Soukous congolese muziek
Cultuur

Hoe deze albums ervoor zorgden dat Congolese muziek populair werd in België

In de jaren 80 ruilden heel wat Congolese soukous bands de arbeiderswijken van Kinshasa voor opnamestudio’s in Brussel.
06 februari 2020, 10:00am

__In onze reeks voor Black History Month geven we extra aandacht aan de geschiedenis van de Afrikaanse diaspora, haar cultuur, en de vragen die het kolonialisme nog steeds oproept.__

Toen slavenhandelaars Congolezen in de 14de eeuw gedwongen naar Cuba begonnen te verschepen om ze daar als slaven te laten werken, vergezelde nkoumba hen om hun wonden te helen. Deze Centraal-Afrikaanse danse du nombril of ‘buiknaveldans’ zou eeuwen later getransformeerd terug op het Afrikaanse continent belanden. Aan het begin van 20ste eeuw arriveerden er namelijk afstammelingen van Caribische slaven in Congo. De Cubaanse rumba (wat “feest” betekent in het Spaans) die ze met zich meenamen, was de muziek die was ontstaan nadat de nkoumba zich had gemengd met andere muzikale stromingen. Onder invloed van de muziekinstrumenten en -stijlen die de kolonisten met zich meebrachten, werd Congo in de late jaren 1930 opnieuw het land van de rumba. In de jaren 60 werd rumba dankzij Indépendance Cha Cha van Grand Kalle zelfs de muziek van de Congolese onafhankelijkheid.

Soukous ontstond in de jaren 60. De naam van het muziekgenre stamt af van het Franse woord secouer, of schudden, wat te maken heeft met de snelheid van de muziek. Soukous wordt vaak ten onrechte als synoniem gebruikt voor rumba, maar is er eigenlijk een afgeleide van. Jonge onbezonnen mensen uit Kinshasa vervormden rumba met rock’n’roll invloeden om een sneller ritme te creëren met funkinvloeden en meer nadruk op lange elektrische gitaarsolo’s. Een van de bekendste vertegenwoordigers van dit nieuwe muziekgenre waren Zaïko Langa Langa, de groep rond zanger Papa Wemba, toen ook wel Jules Presley genoemd. Volgens de Congolese schrijver Sylvain Bembe “veroverde deze muziek van de armen uiteindelijk ook de grote, rijke steden.”


Krijg elke zaterdag onze 10 beste verhalen over cultuur en meer gemaild: schrijf je nu in voor de gratis VICE-newsletter.


In de jaren tachtig werd soukous ook populair in Europa. Zaïko Langa Langa kent internationaal succes - niet enkel bij de Congolese diaspora in Europa - en treedt geregeld op in Brussel en Parijs. Ook verschillende andere bands verlieten de arbeiderswijken van Kinshasa voor Brusselse opnamestudio’s. VICE laat je hier kennis maken met acht albums die toen in Brussel zijn opgenomen.

Zaïko Langa Langa - Zaïko Eyi Nkisi

In 1985 bracht Zaïko Langa Langa een heleboel albums uit. Het is dan al bijna een decennium geleden sinds onenigheden ervoor zorgden dat verschillende leden de groep verlieten – inclusief de iconische Papa Wemba. Ze werden vervangen door nieuwkomers als Likinga Redo. Als verwijzing naar de verschillende veranderingen die de groep in die tijd ondergaat, besloten de leden hun naam officieel te wijzigen naar ‘Tout-choc Anti-choc Zaïko Langa Langa’.

Uiteindelijk nemen ze het album ‘Zaïko Eyi Nkisi’ in Studio D.E.S, vlakbij het De Brouckèreplein in hartje Brussel. Dat was een oude repetitieruimte die was omgevormd tot een studio, bar en restaurant. Zaïko Langa Langa viert dit jaar trouwens haar 50ste verjaardag als groep, en treedt eind februari op in de BOZAR.

Bimi Ombale ‎– Balle De Match

Twee dagen voor hun eerste concert, krijgt Bimi Ombale een plekje bij Zaïko Langa Langa als drummer. Maar omdat hij eigenlijk liever zanger zou willen zijn, groeien er steeds meer spanningen tussen hem en de bestaande zangers. Nadat velen van hen uit de groep stappen, weet hij het toch tot zanger te schoppen, en tot 1988 was Ombale een van hun meest productieve songwriters. Hij brengt ook een aantal soloalbums uit, waaronder dit ‘Balle de match’. De vier nummers werden opgenomen in Studio Caraïbes in Forest. Van 1988 tot 1991 leidde hij de Zaïko Langa Langa Familia Dei, een dissidente fractie van de oorspronkelijke groep die ontstond na eindeloze interne conflicten.

Tijdens zijn begrafenis in 2011 vatte Papa Wemba de carrière van zijn ex-vriend zo samen: “We groeiden samen op in Matonge. Hij was iemand die nooit opgaf, maar ook een slecht humeur kon hebben. Ook was hij een hitmaker: geen enkel van de liedjes die hij schreef voor Zaïko bleven onopgemerkt."

Likinga Redo - Likinga Chante Olemi

Een ander ex-lid van Zaïko Langa Langa, Likinga Redo, had een meer tumultueuze carrière dan zijn tegenhanger Bimi. In 1975 werd hij aangeworven in Zaïko om het vertrek van Papa Wemba te compenseren. Binnen het collectief onderscheidde hij zich door zijn prachtige stemtimbre. In 1983 kwam ook Redo met een sterk soloalbum: ‘Likinga Chante Olemi’, opgenomen in de grote villa van Studio Katy in Ohain in Waals-Brabant, waar ook ‘Midnight Love’ van Marvin Gaye is ontstaan.

Daarna wordt verder succes verpest door gevangenistijd die hij moet uitwitten na zijn betrokkenheid in drugshandel. Daarna trad Likinga Redo toe tot Zaïko Langa Langa Familia Dei en werkte hij een tijdje op luchthaven Parijs-Charles de Gaulle, om uiteindelijk God te vinden en over hem te beginnen zingen.

Seigneur Ley Rochereau ‎– En Amour Y A Pas De Calcul

In 1982 nam Tabu Ley Rochereau 'En amour y a pas de calcul‘ (Liefde is geen rekenwerk) op. Die titel is ongetwijfeld niet toevallig gekozen, aangezien de man volgens verschillende bronnen tussen de 35 en 120 kinderen zou hebben. De grootvader van Shay neemt zijn plaat op in de Shiva Studio in de Merodestraat, vlakbij station Brussel-Zuid. De stad Brussel kocht het gebouw in kwestie over in 2008 om het te vernietigen.

Rochereau was een belangrijke innovator van de rumba, met name door drums te gebruiken. Hij is ook de eerste Afrikaanse artiest die optrad in de iconische Olympia-concertzaal in Parijs. Hij was ook politiek actief en verzette zich vanuit België tegen de dictatuur van Mobutu en de val van het regime. Uiteindelijk keert hij terug naar zijn vaderland, waar hij vice-gouverneur van Kinshasa wordt, voordat hij in 2013 in Brussel zou sterven. Zoals een van zijn zonen zei: “Tabu Ley was niet alleen onze vader, maar ook die van alle Afrikaanse artiesten.”

Franco ‎– Attention Na Sida

Helaas is ook aids geen simpel rekenwerk. In 1985, twee jaar en elf albums na zijn grote succes ‘Mario’, brengt Franco ‘Attention Na SIDA’ uit. De plaat werd geproduceerd door African Sun Music, toen gelegen in Elsene. François Luambo Makiadi Lokanga La Djo Péné, die in 1989 nabij Dinant stierf, wordt nog steeds gezien als een van de grootste meesters van de Congolese muziek.

Vital - Experimental Soukous

In 1991 nam Vital Lukaya Lua Zala het album ‘Experimental Soukous’ op tussen Studio Caroline in Parijs en de legendarische Studio Madeleine in Brussel met de hulp van Roland Leclercq, ook geluidstechnicus bij de projecten van Placebo (de Belgische jazz-funk band, niet de niet slecht gestileerde emo's).

Volgens Clément Ossinonde, Congolees muziekexpert en voormalig radiopresentator, is de ‘Lukaya lua zala’ het opvallendste nummer van het album, een "nationaal volkslied over zware arbeidsomstandigheden en de achterhaalde Europese droom voor Afrikanen.” Vital was daar trouwens zelf het bewijs van: zijn album wist nooit door te breken.

Koffi Olomide - Ngounda

Voordat hij een extravagante superster werd die tientallen videocasettes van zijn concerten uitbracht, op een Rolls Royce poseerde in poloshirt, een van zijn zonen Saint James Rolls noemde en twee jaar voorwaardelijk kreeg voor de verkrachting van een minderjarige, was Koffi Olomide niets meer dan een ambitieuze artiest. Koffi, eerder bekend als gitarist voor Papa Wemba, ging in 1983 solo met ‘Ngouda’, opgenomen in het Brusselse Studio Madeleine. De ‘De man met duizenden ideeën’ ging met deze release de sentimentele toer op, waardoor de plaat vooral een succes werd bij het vrouwelijke geslacht.

Ngouma Lokito ‎– Wabi

Ook de ultra dansbare Soukous van Shungu Omba werd in 1992 in Studio Madeleine opgenomen. Het album in kwestie heet ‘Wabi’. Vier jaar later bracht hij het album ‘Talisman’ uit, waarop hij ook in het Engels zingt. De zangcarrière van Lokito bleef, volledig ten onrechte, beperkt tot slechts vier albums, waaronder één Best Of.

Naast zijn zangcarrière was Chandile Nguma vooral een uitstekende bassist, die meewerkte aan meer dan honderd albums (van o.a. Pepe Kalle, Nyboma en Anti-Choc). Zijn ‘Best Of’ album noemt hem zelfs ‘Beste bassist van de 20ste eeuw’. Je zou denken dat zijn releases als zanger dus minder bekend zijn, maar dat was buiten een nieuwe generatie gerekend die maar al te graag vergeten schatten van onder het stof haalt.

Uiteindelijk wisten de meeste van deze albums niet leiden tot het verwachte Europese succes voor de Congolezen in kwestie. Over het algemeen is soukous sindsdien ook gewoon zijn schwung verloren. In Brussel hoor je soukous niet langer in de bars van Matonge en in Musicanova, de enige Afrikaanse platenwinkel van Brussel, is soukous enkel nog op etiketten aan de achterkanten van oude vinylplaten te vinden. Al is het wel een mooie troost om te weten dat deze albums het licht zagen in Brussel, en daar tot op de dag van vandaag te vinden zijn.

Volg VICE België ook op Instagram:

Tagged:congo, België