij 30 procent van de klachten die worden neergelegd gaat om mannelijke slachtoffers.

Door de quarantainemaatregelen die we nu moeten naleven, wordt de thuissituatie van veel slachtoffers van huiselijk geweld namelijk nog slechter, door de extra spanningen en minder vrijheid die deze maatregelen onvermijdelijk met zich meebrengen. Verschillende hulplijnen spreken al over een verdriedubbeling van het huiselijk geweld sinds het begin van de coronacrisis__. “Vandaag al krijgen vele politiezones en parketten meer klachten over familiaal geweld,” meldde hulplijn 1712 bovendien.

Daarom besloten we samen te werken met het feministische collectief ‘Laisse Les Filles Tranquilles’ om een bewustmakingscampagne te starten. Daarmee willen we slachtoffers eraan te herinneren dat er altijd iemand voor hen klaarstaat. En we willen jullie er allemaal aan herinneren dat het ook jouw verantwoordelijkheid is om reageren als je vermoedt dat iemand in gevaar is.

Naast zelf alert te blijven, kan je ook helpen door deze campagne mee te verspreiden. Zo kan je de visuals die we hebben gepost op Instagram en Facebook delen met je eigen netwerk. Nog een optie: druk de poster af en hang hem aan je raam of in de gang van je gebouw. (Als je geen printer hebt, kan je de tekst ook gewoon overschrijven op een stuk papier.) Je kan ook een exemplaar meenemen naar de apotheek, buurtwinkel of supermarkt, als je daar moet zijn.

Hoe is het om één van de mensen te zijn die samen zeven dagen op zeven en vierentwintig uur per op vierentwintig beschikbaar zijn voor slachtoffers van huiselijk geweld? Wij spraken met “, die al jarenlang werkt bij Ecoute Violences Conjugales, de Franstalige hulplijn voor huiselijk geweld in België. Op Nederlandstalige kant is dat 1712, de hulplijn voor iedereen die vragen heeft over geweld, misbruik of kindermishandeling.

Heb je zelf geweld meegemaakt, was je getuige van geweld of vraag je je af of jouw gedrag wel oké is? Dan kan je gratis en anoniem bellen naar 1712 , of met hen mailen of chatten. (In noodsituaties bel je naar de politie via het nummer 101.)


“Eigenlijk ben ik in 1980 in Bergen afgestudeerd als opvoeder. De switch naar deze job kwam er nadat ik verliefd werd op mijn huidige partner. Op een dag zei tegen hij: “Mijn moeder is dood, en het is mijn vader die haar heeft vermoord.” Ik kon echt niet begrijpen hoe het ooit zover zou kunnen komen dat mensen zoiets doen, dus heb ik toen beslist om mezelf daarin te specialiseren.

Daarvoor werkte ik als opvoeder in een internaat. Vervolgens ben ik even werkloos geweest, om uiteindelijk aan de slag te gaan bij het Collectif contre les Violences Familiales et l'Exclusion. Voor mij was dat ook dé kans om te proberen te begrijpen wat er bij de ouders van mijn partner was gebeurd. Door opleiding na opleiding te volgen, heb ik mijn kennis bijgeschaafd, en ik blijf elke dag bijleren. Ondertussen heb ik flink wat achtergrondkennis.

Zoals veel teamleden wissel ik mijn werk bij de crisislijn af met shiften op de ambulante dienst, waar we psychologische steun verlenen aan slachtoffers na hun verblijf in het opvangcentrum. Ik ben in 1992 in het opvangcentrum beginnen werken, dus ik doe dit al 28 jaar.

“We zijn maar met z'n tweeën op dit moment, dus het houdt nooit op. Ik heb bijna geen stem meer. We zullen absoluut nog een derde lijn moeten opstarten.”

Normaal gezien werk ik vooral op de ambulante dienst en slechts een paar dagen bij de hulplijn. Maar door de quarantainemaatregelen die mensen nu moeten volgen, heb ik net vijftien dagen op rij aan de telefoon gezeten. We beantwoorden de oproepen van thuis uit. Normaal krijgen we ongeveer twintig oproepen per dag. Maar nu zijn dat er meer dan dertig. We zijn maar met z'n tweeën op dit moment, dus het houdt nooit op. Ik heb bijna geen stem meer. We zullen dus absoluut nog een derde lijn moeten opstarten.

De opvangcentra zitten ook vol, dus hebben we contact opgenomen met het OCMW. Dankzij hen hebben we sinds onlangs huizen, hotels en vakantiehuizen ter beschikking gekregen. _[In Vlaanderen heeft Vlaams minister van Handhaven en Justitie Zuhal Demir (N-VA) onlangs_ een akkoord bereikt met een hotelketen die zijn lege kamers ter beschikking stelt om meer opvangplaatsen voor huiselijk geweld te kunnen garanderen, red.] De laatste 15 dagen moesten we ons continu aanpassen aan veranderende situaties en snel reageren. Ondertussen is er weer iets meer rust, omdat we nu meer oplossingen kunnen aanbieden aan slachtoffers.

Toch wil ik de cijfers ook wat nuanceren, want de toename in het aantal oproepen is niet per se een correcte weergave van het aantal slachtoffers of gevallen van huiselijk geweld. Ten eerste hebben veel meer mensen nood aan een babbel, omdat ze zich nu in zo’n onaangename situatie bevinden. We hebben zelfs al telefoontjes gekregen van gevangenen die aan het afzien zijn door de quarantainemaatregelen, omdat ze nu geen bezoek meer mogen ontvangen. En we krijgen nu ook veel oproepen uit de omgeving van slachtoffers, bijvoorbeeld van een meisje dat zich zorgen maakt om haar moeder, of andersom.

Het probleem is dat de familieleden vaak nog ongeruster zijn dan de betrokkenen zelf, dus proberen we hen eerst te kalmeren. Bovendien begrijpen mensen uit de omgeving de complexiteit van zo’n situatie vaak niet. Hun eerste, typische reactie is om het slachtoffer aan te moedigen om weg te lopen, maar daarvoor is het niet altijd het juiste moment. Weglopen moet je goed voorbereiden. Daarbij komen vaak ook vooroordelen kijken zoals: "Ze is weer naar hem teruggegaan, dus ik ga haar niet meer helpen, ik trek het mij niet meer aan." Dus het is echt belangrijk dat het slachtoffer zelf naar ons belt, zodat we naar haar kunnen luisteren zonder vooroordelen, en we haar bewust kunnen maken van al haar opties, met de nodige respect voor wat ze zelf wil.

Uiteindelijk is het grootste gevaar van deze thuisisolatie dat slachtoffers ons niet kúnnen bellen, omdat hun partner de hele tijd bij hen is. Maar je mag de inventiviteit van slachtoffers ook niet onderschatten. Ze bellen ons wanneer hij boodschappen is gaan doen, of verstoppen zich gewoon in de badkamer. Of het geweld door heel deze situatie toegenomen is? Dat weten we nog niet, maar het gevoel dat je constant in de gaten gehouden wordt, creëert zeker een gevoel van angst. En als ze ons daardoor niet kunnen bellen, zullen we nooit weten hoe het écht zit.

Als we gebeld worden, doen we dat wat de persoon aan de andere kant van de lijn van ons vraagt. Elke oproep is anders. Soms wil het slachtoffer gewoon dat iemand luistert, zonder dat ze per se weg wil uit die situatie. Soms willen ze advies. Soms willen ze weten of wat ze hebben meegemaakt wel degelijk ‘geweld’ genoemd kan worden. En soms hebben we iemand aan de lijn die wil ontsnappen en wil weten hoe ze zo’n ontsnapping het beste aanpakt. We hebben juridische specialisten, criminologen en vele andere profielen in ons team om hen daarbij te helpen. Er zijn veel vrouwen die ons vaker bellen: met hen maken we dan ook plannen voor een langere termijn.

Onlangs kreeg ik een telefoontje van een vrouw die niet wist of ze slachtoffer was geworden van geweld, of gewoon een ruzie had meegemaakt. Maar als diezelfde persoon je constant vernedert, dan gaat het wel degelijk om geweld. Ruzies vinden plaats in een gelijkwaardige relatie: dat is het verschil.

“Bij iemand die mishandeld wordt, is de amygdala in de hersenen opgezwollen, omdat die overbelast wordt door stresssignalen. Het veroorzaakt een soort verdoving bij het slachtoffer: het dissociatie-effect.”

Een belangrijke stap is het slachtoffer bewust maken van het geweld, en de indicatoren daarvan. Weten wanneer het geweld begint, wanneer de spanningen toenemen, wanneer het ontploft en wanneer het afneemt. Voor de dader gaat het van spanning naar agressie, en dan van rechtvaardiging naar verzoening. Voor het slachtoffer begint het met angst, dan boosheid en schaamte, om uiteindelijk te gaan naar verantwoording en hoop.

Als het slachtoffer te maken krijgt met psychologisch geweld, en daar dan op een bepaald moment tegenin wil gaan om dat geweld te doorbreken, zullen wij dat altijd afraden. Want als ze normaal nooit reageert, kan het zijn dat wanneer ze dat voor het eerst wél doet, de dader overgaat naar fysiek geweld om zijn macht te kunnen houden. In feite moet ze even onderdanig blijven, want dan weet ze tenminste wat ze kan doen in de tussentijd. Of dat nu kledij inpakken is of codes afspreken met mensen uit haar omgeving die haar steunen.

Er zijn duizenden verschillende scenario's. Met eenvoudige aanwijzingen uit het gesprek, zoals ‘ik voel het nog steeds’, kan ik te weten komen in welke stadium iemand zit. In dat geval is het trauma bijvoorbeeld nog altijd zintuiglijk aanwezig, dus moeten wij dan helpen om die fysieke gevolgen te doen verzwakken en uiteindelijk te laten verdwijnen. Als een vrouw voortdurend met mij praat over wat ze allemaal voor haar partner doet, betekent dat dat ze zichzelf vergeet, en dat haar partner haar volledig naar zijn hand aan het zetten is.

Eigenlijk gebruiken we onze hersenen voor een deel voor gedachten, voor een deel voor herinneringen en dan heb je nog de amygdala. Bij iemand die mishandeld wordt, is de amygdala opgezwollen, omdat die overbelast wordt door stresssignalen. Het zorgt ervoor dat ook andere delen van de hersenen verpletterd worden. Interessant genoeg kun je dat zelfs zien op een MRI-scan. Het veroorzaakt een soort verdoving bij het slachtoffer: het dissociatie-effect. Dat zijn momenten van afwezigheid waarop het slachtoffer als het ware haar lichaam verlaat om de pijn niet te moeten voelen. Dat is ook waarom een verkrachtingsslachtoffer zich vaak het voorval zelf niet herinnert. Het is een overlevingsmechanisme. Maar het probleem is dat het ook werkt als een tijdsmachine, en dat de volgende keer slechts een kleine aanleiding nodig is om ervoor te zorgen dat het slachtoffer weer in die afwezigheid of dissociatie belandt.

“In België wordt er elke tien dagen een vrouw gedood door haar man, geliefde of ex-geliefde.”

Ik spreek trouwens al de hele tijd over vrouwelijke slachtoffers en mannelijke daders. Natuurlijk krijgen we ook telefoontjes van mannen. Wij beantwoorden die op dezelfde manier, passen dezelfde redeneringen toe en tonen evenveel empathie. Maar het komt veel minder vaak voor. In België wordt er elke tien dagen een vrouw gedood door haar man, geliefde of ex-geliefde. Die statistieken zijn anders voor mannen. Maar de kans dat mannen die slachtoffer zijn van huiselijk geweld, contact met ons opnemen, is nog kleiner dan bij vrouwelijke slachtoffers.

We werken ook nauw samen met vzw Praxis, de hulplijn voor daders van huiselijk geweld. Dat maakt ons volgens mij sterker. We wisselen onderling kennis uit en helpen elkaar. We doen elks ons eigen werk, maar wel met hetzelfde gemeenschappelijke doel voor ogen: veiligheid.

Ik weet dat mijn werk misschien intens lijkt, maar ik ben heel gepassioneerd. Ik haal veel voldoening uit mijn job, en ga nooit met tegenzin werken.”

Krijg elke week onze 10 beste verhalen gemaild: schrijf je nu in voor de gratis VICE-newsletter.

Volg VICE België op Facebook, Twitter en Instagram voor meer originele verhalen over alles wat ertoe doet in de wereld.