Quantcast

Drukke zakenmannen en dronken Belgen

Romain  Gonzalez

Romain Gonzalez

Van Rusland tot India over La Courneuve: Magnumfotograaf Harry Gruyaert reist de hele wereld af.

Een groot rood doek kleurt een straat in New York. Een vrouw met verwilderde blik staart naar de lens. Haar regenjas is net zo rood als het doek. Iets verderop zien we okerkleurige muren die netjes een doorgang omkaderen waar — denken we — wat kledingstukken hangen. We zijn in India, of in een schilderij van Juan Gris, al naargelang. We zijn in een overschaduwd Oostende. Of we bevinden ons in de schemerzone van de industriële samenleving, die onpersoonlijke gebouwen optrekt zonder te beseffen dat die uiteindelijk gewoon weggespoeld zullen worden door de stijging van de oceanen. Al deze stukjes de wereld hebben één ding gemeen: de mens die hen onsterfelijk maakte.

Harry Gruyaert werd in 1941 in Antwerpen geboren en spendeerde zowat zijn hele leven aan het vastleggen van de oneindigheid van aardtinten, van de droogste metaalnuances tot uitgestrekte horizonten, zonder daarom voorbij te gaan aan transparante winkelcentra en simpele cafés. In tegenstelling tot sommige collega's die kleur minachten, gebruikt Gruyaert deze juist als grondstof in zijn fotografie.

We zouden het kunnen hebben over de term van "colorist" die Harry opgeplakt kreeg — ook al zweert het Magnumagentschap dat zijn werk door geen enkel concept gedirigeerd wordt — maar ons gesprek meandert voorbij vijf decennia carrière. Harry heeft het liever over de verslaving van jongeren aan het internet, het contrast tussen Las Vegas en de Sovjet-Unie, of de negatieve connotatie van het woord "kunstenaar".

Provincie Brabant. Herdenking van de Slag van Waterloo. 1981. Alle foto's zijn van Harry Gruyaert / Magnum Photos.

Hallo Harry. Toen je jong was, wilde je België zo snel mogelijk verlaten. Waarom?
Het was hier destijds een culturele woestijn. In de cinemazalen gebeurde er ook niets. De creatieve steden waren Londen, Parijs of New York. Er is sindsdien gelukkig veel veranderd, op alle niveaus.

Sindsdien heb je veel gereisd. Kunnen dingen jou überhaupt nog verwonderen?
Ja, absoluut! Ik ben onlangs in China en Japan geweest en ik had echt zin om nieuwe dingen te ontdekken — zelfs wanneer het evident lijkt dat de culturele en geografische verschillen steeds meer in elkaar lijken over te vloeien.

Een café op het strand van Oostende. 1988.

Denk je dat de huidige uniformiteit van culturen juist de authenticiteit kan doen uitdoven?
Dat is moeilijk te zeggen. Wat ik vandaag de dag zie, interesseert me nog enorm, maar het klopt dat het anders is dan vroeger. Toen hoefde je maar de grens met Nederland over te steken en stapte je in een andere wereld. Tegenwoordig zijn de overeenkomsten in kleding, eetgewoonten en mentaliteit echt miniem geworden.

In het verleden waren de verschillen tussen de verschillende Europese landen ook nog spannend. Dat is iets wat je in Amerika helemaal niet zag, bijvoorbeeld bij het verhuizen van de ene staat naar de andere. Maar dat verdwijnt geleidelijk aan ook.

Je trok op een gegeven moment naar Marokko. Is dat het soort cultuurverschil waar je naar zoekt om je werk te verrijken?
Naar daar reizen was een totaal nieuwe soort opwinding. Zodra je die nieuwe dingen gewoon begint te worden, verdwijnt dat ook weer vanzelf. Daarom is het zo moeilijk om te werken in een omgeving die je door en door kent. Je moet helemaal openstaan voor nieuwe dingen. Ik staak dan ook alle communicatie wanneer ik reis. Telefoon, internet, alles. Ik wil me op niets anders focussen op dat moment. Ik wil op die plek fysiek en mentaal aanwezig zijn. Ik wil niet gestoord worden door Magnum of zelfs door mijn familie.

De veelheid aan communicatiemiddelen maakt de wereld een pak kleiner, maar tegelijk worden ze voor veel mensen een obsessie. Ik ging met mijn dochters naar India om hen het land te laten zien. Ze waren helaas geobsedeerd door de wifi in het hotel, zodat ze met hun vrienden konden communiceren. Dat zegt genoeg.

New York, Verenigde Staten.

Het internet heeft de relatie van jongeren met de realiteit volledig veranderd, maar ook die met kunst, toch?
Het probleem voor de jongsten is dat er vandaag veel te veel informatie is. Kopieën van kopieën zijn standaard geworden. Toen ik met fotografie begon, was het erg zeldzaam dat je een boek kon uitgeven. Je kon soms jaren wachten voor je een mooi naslagwerk kon uitgen. Vandaag stikt het van de publicaties en zijn beelden alomteenwoordig.

Weet je, een paar jaar geleden werd ik gevraagd om in een jury te zetelen. De fotografen waren vaak getalenteerd, maar het was duidelijk dat ze allemaal beïnvloed waren door het werk van andere fotografen. Voor mij is dat een probleem. Ik vertel jonge fotografen altijd dat ze hun voorgangers niet mogen kopiëren, ook al kennen ze hun werk door en door. Ze moeten hun eigen weg vinden, in hun eentje.

En wat vind je van de steeds groter wordende online aanwezigheid van mensen die beweren dat ze 'fotografen' zijn?
Tegenwoordig doet iedereen zich voor als "kunstenaar" is. Dat lijkt me nogal belachelijk. Je bent kunstenaar, of je bent het niet. Ik heb veel meer respect voor professionals die zich niet voordoen als kunstenaars dan voor jongens die beweren dat ze kunstenaars zijn terwijl hun werk in feite maar heel licht weegt. Jonge fotografen willen meteen in een galerie tentoonstellen, zonder te wachten, terwijl het vak en de ervaring voor mij belangrijk zijn.

Persoonlijk moet ik beelden maken. Het is een vitale noodzaak. Als ik een tijdje geen foto's maak, voel ik me slecht.

Een restaurant in Pontedeume, Spanje. 1998.

Dat begrijp ik. Voor je werk als fotograaf gebruikte je heel vroeg al veel kleur. Ben je niet bang de commentaar dat kleur nogal dicht aanleunt tegen reclame?
Nee, niet echt. Toen ik bij Magnum begon, feliciteerde Raymond Depardon mij zelfs voor mijn foto's van Parijs: "Dankzij jou zien we echt de plasticiteit van de dingen, de ruwe materialen". Het stond in contrast met de traditionele foto's van Parijs, zoals die van Robert Doisneau.

Door de Pop Art in New York te ontdekken, heb ik afstand genomen van concepten als schoonheid en lelijkheid. Ik was niet bang om beelden in kleur te maken die de banaliteit van auto's, advertenties, enz. juist onthullen.

Je hamert nogal op de fysieke dimensie van de kleur, en de meer intellectuele benadering die zwart-wit is.
In feite heb ik niet echt een concept in mijn werk. Ik reageer fysiek op dingen die mij interesseren, bepaalde kleuren, een bepaald licht. Ik ben waarschijnlijk de minst "journalistieke" fotograaf bij Magnum. Sommigen liepen dan ook niet bijzonder warm voor het idee dat ik hen zou vervoegen. Ik had nog nooit een betoging gefotografeerd of iets politiek geuit. Niets van dat alles. Het is gewoon mijn ding niet.

Rajasthan, India. 1976.

Heb je ooit overwogen om portretten te maken?
Ik ben eigenlijk heel verlegen, ook al is dat door de jaren heen verbeterd. Aan het begin van mijn carrière werkte ik veel met telelenzen. Niet echt een topidee. Toen ik dertig jaar geleden in India was, ging iemand met dat ding lopen en zat ik dus plots zonder telelens. Dat bleek een ontzettend goeie move. Het heeft me gedwongen om dichter bij mensen te komen.

Het meest intieme dat ik ooit heb gedaan, was mijn dochters fotograferen van hun geboorte tot hun vijftiende. Ik had voor zwart-wit foto's gekozen en heb ze publiek gemaakt op een Magnum-tentoonstelling die aan familie was gewijd. Maar het gaat om mijn kinderen: bij hen heb ik me nooit ongemakkelijk gevoeld. Ik heb ook nog een portret gemaakt van Soulages, de schilder, voor een tijdschrift. Dat ging ook goed omdat nogal een bijzonder figuur is.

Eigenlijk ben ik niet zo voor de "humanistische" aanpak. Ik denk niet dat mensen beter zijn dan al de rest. Ik betwijfel dat eigenlijk ten zeerste. Wat mij interesseert, zijn niet alleen mensen zelf, maar hun omgeving, hun kleding, hun levensstijl enzovoort.

In je reeks Rivages is de plaats van de mens ten opzichte van zijn omgeving trouwens ook uiterst bescheiden.
In feite ben ik nooit van plan om iets specifieks aan te tonen. Achteraf gezien ben ik het natuurlijk eens met die analyse, maar op het moment dat ik de foto maak, ben ik me nergens van bewust.

Moskou, Sovjet-Unie. 1989.

Begrijpelijk. Wat zijn je plannen nog?
Ik heb een hoop beelden verzameld, weet je. Er staan twee boeken op stapel die samen gepubliceerd zullen worden. Eén ervan gaat over Moskou in 1988, het andere is een reis van Los Angeles naar Las Vegas in 1982. Het idee van dit tweeluik is het contrast tussen het typische felle Californiaanse licht naast het gedempte licht van Moskou te plaatsen. En natuurlijk heb je ook de tegenstellingen tussen een stad die nog steeds communistisch is en twee metropolen die symbool staan voor ver doorgedreven kapitalisme. Van Las Vegas heb ik indertijd maar een stuk of vier, vijf foto's gepubliceerd!

Door in mijn archieven te duiken heb ik begrepen dat sommige van die beelden beter verdienden. Het is altijd heel leuk om je tijd te nemen je vroegere werk jaren te herontdekken.

Staat genoteerd. Enorm bedankt, Harry!

Salt Lake City Airport, Verenigde Staten. 1996

Provincie Brabant, België. Herdenking van de Slag van Waterloo. 1981

Versterkte stadsomwalling in Essaouira, Marokko. 1976

Oostende, België. 1988

Galway, Ierland. 1988

Een voorstad van Las Vegas, Verenigde Staten. 1982

Bal du Rat Mort in Oostende, België. 1988