Advertentie
nieuws

Honderd dagen in de gevangenis en een doodgeschoten advocaat later zit onze journalist nog steeds vast in Turkije

Mohammed Rasool, journalist en fixer van VICE News, zit nu al honderd dagen vast zonder proces in Turkije. De Turkse advocaat van het VICE News-team werd een week geleden op straat doodgeschoten.

door Jake Hanrahan
07 december 2015, 10:04am

Mohammed Rasool, journalist en fixer van VICE News, zit nu al honderd dagen vast zonder proces in Turkije. De Turkse advocaat van het VICE News-team werd een week geleden op straat doodgeschoten. In Turkije gaan de schendingen van de persvrijheid onverminderd door. Onlangs werden twee journalisten opgepakt op basis van dezelfde ongegronde beschuldigingen van terrorisme als de journalisten van VICE News.

Onze eerste indruk van de Kürkçülergevangenis in Adana was, zoals te verwachten valt, een slechte. Verschillende lagen van hoog ommuurde veiligheidsdeuren schoven open terwijl we onder gewapende beveiliging naar binnen werden gereden, met onze handen geboeid, achterin een legervoertuig. Geweren werden op ons gericht toen we uitstapten en richting een kleine cel in de gevangenis werden geduwd. Het was een grimmig welkom. Het woord 'ISID' was herhaaldelijk op de muren gekrabbeld, met bloed – de Turkse afkorting voor Islamitische Staat.

Rasool, Phil en ik ijsbeerden door de kamer, bang voor wat ons te wachten stond. Het was de zesde dag dat we werden vastgehouden door de Turkse autoriteiten op basis van ongegronde aanklachten van samenwerking met een terroristische organisatie. Kürkçüler was de derde gevangenis die we van binnen zagen. Dit was volgens de bewakers de gevangenis waar terroristen van IS naartoe werden gestuurd. Afgaande op de bebloede muren leek dat aannemelijk.

Wat niet aannemelijk was, was waarom we daar waren. We deden verslag van het steeds bloediger wordende conflict in het zuidoosten tussen de Turkse staat en de verboden Koerdische Arbeiderspartij (PKK). Door gewoon ons werk als journalisten te doen, waren we achter tralies beland.

Op de tweede dag in deze zwaarbeveiligde IS-gevangenis bracht Rasool wat verlichting in de eindeloos durende minuten en uren. Hij begon het feest te plannen dat we zouden houden als we weer vrijgelaten werden. In onze verschrikkelijke, kleine cel bereidden we ons voor op een bacchanaal van minstens een week, en negeerden we even dat geen van ons op dat moment wist wanneer we weer vrijgelaten zouden worden.

"Ik zal wel met jullie moeten meekomen naar Londen," lachte hij, terwijl zijn gezicht oplichtte bij de gedachte. Hij was nog nooit in Engeland geweest. "O man, het wordt geweldig. Ik denk dat we dagenlang niet zullen slapen."

Lees ook: Ik moest mijn vriend achterlaten in een Turkse gevangenis

We praatten over hoe een typisch Britse avond uit verloopt. Rasool luisterde aandachtig, lachte af en toe om de domme opmerkingen van Phil en mij, en vergeleek onze verhalen over het Britse nachtleven met zijn eigen stamkroegen in Istanbul, waar hij woont. Het was een broodnodige afleiding van de angstaanjagende onzekerheid in de gevangenis.

Maar dat feest is er nooit gekomen. Niet voor Rasool. Vandaag is zijn honderdste dag in de cel. Hij is geen stap dichterbij vrijlating, of zelfs een proces, dan hij was toen Phil en ik hem ongeveer negentig dagen geleden moesten achterlaten. Rasool zit vast in een vagevuur. De Turkse autoriteiten zeggen dat het onderzoek nog steeds loopt – een onderzoek dat al honderd dagen duurt zonder vooruitgang en zonder dat er een einde in zicht is. En de situatie is aan het verslechteren.

Een week geleden werd onze advocaat Tahir Elci doodgeschoten in Diyarbakır in het zuidoosten van Turkije. Hij gaf een persconferentie in de buurt Sur, en riep op tot vrede tussen Turkije en de PKK. Zijn laatste woorden, voordat een kogel hem in het hoofd raakte, waren: "We willen geen wapens, gevechten [of] operaties in deze regio."

Tahir was 49. Hij laat een vrouw en twee dochters achter. Ik keek naar zijn begrafenis op de televisie. Nazenin, een van zijn dochters, schreeuwde: "Bavo ez bimrim!" ("Laat mij sterven, pap!") terwijl zij met zijn grafkist liep. Duizenden mensen liepen achter haar om hun respect voor Tahir en zijn levenslange toewijding aan mensenrechten te tonen.

Tahir was een goede man. Hij hielp ons in een tijd van nood. Nadat we vier dagen in hechtenis hadden gezeten werden we naar de rechtbank gebracht. De aanklager was de zaak aan het doorlopen. Tahir kwam binnen, gaf ons een hand, en zei: "Dit is allemaal erg bizar." Hij legde uit dat hij het hoofd van de orde van advocaten in Diyarbakır was en dat hij al het mogelijke zou doen om ons te helpen. Hij vocht hard voor ons in de rechtszaal maar kon de aanklager er niet van overtuigen om ons vrij te laten. Zijn laatste woorden tegen mij waren: "Nu ga je naar de gevangenis. Maak je geen zorgen."

Lees ook: Een verslag van mijn treurige tijd in een Turkse terreurgevangenis

Het is onbekend wie Tahir Elci heeft vermoord.

In de honderd dagen dat Rasool vastzit hebben Phil en ik geprobeerd om de zaak onder de aandacht te brengen. Er zijn veel mensen en organisaties die we moeten bedanken voor hun hulp hierbij: VICE, het Committee to Protect Journalists, PEN International, de Engelse tak van PEN, Amnesty International, Verslaggevers Zonder Grenzen, het Rory Peck Trust, en honderden andere mensen over de hele wereld.

Dagelijks komen mensen die we nooit hebben ontmoet naar ons toe om te vragen hoe ze ons kunnen helpen. Het is overweldigend en maakt ons nederig. Mensen willen oprecht helpen. Maar hoeveel awarduitreikingen we ook bezoeken, naar hoeveel mensen we ook glimlachen en de hand schudden, het voelt altijd alsof er iets niet klopt – omdat Rasool er niet bij is. Hij zit nog steeds in de gevangenis.

Zijn opleiding wordt verkwanseld omdat hij zijn masteropleiding in de cel niet kan afmaken. Zijn intellect en professionele expertise worden gemist door zijn collega's. Maar bovenal vormt zijn afwezigheid een gapend gat voor zijn familie. Zelfs als ik ooit de kans kreeg denk ik niet dat ik zijn moeder, waar hij zoveel van houdt, in de ogen kan kijken. Elke minuut moet voor haar vervuld zijn van wanhoop.

Hoe het voor Rasool is kan ik me niet voorstellen. Met z'n drieën in die bedompte cel voelde het al als een van de eenzaamste plekken ter wereld. Nu zit hij daar met mensen die hij niet kent, en het duurt al zo lang. Hij werd 25 in die gevangenis. We zijn elke dag bang dat hij nog een verjaardag in die cel zal moeten doorbrengen.

Maar ondanks dit schijnbaar eindeloze wachten zijn we de hoop niet verloren. Rasool is onschuldig. En hij is sterk.

"Echte mannen gaan naar de gevangenis," zei hij op een nacht tegen Phil en mij toen we van een kleinere gevangenis naar een ziekenhuis werden gereden 'voor controle'. We barstten in lachen uit. Het klonk als typisch iets dat Rasool zou zeggen – droog en komisch. Maar hij legde het uit. Wat hij bedoelde was dat sterke mensen gevangenschap kunnen doorstaan. Ik kon het niet aan, maar als ik iemand ken die dat wel kan, dan is het Rasool.

Er zitten nu rond de dertig journalisten in de gevangenis in Turkije. Mohammed Ismael Rasool, Ali Konar, Erdal Susem, Erol Zavar, Ferhat Ciftci, Gurbet Cakar, Hamit Dilbahar, Hatice Dunman, Hidayet Karaca, Kamuran Sunbat, Kenan Karavil, Mikail Barut, Mikdat Algul, Mustafa Gok, Tahsin Sagaltici, Nuri Yesil, Sami Tunca, Sevcan Atak, Seyithan Akyuz, Sahabattin Demir, Yilmaz Kahraman, Mehmet Baransu, Ozgur Amed, Gultekin Avci, Cevheri Guven, Murat Capan, Idris Yilmaz, Vildan Atmaca, Erdem Gul en Can Dundar. Zij werden allemaal opgepakt omdat ze hun werk deden.

Nadat president Recep Tayyip Erdogan een meerderheid behaalde in de tweede verkiezingen van dit jaar in november, zijn veel journalisten in Turkije opgepakt. De laatsten waren Erdem Gul en Can Dundar, de redacteur en een schrijver van de krant Cumhuriyet, die in mei een verhaal schreven waarin ze claimden dat de Turkse inlichtingendienst wapens had geleverd aan de jihadistische groep Jabhat al-Nusra in Syrië. Zij zitten nu, net als Rasool, in voorhechtenis op beschuldiging van terrorisme.

Phil en ik kunnen niet rechtstreeks met Rasool praten, maar we hebben gehoord dat het, gezien de omstandigheden, oké met hem gaat. Maar niets is oké zolang hij in die cel zit. Het is niet oké tot hij weer hier bij ons is en we zijn vrijheid vieren met een feest dat de hele week duurt.

We vechten nog steeds om onze vriend en collega Mohammed Rasool vrij te krijgen. Jij kan helpen door de petitie voor zijn vrijlating te tekenen, en door de hashtag #FreeRasool te gebruiken op Facebook en Twitter. Bezoek de #FreeRasool-pagina op VICE News voor meer informatie.

Tagged:
gevangenis
Journalist
Vice Blog
Jake Hanrahan
rasool
#freerasool
Turkije
Persvrijheid
persan