Cultuur

Het geheime recept achter de line-ups van Dour en Primavera

"Het gaat er ook om dat we genres willen brengen die vaak gestigmatiseerd worden, zoals reggaeton of pure pop. En dat we artiesten boeken uit landen waar programmatoren meestal niet gaan kijken."

door Souria Cheurfi
05 november 2019, 5:30pm

Van 7 tot 8 november palmt FiftyFifty Lab vijf centrale locaties in Brussel in voor de eerste editie van hun nieuwe ‘Smart Curation Festival’. ‘Smart’ omdat ze slim genoeg waren niet alles zelf te doen: ze nodigden 20 Europese festivals uit, die hun muzikale ontdekkingen mochten tippen voor de uiteindelijke line-up. Zo kan je dus binnenkort in Brussel genieten van de nieuwe lievelingsmuzikanten van ondere andere Dekmantel en Best Kept Secret.

FiftyFifty heeft haar programmatie dus slim aangepakt, maar hoe werkt dat eigenlijk bij meer traditionele festivals? Wij vroegen Pau Cristòful, programmator bij Primavera Sound uit Barcelona, en Mathieu Fonsny van Dour festival, hoe zij zorgen voor een geslaagde line-up.

VICE: Hey, jongens! Een festival duurt maar een paar van de 365 dagen van een jaar. Hoe lang op voorhand beginnen jullie dus met de line-up?
Pau: Dat houdt nooit op eigenlijk… Wij beginnen meestal voorstellen aan artiesten te sturen vanaf september. Dat gaat dan door tot ongeveer eind november. Voor 2021 hebben we dus al best wat artiesten gevraagd. Last minute aanpassingen zijn onvermijdelijk natuurlijk, dus de allerlaatste artiesten voor Primavera worden pas in mei geboekt. [Primavera vindt elk jaar eind mei - begin juni plaats, red.] In elk geval: we zijn altijd op zoek naar nieuw talent, via het internet, maar ook via showcasefestivals zoals FiftyFifty Lab.
Mathieu: Bij Dour en Marsatac zijn we al bezig met de volgende editie wanneer de huidige nog niet voorbij is. We denken dan niet noodzakelijk na over specifieke groepen, maar meer over de sfeer en richting die we uit willen. Was de programmatie van Dag 1 wel de juiste keuze? Moeten we volgend jaar meer artiesten van dit of dat genre boeken? Enzovoort. Het zijn allemaal vragen die ons al tijdens Dour bezighouden en die onze keuzes voor de volgende editie beïnvloeden. Pas wanneer we weten welke richting we uit willen, beginnen we specifieke artiesten te programmeren.

Met hoeveel mensen werken jullie aan de programmatie?
Mathieu: Voor Dour zijn we met z’n tweeën. We hebben ook nog consultants voor metal, dub, drum’n’bass en andere specifieke genres. Eigenlijk zijn we dus met vijf.
Pau: Bij Primavera werken we er met tien mensen aan: een goede mix van metalheads, reggaeton-fans, enzovoort. Daardoor wordt onze line-up telkens een eclectische en gevarieerde weergave van de huidige tendensen in de muziekwereld. Het team werkt zowel aan de programmatie voor Barcelona als die voor Portugal, en sommigen werken ook aan de line-up voor onze eerste editie in Los Angeles in september 2020.

Je moet met heel wat dingen rekening houden wanneer je een line-up cureert. Hoe belangrijk zijn lokale artiesten bijvoorbeeld voor jullie?
Pau: We hebben heel wat lokale artiesten vanaf hun eerste stappen gesteund. Rosalía stond bijvoorbeeld al in ons auditorium in 2017. En John Talabot speelde zijn eerste set voor ons in 2012 om drie uur ‘s ochtends – dé prime time voor dj’s – lang voordat hij internationaal bekend werd. Het is belangrijk om lokale artiesten te ondersteunen als je de scene in je land gezond wil houden. Daarnaast hebben de internationale artiesten die hier spelen ook een niet te onderschatten impact op de lokale muzikanten. Zo ontdekte ik in mijn tienerjaren groepen als Sonic Youth, Slint of Pelican op Primavera, die later een belangrijke invloed hadden op de sound van de band waarin ik later speelde.
Mathieu: De line-up van Dour bestaat voor zo’n 40% uit Belgen, geloof ik. We proberen ieder jaar lokale artiesten in de spotlights te zetten in alle mogelijke genres. Eender of dat nu opkomende groepen zijn, of acts die volgens ons gewoon meer aandacht verdienen. Namen als Amélie Lens, Charlotte de Witte, Roméo Elvis of Damso stonden niet voor niets bovenaan onze affiche... of Le Motel die voor 9000 man de Boombox plat speelde. Daarnaast hebben we ook een 100% Belgische line-up gehad in de Labo op vrijdag, de dag waarop de meeste professionals uit de muziekindustrie op Dour te vinden zijn.

Zijn lokale artiesten voldoende om een groot publiek te trekken, of heb je toch altijd nog grote, internationale headliners nodig?
Mathieu: Volgens mij zit het zo: als je een specifiek publiek aanspreekt, op één bepaalde plek, en ervoor zorgt dat het unieke DNA van je event altijd behouden blijft, dan komt er een moment waarop je de community gewoon mee hebt. Zolang je hun vertrouwen niet misbruikt, zal die community ook komen opdagen — ook al boek je geen grote headliners.
Pau: Dat klopt. Het hangt echt af van je line-up en de geschiedenis van je festival. Er zijn gigantische festivals zoals Fusion die uitverkopen zonder dat ze ook maar één naam hebben aangekondigd, omdat mensen het festival kennen en vertrouwen hebben in hun programmatie. Naast Primavera ben ik ook betrokken bij de Spaanse editie van MUTEK, en daar krijgen we heel veel vrijheid, omdat het heel wat minder groot is dan Primavera. Daardoor kunnen we ook meer experimenteren met de line-up. Al is het publiek van Primavera wel een van de meest nieuwsgierige wat nieuwe muziek ontdekken betreft.
Mathieu: Toch denk ik dat het bij Dour belangrijk is om headliners te boeken die ervoor zorgen dat er momenten zijn waarop iedereen samenkomt en een speciaal moment met elkaar meemaakt. Dat maakt of kraakt het festival niet, natuurlijk. Het DNA van Dour gaat nog steeds om muzikale diversiteit en de zin om nieuwe artiesten te ontdekken, met rondom je mensen die van overal komen om ieder jaar weer vijf waanzinnige dagen samen door te brengen.
Pau: Exact! Met Primavera hebben we inmiddels zo’n goede reputatie dat veel mensen hun ticket al kopen voordat de hele line-up bekend is. Nu onze capaciteit groter dan 60.000 bezoekers per dag is geworden, helpen die grote namen ons wel om nog meer tickets te verkopen.

In 2019 bestond de line-up van Primavera voor 50% uit vrouwelijke artiesten. Is zo’n aanpak noodzakelijk in onze tijd?
Pau: Die keuze heeft internationaal heel wat stof doen opwaaien, omdat onze line-up even veel mannelijke als niet-mannelijke artiesten bevatte. Ik heb het trouwens liever niet over ‘vrouwelijke representatie’, omdat het ook over trans en non-binaire personen gaat. Daarnaast gaat onze filosofie van ‘The New Normal’ ook nog verder: het gaat er ook om dat we genres willen omarmen die vaak gestigmatiseerd worden, zoals reggaeton of pure pop, en dat we artiesten boeken uit landen waar programmatoren meestal niet gaan kijken. Ik denk dat iedereen die morele en ethische plicht heeft, en dit initiatief heeft iets losgemaakt in de muziekindustrie, of het nu gaat om andere festivals of zelfs managers die plots beseften dat ze geen enkele niet-mannelijke artiest onder hun hoede hadden.

En hoe zit dat bij Dour, Mathieu?
Mathieu: Wel, bij ons verloopt dat vrij organisch. We proberen onszelf zo weinig mogelijk beperkingen op te liggen, om de simpele reden dat we een festival zijn waar veel genres te zien zijn, zoals metal, reggae, hiphop, techno, enzovoort. Sommige van die genres hebben niet zo heel veel niet-mannelijke artiesten en soms is het zelfs heel moeilijk om ook maar één niet-mannelijke artiest te pakken te krijgen. Dat verklaart waarom het niet gelijk opgaat bij ons.

Denken jullie dat de muziekindustrie baat zou hebben bij quota rond gender en diversiteit?
Pau: Daar geloof ik niet echt in. Dat zou bookers ertoe kunnen brengen gender als de voornaamste reden te zien om een artiest te promoten – en niet de kwaliteit van zijn/haar/hun muziek. Het merendeel van de festivals zijn private ondernemingen, geen beursgenoteerde bedrijven. Dat wil zeggen dat, zelfs als je een bepaalde ethiek aanhoudt, je toch vrij blijft om te doen wat je wil. Maar in ieder geval, als ík een artiest boek, doe ik dat in de eerste plaats omdat ik van hun muziek hou, en omdat hij/zij/hen past in onze line-up, niet omwille van hun gender. Een diverse, evenwichtige line-up maakt je festival natuurlijk wel innovatiever én interessanter.
Mathieu: Ik denk wel dat dat de norm moet worden. Ik heb enorm genoten van Primavera dit jaar. Met Dour wisten we het simpelweg niet klaar te spelen, om de redenen die ik net aanhaalde, maar binnen de meer dominante genres zoals techno of hiphop streven we toch naar gendergelijkheid.

Tot slot: wat zijn dé voornaamste ingrediënten voor een goede line-up?
Mathieu: Je moet proberen om je publiek tegelijkertijd te verwennen, te verbazen én ze nieuwe dingen te laten ontdekken.
Pau: Volgens mij gaan line-ups vooral om evenwicht. Verlies jezelf niet in de uurroosters, maar probeer met je line-up een zinvol verhaal te brengen, met artiesten die elkaar mooi aanvullen.

Ontdek de artiesten die Dour en Primavera selecteerden voor FiftyFifty Lab op 7 et 8 november in Brussel.

Tagged:
primavera
Dour
muziek
België