china

De meest gezochte cartoonist van China vreest dat hij elk moment kan verdwijnen

Een jaar geleden ontrafelde de Chinese overheid de ware identiteit van Badiucao, de ‘Banksy van China’. Sindsdien wordt hij achtervolgd en bedreigd.

door Gavin Butler
05 november 2019, 12:00pm

Alle afbeeldingen via de auteur

Krijg elke zaterdag een overzicht van onze beste verhalen: schrijf je nu in voor onze newsletter.

Ieder ander had ze gewoon aangezien voor vier Chinese zakenmannen, maar Badiucao is er vrij zeker van dat het spionnen waren. Ze droegen dezelfde pakken en ze hadden allemaal een bluetooth-oortje in. Toen ze bij hem in de bus stapten gingen ze in een formatie zitten die vooraf afgesproken leek te zijn: een voor, een achter en twee tegenover hem. “Op dat moment hadden ze me.”

“Ik stapte expres een halte te vroeg uit de bus, om te kijken of ze me zouden volgen,” zegt hij. “Twee van hen stapten ook uit en kwamen achter me aan terwijl ik de Woolworths in liep.”

Badiucao bleef drie kwartier in de supermarkt, totdat hij zeker wist dat de mannen naar buiten waren gegaan. “Het was doodeng,” geeft hij toe. “Maar dat liet ik niet merken. Ik liep direct op ze af en maakte foto’s van ze, en daarna lieten ze me wel weer met rust. Dat is belangrijk, foto’s maken. Ik moet ze vastleggen en erachter komen wie ze zijn.”

Badiucao

Badiucao heeft een goeie reden om oplettend te zijn. De 33-jarige kunstenaar, die in Melbourne woont, is zijn geboorteland China ontvlucht. Sinds zijn identiteit vorig jaar november werd gelekt draagt hij geen masker meer, en vindt hij dat die “rare baard” hem toch alleen maar makkelijker herkenbaar maakt – wat best een ding is voor iemand die de afgelopen acht jaar meerdere doodsbedreigingen heeft gehad, en zich langzamerhand heeft gevestigd als vijand van de Chinese Communistische Partij (CCP).

Als ik hem ontmoet vind ik het wel meevallen hoe raar die baard is – het is eerder een beetje een Castro-baard. Hij ziet er sowieso wel revolutionair uit, met zijn leren jas en olijfgroene trui. Een opvallende verschijning, ondanks dat we – op zijn verzoek – hebben afgesproken in het bruisende zakendistrict van Melbourne.

Net als kunstenaar Ai Weiwei heeft Badiucao naam gemaakt als iemand die zich durft uit te spreken tegen de Chinese overheid.

Nadat we via versleutelde berichten met elkaar hadden afgesproken, zitten we ondertussen in een rumoerig café. Badiucao praat zachtjes. Ik weet niet of hij dat altijd doet of dat hij bang is dat hij wordt afgeluisterd.

“Ze volgen me,” zegt hij. “En dat doen ze vooral rondom belangrijke aankondigingen over mijn documentaire of mijn kunst.”

Badiucao artwork

Net als kunstenaar Ai Weiwei heeft Badiucao naam gemaakt als iemand die zich durft uit te spreken tegen de Chinese overheid. Hij maakt schilderijen, sculpturen en performances, maar het zijn vooral zijn cartoons waar hij zijn reputatie aan te danken heeft: hij bespot vooral de surveillance en censuur van de Chinese politiestaat.

In één tekening laat hij bijvoorbeeld zien hoe Mao Zedong een kangoeroe langs achteren neemt, en in een ander hoe de hoogste Hongkongse bestuurder Carrie Lam een pistool tegen haar hoofd krijgt. Ook zijn er meerdere spotprenten waarin hij met de gelijkenis speelt tussen de Chinese president Xi Jinping en Winnie de Poeh.

Badiucao heeft zich de afgelopen jaren opgewerkt tot een soort Chinese Banksy: een verzetsstrijder zonder gezicht, maar met zwarte humor als wapen. Een teruggetrokken held. Soms kijkt Badiucao ook wel wat te genieten van het flikkerende licht van zijn semi-anonieme sterrenstatus – vooral wanneer het aankomt op zijn rol als zelfbenoemd boegbeeld van de Hongkongse demonstranten.

“Als je op mijn social media kijkt, zie je dat mijn cartoons duizenden likes en retweets hebben – die komen bijna allemaal uit Hongkong.”

“Mijn werk wordt erkend door de mensen uit Hongkong,” vertelt hij. “Als je op mijn social media kijkt, zie je dat mijn cartoons duizenden likes en retweets hebben – die komen bijna allemaal daarvandaan.”

Baudiucao voelt een spirituele connectie met Hongkong, ondanks dat hij er in 2018 uit verbannen werd vanwege zijn anti-CCP-kunstwerken. Zijn diepgewortelde passie voor de drijfveren van de Hongkongse beweging – het verzet tegen de Chinese overheid – is echter iets wat hij al tientallen jaren met zich meedraagt.

Badiucao werd geboren in Shanghai, in 1986. Toen hij 22 was en aan de East China University of Political Science and Law studeerde, zat hij met zijn huisgenoten een keer naar een Taiwanese romcom te kijken – althans, dat dachten ze. Het was een illegale video, die halverwege ineens overging in The Gate of Heavenly Peace, een drie uur lange documentaire over het Tiananmenprotest in 1989, waarbij studenten demonstreerden tegen de Communistische partij en vervolgens gewelddadig werden aangevallen.

Badiucao was geraakt door de beelden van studenten van zijn leeftijd die werden werden neergeschoten door het leger van zijn eigen land. In 2009 besloot hij gedesillusioneerd naar Australië te emigreren, en liet hij zijn ambities om advocaat te worden varen om kunstenaar te worden.

Twee jaar later was zijn eerste politieke satire een feit: hij lanceerde een online campagne waarbij hij kunstenaars van over de hele wereld vroeg of ze tekeningen van penissen konden sturen.

Badiucao art

Hij vertelt dat er in Beijing destijds een kunsttentoonstelling over de renaissance was geopend, waarin ook een replica van Michelangelo’s David te zien was. Het beeld haalde de voorpagina’s van lokale kranten, maar de penis van David was onzichtbaar gemaakt.

“Ik dacht: dit is zo conservatief – vijfhonderd jaar geleden vonden mensen dit helemaal oké, en nu moet je ineens zijn penis bedekken? Daarom vroeg ik mensen om het gewoon maar te tekenen. Zo is het dus allemaal begonnen.”

Badiucao geeft toe dat zijn lulverzameling uiteindelijk meer een politiek commentaar was dan gericht activisme, maar het bracht wel de motor op gang. Vanaf dat moment ging het behoorlijk snel.

Een collectief van politiek-geëngageerde cartoonisten en kunstenaars begon samen te werken, en elkaar beelden toe te sturen via het socialmediaplatform Weibo. Badiucao omschrijft ze als een “eenheid, een kameraadschap” van mensen die vooral anoniem te werk gingen, uit angst voor vergelding. De massasurveillance en censuur werden steeds ingrijpender. Binnen het tijdsbestek van een paar jaar was het heel gevaarlijk geworden om kritiek te leveren op de CCP.

“Ik zag dat kunstenaars die zich wél uitspraken, zoals Ai Weiwei, verdwenen,” herinnert Badiucao zich. “Hij werd ontvoerd vanaf het vliegveld en was 81 dagen lang van de radar verdwenen. Andere mensen vertelden dat de politie aan de deur kwam bij hun familie en werk, waardoor ze politiek asiel aanvroegen in Australië. Dan heb ik het niet alleen over kunstenaars, maar alle dissidenten die zich kritisch uitspreken tegen de Chinese overheid in het algemeen. Zoveel kunstenaars zijn er namelijk niet eens.”

“De politie had mijn familie bedreigd, en daarna bedreigden ze ook mij. Hun verzoek was vrij simpel: annuleer de tentoonstelling.”

In 2015 werd Badiucao het slachtoffer van een online lastercampagne. Nadat hij wat afbeeldingen had gepost om vijf Chinese feministen te steunen die gearresteerd waren omdat ze zich tegen de regering hadden uitgesproken, ontplofte zijn twitteraccount. Mensen tagden zijn naam, verspreidden geruchten en verzonnen nare verhalen over hem. Voor Badiucao voelde het als een grote georganiseerde intimidatie.

“We zeggen altijd dat je wel ‘moet oppassen voor de wolf’ – en dat was de eerste keer dat ik begreep wat die wolf eigenlijk inhoudt,” zegt hij. “De enige reden dat ik niet direct aangepakt kon worden, was dat ze niet wisten wie ik echt was.”

Badiucao

Vorig jaar november kwam die wolf nog een stap dichterbij. Twee dagen voordat zijn eerste internationale solotentoonstelling in Hongkong zou openen – waarbij hij gemaskerd geïnterviewd zou worden door onder andere CNN, BBC en TIME – werd hij gebeld: zijn familie had een bezoekje gekregen van de Chinese politie.

“Mijn identiteit lag onder vuur,” zegt hij. “De politie had mijn familie bedreigd, en daarna bedreigden ze ook mij. Hun verzoek was vrij simpel: annuleer de tentoonstelling.”

De Chinese autoriteiten waarschuwden dat ze twee agenten naar de tentoonstelling zouden sturen als Badiucao het bevel zou negeren. De politie van het Chinese vasteland heeft in principe niks te vertellen in Hongkong, maar “als zij zeggen dat ze eraan komen, is dat een grote bedreiging voor iedereen om me heen,” zegt hij. En dus blies hij het evenement af.

Een half jaar later deed Badiucao voor het eerst zijn masker af, in een documentaire op de Australische tv genaamd China's Artful Dissident, van de Britse filmmaker Danny Ben-Moshe. De film werd opgenomen in de maanden voorafgaand aan de tentoonstelling, en het oorspronkelijke plan was om zijn identiteit gewoon verborgen te houden, maar dat veranderde toen zijn familie werd bedreigd. Nadat hij bijna tien jaar anoniem door het leven was gegaan, besloot hij om zijn ware gezicht te laten zien.

“Vroeger zou ik nooit met jou hebben afgesproken zonder masker,” vertelt hij. “Nu ben ik gewoon een bekend gezicht.”

Badiucao ziet de gedwongen annulatie van zijn tentoonstelling als bewijs dat Beijing steeds autoritairder wordt – een voorbode van wat nog komen gaat. Vier maanden nadat de politie zijn familie intimideerde, probeerde de Hongkongse regering er een wetsvoorstel doorheen te krijgen die het mogelijk moest maken om criminelen en voortvluchtigen aan China uit te leveren, zodat ze vervolgd zouden worden door de CCP. Mensen zoals hij dus.

Voor de mensen uit Hongkong bevestigde het wetsvoorstel de groeiende angst dat de zogenaamd semi-autonome regio door het oprukkende autoritarisme van Beijing zou worden opgeslokt – en dat het ‘een land, twee systemen’-idee een mythe was. Het was een vonk die tot een explosie leidde; mensen zijn sindsdien massaal de straat op gegaan om te demonstreren.

Badiucao art

Deze demonstraties duren inmiddels al meer dan honderd dagen. De militaire autoriteiten verliezen hun grip, en het straatbeeld wordt bepaald door rondvliegende bakstenen, traangas en molotovcocktails. Er wordt zowel met rubberen kogels geschoten, als met scherp. Mensen worden geslagen, gearresteerd en beschoten. Tien mensen zijn er al gestorven, en zeker negen pleegden zelfmoord.

Een ondergronds collectief van honderden schilders en cartoonisten opereert in schaduw, en verspreidt zijn kunst via chatgroepen op Telegram en via AirDrop. Hun werk vormt de levensader van de demonstraties in Hongkong, zegt Badiucao.

Te midden van deze chaos blijven de politieke kunstenaars druk bezig. Badiucao noemt ze de “antipropagandagroep” – een ondergronds collectief van honderden schilders en cartoonisten die in de schaduw opereren, en hun werk aan de massa laten zien via chatgroepen op Telegram en via AirDrop, om het vuur op te blijven stoken. Hun werk vormt de levensader van de demonstraties, zegt hij.

“Kunst is belangrijk, want na honderd dagen is iedereen gesloopt,” zegt hij. “Er is geen duidelijke oplossing in het vooruitzicht, wat betekent dat de demonstraties gewoon door moeten gaan. Anders is het allemaal voor niks.”

Wat Badiucao is kunst op twee manieren belangrijk voor de Hongkongse democratie “Het stelt ten eerste mensen gerust: als ik Carrie Lam als karikatuur neerzet, haalt dat haar autoriteit onderuit, wat mensen kracht geeft en ze aanmoedigt. Dan hebben ze meer energie om zich uit te spreken.”

De tweede manier is dat het de aandacht van mensen trekt. Niet alleen in Hongkong zelf, maar ook internationaal – na honderd dagen over al het geweld te hebben bericht, kunnen internationale media het zo ook over iets anders hebben, namelijk kunst. “En internationale steun is essentieel,” benadrukt Badiucao. De revolutie wordt niet uitgezonden op tv als het niet interessant meer is. Maar honderden mensen die Guy Fawkes-maskers dragen, met vlaggen zwaaien en muren vol post-it-briefjes plakken, zullen ervoor zorgen dat de mensen erover blijven praten.

Badiucao art

Op persoonlijker vlak is kunst voor Badiucao ook een manier om de demonstraties vanaf een afstand “virtueel bij te wonen”. Hij heeft zijn werk vaak geüpload naar groepen op Telegram, zodat mensen in Hongkong het konden uitprinten om op te hangen door de hele stad, of mee te nemen naar demonstraties. Een werk waar hij vooral trots op is is zijn meerkleurige Lennon Wall-vlag, waar volgens hem mee gewapperd wordt door Hongkongse gemeenschappen over de hele wereld.

Een werk waar hij vooral trots op is is zijn meerkleurige Lennon Wall-vlag, waar volgens hem mee gewapperd wordt door Hongkongse gemeenschappen over de hele wereld.

“Mijn werk is geïnspireerd door de demonstraties die elke dag plaatsvinden, en is afgestemd op wat er daar gebeurt,” zegt hij. “Ik maak iets, en dan gebruiken zij het om mee te strijden. Het is dus een organische cirkel waarbij we elkaar inspireren.”

Badiucao artwork

Tot voor kort zag Badiucao het vooral als een voordeel dat hij vanaf een afstand opereert. Cartoonisten en dissidenten die in China wonen waren bang om zich uit te spreken tegen de autoritaire regering van hun land, en pleegden zelfcensuur door provocatieve onderwerpen te vermijden – terwijl hij gewoon kon zeggen wat hij wilde, zonder bang te hoeven zijn voor de gevolgen. Het laatste jaar is hij er echter wat anders in gaan staan.

“Ik ben beginnen beseffen dat het uiteindelijk weinig uitmaakt waar je bent,” zegt hij. “Zelfs nu ik in Australië ben kunnen ze me nog steeds raken.”

Zijn mening is voornamelijk veranderd na de keer dat de spionnen bij hem in de bus kwamen zitten – een incident dat niet op zichzelf stond.

Hij zat in een lege wagon, totdat er twee Chinese mannen tegenover hem gingen zitten. Ze zagen eruit als gangsters.

Badiucao had een soortgelijke ervaring toen hij de trein pakte om af te spreken met Ben-Moshe voor een privévertoning van China’s Artful Dissident. Hij zat in een lege wagon, totdat er twee Chinese mannen tegenover hem gingen zitten. Ze zagen eruit als gangsters, zegt hij, “en ze staarden me recht aan. Dus ik staarde terug. Toen pakte ik mijn telefoon om foto’s te maken, en keken ze meteen een andere kant op.”

Wederom verliet Badiucao de trein voordat hij op zijn bestemming was – en dit keer werd hij niet gevolgd. Maar dat neemt niet weg dat hij de situatie als “erg vreemd” heeft ervaren.

Nog vreemder is dat zowel hij als Ben-Moshe tegelijkertijd geen bereik meer hadden op hun telefoons. Badiucao denkt dat er sprake was van een cyberaanval, wat later bevestigd werd door de internetprovider van Ben-Moshe.

En dan was er ook nog de mogelijke inbraak in zijn huis.

De nacht na het incident in Woolworths lag Badiucao te slapen in zijn huis in Melbourne, totdat hij wakker werd van een geluid. Hij deed het licht aan en keek naar buiten, maar zag niks vreemds en kroop weer onder de dekens.

De volgende ochtend zag hij echter dat de roldeur van zijn garage een stuk omhoog stond – “zo’n 30 centimeter boven de grond. Ik weet vrijwel zeker dat ik het zelf niet had gedaan, want ik bewaar mijn werk daarin, dus ik doe die deur elke nacht goed op slot,” zegt hij. “Ik heb geen idee wie het gedaan heeft, maar ik vind het wel verdacht dat het vlak na de achtervolging was gebeurd.”

Badiucao artwork

Nu treft Badiucao elke voorzorgsmaatregel die hij kan. Hij communiceert met versleutelde berichten, gebruikt een VPN-verbinding en spreekt alleen met mensen af op plekken in de openbare ruimte met veel voetgangers. Hij heeft een rijbewijs, maar rijdt niet in zijn auto, omdat hij bang is dat iemand zijn kentekenplaat ziet en daarmee zijn woning opspoort. En hij komt zo min mogelijk in Chinatown.

“Ik weet dat daar veel mensen zijn die op me zullen letten, zoals agenten,” zegt hij. “Ik voel me in Chinatown altijd strak in de gaten gehouden.”

Sommige mensen zouden deze maatregelen wat extreem vinden, of zelfs paranoïde. Maar dat is de prijs die Badiucao heeft betaald om openlijk kritiek te geven op de Chinese regering. “De constante angst en zorgen over wat er gaat gebeuren, hoe en wanneer,” zegt hij. Maar hij weigert dat ten koste te laten gaan van zijn autonomie als kunstenaar.

“Mijn kunst geeft me macht. Ik ga niet mijn werk censureren of bepaalde onderwerpen vermijden. Dat is voor mij de grens.”

“Waar ik me ook zorgen over maak, ik laat mijn kunst er niet door beïnvloeden. Mijn kunst geeft me macht. Ik ga niet mijn werk censureren of bepaalde onderwerpen vermijden. Dat is voor mij de grens.”

Het is een van de tegenstrijdigheden in het karakter van Badiucao. Een teruggetrokken man met heldenmoed, die te vroeg van de trein stapt en geen autorijdt, maar wel olie op het vuur blijft gooien. Hij verstopt zichzelf continu, terwijl zijn succes – als kunstenaar, revolutionair en provocateur – afhankelijk is van zijn zichtbaarheid. Ondanks alle gevaren blijft hij zich inzetten voor waarin hij gelooft.

Als ik vraag of hij denkt dat hij ooit weer een normaal leven zou kunnen leiden – over straat lopen, in de bus zitten, een kopje koffie bestellen – zonder dat hij steeds om zich heen moet kijken of er iemand op hem let, zegt hij dat dit “onmogelijk” is.

“Zolang ik kunstenaar wil blijven, zal ik het altijd over mensenrechten hebben,” zegt hij. “En een voordeel van mijn bekendheid is dat als er iets met me gebeurt, ik waarschijnlijk veel steun zou krijgen van de internationale gemeenschap. Maar dat garandeert nog niet dat ik veilig ben.”

“Zodra je op de lijst staat, sta je er voor altijd op. Er is geen weg terug.”

This article originally appeared on VICE AU.

Tagged:
Kunst
politiek
censuur
internationaal