Quantcast

Op de plek waar Hitler zelfmoord pleegde is nu een speeltuin

Op de dag dat hij stierf had Adolf Hitler al tien dagen geen daglicht meer gezien. Al maanden woonde hij in een ondergrondse bunker, ruim acht meter onder de puinhopen van Berlijn.

Roc Morin

Roc Morin

Deze glijbaan bevindt zich op de plek waar Hitler gecremeerd werd

Op de dag dat hij stierf had Adolf Hitler al tien dagen geen daglicht meer gezien. Al maanden woonde hij in een ondergrondse bunker, ruim acht meter onder de puinhopen van Berlijn. Eerder wandelde hij graag met zijn Duitse herder Blondi door de tuinen van de Rijkskanselarij. Toen dat in die laatste dagen dankzij de artillerie van de Sovjets niet meer mogelijk was, liet hij haar vergiftigen met cyanide. Een dag later schoot hij zichzelf dood. In navolging van zijn wensen werd zijn lichaam gedrenkt in benzine en verbrand.

Inmiddels is het Berlijn van toen haast niet meer te herkennen. Op de plek van de voormalige Rijkskanselarij huist nu een Chinees restaurant en een kinderdagverblijf. De bunker is half gesloopt, en zit verstopt onder het parkeerterrein van een groezelig bruin flatgebouw. Hitler zou – met zijn afschuw van moderne kunst - absoluut gewalgd hebben van de glijbaan die nu op de plek van zijn crematie staat. Dat is meteen ook de reden dat mijn Joodse vertaler, Gaïa Maniquant-Rogozyk, hem zo mooi vindt. Ze was meegekomen om me bij te staan, bij mijn gesprekken met de lokale bewoners. Ik wilde er namelijk achter komen hoe het voelt om op een plek te wonen die zo’n donkere geschiedenis kent. Terwijl we op voorbijgangers wachtten, gleden we om de beurt van de glijbaan af.

“Ik weet niet zeker of ik hier nu ook geweest was als de bunker er nog stond,” zei Gaïa.

“Waarom niet?”

“Als je opgroeit in een Joodse familie,” antwoordde ze, “waarvan de helft is uitgeroeid, ben je verplicht het te herdenken. Toen we met school Auschwitz bezochten, drong het eindelijk echt tot me door wat er gebeurd was. Het is zo gruwelijk dat het snel abstract wordt, alsof het maar een verhaal is. Maar in Auschwitz hebben ze van die zalen, bijvoorbeeld met kommetjes die ze gevonden hebben, of met protheses. Maar er is ook een zaal met al het afgeschoren haar van de gevangenen. Toen ik dat zag wou ik weg. Op dat moment zag ik ineens in wat er zich had afgespeeld. Ik wou niets meer zien, mijn taak zat er op.”

Precies op dat moment kwam er een Duitse man uit het gebouw. Gaia liep vooruit en stelde me voor. De man bleek Max te heten, en 24 jaar oud te zijn. Ik schudde zijn hand.

“Sta je ooit stil bij de gebeurtenissen die hier plaatsgevonden hebben?”, vroeg ik.

 Niet echt, gaf hij toe. “Ik heb nooit echt een diepgaande interesse gehad in de geschiedenis. Ik kreeg het op school, maar persoonlijk vond ik er niks speciaal aan. Er is geen band meer met het verleden. Waarmee ik niet wil zeggen dat het vergeten moet worden, maar het is gewoon geen onderdeel van mijn verleden.”

Het appartementencomplex dat boven de Führerbunker gebouwd werd

“Dus jij schrijft je eigen geschiedenis?”

 “Dat klopt.”

“Roept de bunker totaal geen gevoelens bij je op?”

“Ik heb er wat van gezien toen ze hem openden, toen er nog een bouwterrein omheen lag. Als kind klommen we over het hek. We wisten niet wat het was, we deden gewoon een wedstrijdje wie het verst naar binnen durfde.”

“En? Heb je ooit gewonnen?”

“Nee, ik was daar te bang voor.”

Doorgekraste graffiti van neonazi’s. 

Nadat we Max gedag zeiden, liepen we via een galerij naar een ander gedeelte. Op de witte muren waren zwarte neonazistische symbolen gespoten. Ze waren allemaal doorgekrast met blauwe graffiti, en er stonden anti-nazislogans onder geschreven, zoals: “Geen tolerantie voor neonazi’s!”

Een oudere Duitse vrouw met een stok strompelde voorbij, haar ogen waren recht naar voren gericht. Een kleine teckel volgde haar. Gaia hield de vrouw aan, waarop ik wat over de bunker vroeg.

“Voor ons maakt het niet echt een verschil,” stelde ze. “Wij zitten hier al heel lang. Als je al die tijd aan Hitler zou moeten denken, zou je doordraaien. Je kan ook over andere dingen nadenken.”

“Hoe heet u?” vroeg ik bij het weggaan.  

“Hoezo?” antwoordde ze, en kneep haar ogen een beetje toe.  

“Alleen uw voornaam is genoeg,” verzekerde ik haar. “Alleen voor het artikel.”

Ze stond nog even te twijfelen. “Edeltraut,” zei ze uiteindelijk, voordat ze haar hond in de galerij achterna ging.

We keken haar na. Gaia kwam met een opgetrokken wenkbrauw naar me toe. “Ik kan je garanderen dat dat niet haar echte naam is.”